Dossier: 

De bovengrondse mijn

2013 was tot nu toe niet het beste jaar voor Europese recyclers van e-waste. De instroom stagneert of gaat achteruit: we blijken te lang vast te houden aan onze oude elektro, en daarbij lekt ook veel materiaal naar buiten de EU.  Toch gaat ook binnen de industrie nog materiaal verloren: indium, een metaal gebruikt in LCD-schermen, wordt amper gerecycleerd. Indium is kostbaar, maar nog niet kostbaar genoeg. Een kijk in de bovengrondse mijn.

  • Arthur Debruyne Arthur Debruyne
  • Arthur Debruyne Arthur Debruyne

De grondstoffen die nodig zijn om elektronica te maken, kan je verkrijgen op twee manieren. Ofwel graaf je een put in de grond, ofwel haal je ze uit afgedankte toestellen. Bij Galloo Recycling in Menen ontginnen ze onze afgedankte elektro. Het Belgisch familiebedrijf is uitgegroeid tot een hele groep met 53 vestigingen in Nederland, België en Frankrijk. In Menen, waar de hoofdzetel ligt, verwerkt Galloo zowat de helft van Belgische afgedankte kleine huishoudelectro en beeldbuismonitoren, jaarlijks zo’n 30.000 ton.

Elke dag worden er 15 vrachtwagens verwerkt, goed voor zo’n 120 ton: van broodroosters over oude spelconsoles tot elektrische voetbaden en microgolfovens, allemaal gaat het door de handen van enkele tientallen arbeiders. Tijdens een manuele depollutiefase wordt er het schadelijke afval uitgehaald, zoals batterijen en toners en inktpatronen van printers. Computers worden in deze fase gescheiden verwerkt, omdat het de moeite loont de printplaten, geheugenkaarten en processoren meteen te oogsten: die onderdelen met soms zichtbaar glimmend goud gaan rechtstreeks naar verwerkers zoals het Belgische Umicore die ze omsmelten tot nieuwe, secundaire grondstoffen.

 

De Zerdirator

Na de depollutie gaat het naar een ander terrein aan de Leie, pal op de grens met Frankrijk. Hier wordt ook ander ijzerschroot verwerkt, zoals autowrakken en zelfs oude telefooncabines. Over het terrein hangt een eigenaardige geur, een mix van oud ijzer en gisting: die komt onder meer van de hopen 600 kilo wegende balen samengeperste aluminiumblikjes. Omdat niet elk afval zomaar de grens over mag zonder uitgebreid papierwerk, staat er een shredder aan weerszijden van het terrein.

De e-wasteshredder — met de ietwat dreigende naam ‘Zerdirator’ — is een enorme machine die tot 40 ton e-waste per uur kan vermalen tot stukjes van enkele vierkante centimeter. De lichtere stukjes kunststof, plastiek bijvoorbeeld, worden er onmiddellijk uit gezogen; een magneet haalt de zogenaamde ferro-metalen (ijzer) eruit. Dat ijzer hangt vaak nog vast aan non-ferrometalen, zoals koper: in elektro-apparaten zitten zodanig veel materialen dat er voor het geshredderd materiaal nog een manuele sortering nodig is.

 

Achteraf is het een komen en gaan van tractoren die het geshredderde materiaal naar kades aan de Leie brengen, van waar het verder gaat naar andere Galloo-vestigingen of rechtstreeks naar kopers. Galloo doet ook zelf nog een scheiding van de non-ferro’s (koper, aluminium, zink, enzovoorts) en de kunststoffen. Dat gebeurt door middel van een hele resem technieken, waaronder kleurscheiding, of nog flotatie: één metaal blijft drijven, het ander zinkt, in een notendop. Daarna worden de materialen ingezet als nieuwe grondstoffen.

Op die manier is Galloo slechts één schakel in de hele Belgische e-schrootketen. Van enkele honderden lokale schroothandelaars aan de bodem, over een handvol grootschalige verwerkingsbedrijven met shredders zoals Galloo tot eindverwerkers als Umicore die de metalen uit elektronica omsmelten tot bruiksklare grondstoffen voor de industrie: in de Belgische e-wastepiramide pikt elke speler een klein graantje van de inkomsten mee. Daarom is het bijzonder moeilijk te bepalen hoeveel de hele sector precies verdient aan elektronisch afval.

Een afgedankte computer, veruit het meest waardevolle ‘afval’, is zo’n 12 euro waard. De edele metalen in één gsm zijn net iets minder dan 1 euro waard. Andere toestellen, met name koel- en vriesapparaten, zijn dan weer een kostenverhaal, gezien de verwerkingskost van koelvloeistoffen. De “officiële” inzameling door de vzw Recupel van de meer waardevolle stromen ligt dan ook beduidend lager dan bij zo’n kostenfracties: in oude computers zijn alle marktspelers wel geïnteresseerd.

Minder consumptie, minder recyclage

2013 was tot nu toe een moeilijk jaar voor Galloo, zegt directeur onderzoek en ontwikkeling Luc Waignein. ‘Heel de sector ziet af dit jaar. Dat komt door twee fenomenen. De economie slabakt: er is een dalende vraag bij de staalfabrieken, aan onze verkoopzijde. Daarbij is er ook een overcapaciteit van installaties: er staan vandaag meer shredders in België dan enkele jaren geleden. Iedereen moet dieper en dieper gaan zoeken naar materiaal en daardoor moeten we alsmaar meer betalen om aan hetzelfde materiaal te geraken. Dus duurder aankopen en aan de verkoopzijde prijsdruk leiden ertoe dat onze winstmarges serieus verminderd zijn.’

‘Wat ook meespeelt is minder consumptie. Dat zien we vooral bij autowrakken: dit jaar zijn er merkelijk minder binnengekomen. Maar ook bij huishoudelektro: die stroom stagneert sinds 2013, waar we er vroeger jaarlijks vijf tot zes procent op vooruitgingen. In de ons omringende landen gaat het zelfs vijf tot tien procent achteruit. De mensen zeggen: “De tv speelt nog, we gaan er nog een jaartje mee verder. Onze wasmachine draait nog, we vervangen ze nog niet.” Twee à drie jaar geleden zou men gezegd hebben: “Hop, een nieuwe flatscreen en vooruit ermee.”’

Die verminderde consumptie merk je aan de grootte van de vele schroothopen die het decor van de site in Menen vormen. Waar er vandaag één of twee echt bovenuit torenen, zijn dat er in betere tijden heel wat meer.

Lekkende stromen

De Europese Unie maakt zich ondertussen zorgen om de veiligheid van haar secundaire grondstoffen, vervat in onze oude computers en televisies. De verwerkingscapaciteit van de recyclage-industrie is groter dan de instroom van elektronisch afval, al produceert de EU jaarlijks zo’n 10 miljoen ton e-waste, goed voor 400.000 grote zeecontainers.

De herziening van de Europese richtlijn over afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), die begin volgend jaar in België geïmplementeerd wordt, moet ervoor zorgen dat de officiële inzameling van ons elektronisch afval de komende jaren aanzienlijk omhoog gaat. Naast milieu-overwegingen, is die richtlijn hoofdzakelijk ingegeven door economische belangen. De toevoer voor de urban mine moet en zal binnen Europese grenzen blijven. Er wordt gevreesd dat Europese recyclagebedrijven niet verder zullen investeren in recuperatietechnologie zonder bevoorradingszekerheid.

Recupel schat dat het zowat de helft van al het afgedankt materiaal inzamelt dat in België op de markt komt. In 2012 ging het om 111.947 ton. De andere helft komt terecht in een grijze zone. Een deel wordt buiten de officiële kanalen toch nog aan erkende verwerkers aangeboden. Een ander stuk van de taart wordt uitgevoerd naar recyclagebedrijven in buurlanden: die overcapaciteit leidt tot hevige concurrentie onder recyclagebedrijven. Nog een ander deel wordt uitgevoerd naar buiten de EU, legaal of illegaal.

‘Dat gaat niet alleen over hele toestellen, maar ook voorbehandelde onderdelen: printplaten, batterijen, enzovoorts. Die lekstromen zijn wel degelijk een reële bezorgdheid voor de Europese recyclage-industrie’, zegt Christian Hageluken, directeur Europese beleidszaken bij Umicore. ‘Echt betrouwbare cijfers over die exportstromen zijn er weinig voorhanden. Maar er zijn indicatoren: zo komt er veel minder afgedankt materiaal op de recyclagemarkt dan er volgens berekeningen zou moeten zijn. Ten tweede zie je in landen als Ghana, Vietnam, Cambodja, China, enzovoorts, enorme volumes binnenkomen. Ten derde zitten er veel lekken in inzamelsystemen. In België zit dat op het eerste zich wel redelijk goed, maar voor de rest van Europa zijn er aanzienlijke lekken.’

Indium

Toch gaat ook binnen de Belgische recyclage-industrie nog materiaal verloren. Neem een LCD-televisie. Die wordt voor zo’n 90 procent gerecycleerd, dat wil zeggen dat de materialen eruit terug in de productiecyclus terechtkomen. Een deel van die 90 procent wordt ook nog gebruikt als alternatieve brandstof: zo wordt onder meer laagwaardig rubber uit e-waste verbrand met energierecuperatie.

Andere grondstoffen uit afgedankte elektro gaan echter nog altijd onherroepelijk verloren, en belanden soms nog steeds op het stort. Indium, bijvoorbeeld, een metaal dat in de vorm van indium-tinoxide in LCD-schermen gebruikt wordt, als een transparante elektrische geleider. Zo’n 75 procent van de wereldproductie van indium gaat naar LCD-schermen, in tv’s en monitoren, fototoestellen, tablets, enzovoorts. Daarvan wordt nagenoeg niets gerecycleerd.

Indium is een bijproduct van de ontginning van onder meer lood en zink. Veruit de grootste bevoorrader van indium is China, met achterop Japan en Canada. Europa is daarom afhankelijk van de invoer van indium voor industriële toepassingen, en dat heet een mogelijk bevoorradingsrisico te zijn. Bovendien zou de vraag naar indium verachtvoudigen tegen 2030, onder meer door toepassingen in zonnepanelen. Omdat indium daarbij nog eens amper gerecycleerd wordt, heeft de EU het goedje dan ook bestempeld als één van veertien ‘kritieke’ metalen.

Indium in LCD’s komt voor in zodanig kleine hoeveelheden — een tot twee gram per vierkante meter scherm — dat het moeilijk te recupereren valt. De prijs van indium schommelt momenteel tussen 600 en 700 dollar per kilo. Als je daarbij rekent dat er vandaag nog altijd veel meer beeldbuistv’s en monitoren afgedankt worden dan LCD’s (ongeveer 95 tegenover 5 procent), dan is de kost om indium te recupereren te groot ten opzichte van de eventuele omzet uit recuperatie. Indium is kostbaar, maar (nog) niet kostbaar genoeg, met andere woorden.

‘De hoeveelheid indium in de afvalstroom ligt op jaarbasis belachelijk laag’, zegt Luc Waignein. ‘Dat gaat over enkele honderden kilo’s. De waarde daarvan is een paar tienduizenden euro’s. Daarvoor kun je geen installatie bouwen. Bovendien is er nog geen technologie voorhanden om het genoeg te concentreren om het überhaupt verkocht te krijgen. Dus zowel technisch als economisch is dat zeer, zeer lastig. Er wordt wel onderzocht hoe dat in de toekomst herwonnen kan worden, maar voorlopig staat dat nog in de kinderschoenen.’

Umicore recycleert daarentegen wél indium uit de LCD-schermen van gsm’s, zij het in zeer beperkte hoeveelheden. Het metaal belandt sowieso in het recyclageproces en wordt ook herwonnen omdat de recuperatiekost in dit geval meer dan gedekt wordt door de herwinning van andere edele metalen zoals zilver en goud.

In een oude papierfabriek in Tisselt verwerkt Apparec, onderdeel van afvalreus Van Gansewinkel, de andere helft van Belgische LCD’s. ‘Wat indium betreft, zitten we nog helemaal op nul’, zegt sitemanager Dennis Hegmans. ‘LCD-recyclage is nog volop in evolutie. Iedereen is nog goed op zoek naar de manier om daar veel geld aan te verdienen, iedereen zit daarop te broeden. Het probleem is dat je momenteel nog te weinig tonnages hebt: het is nog niet interessant om grote risico’s te nemen en grote investeringen te gaan doen.’

Verloren goud

Naarmate laptops, tablets, smartphones, enzovoorts, compacter worden, wordt een optimale materialenrecuperatie ook moeilijker. Door stijgende grondstofprijzen zijn fabrikanten ook efficiënter gaan omspringen met grondstoffen. Goud, bijvoorbeeld: waar er op de meest rijke printplaten enkele jaren geleden tot 300 gram — ofwel zo’n 10.000 euro — per ton te vinden was, is dat vandaag 150 gram en soms minder.

Die miniaturisatie leidt ertoe dat grondstoffen verloren gaan. ‘De productie zit vandaag zo in elkaar dat er te weinig rekening wordt gehouden met de afvalfase’, zegt Tom Duhoux. Hij werkte vroeger in de recyclage en is vandaag duurzaamheidsconsultant.

‘Door de hoeveelheid goud in elektronica te verlagen, wordt het lastiger om dat er in het recyclageproces uit te halen. Als printplaten de shredder ingaan, komt het goud daarin zowat in alle verschillende fracties terecht. Beetje goud in de kunststof, beetje goud in het metaal, enzovoorts. Op de lange duur verdwijnt dat goud gewoon. Het feit dat grondstoffengebruik aan de kant van de productie efficiënter wordt, gaat verloren in de realiteit van de recyclage-industrie.’

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3106   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift