De cocaïnejungle

Onder het dichte bladerdek van het Colombiaanse Amazonewoud schuilen gesofisticeerde laboratoria. Cocabladeren worden er gemarineerd in een toxische, chemische brij om uiteindelijk richting wereldmarkt te vertrekken in de vorm van het witte poeder dat zo’n opgang maakt in Europese en Amerikaanse discotheken. Welkom in de frontlinie van de cocaïne-oorlogen.
In de Blackhawk helikopter zitten zestien commando’s, gewapend met automatische geweren, granaatwerpers en kratten vol C4-explosieven. De Junglas zijn een elite-eenheid van de Colombiaanse Nationale Politie, belast met het vernietigen van drugslaboratoria. Vanuit de helikopter zie je alleen maar eindeloze schakeringen van groen, rollende heuvels, overstroomde rivieren en zo nu en dan een zandweg.
De vluchtroute vermijdt bewust bevolkte regio’s: de inwoners willen weleens een telefoontje doen naar de drugslaboratoria om hen te waarschuwen dat de flikken eraan komen. Binnenin de heli zit echter het geheime wapen van de Colombiaanse Nationale Politie: een informant. Hij brengt het gezelschap naar zijn vroegere werkplek:een cocaïnelabo dat zo’n ton cocaïne per week kan produceren –een fortuin waard. 
In dit deel van Colombia wordt de cocaïneproductie georganiseerd door de Fuerzas Armadas Revolucionarios de Colombia (FARC), opstandelingen die hun oorspronkelijk marxistische ideologie ingeruild hebben voor een succesvolle marketingstrategie voor cocaïne. De overheid schat de opbrengst van de cocaïnehandel voor de FARC op een jaarlijkse tweehonderd miljoen dollar. Met dat geld financieren ze de bewapening van hun duizenden strijders die politiestations aanvallen en rijke Colombianen kidnappen. Na de bevrijding van Ingrid Betancourt blijven er nog zo’n zevenhonderd gijzelaars achter in de jungle.
Vijf jaar geleden waagde bijna niemand zich op de snelweg tussen Bogota en Medellin. ‘Colombianen hadden het gevoel dat ze als gijzelaars vastzaten in hun eigen land’, zegt Guillermo Galdos, de legendarische Peruviaanse journalist die een bijzonder diepgaande kennis heeft van de cocaïnehandel. ‘Maar de dagen van Pablo Escobar zijn lang voorbij’, besluit hij. Escobar was in het midden van de jaren tachtig hét symbool van de macht van de Colombiaanse drugskartels. Hij was tegelijk playboy, wietfanaat (hij gebruikte zelf bijna nooit cocaïne) en psychopaat, maar hij slaagde er wel in om de informele cocaïnebusiness om te vormen tot een sterk georganiseerde miljardenindustrie.
Hij bood zelfs aan om de volledige buitenlandse schuld van Colombia af te betalen –zo’n tien miljard dollar op dat moment. Als bewijs dat die tijden definitief voorbij zijn, geldt de snelle daling van het aantal moorden per dag –een daling die nog groter was dan de economische groei, die voor de economische crisis schommelde tussen vier en zes procent. Een opvallend groot deel van de Colombianen steunt dan ook de harde aanpak van de drugshandel door hun president –ook al heeft Alvaro Uribe daarmee veel vijanden gemaakt in de rest van Latijns-Amerika.
Het Colombiaanse leger heeft een bijzonder slechte reputatie op het vlak van mensenrechten. De Colombiaanse politie verdient duidelijk meer respect. Net voordat de Junglas een cokelabo gaan opblazen, duikt er plots een vrouw op uit het oerwoud. Ze stapt recht op de commando’s af en vraagt of ze de kleren van de arbeiders uit het lab mag weghalen. Ze krijgt vijf minuten van de Junglas om de spullen –slaapzakken, scheermesjes, …– uit de hut te halen. Daarna besluiten de commando’s dat ze het hutje niet zullen vernietigen, omdat het enkel dienst doet als verblijf voor arbeiders. Ze willen geen Vietnam-beelden creëren. Liever leggen ze de vrouw uit dat ze ander werk moet zoeken gezien de laboratoria illegaal zijn.
De Verenigde Staten hebben de voorbije jaren bijna drie miljard dollar uitgegeven aan de bewapening van de Colombiaanse veiligheidsdiensten. Toch noteerden de VN vorig jaar nog een stijging van de cocaïneproductie met dertig procent. In 2008 kreeg het land wel een pluimpje van het VN-Kantoor voor Drugs en Misdaad (UNODC), omwille van de volgehouden strijd tegen de criminele netwerken.
Toch stelt professor Brice De Ruyver, criminoloog aan de UGent en specialist inzake drugsbeleid, kritische vragen bij de Colombiaans-Amerikaanse aanpak: ‘De grote slachtoffers zijn de Colombiaanse cocaboeren die hun velden kaalgespoten zien en wier levensonderhoud wordt afgenomen zonder dat er een alternatief in de plaats wordt gesteld. De EU kiest gelukkig voor een meer duurzame oplossing, waarbij substitutieteelten een gefavoriseerde toegang krijgen tot de Europese afzetmarkt.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift