De Bosnische babyrevolutie

Wat een maand geleden nog een kleine protestactie was aan de deuren het Bosnische parlement, groeit stilaan uit tot een nationale beweging van burgerlijke ongehoorzaamheid. De protestacties verlopen tot vandaag zonder incidenten en kunnen een kantelpunt zijn voor de politieke malaise waarin Bosnië — Herzegovina is verzonken.

  • AP/Reporters Demonstranten dragen een spandoek met het opschrift 'Persoonlijk Identificatienummer Bosnië en Herzegovina' tijdens protesten voor het Bosnisch parlement in Sarajevo, 1 juli 2013. AP/Reporters

Straatprotest in Sarajevo

6 juni, Sarajevo. Enkele duizenden betogers vormen een kring rond het Bosnische parlementsgebouw en beletten zo een duizend vijfhonderd aanwezige beleidsmakers het gebouw te verlaten. ‘Ga aan het werk!’ klinkt het voor de deuren van het parlement. Aanleiding voor het protest is een aanslepend dispuut in het Bosnische parlement over een nieuwe wetgeving inzake identiteitsregistratie.

Na een klacht van parlementsleden uit de Servische Republiek oordeelde het grondwettelijke hof in februari dat de bestaande regeling de grenzen tussen de Servische republiek en de federatie van Bosnjakken en Kroaten niet respecteert. Een nieuwe wetgeving dringt zich op maar het parlement raakt het niet eens. De Servische Republiek ijvert voor een identiteitsnummer waarbij de laatste twee cijfers de ‘etnische afkomst’ van een persoon aanduiden. Kroaten en bosnjakken willen een willekeurige nummering.

Ondertussen beschikken enkele duizenden pasgeboren kinderen niet over een identiteitskaart en toegang tot sociale zekerheid. Wanneer de media bericht over de baby Belmina Ibrisevic, die door de politieke impasse niet naar Duitsland kan worden gebracht om er een levensreddende operatie te ondergaan, ontstaat spontaan een protestactie voor het parlement. In de vroege uurtjes van 7 juni kan de politie het parlement ontzetten, nadat Valentin Inzko, de huidige internationaal bestuurder van Bosnië en Herzegovina, belooft om druk uit te oefenen op het parlement voor een snelle oplossing van het probleem.

De eerste week van het protest tracht de politiek nog snel de meubels te redden door een tijdelijke oplossing aan te bieden zodat Belmina Ibrisevic kan gered worden. Te laat: het protest duurt verder en breidt zich uit naar andere steden .’Het gaat niet enkel over identiteitspapieren, maar over hoe onbelangrijk de bevolking is voor de politieke klasse, over hoe ze ons gebruiken als een object voor hun eigen doeleinden.’ Corruptie woekert er zodanig dat zelfs de president van de federatie van Kroaten en Bosnjakken voor een tijdje in de cel verdween en wordt beschuldigd van ondermeer de omkoping van rechters.

17 juni. Berina Hamidovic, nog een baby die door het dispuut te laat naar Belgrado kan worden gebracht, sterft. Mostar, Sarajevo en Tuzla worden verlicht door duizenden kaarsjes. Studenten, gepensioneerden en jonge gezinnen blijven op straat komen met de vraag aan de politiek om het openbaar belang boven het eigen politiek belang te plaatsen dat openbare instellingen disfunctioneel maakt.

Het Nationaal Museum bijvoorbeeld, sloot na 124 jaar noodgedwongen de deuren omdat men het niet eens raakte over de subsidiëring ervan. De politiek in Bosnië heeft geen boodschap aan symbolen van nationale eenheid. Wel proberen verschillende parijen het protest te kapen door, zoals gewoonlijk, met een populistische en nationalistische retoriek met de vinger naar de overkant te wijzen.

Het antwoord van de ondertussen georganiseerde demonstranten is duidelijk: ‘Jullie zijn schuldig voor wat vandaag gebeurt, wees niet hypocriet en ga jullie werk doen! Jullie staan ten dienste van ons en niet andersom. Of een kind Mark, Mustafa, Miroslav of Branko heet, maak dat het een toekomst heeft. Het is genoeg geweest!’

Gevangen in de Akkoorden van Dayton

Het Verdrag van Dayton maakte een eind aan het bloedvergieten tussen Serven, Kroaten en Bosnjakken maar ligt gelijktijdig aan de basis voor het voortdurende falen van de staat Bosnië-Herzegovina. In Dayton puzzelde men een land samen met twee semi-autonome deelstaten die elk een eigen regering, parlement en president hebben. De twee deelstaten worden door een federaal parlement samengehouden maar Bosnië is zeker geen België in de Balkan.

De Serven kregen in Dayton hetgeen waarvoor men had gevochten en waarvoor etnische zuivering is gebruikt: een bijna homogeen en zelfbestuurd Servisch grondgebied. De federatie van Kroaten en Bosnjakken anderzijds, is zelf nog eens verknipt in tien kantons waarin men zoveel als maar kan tracht onafhankelijk te zijn van een hogere wetgever. In het federaal parlement botst elke poging tot een gemeenschappelijke besluitvorming op een muur van onwil door de zogenaamde “etnische beschermingen” gecreëerd door de Dayton-Akkoorden.

Niet verwonderlijk richt de Servische Republiek de blik meer naar moederland Servië dan er bereidheid wordt gevonden om samen te werken met de federatie van Bosnjakken en Kroaten aan een pluralistische Bosnische staat. Ook de federatie van Bosnjakken en Kroaten blijft een disfunctioneel en een ongelukkig huwelijk: de schotelantennes van Kroaten staan naar Zagreb gericht.

Servische en Kroatische politici gebruiken nog steeds dezelfde retoriek: wij willen niet in een staat leven die door de islamitische bosnjakken wordt gedomineerd. Voor de Bosnische politieke klasse is politiek niet meer of minder dan oorlogsvoering en anders dan in de buurlanden is toenadering tot de Europese Unie geen reden om de loopgraven te verlaten.

Tot 2005 bewandelde Bosnië onder de vleugels van internationaal bestuurder Paddy Ashdown de weg van hervormingen maar na zijn vertrek verzeilt Bosnië van politieke crisis in de volgende politieke crisis. De laatste regeringsvorming sleepte 14 maanden aan. De huidige internationaal bestuurder, Valentin Inzko, luidde onlangs de alarmbel voor de VN-veiligheidsraad: ‘De staat functioneert niet, de verhouding tussen de bevolkingsgroepen is slecht en de internationale gemeenschap weet nauwelijks hoe de situatie moet worden verbeterd.’ De International Crisis Group voegt er aan toe dat het land er vandaag even erg aan toe is als in 1995.

Kortom, omdat Dayton het land netjes opdeelde en elke poging tot staatshervorming mislukt, leeft de Bosnische bevolking in een gesegregeerd land waarin geschiedenis een middel is dat door de politiek wordt ingezet in media en onderwijs om het eigen gelijk te bewijzen. Een politiek die resulteert in een land dat geen identiteit meer kan verschaffen aan zijn bevolking.

De eerste dag van de protesten schrijft Azra Alkovic als reactie op een krantenkop op zijn Facebookpagina: ‘Parliament blocked … well, we have been blocked in this country for 20 years!’

Alleen Eenheid redt de Serviërs!

Het grootste deel van de betogers zijn Bosnjakken en Kroaten, op zich niet verwonderlijk. Bosnjakken hebben het meest te winnen bij een meer gecentraliseerde staat. Of beter, ze hebben het meest te verliezen wanneer Bosnië verder verkruimelt. De bosnjakken leunen niet tegen een grote broer aan die hun economisch of op een andere manier zou kunnen bijstaan. Ze zitten gekneld tussen twee bevolkingsgroepen die hun in een recent verleden vijandig gezind waren.

Een meer gecentraliseerde staat betekent uiteraard minder macht voor de Kroatische kantons en de Servische Republiek. Milorad Dodik, de president van de Servische Republiek wil dat er nog meer macht verschuift van Sarajevo naar Banja Luka. Eigenlijk is zijn mening dat de Bosnjakken en met uitbreiding het federale parlement van BiH helemaal niets te vertellen hebben in hun republiek.

Servische parlementsleden beweren dat de babyrevolutie georganiseerd is door Bosnjakse partijen met hulp van de politie als een aanval tegen het Servische volk. Dodik onderstreept nogmaals dat Serviërs nog meer autonomie nodig hebben en dat een toekomst voor BiH twijfelachtig is.

Toen de politie het parlementsgebouw had ontzet, die eerste nacht van het protest, verklaarden Servische parlementesleden zich bedreigd en geshockeerd te voelen. Een reactie die door alle nationaliteiten op hoongelach werd onthaald, de demonstranten van het eerste uur waren jonge gezinnen met hun kinderen. Toch boycotten Servische parlementairen het parlement sindsdien. Een belangrijke zitting gepland op 25 juni in het Bosnische parlement over hervormingen in datzelfde parlement werd geboycot door zowel Serven als Kroaten. Ook Kroatische politici worden de laatste jaren meer en meer seperatistisch.

De animositeit voor het protest is bij Serven kleiner, maar een aantal Serven reist toch per bus richting Sarajevo. Studenten in Banja Luka demonstreren omwille van slechte studentenvoorzieningen. Een eerste betoging werd verboden, met als antwoord een nog groter protest dat dan ook maar de corruptie en de heersende “oligarchische klasse” aanklaagt. Rajko Vasic, burgemeester en kopstuk van de grootste partij in de Servische Republiek noemde de protestanten ‘schoften en smeerlappen.’ Nog meer protest is een logisch gevolg.

Toch beweren de studenten dat ze de vraag naar een oplossing van het probleem met de identiteitspapieren steunen maar hun politici steunen in hun verzet tegen meer centralisatie van de staat. Benieuwd voor hoe lang nog. Toevallig kan de samenloop van de twee protesten niet zijn en in Servië is een politiek van haat en angst geen garantie meer op politiek succes. De studenten in Banja Luka zien hoe Servië economische hoop put uit de akkoorden met Kosovo en daaruit volgende gesprekken met de Europese Unie.

‘Dit protest is geen race maar een marathon’

In Brazilië begon het protest door het te duur openbaar vervoer, in Turkijë door enkele bomen in een park, in Bulgarije omwille van een corrupte minister en in Macedonië protesteerde men tegen de bouwstijl van een winkelcomplex. Telkens weer lijken eerder triviale aanleidingen de vonk voor massaal straatprotest. Een voortdurende economische malaise houdt dat protest brandend.

1 juli. Kroatië is ondertussen lid van de Europese Unie. De economische perspectieven van BiH worden nog slechter. Bosnië kan niet voldoen aan de strenge voedseleisen van de Unie en is een economische buitengrens geworden.

Bosnië zit nog steeds opgezadeld met een economische infrastructuur, niet veel meer dan de restanten van een oude staatsgeleide economie. Een werkloosheid van 44,4 procent en Volgens een rapport van Eurostat kent Bosnië de allerlaagste groeicijfers en consumptiecijfers van Europa inclusief Albanië, Turkijë en Macedonië.

De deadline die de demonstranten aan de politici hadden opgelegd is op 1 juli verstreken zonder een oplossing voor de identiteitsregistratie. Er is nog niks bereikt door de betogers, integendeel. Hoe meer de slogan ‘Ga aan het werk!’ te horen was op straat, hoe langer het parlementsgebouw leeg bleef.

Het protest zwelt weer aan. Er werd opgeroepen om op 1 juli een dag van burgerlijke ongehoorzaamheid te houden. Landbouwers komen voor het eerst op straat met de vraag naar een snellere toenadering tot de Europese Unie. Na een week van relatieve rust komt men in Mostar, Zenica, Banja Luka terug op straat. ‘Dit is een marathon, geen race’,zegt een vastberaden demonstrant. In Sarajevo komen bussen uit Zagreb, Belgrado, Prijedor en Srebrenica aan. De ouders van de gestorven kinderen, veteranen, ambtenaren en mijnwerkers betogen voor het parlement in Sarajevo. Er wordt muziek gespeeld en een spelletje voetbal gespeeld. ‘Kindermoordenaars!’ staat op een spandoek. De plaatselijke media hebben het steeds meer over een “Bosnische Lente”, de rest van Europa heeft nog steeds geen aandacht voor het protest.

Zonder hulp van buitenaf heeft het protest echter niet veel kans op slagen. Catherine Ashton zou in Bosnië dezelfde bemiddelende rol kunnen spelen dan ze succesvol heeft gedaan tussen Servië en Kosovo. Bosnië zelf heeft praktisch geen hervormingsgezinde politici. In 2014 zijn er verkiezingen en men kan eigenlijk niet veel meer dan hopen dat enkele politici inzien dat er toch wel wat stemmen te rapen zijn met een meer progressieve politiek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift