De duistere toekomst van de bolivariaanse revolutie

Adelante Comandante

In oktober kiezen de Venezolanen een nieuwe president. Het linkse boegbeeld Hugo Chávez wil zichzelf opvolgen, maar de man is ziek, terminaal zelfs, wordt gefluisterd. Ondertussen zit de klad in de Bolivariaanse revolutie. De verzamelde oppositie maakt zich op voor de grote ommezwaai, maar of die er ook komt, is ver van zeker.

  • CC Prensa Presidencial President Chávez komt voor een nieuwe kankerbehandeling aan op Cuba, 31 maart 2012. CC Prensa Presidencial
  • CC Globovisión De Venezolaanse oppositie heeft zich gezamenlijk achter Hector Capriles geschaard. Sommige oppositiebronnen gewagen al van een "Venezolaanse Lente". CC Globovisión

Voor president Hugo Chávez komen de verkiezingen bijzonder ongelegen. Begin maart liet hij voor de derde keer een kwaadaardige tumor verwijderen en hij ondergaat bestralingen. Al vanaf de eerste officiële gezondheidsbulletins in juni vorig jaar wordt overigens bijzonder vaag gecommuniceerd over Chávez’ kanker, ‘ergens in de bekkenstreek’. Dat de comandante er erger aan toe is dan hij zelf laat doorschemeren, valt sinds zijn recente operatie nog moeilijk te ontkennen. Kwatongen hebben het over uitzaaiingen en een terminale ziekte.

Ondanks die tegenspoed gaat Chávez ervan uit dat hij zijn mandaat, dat al dertien jaar duurt, kan verlengen met nog eens zes jaar. De personencultus die de president het afgelopen decennium ontwikkelde, maakt dan ook dat de verkiezingscampagne meer gedomineerd wordt door speculaties over zijn gezondheidstoestand dan door partijprogramma’s, de realisaties van dertien jaar Bolivariaanse revolutie of gewoon de dagelijkse problemen van de Venezolanen: onveiligheid, corruptie, stijgende werkloosheid en hoge inflatie.

De grenzen van het chavisme

Als iets de Bolivariaanse revolutie kenmerkt en Chávez’ succes verklaart, dan zijn het wel de zogenaamde misiones, de sociale programma’s voor de armste bevolkingsgroepen op het vlak van onderwijs en alfabetisering, basisgezondheidszorg en huisvesting. Maar in sommige daarvan is de jongste jaren serieus de klad gekomen. Het gezondheidsprogramma Barrio Adentro bijvoorbeeld ligt her en der op apegapen door een tekort aan artsen en medicijnen. Een gebrek aan structurele opvolging is een deel van het probleem, maar de achteruitgang heeft ook te maken met budgettaire bezuinigingen. Met de misiones heeft Chávez een soort parallelle structuur gecreëerd, naast de oude vermolmde staatsinstellingen (ziekenhuizen, scholen, lokale besturen). Maar die restanten van het ancien regime slokken wel nog heel wat geld op.

Een andere grote uitgavenpost zijn de compensaties voor de onteigeningen, waarmee Chávez systematisch doorgegaan is. Tussen 2005 en 2009 hebben die de schatkist 6,8 miljard euro gekost.

Het is moeilijk voor te stellen dat Venezuela, een land waarvan de economie gebouwd is op olie, in de huidige conjunctuur van stijgende olieprijzen geldproblemen zou hebben. Toch is dat het geval. De Venezolaanse oliemaatschappij PVDSA, die uitsluitend bemand en bestuurd wordt door Chávez-getrouwen, is de melkkoe van de revolutie maar kampt met een gigantische schuldenberg van om en bij 26,5 miljard euro, met achterstallige betalingen alom. Zowel de centrale bank van Venezuela als een aantal privébanken pompen sinds 2007 veel geld in het oliebedrijf.

Eind februari sloot Venezuela een deal met China, waarbij China zich ertoe verbindt voor 30,2 miljard euro projecten te financieren in het Zuid-Amerikaanse land, voor petroleumontginning, mijnbouw, huisvesting ‘en andere strategische projecten’, een bedrag dat Venezuela met petroleum zal terugbetalen. Venezuela beschikt momenteel over de grootste bewezen oliereserves ter wereld, en dat maakt Chávez natuurlijk sterk. Alleen schort er duidelijk wat aan het beheer van de Venezolaanse economie, die steeds meer afhankelijk wordt van dat zwarte goud.

En dan is er de corruptie die het politieke apparaat ondergraaft. Bijzonder vervelend was het probleem van de voedseltekorten waarmee de regering moest afrekenen. Die bleken kunstmatig gecreëerd door de staatsbedienden in de mercals, de winkelketens met voedingsproducten die door de regering gesubsidieerd worden, om te speculeren met de prijzen.

Nagenoeg alles behalve petroleum moet ingevoerd worden, en dat is duur. De laatste jaren wordt het land geplaagd door een voorthollende inflatie. Van februari 2011 tot januari 2012 was die 25,3 procent, de hoogste in Latijns-Amerika.

Problematisch zijn ook de stroompannes en rantsoeneringen van de energie. Oorzaak daarvan waren de ongewone droogteperiodes die voor elektriciteitstekorten zorgden. De regering maakte van de problemen gebruik om de sector te nationaliseren en om tegelijk de toelevering te rantsoeneren. Maar toen die rantsoeneringen ook de hoofdstad Caracas bereikten, zorgde dat voor heel wat protest en sociale onlusten.

Kortom: een algemeen gevoel van afbrokkelende voorzieningen en onopgeloste problemen zorgt voor een gespannen sociaal klimaat. Dat gevoel wordt nog versterkt door een krimpende democratische bewegingsruimte. Zo werd begin vorig jaar beslist dat de kaders van de lokale structuren op gemeentelijk en parochiaal vlak aangesteld worden van hogerhand en niet langer verkozen worden door de lokale bevolking zelf.

Edgardo Lander, een befaamde linkse denker uit Venezuela en professor sociologie aan de Centrale Universiteit van Caracas, stelde vorig jaar in een interview: ‘Het ergste wat er in Venezuela kan gebeuren, is dat we geconfronteerd worden met twee opties: het stalinisme of het neoliberalisme. (…) De reden waarom zo’n grote groep mensen zich ongemakkelijk voelt bij het chavismo is dat ze duidelijk beseffen dat er ernstige problemen zijn.’

Ahmadinejad

Als Chávez zou wegvallen, dan zullen ook enkele bondgenoten in het buitenland de comandante erg missen. Een van hen is de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad, die in Chávez een trouwe bondgenoot heeft gevonden. Chávez kan een strategische pion zijn, want hij heeft zich bereid verklaard de olietoevoer naar de VS stop te zetten als Iran vanwege de sancties de Straat van Hormoez zou afsluiten. Ook de Syrische president Bashar al-Assad kan op Chávez’ hulp rekenen, of beter: op constante en betrouwbare olieleveringen.

Wapens alom

Gemiddeld worden in de straten van Caracas elke dag tien mensen vermoord. Volgens een enquête die begin dit jaar uitgevoerd werd door International Consulting Services (ICS) ervaart 52,9 procent van de Venezolanen onveiligheid als het belangrijkste probleem. Het is een kwaal die ook bestond voor Chávez aan de macht kwam maar die steeds dramatischer proporties aanneemt, omdat er weinig of niets tegen ondernomen wordt. De straffeloosheid is algemeen.

De vrees bestaat dat een foute afloop van de verkiezingen wel eens tot een uitbarsting van geweld zou kunnen leiden.
Dat geweld komt uit diverse hoeken. Er is de “banale” criminaliteit, met moorden om een gsm of een of andere hippe gadget. Er zijn de drugsnetwerken en de georganiseerde misdaad. Er is de overspill van Colombiaanse gewapende groepen in de grensregio. Maar vooral verontrustend is een steeds grotere militarisering van het politieke project van Chávez, met zijn persoonlijke privémilities. Zo zijn er de Fuerzas Bolivarianas de Liberación, die vooral in het departement Apure aan de grens met Colombia opereren maar die ook banden hebben met pro-Chávezgroepen in de volkswijk 23 de Enero in Caracas.

De vrees bestaat dat een foute afloop van de verkiezingen – hetzij een slecht verkiezingsresultaat voor Chávez, hetzij een situatie van onduidelijkheid en machtsvacuüm als Chávez zou wegvallen – wel eens tot een uitbarsting van geweld zou kunnen leiden.

Het ALBA-project

ALBA, het Bolivariaanse alternatief voor de vrijhandelsverdragen zoals de VS die met de regio sluiten, is ongetwijfeld het meest dynamische onderdeel van de Bolivariaanse revolutie. Een belangrijke doelstelling van ALBA is de regionale integratie. Op dat vlak is er een hele weg afgelegd.

Begin februari vond in Caracas de elfde top van de ALBA-landen plaats. De verrassing van die top was de aanvraag van Saint Lucia en Suriname om lid te worden. Ook Haïti was aanwezig als permanente waarnemer. De drie sluiten zich zo aan bij de andere Caricom-buren: Dominica, dat al in 2008 toetrad tot ALBA, en Saint Vincent en Antigua, die sinds 2009 lid zijn. Een aantal van die landen werkt al samen in de oliealliantie Petrocaribe, waardoor ze een voorkeursbehandeling krijgen voor petroleumaankopen in Venezuela. Ze kopen olie aan en betalen die over een periode van 25 jaar tegen 1 procent intrest. Oliegeld waarvan Venezuela op dit ogenblik dus geen financiële vruchten plukt maar waarmee het wel bondgenoten wint.

Venezuela is een ankerpunt voor het ALBA-project, maar ook de toekomst van de ALBA wankelt. President Obama heeft duidelijk laten horen dat als de oppositie de verkiezingen wint hij verwacht dat ze breekt met het alternatieve project. Zo’n taal haalt de herinnering op aan Manuel Zelaya, de Hondurese president en ALBA-lid, die in 2009 door een staatsgreep uit het zadel werd gelicht.

Een Venezolaanse lente?

Bij de vorige verkiezingen in 2006 trok de oppositie hopeloos zwak en verdeeld naar de stembus, zonder een reële bedreiging te vormen voor de revolutie. Dit keer is ze er voor het eerst in geslaagd echte voorverkiezingen te houden. In februari namen zes kandidaten het tegen elkaar op. Winnaar werd Henrique Capriles, gouverneur van Miranda en kandidaat voor MUD, Mesa de Unión Democrática, een alliantie van centrumpartijen. Capriles vertegenwoordigt niet de oude, traditionele politieke partijen (Copei en AD) maar wel de niet-traditionele zoals Primero Justicia, Voluntad Popular, zelfs het linkse CAUSA R en de twee partijen die vroeger aan Chávez gelinkt waren: Podemos en PPT (Patria Para Todos).

Capriles’ programma vat hij zelf samen als “lulisme”, een politiek die de komst van multinationale ondernemingen en buitenlandse investeringen promoot maar ook een sociaal beleid ontwikkelt. Hij stelde de bevolking al meteen gerust: hij zal de misiones zeker niet afschaffen maar wil ze onderbrengen in ministeries. Verder wil Capriles, als hij het tot president zou brengen, af van de vermenging van partij, regering en staat. De centrale bank moet opnieuw meer autonomie krijgen en PVDSA wil hij ‘verlossen van zijn rol als agentschap voor openbare onderstand’. Sommige oppositiebronnen zijn zo opgetogen over de overwinning van Capriles dat ze gewagen van een “Venezolaanse Lente”.

De slag bij Carabobo

Chávez, die houdt van militaristisch taalgebruik, heeft het over ‘de slag bij Carabobo’ wanneer hij verwijst naar de verkiezingen van 7 oktober. De slag bij Carabobo vond plaats in 1821, toen Simón Bolivar de onafhankelijkheid tegenover Spanje bevocht. De inzet van de komende verkiezingen is inderdaad groot, daar zijn zowel de chavistas als de oppositie het over eens.

Volgens de ICS-enquête zou 58,2 procent opnieuw stemmen voor Chávez. Zij zijn ervan overtuigd dat het socialisme de beste weg is voor Venezuela, tegenover 21 procent die gelooft dat het kapitalisme beter is. Andere peilingen geven Chávez een derde van de stemmen en de oppositie ook een derde. Een derde van de kiezers zou nog onbeslist zijn. De komende maanden gaat het erom die groep te overtuigen.

In de campagnearena heeft de zittende president tal van voordelen, omdat hij over meer macht en middelen beschikt. En die zet hij volop in. Zo werden in de voorbije maanden nieuwe misiones opgestart. De boeren hebben sinds begin vorig jaar de Misión Agro. Voor arme gezinnen met kinderen kwam er de Grote Missie voor de Kinderen van Venezuela, pensioengerechtigde ouderen kregen de Grote Missie voor Oudere Liefde – een vorm van basispensioen. Begin dit jaar werd de Misión Saber y Trabajo gelanceerd, voor werklozen die een beroepsopleiding van drie maanden willen volgen, gericht op de arbeidsmarkt. Doel is tegen 2018 2,8 miljoen nieuwe banen te creëren. En tot slot lanceerde de regering de Gran Mision de Vivienda, die tegen 2018 2 miljoen nieuwe huizen wil bouwen. In november vorig jaar werd ook een ‘wet over eerlijke kosten en prijzen’ aangenomen, om de kostprijs van een aantal basisproducten te bevriezen om zo de inflatie tegen te gaan.

Of dat de Venezolanen kan overtuigen, valt af te wachten. Opmerkelijk is dat Chávez’ ziekte hem bij een groot deel van de armen ook sympathiek maakt, zodat het ook wel eens in zijn voordeel zou kunnen spelen.

Chávez heeft zijn opvolging in elk geval niet echt voorbereid. Als hij door zijn ziekte zou uitvallen, dan gaat het tussen vicepresident Elias Jaua, voorzitter van het parlement Diosdado Cabello, of minister van Defensie Henry Rangel Silva. De laatste twee zijn de meest intieme vertrouwelingen van de president.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.