De druk van de Chinese publieke opinie groeit

De Chinese openheid rond de aardbeving in Sichuan zou volgens de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht het gevolg zijn van de buitenlandse reacties en kritiek die de Chinese leiders te slikken kregen na de Tibetaanse protesten.
Dit soort statements zorgt ongetwijfeld voor een zucht van verlichting bij westerse perslui en mensenrechtenorganisaties. De aanhoudende beelden van woedende nationalistische jonge Chinezen begonnen immers voor meer dan louter een wee gevoel in de onderbuik te zorgen. Tot een paar weken geleden leek het er immers verduiveld sterk op dat het aanklagen van mensenrechtenschendingen vooral contraproductief was.
Chinezen in binnen- en buitenland schaarden zich massaal achter de eigen leiders. Het aura van objectiviteit van de westerse pers kreeg en passant rake klappen bij de Chinezen. Mensenrechtenorganisaties en pers zijn er dan wel met brio in geslaagd om de westerse publieke opinie te mobiliseren over mensenrechten in China -met dank aan de Tibetanen- bij het merendeel van de Chinezen werkten hun acties en discours eerder als de spreekwoordelijke rooie lap op een stier.
Nu lijkt de Chinese regering het toch over een andere boeg te gooien, nadat eerst gesprekken met de Dalai Lama werden aangeknoopt en er – toch naar Chinese normen – transparantie troef is bij de  coverage van de nasleep van de aardbeving in Sichuan. Vraag is of externe kritiek echter wel zo doorslaggevend is in de hele kwestie. 

Nooit gezien?


‘Nooit geziene beelden!’ van Hu Jintao, die Chinese gewone mensen moed insprak, heette het op de VRT dit weekend. Toegegeven, zijn bodylanguage zat nog niet helemaal goed, hij voelde zich duidelijk een stuk meer op vertrouwd terrein toen hij de tongzhimen  (kameraden) met gebalde vuist opdroeg om de reddingsoperatie voor ‘ons China’ met man en macht verder te zetten. Wen Jiabao, zeg maar de Bert Anciaux van de Chinese politiek, is een stuk geloofwaardiger dan zijn baas, zijn emotionaliteit bij de horrortaferelen is niet gespeeld. ‘Grootvader Wen’ is dan ook in een mum van tijd uitgegroeid tot een nationale held.
Zijn die beelden echter wel zo revolutionair als we hier denken ? Wie af en toe naar CCTV kijkt, wordt bijna overstelpt met beelden van Hu Jintao die zich onder beaat glimlachende Chinese studenten mengt, of op rondreis in Afrika zoals Dehaene indertijd populistische fotoshoots doet. De Chinese leider draaft heus niet altijd alleen op voor statige partijcongressen. Dat we hem hier doorgaans niet zo in beeld krijgen, betekent niet dat zoiets ook in Chinese media geldt.
Veel belangrijker echter in dit verhaal is het feit dat Wen Jiabao al deze winter in Chinese stations met megafoon in de hand de gestrande reizigers een hart onder de riem stak. Lang voor er in Tibet ongeregeldheden uitbraken, en de buitenlandse kritiek op mensenrechtenschendingen op gang kwam. In Tibet was Wen daarentegen in geen velden of wegen met zijn megafoon te bespeuren. Het verschil: de Chinese binnenlandse publieke opinie oefende vrijwel geen druk uit op de Chinese leiders in het Tibet-issue. Of toch wel: als er al van enige druk sprake was, ging het vooral over klachten als zou de communistische regering niet hard genoeg zijn opgetreden tegen ‘Tibetaanse relschoppers’. 
Miljoenen Chinezen daarentegen die vast zitten in bevroren stations, net als ze met Chinees Nieuwjaar naar huis willen, daar kun je als regering die zich profileert als ‘dicht bij de mensen’ (qinmin)  niet ongevoelig voor blijven. De druk ‘om iets te doen’ was groot, deze winter.

Met horten en stoten


Met andere woorden: de binnenlandse publieke Chinese opinie duwt de Chinese leiders meer en meer in een bepaalde richting uit, zeker bij milieu- of andere rampen. Internet, commerciële media, … allen stuwen ze China richting meer openheid. Het gaat ongetwijfeld nog wat met horten en stoten, en zeker niet helemaal van harte, maar feit is dat sinds de SARS crisis de berichtgeving van de Chinese pers over milieuschandalen  (Taihu meer, Songhua rivier bij Harbin ) een stuk meer open is, weliswaar nadat er soms eerst een paar weken geaarzeld werd of gewacht op orders van bovenaf.
Soms berichten mainstream Chinese media niet over een kwestie, tot ze echt niet anders meer kunnen, wegens teveel commotie op blogs, speurwerk van onderzoeksjournalisten of in commerciële media. Vorig jaar was dat bijvoorbeeld het geval toen middeleeuwse slavernijpraktijken in steengroeven in Shanxi en Henan aan het licht werd gebracht. Maar dan wordt de hele zaak ook tot op de bodem uitgespit. Wen nam toen hoogstpersoonlijk de leiding op zich van een commissie die de zaak zou onderzoeken en de schuldigen straffen. Idem dito voor de recente case waarbij kinderen uit Sichuan voor een hongerloon gingen werken in fabrieken in Guangdong. Ook dat zorgde voor groot tumult in de pers.
Er komt dus meer en meer druk van onderuit ( bottom up) op de Chinese machthebbers, en die kunnen daar niet ongevoelig voor blijven. Temeer daar de centrale top, Hu Jintao en Wen Jiabao, een sociale correctie proberen door te voeren na de neoliberale jaren ’90 onder Jiang Zemin. De ‘harmonieuze samenleving’ mag dan al bijzonder sloganesk in de oren klinken, meer en meer vertaalt die koerswijziging zich in concreet beleid, zoals een strictere arbeidswet of ambitieuze plannen om sociale zekerheid voor iedereen op te bouwen tegen 2020.

Gevaren


Bij minstens een deel van de KP top heeft de SARS crisis ook voor een déclic gezorgd: toen werd immers duidelijk dat intransparantie ronduit gevaarlijk kan zijn voor de volksgezondheid, en sociale chaos kan veroorzaken. Een factie binnen de centrale top begint ook te beseffen dat ze een bepaalde mate van openheid en transparantie nodig zullen hebben om corruptie, milieuverloedering, … efficiënt aan te pakken: een  top down benadering dus.
Je kunt er meewarig of cynisch over doen, maar de nieuwe maatregel die sinds 1 mei ’08 van kracht is, om de regering en de verschillende administratieve niveaus daaronder (provincies, districten en ‘townships’) transparanter te maken, en overheidsinformatie meer toegankelijk te maken voor gewone burgers, moet je in die optiek van ‘good governance’ en het bestrijden van corruptie bekijken.
De centrale wetten zijn immers vaak wel ok, het is de implementatie op lokale niveaus die veelal te wensen overlaat, en er in een kluwen van corruptie en belangenvermenging terechtkomt. Min of meer dezelfde analyse als dewelke Gorbatsjov in de jaren ’80 maakte in de Sovjetunie. Beide evoluties naar meer openheid, bottom-up en top-down, versterken elkaar.

De nieuwe Gorbatsjov?


Hu Jintao is verre van de nieuwe Gorbatsjov. Vooralsnog hebben de mensen die het voor het zeggen hebben in China geen volledige  ‘glasnost’ voor ogen. Dat huisvestings- en onderwijs KP officials in een online vraaggesprek vorige vrijdag  een spervuur van vragen van woedende burgers moesten beantwoorden is echter een teken aan de wand. De gebrekkige bouwcriteria voor scholen, en de sleutelrol van lokale ambtenaren daarin, … alles passeerde de revue.
Het stereotiep als zou de Chinese regering mediatransparantie gebruiken als een ‘kraantje dat ze aan en af kunnen zetten’ (zie de Herald Tribune van 20/5) is dus een karikatuur. Zo werkt het niet, en al zeker niet in China anno 2008.  Dit is al even ridicuul als een vaakgehoorde gelijkaardige claim, als zou Chinese staatspropaganda naar believen het nationalisme bij Chinezen kunnen aanwakkeren of doen bekoelen. Chinezen zijn niet xenofober of nationalistischer dan wij, het is de interactie met het westen die zal bepalen of de voedingsbodem voor nationalisme zal ontaarden of niet.
De nieuwe transparantie is dus meer dan louter een diplomatiek charme-offensief, om de aandacht van Tibet af te wenden, of om buitenlandse kritiek op mensenrechtenschendingen te ontzenuwen, zoals andere cynische commentaren  (Der Spiegel, Libération) insinueerden dit weekend. Blijkbaar hebben sommige waarnemers moeite om te aanvaarden, dat ook een communistisch regime niet alles onder controle heeft, onder zware druk kan staan van de eigen publieke opinie, kan leren uit eigen ervaring, en het misschien zelfs – horreur ! - goed voor heeft met het gros van haar bevolking. 
Een ‘responsive government’ zeg maar. Uiteraard wil dat niet zeggen dat de aardbeving niet ook een beetje ‘gebruikt’ wordt voor propagandadoeleinden of om de sociale cohesie onder Chinezen nog wat verder aan te zwengelen. Naïviteit hoeft niet.

Selectieve blindheid


Buitenlandse kritiek speelt slechts in tweede orde. Waarmee ik niet wil zeggen dat Tibet niet moet aangekaart worden, alleen dat we onze eigen impact niet moeten overschatten. De jongste tijd neemt de selectieve blindheid bij de westerse pers voor evoluties in de Chinese samenleving en bij het regime gelukkig af, ongetwijfeld onder druk van de feiten.
Het ‘sturen’ van de Chinese publieke opinie en de pers (yulun daoxiang) door de Chinese overheid in de richting van sociale harmonie en politieke stabiliteit wordt een almaar heikeler onderneming. Hu Jintao opent, en dat beseft de wat stroeve leider van China ongetwijfeld, beetje bij beetje de doos van Pandora. Hij heeft echter niet veel keus. Dat is de essentie van het verhaal.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift