De eeuwige strijd tegen Japans bloedgras

Zonder rijst in de maag blijven arme boeren de oorspronkelijke wouden in de provincie Isabela vernietigen. De ngo Payoga leert hun op een duurzame manier overleven. “En dat is net geen Sisyphuswerk,” zegt coördinator Julie Flores.

  • Peter Dupont Julie Flores. Peter Dupont

‘De arme boeren zijn de oorzaak en de oplossing van het probleem,’ zegt Julie Flores terwijl ze me naar Gamu rijdt. Twee organisaties maken van deze gemeente meer dan een slaperig plek langs de Cagayan rivier: de legerbasis Melchor F dela Cruz en de ngo Payoga-Kapatagan. Het leger bestrijdt van hieruit de communistische rebellen van de NPA, de coöperatieve Payoga leert arme Filipijnse boeren overleven zonder de natuur te vernietigen.


Gamu, met de locatie van het kantoor van Payoga.

Coöperatief succes

Het was de West-Vlaming Dirk de Temmerman en zijn vrouw Lievia Couvreur, zus van scheutist Jan Couvreur, die hier in 1985 de coöperatieve Parents Youth Gamu, kortweg Payoga, oprichtten. Met focus op jongeren en welzijn. Op 27 jaar tijd is die focus ietwat veranderd: Payoga werd de Payoga-Kapatagan Multipurpose Cooperative of Gamu. Een van de best lopende coöperatie in het noorden van de Filipijnen.

In de Filipijnse chaos staat Payoga als een goed georganiseerd baken. Het bestaat onder andere uit een demonstratieboerderij, een coöperatieve winkel en een vormingscentrum rond organische landbouw. Boeren krijgen er vorming rond agrobosbouw om de vernietiging van het laatste Filipijnse regenwoud op het grootste eiland van de Filipijnen tegen te gaan.

Het weekend start en veel volk zie ik niet meer als we de poort van het domein achter ons laten. Maar ondanks de valavond werken in het fabriekje voor organische mest nog steeds enkele van de 75 arbeiders. ‘Ze blijven slapen in een nipa-hut aan de andere kant van het riviertje dat ons domein in tweeën snijdt,’ zegt Julie Flores.

Het kantoor van Payoga ligt centraal in de groene oase. De Filipijnse gastvrijheid getrouw staat de tafel vol heerlijke hapjes. Geserveerd door een van de negen stafleden, zeven vrouwen en twee mannen. Flores: ‘Payoga biedt de arme boeren een alternatief. Zonder deze mensen een kans op leven te geven, zal het hergroenen van de Filipijnen geen kans maken. Je kunt nog zoveel bomen planten als je wilt, zonder dat deze mensen wat anders om handen hebben, zullen ze blijven bomen kappen.’

Meer dan 810 families uit de provincie Isabela zijn intussen mede-eigenaar van de coöperatieve. Flores: ‘We werken met een kredietverlening om het bestaande systeem van hoge interesten bij landbouwleningen te counteren. Payoga heeft een tractordienst en een geiten- en kippenkweekprogramma.’ Plus een indrukwekkende drooginstallatie voor maïs, bonen en rijst. ‘Met een wachtlijst, want ook niet-leden willen maar al te graag gebruik maken van de installatie.’ Ik breng alvast goed nieuws mee: priester Jan Couvreur wil dat de installatie die de provincie West-Vlaanderen in San Mariano heeft gesponsord, naar hier verhuist. Flores hoort het maar al te graag.

Dans op leven en dood

Boeren en hard labeur, Stijn Streuvels zou een vette kluif hebben gehad aan het leven van een Filipijnse boer. Zeker in de natte provincie Isabela. Is er geen tyfoon die het landschap geselt, dan zijn er wel overstromingen die op twee tot drie dagen tijd de laaggelegen akkers overspoelen. Aan water een chronisch teveel hier – net als aan kindermonden die moeten gevoed worden – maar aan geld een eeuwig tekort. De gemiddelde boer of visser – met minstens drie of vier stuks nageslacht — verdient geen drie euro per dag.

Flores vertelt me uitgebreid over de laatste watercalamiteiten: ‘Overstroomde dorpen, verwoeste oogsten, verdronken carabao’s en geiten. Zonder onze drooginstallatie worden de maïs en rijstkorrels onverkoopbaar en swingen de voedselprijzen de pan uit. Ook Payoga ontsnapte de afgelopen jaren niet aan de ellende. Superstormen spoelden organische mest en zaailingen weg, geiten verdronken. We zaten op ons tandvlees.’

En dan is er nog de onzichtbare vijand: de land grabber of landpikker. Nooit te beroerd om geld te lenen, altijd op vinkenslag om een wanbetaler van zijn bezittingen te verlossen. Van zijn waterbuffel eerst, dan van zijn huis, zijn kind of zijn grond. ‘Het laatste waar zo’n arme boer aan denkt is duurzame landbouw,’ zegt Flores. ‘Het bewaren van biologische diversiteit of beschermen van wouden is geen prioriteit. In het dagelijkse dans op leven en dood is er geen plaats voor groene sentimenten.’

Zeker niet bij de landloze boer die nog steeds in een feodaal systeem werkt. Eenderde van de oogst aan de eigenaar afstaan is niet abnormaal. Zaaigoed, ploegen, insecticiden en meststoffen zijn peperduur. ‘Hoe goedkoper, hoe beter, hoe milieuonvriendelijk de producten ook zijn. Dat is het motto. Kortetermijndenken overheerst,’ aldus Flores. ‘Zorg voor ecosystemen, dat is voor de volgende generatie, niet voor de mijne,’ zeggen ze. En dus verdwijnen bomen voor maïsvelden. Mensen zijn zich vooral niet bewust van de milieu-impact van hun daden of het feit dat ze gemanipuleerd worden door mensen met macht en rijkdom.’

Lange weg bergop

Payoga traint de boeren zodat ze zelfvoorzienend worden en zich bewust worden van de ‘social enterprise’, van hun eigenaarschap bij de coöperatieve. ‘Sommige weten dat niet, denken enkel dat dit het hun een goedkope lening oplevert. Via seminaries proberen we hun denken te veranderen, hun houding tegenover het milieu ook.’

De goedkope en verplichtingsloze lening zorgt voor kapers op de kust. Flores: ‘Grootgrondbezitters of traders proberen soms via een arme boer aan een lening te geraken, hun investering in waarde te zien stijgen of gratis van de tractordienst gebruik te maken. We doen daarom altijd een achtergrondcontrole.’

De enige tractor van Payoga moet de traditionele waterbuffel vervangen. Meer dan zestig procent van de boeren hebben geen “carabao” meer. Het dier werd verkocht om te overleven, geneesmiddelen, een kettingzaag of dringende kosten te betalen. ‘Verkopen gaat snel, een nieuwe buffel kopen is haast onmogelijk. Zo’n dier kost 400 tot 600 euro. Dus moeten ze wel een tractor huren, iets waar grootgrondbezitters of traders heel goed aan verdienen. Het begint met een kleine lening en eindigt vaak met het verlies van het land.’

Toch blijkt het slechten van vastgeroeste tradities een makkie. ‘Sommige boeren geloven niet in biologische landbouw. Ze blijven zweren bij monocultuur en bemesting met dure kunstmest, ook als dat niet nodig is. Ze willen vreemde materialen, niet zelfgemaakte organische mest. Ze zijn koppig, volgen makkelijk het voorbeeld van anderen. Die blijven bomen kappen, zelfs als het niet nodig is of het betekent dat ze volgend jaar kunnen sterven.’

Flores zucht als ze praat over de laissez fair houding die vele mensen typeert. ‘Ze erkennen hun eigen verantwoordelijkheid niet. Flores: ‘Het is altijd de schuld van de kapitalist, de legale loggers, de grootgrondbezitters. Ze vergeten dat de rijken niet kunnen kaalkappen zonder de handen van de armen. Heel wat boeren willen niet hard werken, maar kiezen de gemakkelijkste en meer destructieve weg naar het geld.’ En dat is soms ontmoedigend. ‘Het duurt eeuwen om de mentaliteit grondig te veranderen. En zoveel tijd is er niet. De impact van Payoga is beperkt maar noodzakelijk. We zijn tenminste begonnen met proberen iets te veranderen. En de afgelopen vijf jaar merken we dat we meer en meer mensen bereiken.’

Bloedgras

‘Zonder hart en ziel in de strijd te werpen, hou je het hier geen week uit,’ zegt Flores. Ook zij ziet zij geen happy end voor de Filipijnse wouden. ‘De toekomst belooft nog meer Japans bloedgras in plaats van wouden. Honderden jaren heeft het geduurd eer de wouden hun pracht hadden bereikt en de vernietiging daarvan draai je niet op honderd jaar terug. De president mag dan de kaalkap willen stoppen, hier lokaal speelt een ander verhaal. Slechts een heel kleine minderheid neemt het op tegen de grote massa. Tegen de invloedrijke en belangrijke mensen die hun voordeel uit de houtkap halen. Wie zich daartegen verzet, blijft niet lang in zijn positie. Een oogje dichtknijpen of de beurs opendoen is de boodschap.’

Isabela is geen gemakkelijke provincie voor een ngo. De militairen en de New People’s Army clashen regelmatig, geregeld vallen er doden. ‘We bemoeien ons op geen enkele manier met politiek, houden ons ver van politici die onze steun vragen,’ zegt Flores. ‘We willen niet de speelbal worden van lokale politiek.’ Payoga werkt wel samen met andere ngo’s, met het departement Landbouw en de DENR. ‘We hebben heel moeilijke jaren achter de rug, net als alle andere ngo’s en coöperatieven die met arme boeren werken. Nu gaat het beter,’ zegt Flores. ‘Met dank vooral aan de steun van de provincie West-Vlaanderen en enkele andere Vlaamse sponsors.’

Een symfonie van gesnater, gekakel, geblaf, gezaag, gebrom, getsjirp begeleidt haar woorden. Geiten, varkens, kippen en eenden worden in de strijd gegooid voor het duurzame overleven van de boeren. ‘Zelf kleinvee betekent extra inkomen. In de barrio’s zijn eenden en kippen gemakkelijk te kweken. We gebruiken Franse kippen, want die hebben lekkerder vlees,’ lacht ze. ‘We promoten wel het inheemse varken, het buitenlandse beest is veel te duur.’

Aan de overkant van het riviertje, achter de steile oever kijken we naar een stuk grond dat om de haverklap haar bomen verliest door slash and burning. ‘Sommige verdienen hun brood met de verkoop van Japans bloedgras. Het vee moet de scherpe randen van het gras niet, maar is wel tuk op het jonge gras dat na een brand opschiet. Daarom branden ze de boel af. En daarmee onze bomen ook. Daarom dat we hier nu varkens kweken. Dat zal de mensen hopelijk tegenhouden. Maar zeker is dat niet.’

Meer uit het dossier Vijf na twaalf voor Filipijnse biodiversiteit

Peter Dupont
Dat er in het noorden van de Filipijnen nog ongerepte wouden liggen, is ondermeer te danken aan de decennialange strijd van Jan Couvreur.
Merlijn van Weerd
Het zijn niet de arme boeren die de laatste ongerepte wouden op de Filipijnen slechten.
Peter Dupont
Terwijl Chinese mijnbedrijven Gonzaga van de kaart graven, probeert de burgemeester van dit Filipijnse kuststadje de lokale milieuactiviste het zwijgen op te leggen.