De dwaze hoop van Tissa Balasurya

‘De macht van het kwaad in onze maatschappij lijkt onoverwinnelijk. Geweld, economische achteruitgang, ecologische rampen en genocides volgen elkaar op in een eindeloze reeks.’ Aan het woord is Tissa Balasurya, bevrijdingstheoloog op Sri Lanka en auteur van onder meer een boek over ‘planetaire theologie’. In zijn laatste boeken en artikels schetst Balasurya een wel erg negatief beeld van de wereldsituatie. Toch blijft hij pleiten voor engagement en inzet vanuit de hoop op een betere wereld. Wereldwijd vroeg hem tekst en uitleg bij die ‘hoop’.
Brussel, Internationaal Perscentrum. In een piepklein kamertje wacht Tissa Balasurya geduldig de vragen af van theologen, journalisten en geïnteresseerden. De belangstelling is groot, het kamertje te klein. In februari van dit jaar werd Balasurya geëxcommuniceerd vanwege enkele uitspraken in zijn boek over Maria. Vanuit alle hoeken van de wereld rees er protest tegen deze extreem zware sanctie. Gesterkt door die steun is de nu zeventigjarige theoloog actiever dan ooit. Hij schrijft, reist, studeert en zet zich actief in voor het respect van de mensenrechten, in Azië en in de Kerk. Die inzet vraagt echter elke dag om nieuwe moed en hoop, want de situatie van de geëxcommuniceerde Balasurya is -net als de situatie van zijn vaderland Sri Lanka- allesbehalve rooskleurig: ‘Ik maak mezelf niets wijs. De situatie van de wereld verslechtert van decennium tot decennium. In mijn thuisland Sri Lanka voel ik dat dagelijks aan. De vrijemarkteconomie maakt meer slachtoffers dan dat ze voordeel brengt. De commercialisering van sociale diensten zoals onderwijs en gezondheidszorg verhoogt de lasten die de armen moeten dragen. De kosten om een gezin te onderhouden stijgen en de waarde van het geld daalt voortdurend. Bovendien is Sri Lanka nog niet hersteld van een etnisch conflict dat ons land gedurende de voorbije veertien jaar heeft verscheurd. Ons land verkeert, net zoals de rest van de wereld, in een droevige crisis. De machten van het kapitaal lijken groter dan gelijk welke goede wil.’

Hoop heeft handen

De vraag lag voor de hand: hoe kan deze theoloog en sociale wetenschapper een realistische -en dus redelijk pessimistische- visie op de wereld verzoenen met zijn engagement en inzet voor het goede? Het gesprek met Tissa Balasurya over de delicate balans tussen hoop en wanhoop verloopt via fax, e-mail en telefoon, vanuit Colombo, Parijs en Rome. Langzaamaan vallen onze gedachten op hun plaats. Pas in Brussel krijgen we de kans om elkaar ook de hand te schudden. Het antwoord op mijn uitgangsvraag stond echter van het begin vast: hoop maakt het verschil.

‘Realistische hoop moet gepaard gaan met reële plannen voor een ommekeer in de wereld. Echte hoop op veranderingen op wereldniveau ontstaat pas op het moment waarop we beginnen met het actief bestrijden van het systeem met zijn afval, zijn zinloosheid en zijn gestructureerde egoïsme. Zonder sociale actie en strijdlust leidt hoop tot illusies, frustraties en uiteindelijk tot ontgoocheling en lijdzame passiviteit. Is realistische hoop bijgevolg onmogelijk, staan we machteloos tegenover de globale structuren? Ik weiger dat te geloven. Hier zit het breekpunt. Ieder van ons wordt geconfronteerd met deze prangende vraagstelling: dwingen de analyses van de wereldsituatie jou tot pessimisme en passiviteit, of durf je verder te gaan?’

Afzien van succes

De consequentie van een keuze voor engagement en inzet is echter niet licht om dragen. Balasurya ondervond dat aan den lijve op het moment dat hij door de kerkelijke overheid uit zijn geliefde kerk werd gesloten. ‘Tja, een engagement moet je ook durven aangaan zonder de zekerheid van een overwinning of het behalen van succes. Dat geldt eigenlijk voor verschillende domeinen van het leven. In elke riskante onderneming kan succes nooit het enige doel zijn. Een spel speel je toch ook niet enkel om te winnen. Het spel goed kunnen spelen is een doel op zich. Persoonlijke inzet voor het goede mag niet enkel het resultaat zijn van het vooruitzicht op succes. Engagement is eerder een antwoord op de stem van het geweten. Het geweten roept ons op al het mogelijke te doen om een bepaalde situatie te verbeteren. Elk engagement is in die zin het resultaat van een roeping. Het doel van elk leven en ook de vervolmaking ervan, is niet gelegen in succes of overwinning. Het gaat om het doen van datgene wat jij en ik als onze verantwoordelijkheid beschouwen. Dat geeft je leven zin. Iedereen die een eerlijke confrontatie met de werkelijkheid aangaat, moet zich afvragen wat zijn of haar rol daarin is. We hebben daarbij allemaal de plicht om het beste in onszelf naar boven te halen, anders ben je een onmens. Welnu, door die ervaringen en die gedachten uit te wisselen en door meditatie en reflectie, kom je vanzelf tot een bepaald engagement. Dat kan de verantwoordelijkheid voor een gezin zijn, maar ook het behoud van een vogelbroedplaats of de catechese voor kinderen. Nelson Mandela heeft bij mijn weten niet de stem van een bepaalde godheid gehoord, hij heeft gereflecteerd over de situatie en gedaan wat hij kon. Onmiddellijk resultaat was er niet, maar uiteindelijk heeft hij zijn volk bevrijd. Een zekere onverschilligheid ten aanzien van het eindresultaat is daarom niet negatief: het kan een motivatie zijn om de strijd vol te houden, zelfs als het einde niet in zicht is.’

Lessen van dwaasheid

Hier spreekt een gelovig en gedreven man. Kan hij ook uit het christendom de motivatie halen voor zijn niet-aflatende inzet? ‘Voor christenen is het kruis een symbool voor hoop over de dood heen, voor verrijzenis na de kruisiging. Veel te lang is dat begrepen als een symbool voor louter eschatologische hoop, alsof er in dit leven zelf niets te bereiken is. Al te lang was blind geloof zonder sociale inzet schering en inslag. Al te lang gingen religie en sociale onrechtvaardigheid hand in hand. Terwijl ware spiritualiteit juist oproept tot engagement en inzet. Begrijp het kruis van Christus dus niet als een zoethoudertje, maar als een aanmoediging om je te blijven inzetten voor rechtvaardigheid, zelfs als dat bepaalde offers vraagt. Andere godsdiensten kennen dezelfde motivatie, op een andere manier uitgedrukt weliswaar. In de Bhagavad Gita adviseert Krishna Arjuna om te vechten tegen ongelijkheden, zelfs zonder succes te verwachten. Maria, de moeder van Jezus, zag de schijnbare futiliteit van Jezus’ strijd in, maar stond Hem desondanks bij tot aan en voorbij Golgota. Is dat ook niet de belangrijkste les die we kunnen trekken uit de ‘dwaasheid’ van Jezus en zijn leerlingen die in opstand kwamen tegen het corrupte systeem waarin zij leefden?’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift