De charme van een instrument

De Cultuurprijs Stad Gent gaat dit jaar naar Osama Abdulrasol. De erkenning versterkt voor de componist en producer uit het Iraakse Babylon nog meer het thuisgevoel dat Gent hem altijd al gaf. ‘Ik heb mijn vaderland verlaten en in Gent een nieuw vaderland gevonden’, zegt de gelauwerde qanoenspeler.

  • Bart Lasuy Osama Abdulrasol. Bart Lasuy

‘“Wat is het verschil tussen hier en daar?”, vroeg een vriend me ooit. “Simpel”, zei ik. “Hier zijn mensen en daar zijn mensen. Hier zijn er gebouwen en daar zijn er gebouwen. Het enige verschil is dat ze daar van rechts naar links schrijven, en hier van links naar rechts”’, lacht Osama Abdulrasol, terwijl hij uit zijn keukenkast een doos theezakjes neemt. En hij vertelt verder. ‘Hier stoppen de auto’s om je te laten oversteken. Daar moet je vechten om de andere kant van de straat te bereiken. Hier begroet een man een vrouw door een kus op de wang. Dat is daar onvoorstelbaar. Ginder kussen mannen elkaar op de wang. Dat is hier weer heel raar.’ Osama heeft zijn punt gemaakt. Hij is in de omgekeerde wereld terecht gekomen.

Osama Abdulrasol is in 1997 naar België gevlucht. Saddam Hoessein was nog aan de macht in Irak en het systeem van verklikking dat hij had opgezet maakte het leven voor veel mensen ondragelijk. ‘Het leven was een georganiseerde chaos’, vertelt Osama. ‘Je hoefde zelfs niet aan politiek te doen. Iedereen die dacht was een gevaar voor het regime en moest voor zijn leven vrezen. Men kon op elk moment en zonder enige aanleiding opgepakt en opgesloten worden of gewoon van de aardbol verdwijnen. Verklikken was een nationale sport. Men kon daar veel geld mee verdienen.’ En dus was vluchten op een bepaald moment de enige uitweg voor Abdulrasol. De bestemming was niet van belang. ‘Als je vlucht, wil je weg. Het maakt niet uit waarnaartoe, als je maar weggeraakt.’

België was een logische bestemming om de eenvouwdige reden dat Osama hier broers had. Hij belandde eerst in Antwerpen. Na een viertal maanden werd hij uitgenodigd door een Tunesische vriend om een paar dagen bij hem in Gent door te brengen. ‘Gent was liefde op het eerste zicht’, zegt Abdulrasol. Sindsdien woont hij daar. Dat hij nu door de stad gelauwerd wordt, raakt hem. ‘Ik was verrast toen ik dat hoorde. Ik weet niet welke criteria ze hanteren maar ik heb begrepen dat dit een belangrijke erkenning van de stad is en dat het de eerste keer is dat die uitgaat naar een persoon van vreemde origine. Voor mij is dit schitterend. Gent heeft me vanaf de eerste dag omarmd en een nieuw vaderland geschonken.’

Osama Abdulrasol is nooit meer naar Irak teruggekeerd. Zijn ouders heeft hij in zestien jaar tijd slechts twee keer gezien. Eén keer in België. Dat was in 2002 of 2003, hij herinnert het zich niet zo goed. En Èén keer in Syrië. Dat was in 2006. Een jaar later stierf zijn vader –hij heeft nooit geweten dat Osama muzikant is.

Niet zonder enige fierheid toont Osama op zijn gsm een foto van zijn grootvader. Hij was een vooraanstaande sjiitische geleerde met een belangrijke positie in Karbala. Osama zelf is geboren in Babylon maar groeide op in Karbala. Muziek was er niet toegelaten –niet alleen thuis maar nergens in de heilige stad. ‘Er is zelfs geen cinema in Karbala, laat staan een concertzaal’, zegt Osama. ‘Het enige wat er is, is een cultureel centrum en dat komt omdat de staat in elke stad een cultureel centrum had opgericht.’

Interesse voor muziek had Osama van kleins af aan maar dat moest hij geheimhouden. En dus ontwierp hij zelf een eigen instrument, met de pot die zijn moeder gebruikte om deeg te maken, een paar stokken en andere huishoudelijke voorwerpen. In het cultureel centrum waar hij aanklopte, kreeg hij amper les. De leerkracht liet hem in de gang zitten en gaf hem een saxofoon. ‘De leerkracht was uit Iran afkomstig en geloofde niet dat iemand in Karbala muziek zou kunnen spelen’, zegt Osama. Maar toen de leerkracht hem de melodie van een lied van de bekende Mohamed Abdelouahhab hoorde spelen, zei hij: “Jij wordt muzikant.”’

En daar stopt het verhaal van de opleiding van de qanoenspeler, althans wat de jeugdfase betreft. Later, als volwassene, studeerde Osama klassiek gitaar in Groot-Brittannië. Maar eigenlijk heeft hij alles zelf geleerd, zegt hij. Het maakte voor hem niet uit welk instrument hij in handen kreeg –als het maar klanken produceerde. Stijl? Alles wat mooi klonk, trok zijn aandacht. Osama beschikt over een groot vermogen om geluiden te absorberen en ze te deconstrueren. En zo maakte hij zijn eigen muzikale theorieën.

Als kind luisterde Osama graag naar de recitatie van de koran, waarmee de Iraakse televisie haar programma’s opende. Later ontdekte hij heel wat muziekstijlen. Hij ging moeiteloos van het ene genre over naar het andere, zonder het goed te beseffen. ‘Ik hoorde Paganini. Ik vond het leuk zonder te weten dat het Paganini was. Ik hoorde jazz en ik vond het prachtig, maar dat dit jazz was en dat klassiek wist ik niet. Dat soort zaken kende ik gewoon niet.’ Precies dat heeft zijn muzikale bagage en achtergrond verrijkt. Voor hem zijn er geen grenzen. Van flamenco tot experimentele muziek, alles kan en alles is de moeite waard om beluisterd en gespeeld te worden. Intuïtie is dan ook zijn uitgangspunt. Dat was vroeger zo en vandaag niet anders. ‘Ik hou niet van pre-conceptualisering. Kunst moet intuïtief zijn.’

Osama Abdulrasol speelt qanoen. In de Arabische wereld is dat instrument niet zo populair als pakweg de oud (luit). Het aantal mensen dat qanoen speelt, is erg beperkt. Niet dat dat de reden is waarom Osama voor de qanoen heeft gekozen. ‘Oud is warm van klank. Qanoen heeft charme’, zegt hij. ‘Het is een intellectueel instrument dat technisch ingewikkeld is. De vorm van het instrument primeert op de compositie. Je begint eerst met je linkerhand te werken en pas daarna met je hoofd. De klankmogelijkheden bij qanoen zijn groter dan bij luit of gitaar. En het is dat technische aspect dat verklaart waarom zo weinig mensen ervoor kiezen.’ De qanoen telt 78 snaren die op een brug leunen. Osama: ‘De brug steunt op een stuk leder. De warmte doet het leder uitrekken en dus moet je elke keer die 78 snaren in orde brengen. Niet bepaald aanmoedigend. In Turkije zijn ze slimmer geweest. Daar gebruikt men leder afkomstig van rog en dat is minder gevoelig aan temperatuurverandering.’

Osama vindt dat het in de hedendaagse kunstscene aan originaliteit ontbreekt. Het is alsof alles al gezegd, geschreven en gecomponeerd is. ‘Als je naar alle genres kijkt, van muziek over mode tot interieur, zie je alleen maar een herkauwing van wat al bestaat.’

Voor Abdulrasol is moderne kunst een collectieve kunst. Het is slechts een samenstelling van verschillende ervaringen en verschillende invloeden, van zaken die al bestaan. Dat kan iets moois opleveren, maar origineel is het niet. Het is niet iets nieuws zoals kubisme of surrealisme dat waren. Het is geen echte creatie van een nieuw genre.

Succes is voor Osama de kans die hij kreeg om te reizen, samenwerkingen aan te knopen, nieuwe ervaringen vanuit verschillende muzikale tradities op te doen om ze vervolgens op zijn eigen manier weer te geven. Elke samenwerking was voor hem een nieuwe en een intense belevenis. Osama Abdulrasol heeft samengewerkt met een hele resem bekende kunstenaars. Hij componeerde muziek voor films, theaterstukken en liedjes. En hij heeft op uiteenlopende plaatsen in de wereld met verschillende groepen opgetreden. Het lijstje met samenwerkingen is indrukwekkend: de Filharmonie van Antwerpen, het Vlaams Radio Orkest, performer Sidi Larbi Cherkaoui, Wannes Van de Velde, de Britse zanger Tom Robinson, zangeres Vera Coomans, wereldmuziekgroep Olla Vogala, de Libanese comédienne Jahide Wehebe, de Portugese zangeres Lula Pena, de Turks-Gentse Melike… Maar je eigen band, daar kan niets tegen op. Het Osama Abdulrasol kwartet beschouwt hij als de top. ‘Ik ben een gezegend man.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift