De dorst is groot

Aman iman, water is leven. Het is een populair gezegde in Niger en alle landen van de regio met die onheilspellend klinkende naam Sahel. Voor dat water moet men in Niger ver en diep gaan. Hans van Scharen bericht over ‘s lands hoop in droge tijden.
In de Sahara besef je dat tijd en ruimte rekbare begrippen zijn. Elke keer als je denkt dat je nu écht het absolute niets, het totaal verlaten deel van deze beangstigend grote woestijn hebt betreden, daar waar leven quasi onmogelijk is, duikt er in de verte plots een dromedaris op, of een ezel, en nog een, en dan enkele Touaregs. Mensen als woestijnbomen. Even taai, even bestand tegen de eenzaamheid en de droge, warme wind. En net als de bomen in gevecht met het constante gebrek aan water. 
Niger, is volgens de VN-statistieken het armste land ter wereld. Men heeft er aan drie zaken géén gebrek: zon, ruimte en zand. Bijna driekwart van dit enorme land bestaat uit verschillende soorten woestijn. Voor de rest is er een gebrek aan alles. De gemiddelde levensverwachting van de bevolking is 49 jaar. Er wonen in totaal naar schatting 13 miljoen mensen, waarvan ruim 80 % op het platteland. Ruim zestig procent leeft van (veel) minder dan een dollar per dag. In Niger overleven miljoenen mensen met praktisch niets. Maar zonder water overleeft zelfs de allerarmste, koppige overlever niet. Vooral in het droge seizoen –dat hoe langer hoe meer het hele jaar duurt– is water een constante zorg. 
Als we even stoppen op een enorme vlakte – op een uurtje van de provinciale hoofdstad Agadez – duiken plots, ook weer uit het niets, enkele kinderen op. Met een schoonheid waar menig fotomodel jaloers op zou zijn. Maar ook met dorst. Als we enkele meergranenkoekjes en snoepjes uitdelen, gebaart het oudste meisje dat ze liever wat te drinken zouden hebben.
Geen champagne voor deze fotomodellen, laat staan stromend water. Reizend door de Sahel vraag je je voortdurend af hoe het kan dat mensen in deze ongenadige omgeving weten te overleven. Volgens Hassan Sanda van Unicef Niger heeft in de stedelijke gebieden zowat de helft van de mensen toegang tot drinkwater. Dat betekent concreet één waterpunt per 250 mensen. Op het platteland is dat amper dertien procent. 
In het ogenschijnlijk uitgestorven dorpje Amatartar –gelegen in de enorme regio Tchintabaraden– maken enkele vrouwen zich klaar om met hun ezels achttien kilometer verderop hun jerrycans met water te gaan vullen. En daarna weer achttien kilometer terug. In de zomer een helse tocht. De mannen trekken rond met het vee, hun enige bezit. Desondanks werd er een schooltje gestart, in een veredelde hut. Maar daar komt inmiddels bijna geen kind meer: er zijn geen middelen om de school van eten en water te voorzien. En dus helpen de kinderen mee in de dagelijkse overlevingsstrijd. Her en der getuigen verdroogde, traditionele waterputten van een harde realiteit.      
In het Peul-dorp Ikadi, even verderop worden we als helden ontvangen. Enkele meereizende leden van Unicef en Rotary België hebben beloofd om hier een nieuwe watervoorziening te financieren. Door tot op een diepte van 450 meter te boren, moeten ze direct toegang tot drinkwater krijgen. Verderop is wel een waterput. Die kwam er in 2001, het jaar waarin de ongeveer duizend veehouders van Ikadi hun nomadenbestaan opgaven. Het werd steeds moeilijker om water te vinden. Helaas voldoet de gecementeerde waterput –gefinancierd door de Nigerese overheid– niet.
Ezels zijn minutenlang bezig om een waterzak omhoog te trekken. Wat bovenkomt is waterige, zwarte drab, op zijn best drinkwater voor het vee. Een moskee hebben ze hier wél: enkele stenen in het zand bakenen de bidplaats af. Roumar Ayaha, burgemeester van de regio Tchintabaraden: ‘We reinigen ons hier ritueel met zand in plaats van met water. Dat is om te drinken. En dan zeggen sommigen dat we daarom slechte moslims zijn!’ 
Ayaha wijst naar een jongen en een meisje. Ze leiden ezels die water omhoog trekken. ‘Waarom sturen ze hen niet naar school?! Dit hier betekent dat de armoedeproblematiek wordt verlengd. Want ze zetten nu alleen in op hun vee. Eén ernstige droogte en ze zijn in één klap al hun rijkdom en hun buffer tegen de honger kwijt. Alleen schoolgaande jeugd kan ontwikkeling brengen.’ 
Maar om kinderen naar school te laten gaan, heb je op zijn minst water nodig. Sanda: ‘Water is prioritair in elk ontwikkelingsprogramma. Als je op het vlak van gezondheid of onderwijs iets wilt bereiken, dan is water essentieel.’

De heilige pomp


Dat water voor een lokale gemeenschap welvaart is, zien we in het dorp Kaou. Vol  trots en in vol ornaat presenteert de gemeenschap – bestaande uit Touareg, Peul en Haussa – zich rond hun ‘miniwaterstation’. Sinds 2001 wordt hier water op een diepte van 446 meter opgepompt. Het water wordt deels opgevangen in een reservoir van dertig kubieke meter en via drieduizend meter leidingen verdeeld over het dorp. In totaal 35.000 mensen kunnen zich aan negen verschillende verdeelpunten bevoorraden.
Kosten: 290.000  euro, betaald mede door de EU. Vol trots stelt het beheerscomité van het dorp zich voor. Zij beheren de installaties en het geld. De waterpomp, die op de hoogste plek van het dorp ligt en omringd is door een hekwerk, lijkt wel een heiligdom. Elke maand legt het beheerscomité verantwoording af over inkomsten en uitgaven: ‘Er staat vijf miljoen CFA (7622 €) op de bank. Voor als er iets kapot gaat.’
‘Vroeger moest ik elke dag zes kilometer lopen voor water,’ zegt Hadegatou, een oude Peul-vrouw die met haar ezeltje op weg is naar een ‘fontein’. ‘Nu heb ik meer tijd voor andere dingen. Hoewel er hier soms ook wel lange wachttijden zijn hoor.’ Een kwartier later heeft ze haar jerrycans voor 15 CFA (2 eurocent) gevuld.  
Eén Europeaan gebruikt gemiddeld 100 liter water per dag, hier is er voor een hele familie én hun vee gemiddeld 80 liter water beschikbaar. Dat is niet veel, maar de toevoer is gegarandeerd en dat betekent bestaanszekerheid. Ook als de traditionele putten droogvallen, is er water. De lokale schooltjes draaien goed en er is landbouw. ‘Het aantal met gebrekkige hygiëne gerelateerde ziekten is gedaald,’ zegt de voorzitter trots.
Maar met 500 CFA (76 eurocent)  per kubieke meter is het water in Kaou wel duur, stelt Abdel – onze Touareg-gids: ‘In Agadez betalen we maar 125 CFA ( 20 eurocent) per kubieke meter. Je moet weten dat mensen die geen werk hebben nog geen 50 CFA (6 eurocent) op een jaar verdienen.’ Net als enkele andere gesprekspartners stelt Abdel dat corruptie en machtsmisbruik een groot probleem zijn: ‘Men spreekt sinds de verkiezingen wel over het decentraliseren van het bestuur en geeft meer macht aan gouverneurs en burgemeesters. Maar ook een goed menende burgemeester heeft onvoldoende middelen om zo’n groot gebied te controleren en te zien wat lokale chefs allemaal uitspoken.’
Zo essentieel als een waterbron is voor overleven, zo groot is de macht die deze kan genereren. Abdel: ‘In de brousse geldt de regel dat een lokale chef zelfs bij een publieke waterput zijn macht zal doen gelden en een betaling zal eisen, bijvoorbeeld een geit om de zoveel maanden. De chef doet regelmatig iets cadeau aan de burgemeester, die op zijn beurt aan de gouverneur en die weer aan de minister. Al moet ik toegeven dat er heel langzaam iets begint te veranderen wat betreft democratisering en decentralisering.’
Ook daarom zijn waterprojecten zoals in Kaou goed. Mits goed en transparant beheerd, doorbreken ze monopolieposities en machtsmisbruik.           

Toegang


Zoals in zoveel plaatsen is een gebrek aan voedsel en water niet alleen een kwestie van onvoldoende aanbod, het is ook het gevolg van gebrekkige toegang.
In de enorme regio Tchintabaraden wil de regionale overheid dat elke gemeenschap van 2000 inwoners een mini-waterstation zoals in Kaou krijgt. Dat betekent dat er op een bevolking van twee miljoen zo’n 2000 van die stations moeten komen. Er zijn er momenteel 94 in de hele regio (113.000 vierkante kilometer). En dat is nog maar één regio. Het hele land is erg dorstig.
Enkele gouverneurs en hun ‘hydraulische ambtenaren’ vertellen nochtans bijna gretig hoe er eigenlijk helemaal geen waterschaarste is. ‘We leven boven een oceaan van water. Maar liefst 1,3 miljard kubieke meter water zit er in de verschillende geologische lagen, op 100 tot 800 meter diepte. Als we daarop kunnen aansluiten is het waterprobleem opgelost,’ klinkt het optimistisch. Maar dat boren en aansluiten kost dus veel geld.     
Hakim, een tv-journalist, vertelt: ‘Er is kritiek op de centrale overheid omdat die jarenlang te weinig investeerde in cruciale sectoren als water, gezondheidszorg en onderwijs, en nu, onder het mom van democratie, via decentralisering meer overlaat aan regionale besturen. Niet elk lokaal bestuur is in staat dit goed te beheren.’
En als ngo’s en de VN zoveel werk doen, wil dat dan niet zeggen dat de overheid teveel laat liggen? Hassan Sanda: ‘In Niger is er op het vlak van investeringen in water veel aan het gebeuren. Er worden veel fondsen vergaard en investeringen voorbereid. We zitten volop in een hervormingsproces. Als een lokaal of regionaal bestuur een beroep doet op ngo’s dan betekent dat niet meteen dat de staat níets doet. Er is een overheidsprogramma rond water, maar er is een gebrek aan geld.’
De president van Niger, Amadou Tandja, heeft een speciaal presidentieel programma van 5 miljard CFA (7,6 miljoen €), om de komende jaren in watervoorzieningen te investeren. Dat geld is vrijgekomen dankzij schuldsaneringen. Zal het genoeg zijn? Sanda: ‘Absoluut niet. In de regio Tahoua heeft pas de helft van de bevolking toegang tot drinkwater. Dus op dit moment zijn de behoeften enorm!’
De nationale overheid vroeg en kreeg intussen geld van internationale donoren zoals de Wereldbank, de African Development Bank, Frankrijk en China: tussen 2001 en 2008 zo’n 60 miljoen dollar voor water en sanitair. Veel geld, maar letterlijk druppels op een hete plaat. Bovendien onderzoekt de overheid momenteel de conclusies van de ‘Nationale Sociale Dialoog’, en een van die conclusies is dat privatiseringen in de watersector tot te hoge prijzen leiden. Vandaar dat ook het geld en de expertise van relatief kleine donoren als Unicef en Rotary België met open armen worden ontvangen.
De vraag aan de gouverneur van de regio Tahoua en zijn medewerkers is of de centrale overheid wel voldoende investeert: ‘Ja, de overheid investeert al enkele jaren in de watersector. Maar u weet van de beperkte middelen van de overheid?’
Ontkennen dat Niger armlastig is, is als zeggen dat de Sahara vochtig is. Maar het geklaag van de overheid over beperkte middelen moet men met een korrel zout nemen. De vorige en huidige minister van Onderwijs kwamen enkele maanden geleden in opspraak omdat er 1,5 miljard CFA (2,2 miljoen €) bestemd voor basisonderwijs was verdwenen. Directeur Mamane Abou en hoofdredacteur Oumarou Keita, van het blad Le Républicain, zitten in de gevangenis omdat ze over de affaire berichtten.  
‘Het probleem van Niger is niet een gebrek aan middelen of hulpbronnen, maar vooral het corrupte en slechte beheer ervan,’ foetert Meriam, een vrouw die voor een internationale organisatie werkt en het ooit –dankzij hard knokken en werken– tot burgemeester schopte. ‘Ik verliet de politiek omdat ik ervan walgde. Iedereen zei me dat ik net als iedereen ook de cadeaus moest aanpakken. Maar dat vertikte ik.’      

Klimaatverandering


De overheid maakt best haast met zijn waterprogramma, want de VN voorspellen nog meer droogte. In grote delen van Niger valt gemiddeld 100 millimeter water per jaar. Door afnemende regenval, mede als gevolg van klimaatverandering, rukt de woestijn met zes kilometer per jaar op en bedreigt ze de toch al zwakke landbouw in het zuiden. De 4200 kilometer lange rivier de Niger –die de landbouw in negen landen moet bewateren– verdroogt op sommige plaatsen, ook al geen goed nieuws voor de voedselproductie.
De oogst van graan, sorghum en gierst zou de komende decennia kunnen dalen met een kwart tot driekwart als gevolg van de klimaatverandering, zo voorspelt het eind 2006 verschenen VN-rapport ‘Beyond scarcity, Power, poverty and the global water crisis’.  En al is de ergste verschrikking van de hongersnood van 2005 voorbij, zo vertelt een Indiase arts in een centrum voor ondervoede kinderen, minstens de helft van de bevolking is nog steeds ondervoed. De komende maanden wordt opnieuw gevreesd voor hongersnood. Al ontkent de overheid dat wederom in alle toonaarden. 
VN-klimaatwetenschappers waarschuwden in april dat de Sahel grote periodes van droogte zal kennen. Maar dat weten ze hier al lang. Issouf Maha, ‘burgemeester’ van de regio Tchirozerine: ‘Elke tien jaar hebben we een grote droogte. Maar door de klimaatverandering staat alles op zijn kop. De watervoorraden op relatieve diepte drogen uit. Voor onze toekomst zijn we aangewezen op diepe watervoorraden.’
Begin april werden vijf vredessoldaten van de Afrikaanse Unie in Soedan doodgeschoten. Ze bewaakten een waterput vlakbij de grens met Tsjaad. Controle over grond en water en conflicten tussen nomadische veetelers en boeren liggen volgens Jan Pronk, voormalig VN-gezant voor Soedan, aan de bron van het verwoestende Soedanese conflict. Sommige waarnemers vrezen dat soortgelijke conflicten ook in andere Sahellanden kunnen ontstaan. Als het probleem van toegang tot water de komende jaren niet beter beheerd wordt, dan dreigen ook in Niger grote burgerconflicten.
Issouf Maha: ‘Door de bevolkingsgroei neemt de druk op de natuurlijke hulpbronnen toe. En dat leidt tot conflicten. Er was een traditioneel evenwicht tussen de nomadische veetelers van het noorden de landbouwers van het zuiden. De eersten trokken met karavanen naar het zuiden en leverden zout, mest, melk en vlees, in ruil voor andere voedselproducten. Nu is er door grondschaarste druk vanuit het zuiden, hetgeen tot problemen leidt voor de Peul en Touareg. En in tijden van droogte trekken zij juist naar het Zuiden op zoek naar water.’
‘Bijna alle ruzies en conflicten die we hier meemaken hebben betrekking op de controle van waterbronnen,’ zegt Abdel.
We zijn op een avond zelf getuige van zo’n waterconflict als de Unicef-delegatie een vlakte bezoekt waar men een drinkwaterbron wil realiseren. Bij een vlakbij gelegen drinkwaterplaats voor vee ontspint zich al snel een verhitte discussie met de privé-eigenaar en zijn medestanders. De man ziet het totaal niet zitten dat hij door een publieke waterput zijn monopolie kwijt zou raken. De sfeer wordt grimmig. ‘Ik sterf nog liever strijdend dan dat ik een nieuwe waterput toelaat,’ werpt struise eigenaar de Unicef-mensen toe. Sanda: ‘Deze privé-eigenaar gedraagt zich als een kleine ‘Lyonnaise des Eaux.’  Dan leggen we de nieuwe waterput liever ergens anders aan. Keuzen maken is toch al het lastigste van ons werk.’ 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift