De bommen van Kasjmir

Op 11 juli werd de Indiase miljoenenstad Mumbai getroffen door een serie dodelijke bomaanslagen. Meteen werd het verband gelegd met gewapende groepen uit Pakistan die actief zijn in de vallei van Kasjmir. Wat is er aan de hand?
Kasjmir is voor Zuid-Azië wat Palestina is voor het Midden-Oosten. Een historische, etterende wonde die elke poging om vrede te stichten bij voorbaat ondergraaft. Beide conflicten zijn in dezelfde, naoorlogse periode gecreëerd door een zelfingenomen Britse diplomatie en samen voeden ze het slachtoffergevoel van moslims wereldwijd.
De aanslagen van 11 juli waren niet bepaald een donderslag bij heldere hemel. Eind oktober 2005 doodde een serie bomexplosies in New Delhi meer dan vijftig koopjesjagers die zich voorbereidden op het hindoefeest van het licht, Diwali. Begin maart waren een aantal tempels in Varanasi het doelwit, in mei werden 35 hindoes afgemaakt in het district Doda van Kasjmir en op 1 juni viel een commando van islamitische strijders een massabijeenkomst van de rechts-radicale hindoenationalistische RSS aan. De treinbommen in Mumbai, zegt het Indiase Outlook Magazine in zijn editie van 24 juli, waren de vijfde aanslag in een samenhangende reeks gewelddaden.
De selectie is subjectief en eerder restrictief. Er zouden nog veel meer aanslagen en moordpartijen aan de lijst toegevoegd kunnen worden, maar het punt is duidelijk: er zijn groepen aan het werk die de betrekkelijke rust tussen de hindoemeerderheid en de moslimminderheid in India willen opblazen. Politici en media kijken bij die vaststelling altijd meteen naar het hoge noorden, waar naar verluidt alle geweld ontspruit: in de omstreden deelstaat Jammu and Kashmir.
In 2001 zorgde de spanning over Kasjmir bijna voor een -derde- open oorlog tussen India en Pakistan, maar intussen startten de Pakistaanse president-generaal Musharraf en de Indiase premier Manmohan Singh een voorzichtig vredesproces op. De ontspanning tussen de aartsvijanden resulteerde in enkele “vertrouwenwekkende maatregelen”, zoals het herstellen van een busverbinding tussen Indiaas en Pakistaans Kasjmir. Echte resultaten blijven echter uit. En na de aanslagen in Mumbai schortte India de besprekingen op, omdat Pakistan te weinig zou doen om de terroristische groepen die vanaf zijn grondgebied opereren te stoppen.
President Musharraf reageerde daarop dat het juist de bedoeling is van de terroristen om elk vredesproces onmogelijk te maken, maar begin augustus zorgde Pakistan voor een voorlopig dieptempunt in de bilaterale relaties door een Indiaas diplomaat uit te wijzen. Wat de diplomatieke onenigheid verbergt, is dat de gewapende groepen in de vallei van Kasjmir het voorbije jaar een opmerkelijke terugkeer gerealiseerd hebben.

Een nieuw elan


Achtergrond voor die remonte is juist het gebrek aan resultaten van het schijnbaar eindeloze gepraat van de politici uit Islamabad en New Delhi. Daar bovenop kwam de schok van de aardbeving die in oktober 2005 vooral het Pakistaanse deel van Kasjmir trof. De gebrekkige hulpverlening door leger en staat stond in schril contrast met de efficiënte aanpak en ruime collectemogelijkheden van bijvoorbeeld de Jamaat-ud-Dawa (JuD), een islamitische organisatie die op zijn minst nauwe banden heeft met de voornaamste militantengroep in Kasjmir, de Lashkar-e-Tayyaba (LeT). Nogal wat instanties, waaronder de Amerikaanse ambassade in Pakistan, geloven dat Jamaat-ud-Dawa gewoon de nieuwe naam en mantelorganisatie is waaronder de LeT werkt sinds ze door Musharraf verboden werd.
De meeste organisaties die wegens terroristische activiteiten opgeheven werden, blijven namelijk actief onder een andere naam. Ze nemen zelfs niet altijd de moeite om nieuwe woordvoerders of leiders aan te duiden. Waarnemers gaan ervan uit dat JuD van zijn toegenomen krediet bij de Kasjmiri’s gebruikmaakt om nieuwe volkssteun voor de gewapende strijd in Indiaas Kasjmir te mobiliseren. Gekoppeld aan de materiële en logistieke steun van de militaire inlichtingendienst van Pakistan (ISI) verklaart dit de sterk gestegen infiltratie van Pakistaanse strijders in Indiaas Kasjmir, terwijl Musharraf toch kan beweren dat hij van niets weet, want de ISI opereert zeer autonoom.
Het tweewekelijkse magazine Frontline publiceerde begin juli nog een uitgebreide analyse van de nieuwe “dynamiek” van onder andere de Lashkar-e-Tayyaba in Kasjmir. Praveen Swami schrijft daarin dat de LeT een nieuwe militaire strategie volgt, waarbij het meer gebruikmaakt van granaataanvallen op toeristen en burgers dan van aanvallen op militaire doelwitten. Daarnaast heeft de LeT zijn ideologische offensief tegen de eerder mystieke soefi-islam van de Kasjmiri’s opgevoerd, waardoor het een monopolie op de islamitische identiteit van de valleibewoners probeert te verwerven.
Dit ideologische offensief krijgt een extra duw in de rug door een seksschandaal dat dit voorjaar uitbrak en waarbij vooraanstaande politici en politieofficieren uit de zomerhoofdstad Srinagar betrokken zijn. Of de bomaanslagen in Mumbai kunnen samenhangen met de toegenomen militaire en ideologische activiteit van de Lashkar, is niet duidelijk. Feit is dat het geweld in Kasjmir een broedplaats blijft van geweld elders in India -al is het voor de Indiase regering soms ook iets te makkelijk om de verantwoordelijkheid voor alle geweld richting Kasjmir te schuiven, en liefst nog richting “groepen die vanuit Pakistan opereren”.
[Volledige tekst van het gesprek met dr. Karan Singh]

Geweld blokkeert vredesgesprekken



In 1947 trok het Britse imperium zich terug uit zijn koloniale bezittingen in Azië. Indië werd daarbij gesplitst in een moslimnatie Pakistan (die destijds ook het huidige Bangladesh bevatte) en een seculier India. Op onafhankelijkheidsdag, 15 augustus 1947, had alleen de prinselijke staat Jammu and Kashmir (J&K) nog niet uitgemaakt bij welke van de twee naties ze zou aansluiten.
Pas op 26 oktober tekende maharadja Hari Singh de toetreding tot India, om zich beter te verdedigen tegen de binnenvallende tribale troepen uit Pakistan. Aangezien een meerderheid van de bevolking van J&K moslim was, is die toetreding altijd omstreden gebleven. Op 1 juni was Karan Singh, de zoon van de laatste maharadja van J&K en zelf een vooraanstaand Indiaas diplomaat, in Brussel. MO* had een gesprek met hem.
Welke rol kan India spelen in de regio om stabiliteit en ontwikkeling te brengen?
Karan Singh: India is lid van SAARC, samen met een aantal buurlanden die door heel moeilijke tijden gaan: Nepal maakt niet veel minder dan een revolutie door, Sri Lanka worstelt met een viruele burgeroorlog, Pakistan slaagt er maar nauwelijks in het land samen te houden, in Bangladesh gaat het niet goed en in Birma geraken de problemen ook maar niet opgelost door het probleem met democratie.
India is dus niet alleen de grootste en meest welvarende speler in de regio, het is ook een factor van stabiliteit en democratie geworden. We proberen niet de Grote Broer uit te hangen -dat irriteert de anderen toch maar- we willen wel de anderen bijstaan in hun proces om de economie of de democratie te ontwikkelen. We doen dat door hulp te geven. Bijvoorbeeld na de tsunami kwam een groot deel van de hulp die Sri Lanka kreeg vanuit India. We werken een economischpakket uit voor Nepal. Met Pakistan zijn we verwikkeld in een voortdurende dialoog en namen we wederzijds een heleboel vertrouwenwekkende maatregelen.
Het proces van dialoog met Pakistan verloopt wel erg traag.
Karan Singh: De reden daarvoor is dat de terroristische aanslagen dag na dag na dag doorgaan. Ik lees vandaag in de krant dat er alweer een granaataanval plaatsgevonden heeft in Srinagar, waarbij toeristen omkwamen. De laatste maand alleen vonden er 15 tot 20 terroristische aanslagen plaats. In die omstandigheden kan je toch niet verwachten dat een vredesproces aan hoge snelheid zijn gang gaat? Zeker als je weet dat er een groot aantal terroristische trainingskampen zijn in het deel van Kashmir dat door Pakistan bezet wordt.
Het gaat om 57 kampen en we weten exact waar ze zich bevinden. Als de Pakistaanse regering zegt dat ze van niets weten, kunnen wij hen van alle informatie voorzien. We hebben foto’s, bewegingen… President Musharraf kan dan nog wel zeggen dat hij die terroristen niet aanstuuurt en dat hij ook een doelwit is van hun aanslagen, de realiteit is dat ze steun krijgen vanuit de top van het Pakistaanse regime, vanuit de ISI. Als dit struikelblok weggenomen wordt, dan zou het vredesproces veel vlotter gaan.
India wijst internationale bemiddeling af. Waarom?
Karan Singh: De Noren zijn al twaalf jaar bezig met bemiddelen in Sri Lanka, en het land staat vandaag dichter bij een burgeroorlog dan ooit tevoren. Het is dus geen wonderoplossing. Internationale tussenkomsten brengen ook vreemde invloeden en agenda’s binnen, want er bestaat niet zoiets als een volkomen belangeloze tussenkomst. En dan bedoel ik niet eens dat ze foute bedoelingen hebben, je kan met de beste bedoelingen interveniëren, maar je hebt bedoelingen en die spelen een rol.
In elk geval is het hele conflict om Jammu and Kashmir een destabiliserende factor in de hele regio.
Karan Singh: Het is het meest zichtbare conflict tussen India en Pakistan. Alles draait uiteindelijk om de voortdurende pogingen van Pakistan om Kashmir met geweld in te lijven. Het begon in 1947, nog voordat mijn vader de toetreding tot India had ondertekend. De oorlog die daaruit volgde zorgde ervoor dat zowat de helft van het vroegere grondgebied van de prinselijke staat Jammu and Kashmir in handen was van Pakistan, dat daarna een flink deel van dat grondgebied afstond aan China. Ze probeerden opnieuw in 1965, alweer met oorlog tot gevolg. Dan kwam 1974 met de oorlog om Bangladesh. Dan kwam Kargill. De Pakistanen hebben nu eindelijk begrepen, denk ik, dat ze geen Indiaas grondgebied kunnen innemen met militaire middelen, noch met terrorisme of het zogenaamde low intensity conflict. Zoveel te sneller iedereen beseft dat geweld geen uitkomst biedt, zoveel te sneller kunnen we aan echte oplossingen werken.
Bent u het ermee eens dat een deel van het geweld in Kashmir van binnenin komt en niet geïmporteerd wordt?
Karan Singh: Ik zou het geen gewapende verzetsbeweging noemen, maar het klopt dat een aantal jongeren uit Kashmir betrokken zijn bij de terroristische beweging. Maar de training, bewapening, motivatie komt van over de grens in Pakistan. In elk geval, of de actie nu uitgaat van Pakistan of van inheemse groepen (zoals Yasin Malik’s JKLF), als de agenda is om Jammu and Kashmir af te scheuren van India omdat het geen hindoemeerderheid heeft, dan is het onaanvaardbaar.
Jammu and Kashmir is wellicht het best vergelijkbaar -al loopt elke vergelijking mank- met Joegoslavië. J&K, de staat die door mijn vader bestuurd werd, bestond uit vijf regio’s: Ladakh , de Northern Areas (Gilgit, Baltistan, Hunza…) , de Punjabi muslim belt (Azad Kashmir of PoK), Jammu, de vallei van Kashmir. Te vaak wordt Kashmir gebruikt als afkorting voor J&K, wat incorrect is. Alsof je tegen een Schot zou zeggen dat hij van Engeland is.
In een van uw essays verwijst u naar Joegoslavië als een constructie waarvan zelfs maarschalk Tito wist dat ze niet duurzaam was. Gaat dat ook op voor de vroegere staat J&K?
Karan Singh: J&K was een feodale, koninkijke staat, gevormd door mijn voorouders. Daar kan je niet naar terug. Het is heel onwaarschijnlijk dat je in een democratie kunt terugkeren naar die staat in zijn oorspronkelijke vorm. Die staat is geëxplodeerd.
Is J&K ook een belangrijk deel in de evolutie van India naar een wereldspeler van formaat in de globalisering?
Karan Singh: De noordelijke staten maken voor de volle honderd procent deel uit van India en ze zijn vanuit geostrategisch perspectief zelfs héél belangrijk. Economisch gezien ligt het zwaartepunt elders natuurlijk.
India heeft eigenlijk geen echte externe vijanden op dit moment. De échte vijand van India’s toekomst is onwetendheid, armoede. Waarom is het zo moeilijk die vijanden te bestrijden?
Karan Singh: We zijn nog bezig met 400 jaar kolonisatie te boven te komen. India was ooit het rijkste land ter wereld. Zowel de Moghols als de Britten werden door onze rijkdom, diet door onze armoede! In de zestiende eeuw controleerde India nog meer dan 30 procent van de wereldhandel. Vanaf de bezetting van India begon de verarming en de onderontwikkeling. De nieuwe regering probeert die historische achterstand nu weg te werken door de echte burchten van de armoede aan te vallen.
Er is een programma voor veralgemeend onderwijs, er is het landelijke tewerkstellingsprogramma, het stedelijke vernieuwingsprogramma en het gezondheidszorg-voor-allen programma. als deze programma’s echt werken over de komende drie tot vijf jaar, dan kunnen ze echt een verschil maken voor de armen.
Waarvan hangt het succes van die programma’s af?
Karan Singh: De centrale overheid, de deelstaatregeringen en de lokale overheden -de panchayats- moeten goed samenwerken. Concreet: de oude kwalen van bureaucratie en corruptie moeten vermeden worden. En de deelstaatregeringen moeten bereid zijn hun schouders te zetten onder de plannen van de centrale regering. En dat is niet evident, want heel wat grote deelstaten worden geregeerd door partijen die in Delhi in de oppositie zitten. Het is nog te vroeg om er nu over te oordelen. De media en de intelligentsia zijn pro, maar sceptisch.
Ze zeggen dat ze al vijftig jaar zulke programma’s aangekondigd krijgen en dat er nooit veel van in huis komt. Ik veronderstel dat een zekere dosis scepsis nuttig is voor een gezond maatschappelijk debat. De terugkeer van Congress op het politieke toneel kan ook gezien worden als een herbevestigng van het belang dat Indiërs hechten aan secular politics -wat niet hetzelfde betekent als in Europa (scheiding kerk-staat).
Waarom speelt India niet een meer prominente rol op het wereldtoneel in een tijd dat religieuze politiek zoveel schade berokkent?
Karan Singh: We zétten in op de dialoog tussen relgies en wereldbeschouwingen, we investeren in culturele diplomatie.
Maar in het Midden-Oosten, waar religieus gemotiveerd geweld juist zo centraal is, blijft India grotendeels afwezig.
Karan Singh: In West-Azië zijn we inderdaad misschien minder actief dan we zouden kunnen zijn. Het is ook een heel moeilijk, heel bijzondere regio, met het conflict in Israël-Palestina; de invasie en bezetting van Irak, .. Eerlijk gezegd, we hebben zelf al genoeg problemen zonder dat we ons overal met die van andere landen gaan bezighouden. Al zijn we wel steeds beschikbaar. In Afghanistan, bijvoorbeeld, hebben we een flinke inspanning geleverd.
Waarom investeert India zo sterk in die culturele diplomatie?
Karan Singh: Omdat cultuur enorm belangrijk is. Je hebt de klassieke politieke diplomatie die we al duizenden jaren kennen. De economische diplomatie is betrekkelijk recent, maar wordt wel steeds belangrijker. En dan heb je de culturele diplomatie, een volkomen verwaarloosd terrein. Het belang daarvan is dat het een people-to-people diplomatie is. Als we een tentoonstelling opzetten in Brussel, of een concert organiseren, dan zijn er diuzenden burgers die daarmee te maken krijgen. India is zo rijk op cultureel vlak, dat we daar meer van willen delen met de rest van de wereld. We beginnen deze nieuwe aanpak in Brussel, omdat we de banden tussen de grootste democratie ter wereld -india- en de tweede grootste democratie -de EU- willen aanhalen om zo tot een multipolaire wereld te komen in plaats van een de huidige unipolaire wereld.
Wat is het voordeel voor India van deze culturele diplomatie?
Karan Singh: Eerst en vooral zullen al die mensen die deelnemen aan het festival een ander beeld krijgen dan het stereotiepe beeld van bedelaars en straatkinderen. Dat kan dan weer versterkend werken voor het toerisme. En ik geloof dat het ook een grondslag legt voor meer investerigen in de Indiase economie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en wordt proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur