De Braziliaanse bug

Begin dit jaar tergden de weergoden Brazilië met stormregens, overstromingen én droogtes. Voor die overmaat van ramp durfden de Brazilianen de hemel niet te verketteren, maar ze vervloekten wel de cynische beursgoden die hen de maanden daarvóór tot wanhoop hadden gedreven
Toen in december 1999 Brazilië overeind kwam na een zware beurstornado, keek het land uit naar de WTO-top in het Amerikaanse Seattle. In de hoop daar meer vrijhandel, nieuwe contracten en rechtvaardigere afspraken te kunnen afdwingen. Maar in Seattle onderhandelden Europa, de VS en Japan zo defensief dat Brazilië zoals de andere ontwikkelingslanden met lege handen naar huis terugkeerde. ‘Pure hypocrisie’ en ‘gemeen dubbelspel’ noemden ze het. Na de inspanningen om de gesloten economie van hun land open te breken, voelden ze zich door het Westers en Japans zoveel protectionisme bedrogen. ‘De Toyotas en Hondas rijden al lang door onze straten, maar Japan blokkeert nog altijd de uitvoer van onze sojaolie,’ schreef economisch commentator César Nogueira.



De sambacrisis

De mislukking van Seattle maakte van 1999 helemaal een rampjaar. De eerste dagen al van dat jaar greep Brazilië, na de beurscrisissen in Zuidoost-Azië en Rusland, angstig naar zijn economische hart en de portefeuille die daar bovenop zat. Soepel inspelen op de financiële wereldmarkten, het blijvend aantrekken van vreemde kapitalen en zo goed mogelijk de speculatiegolven vanuit Zuidoost-Azië en Rusland opvangen, de voorzorgen om een dramatische devaluatie van de real te vermijden, waren een maat voor niets. De beurzen in São Paulo en Rio begonnen te hyperventileren. Op 13 januari 1999 beleefde Brazilië een ‘Zwarte Woensdag’ toen de real met 8 procent devalueerde. Net als Thailand, Indonesië en Rusland werd ook Brazilië slachtoffer van de internationale speculatiekoorts.

De Minister van Economische Zaken en de gouverneur van de Centrale Bank ijlden naar Washington. Ze pingelden bij de Amerikaanse schatkist en het Internationaal Muntfonds om extra geld en bedelden voor een bewijs van ‘economisch goed gedrag’ om daarmee nerveuze, buitenlandse investeerders gerust te stellen en te verhinderen dat die Brazilië spoorslags zouden verlaten. Washington verbond aan het steunpakket van 41 miljard dollar voorspelbare, maar keiharde voorwaarden: hogere belastingen, verminderde overheidsuitgaven en hoog aangehouden rentevoeten. Waarmee één vicieuze cirkel doorbroken werd door er een andere te openen.



Wie de schuld treft

Een wanhopige makelaar uit São Paulo vertelde kort na de duik van de real: ‘Brazilië had nog nooit zo een verantwoordelijke regering, de conjunctuur was nog nooit zo goed en nu overkomt ons dit!’ Dezelfde verontwaardiging deelt professor economie Michel Chossudovsky: ‘Geldmanagers in Wall Street bepaalden de Braziliaanse macro-economische agenda. Als speculanten zijn ze uiterst bedreven het manipuleren van de wereldmarkt. Dat is een moderne vorm van piraterij.’ Na de memorabele Zwarte Woensdag liet Wall Street veertig miljard dollar uit de Braziliaanse staatskas wegvloeien. Die dollars verdwenen in de privé-koffers van Westerse banken of op overzeese dollarrekeningen van de Braziliaanse financiële elite. Niet de parlementsleden in Brasilia of de bankiers van Rio en São Paulo betaalden het gelag voor het financieel debacle. Wél de miljoenen werklozen, landloze boeren en arbeiders en hun vrouwen en kinderen die -ook al vóór de sambacrisis- moesten zien te leven met afslankende budgetten voor gezondheidszorg, huisvesting en onderwijs. ‘De devaluatie van het leven versnelt dagelijks in de grote Braziliaanse steden, in het bijzonder in São Paulo,’ meldt correspondent Mario Osava aan het persagentschap IPS-Vlaanderen.

Niet verwonderlijk dus dat de Braziliaanse verontwaardiging over de financiële crisis en Seattle zich ook keert tegen de eigen regering die gedwee de orthodoxie van de vrije markt volgt. Samen met het cynisme van de beursgoeroes was politieke onwil oorzaak van de ellende waarmee de meeste Brazilianen het jaar 2000 ingingen. Ondanks de drie en een half miljoen mensen op het strand van Copacabana in de Silvesteravond bleef Brazilië als achtste economische macht ter wereld tegelijk op één na het meest ongelijke land ter wereld. Op een symbolisch Tribunaal in Rio de Janeiro, georganiseerd door verschillende groeperingen uit de burgermaatschappij waaronder de Bisschoppenconferentie en de Beweging van Landloze Boeren, luidde het verdict: ‘De regering beschouwt het financiële systeem als een doel op zich en offert daar sociale uitgaven en binnenlandse investeringen aan op. Wij pleiten voor een eenzijdig moratorium in onze relatie met het Internationaal Muntfonds en een strengere controle op de wisselkoersen om de speculatie af te remmen.’



Een virtuele oplossing

Net vóór Seattle publiceerde de regering Cardoso een memorandum over haar economische politiek waarin voorzichtig optimisme de toon voerde. Niet ten onrechte: de economie was met 0,4% gegroeid en niet -zoals gevreesd- met vijf procent gekrompen. De vorig jaar doodsbange beleggers haalden hun hartje opnieuw op. Toch was het memorandum uiterst gereserveerd over de monetaire evolutie: ‘Brazilië is niet immuun voor schokken op de internationale financiële markten maar probeert zijn kwetsbaarheid te verminderen.’ Analisten merkten daarbij op dat het herstel eerder aan externe factoren (de toegenomen vraag naar en prijsverhoging van grondstoffen) dan aan structurele veranderingen te danken was. Dat laat aanvoelen hoe kortademig het herstel wel eens zou kunnen zijn. Beursdalingen in de Verenigde Staten in januari 2000 leidden onmiddellijk al tot onrust in São Paulo.

Die afhankelijkheid van buitenlandse investeerders en transnationale ondernemingen vormt uiteindelijk de achillespees van de Braziliaanse economie. Nadat de jongste jaren al drie grote banken in vreemde handen overgingen, komt in mei ook de zesde grootste bank van het land, de Staatsbank van São Paulo, onder de privatiseringshamer. De Banespa is 13 miljard dollar waard. De Braziliaanse beurs reageerde euforisch, de drieëntwintig duizend werknemers van Banespa zien de toekomst bang tegemoet. Over dat Braziliaanse dilemma schrijft Cândido Grzybowski, directeur van het onderzoekscentrum IBASE in Rio de Janeiro: ‘Onze autoriteiten en technici hebben de millennium bug prachtig opgevangen. Blijven nu nog de bug van de wanhoop en de bug van de sociale uitsluiting. Met de virtuele wereld hebben onze leiders geen problemen, maar waarom springen ze zo achteloos om met de bug van het leven? Misschien omdat zware regenbuien en droogtes geen vat hebben op bankrekeningen, beursoperaties, vliegtuigreizen en satellietgesprekken.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift