‘De drugshandel in Guinee-Bissau vernietigt het volk’

Guinee-Bissau is één van de armste landen ter wereld. De politieke instabiliteit, de geografische ligging en de gebrekkige veiligheidssector maken van het land een ideale transithub voor de uit Latijns-Amerika afkomstige drugs. Ondanks de internationale steun, lijkt het land vooralsnog niet gered te kunnen worden. MO* sprak hierover met Joseph Mutaboba, Speciale Vertegenwoordiger van de VN voor Guinee-Bissau.
De situatie in Guinee-Bissau is uiterst kritiek. In 2009 werd de president vermoord, het drugsverkeer gaat gestaag door en het land kent een onderontwikkeling. Hoe ziet u de situatie evolueren?
Joseph Mutaboba: In de voorbije tien jaar zijn er helaas weinig positieve tendensen merkbaar, voornamelijk door de constante golf van politieke crisissen. Toch hoop ik dat de gebeurtenissen van 1 april – toen een staatsgreep mislukte – voor een ommekeer zullen zorgen. De internationale druk op de huidige president Malam Bacai Sanha neemt toe en ook de bevolking uit meer en meer zijn ongenoegen.
De huidige situatie in Guinee-Bissau is het gevolg van een ongelijke machtsverdeling. Een elitaire groep politici en militairen bestuurt het land, maar vergeet daarbij de bevolking. Ook de internationale gemeenschap treft schuld: de bevolking van Guinee-Bissau bestaat uit 1,6 miljoen mensen, maar met hen wordt te weinig rekening gehouden. Nochtans zijn het net hun problemen die geadresseerd moeten worden. De mensen zijn er, maar niemand geeft om hen.
Toch ben ik optimistisch omdat mensen steeds vaker gaan inzien dat het tijd is voor verandering. We mogen niet gevangen zitten in het verleden.
Er zijn al verschillende programma’s op poten gezet om de problemen in Guinee-Bissau aan te pakken. Daarbij werd vooral aandacht geschonken aan het herstellen van de veiligheidssector. Welke zijn voor u de prioriteiten die moeten gesteld worden?

Joseph Mutaboba: Het is ontzettend belangrijk om voedselonzekerheid weg te werken. Samen met diverse VN partners zoals het WFO wordt onderzocht wat er precies moet gebeuren. Hetzelfde geldt voor onderwijs. Door financiële bijdrages zoals die van Japan, kan UNICEF werken aan scholingsprogramma’s waarbij vooral gefocust wordt op het wegwerken van het analfabetisme. Onderwijs is bovendien een uitgelezen kans om de gewaarwording over gezondheid te doen toenemen. Moeders moeten leren hoe voor hun kind te zorgen en kinderen moeten op hun beurt geïnformeerd worden over hoe ze hun gezondheid moeten onderhouden.
Deze plannen zijn niet onrealistisch. Guinee-Bissau telt 1,6 miljoen inwoners. Dat is niet veel en het verbaast me dat het land – ondanks het lage bevolkingsaantal – nog steeds zo’n lage graad van ontwikkeling kent.
Tot slot wil ik nog graag benadrukken dat de straffeloosheid gestopt moet worden. Hoe is het mogelijk om misdadigers tegen te houden, als ze niet eens gestraft worden? Een straf geldt immers niet uitsluitend als een straf. Het is ook een manier om mensen te onderrichten in wat er wel en niet kan.
In het Sector Security Reform programma van de Europese Unie, dat overigens eind september stopgezet wordt, staat veiligheid centraal. Critici stelden op voorhand dat de missie gedoemd was om te falen omdat het programma geen ruimte biedt voor staatsopbouw, politieke verandering en ontwikkeling. Kunt u zich hierin vinden?
Joseph Mutaboba: Ja. Zoals ik al zei, kampt het land met een enorm lage graad van ontwikkeling. Veiligheid is daarbij een erg bepalende factor. Zonder veiligheid is er geen ruimte voor ontwikkeling, maar dit geldt ook andersom en dus mag veiligheid niet als enig probleem geadresseerd worden. Er moet bovendien ook ruimte zijn voor een oprechte politieke dialoog, waarbij de noden van het volk bevraagd en beantwoord worden. Als de staatsopbouw op een goede manier gebeurt, zullen ook sociale problemen aangepakt kunnen worden. 
Het is noodzakelijk om de huidige situatie in Guinee-Bissau grensoverschrijdend te bekijken. Het land heeft immers te kampen met vele dreigingen, zowel intern als extern. Een interne dreiging zit bijvoorbeeld in het leger. Daar is de etnische spreiding ondermaats omdat zo goed als alle soldaten tot één etnische groep horen. Een externe dreiging is de instabiliteit in buurlanden die een negatieve weerslag op Guinee-Bissau kan hebben. Men mag zich niet uitsluitend concentreren op de problemen die zich afspelen binnen het land. Ook met de invloeden van buitenaf moet terdege rekening gehouden worden.
Met de missie van de EU die stopgezet wordt, is het duidelijk dat de bijdrage van de internationale gemeenschap erg precair is. In welke mate kunnen de internationale actoren volgens u een rol spelen?

Joseph Mutaboba: Guinee-Bissau heeft nood aan steun van buitenaf. De voorwaarde voor succesvolle operaties is echter dat het land zijn medewerking verleent. Subregionale organisaties zoals de ECOWAS (Economic Community of West-African States) en de SPLP (Society of Portuguese Speaking Countries) moeten de hand reiken naar het Guinee-Bissau en in samenspraak zoeken naar oplossingen. De ECOWAS, de Afrikaanse Unie, de SPLP, de Verenigde Naties en de Europese Unie moeten nu, meer dan ooit, hulp bieden aan Guinee-Bissau. Ik vraag de EU met aandrang om hun SSR-missie niet te beëindigen. Het is verkeerd dat hun vele investeringen gestopt worden, net wanneer de implementatie moet starten. De middelen zijn er, dus het is tijd om tot de actie over te aan.
Niet alleen de internationale actoren, maar ook Guinee-Bissau zelf moet zich inzetten om de situatie aan te pakken. Zo moet bijvoorbeeld het imago van het leger dringend opgekrikt worden. Soldaten worden door de inwoners gevreesd en worden steeds geassocieerd met geweld. Als die jonge mannen echter opnieuw in de maatschappij integreren en sociaal aanvaard worden, dan zenden de regering en het leger een veel positiever en sterker signaal. Een signaal dat ongetwijfeld van cruciaal belang is voor de heropbouw van het land.
Guinee-Bissau kampt sedert de laatste jaren met een enorm drugsprobleem. Door onder andere de ligging van het land en de kwetsbaarheid, geldt het als doorvoerhaven van drugs die vanuit Latijns-Amerika verscheept worden naar Europa. Hoe groot is de impact van de drugshandel in Guinee-Bissau?
Joseph Mutaboba: Door armoede, het politiek wanbeleid, het gebrek aan administratie en een tekort aan een goed functionerend rechtssysteem kreeg de drugshandel te kans om binnen te dringen tot in de diepste lagen van de Guinee-Bissause maatschappij. De armen zien de inkomsten van de drugshandel als een welgekomen geschenk en engageren zich daarom als drugskoeriers. Als iemand hen belooft om bij een volgende opdracht nog meer geld te geven, dan zal geen enkele arme dat aanbod afslaan. Eens ze opgenomen worden in het systeem is het bijna onmogelijk om er zich van af te zetten. De mensen belanden van de regen in de drop en zijn onlosmakelijk verbonden met de illegale praktijken.
Door een enorm tekort aan middelen wordt het drugsprobleem nauwelijks aangepakt. Er zijn geen metaaldetectors of drugshonden – nochtans niet zo erg moeilijk om te verkrijgen – te vinden in Guinee-Bissau. En dus kunnen mensen ongestoord de drugs smokkelen.
De drugshandel vernietigt het volk. Er is een prangende nood aan middelen om de drugstransporten lam te leggen. Over deze kwestie wil ik me graag richten tot Europa: hoe is het mogelijk dat hier, in de EU, zoveel mensen worden opgeleid voor onder andere kustpatrouilles, terwijl Guinee-Bissau volledig in de kou blijft staan?
Mensen zeggen vaak dat het nutteloos is om training en middelen beschikbaar te stellen zolang het machtsapparaat eromheen niet naar behoren werkt. Daar zit een kern van waarheid in, maar het is nog meer verkeerd te stellen dat er daarom helemaal niets moet gedaan worden. Het grote probleem hier is de goede wil van de donoren. Er is een gebrek aan generositeit en een gebrek aan besef dat de situatie in Guinee-Bissau dringend moet worden aangepakt. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift