De Europese Unie moet haar eigen voorbeeld volgen

Op 25 maart viert de Europese Unie de vijftigste verjaardag van het Verdrag van Rome. Met 27 leden is de EU vandaag de grootste economie ter wereld, het meest avontuurlijke politieke experiment van de voorbije eeuw en een koploper op het vlak van welvaartspreiding. MO* wou weten of de rest van de wereld ook blij is dat de EU bestaat en welke verwachtingen er in het Zuiden leven tegenover de Unie. We spraken daarover met de Pakistaanse topjournalist Ahmed Rashid en met de Zuid-Afrikaanse activist Kumi Naidoo.

De volledige tekst van beide interviews vindt u hiernaast.
Ahmed Rashid sprak met MO* vanuit Lahore, een stad met een imperiaal verleden. Ooit was Lahore het centrum van de Punjab, voordat die graanschuur gesplitst werd over India en Pakistan. Rashid werd wereldberoemd met zijn boek Taliban. Militante islam, olie en fundamentalisme in Centraal-Azië. Dat boek verscheen begin 2001 en was het resultaat van twintig jaar eenzame journalistieke arbeid in een hoek van de wereld waar steeds minder interesse voor was. Tot 11 september van dat jaar. Zijn volgende boek Jihad. De opkomst van het moslimfundamentalisme in Centraal-Azië ging dieper in op het belang van islamistische bewegingen in onder andere Pakistan en Oezbekistan voor de geopolitiek van de 21ste eeuw. Ahmed Rashid schrijft regelmatig bijdragen voor de Wall Street Journal, BBC, Far Eastern Economic Review en andere toonaangevende media.
Kumi Naidoo groeide op in Zuid-Afrika voor de regenboog er tussen de Kaap en Johannesburg gespannen werd. Op vijftienjarige leeftijd werd hij actief in de anti-Apartheidsstrijd en hij belandde daarvoor ook in de gevangenis. Als politiek vluchteling in Groot-Brittannië volgde hij studies rechten, na de vrijlating van Nelson Mandela hielp hij het ANC omvormen tot een legale politieke partij en bekleedde vervolgens een aantal belangrijke posten zoals woordvoerder van de Onafhankelijke Verkiezingscommissie. Sinds 1998 leidt hij Naidoo Civicus, een wereldwijde alliantie van zowat 1000 civiele organisaties. Hij maakt op dit moment ook deel uit van de stuurgroep van de Global Call to Action against Poverty, beter bekend als de campagne met de witte armbandjes. Hij sprak met MO* vanuit Johannesburg.

Welke bijdrage levert de EU aan de wereld vandaag?

Kumi Naidoo: Het kernpunt van de EU is de idee dat je geen echte vooruitgang kan boeken zonder sociale en economische integratie met andere landen, op de eerste plaats je buurlanden. Daarmee toont de EU ook aan dat je de erfenis van oorlog en conflict kan omvormen tot een kracht voor vrede en stabiliteit -iets waaraan we in Afrika ook dringend behoefte hebben. Daarnaast is er het feit dat de EU een parlement heeft dat rechtstreeks verkozen wordt door de burgers van de verschillende lidstaten. Die ervaring is verre van perfect, maar ze geeft wel aan dat de kans bestaat dat ook op wereldschaal, bij de VN, zo’n rechtstreeks verkozen parlement mogelijk is.

Ahmed Rashid: De EU heeft een prachtig voorbeeld neergezet van een politieke en economische alliantie tussen Europese landen. Dat is de inspiratie geweest voor vergelijkbare allianties in Zuidoost-Azië, in Centraal-Azië, in Latijns-Amerika… Hoe langer hoe meer landen lijken te beseffen dat het aangaan en uitdiepen van dit soort regionale allianties heel erg belangrijk is. Voor veel derdewereldlanden is het de enige manier om te overleven of vooruit te gaan, en de EU is wat dat betreft een lichtend voorbeeld geweest.
De EU is wel altijd meer een economische dan een politieke unie geweest.
Ahmed Rashid: Dat is ook voor derdewereldlanden vandaag een goed startpunt. Als ze er al in zouden slagen om handelsallianties te vormen en economische verdragen af te sluiten onder elkaar, zouden ze al een stuk sterker staan dan vandaag. Nu kunnen ze enkel overleven op basis van hulp uit het Noorden. Door meer onderlinge samenwerking zouden ze op eigen kracht kunnen groeien. De EU zou haar ervaring en haar model op een veel assertievere manier moeten aanbieden op de wereldmarkt van ideeën en maatschappelijke modellen.
Kijkt Pervez-met-de-pet in Pakistan of Thabo-in-de-township ook zo positief naar de EU?
Kumi Naidoo: Voor de meeste mensen op de wereld is de EU een ver-van-hun-bed-show. Alleen de elites in Afrika komen de EU als instelling tegen: aan de onderhandelingstafel van de Wereldhandelsorganisatie, in de discussies bij de Verenigde Naties of als donor in ontwikkelingssamenwerking. Heel vaak komt de EU over als een blok dat kleiner is dan de optelsom van zijn leden. De impact en uitstraling van afzonderlijke naties is toch nog altijd groter dan die van de EU als geheel.

Ahmed Rashid: Een minderheid is boos op de EU omwille van de manier waarop moslims in Europa behandeld worden, maar een meerderheid ziet de EU als een geopolitiek alternatief en tegengewicht voor de eenzijdige overmacht van de Verenigde Staten, een alternatief dat meer belang hecht aan democratie en mensenrechten dan het Imperium geneigd is te doen.
De nadruk die de EU legt op goed bestuur en mensenrechten is dus een goede zaak?
Kumi Naidoo: Indien de lidstaten tot een gezamenlijk buitenlandbeleid zouden komen dat zich echt zou baseren op de principes van goed bestuur en mensenrechten, zoals de EU ze op papier gezet heeft, dan zou dat een uitstekende zaak zijn.

Ahmed Rashid: De voorbije jaren hebben de verschillende Europese landen eigenlijk veel te weinig consequent op deze klemtonen gehamerd. Het is het Europese Parlement dat deze thema’s bovenaan de agenda gezet en gehouden heeft. De regeringen hebben naar mijn smaak veel te veel compromissen gesloten in hun relaties met de ontwikkelingslanden. Dat is voor veel mensen in die landen een tragedie.
Sommigen vrezen dat de EU Europese normen, waarden en prioriteiten oplegt aan landen die geen andere keuze hebben dan ze te aanvaarden.
Ahmed Rashid: Ik zie goed bestuur en mensenrechten niet als Europese waarden, maar als universele waarden. Ze zijn niet afhankelijk van religie, cultuur of ideologie. Zowat alle landen van de wereld hebben het VN Charter en de Universele Verklaring van de Mensenrechten ondertekend. Die handtekening verbindt hen ook tot het realiseren van de principes en het is dus niet neokoloniaal om regeringen daaraan te herinneren. Een goed deel van de crisis die de wereld vandaag doormaakt, heeft juist te maken met het feit dat regeringen in de islamitische wereld hun afspraak op deze punten niet nakomen.

Kumi Naidoo: Dit zijn principes die de Afrikaanse landen zelf en zonder druk van buitenaf geformuleerd en ondertekend hebben -dat vind je in de teksten van de Afrikaanse Unie. Maar ook Afrikaanse landen zijn beter in het belijden van mensenrechten dan in het realiseren ervan. En dus is bijkomende druk van buitenaf geen slechte zaak. Het engagement van de EU voor mensenrechten is ook een waarachtig engagement, denk ik. De effectiviteit ervan wordt gehinderd door de nationale agenda’s en het gebrek aan een eengemaakt beleid.

Maar ook het gebrek aan coherentie tussen politieke principes en reëel gedrag -in bijvoorbeeld de onderhandelingen over de wereldhandel- ondermijnt de geloofwaardigheid van de EU. Een Europese Unie die bij goed weer en kwaad weer betoogt hoe bezorgd ze is om de armoede in de wereld komt niet geloofwaardig over als ze tegelijk meer subsidie per koe geeft dan het inkomen waarmee de helft van de mensheid het moet rooien -en bovendien de lokale landbouw in de armere landen ondermijnt met die subsidiepolitiek. Helemaal om te schreeuwen wordt het als je beseft dat diezelfde Europese landen mee verantwoordelijk zijn voor een beleid van IMF en Wereldbank dat de Derde Wereld verplichtte tot het stopzetten of afbouwen van overheidssubsidies aan de lokale landbouw.
De EU is niet geloofwaardig als ze goed bestuur preekt?
Kumi Naidoo: Als goed bestuur niet leidt tot herverdeling van inkomens en welvaart, dan is het niet geloofwaardig voor de meeste mensen in de ontwikkelingslanden. De groeiende ongelijkheid is een centraal probleem in een land als Zuid-Afrika waar slechts 5 miljoen inwoners op 31 miljoen genoeg inkomen hebben om belastingen te betalen. Het is toch onaanvaardbaar dat de onpeilbare bodemrijkdommen van Afrika alleen gebruikt worden om Landrovers, BMW’s, juwelen en vliegtuigreizen voor de elite te betalen en verder het Westen te verrijken dat al zo lang leeft van onze rijkdom? Met andere woorden: we hebben niet te veel van goed bestuur, maar te weinig. Alleen moet dat ook gaan over economische en sociale verhoudingen op wereldschaal.
Veel Europeanen willen dat de EU meer aandacht geeft aan sociale thematieken.
Kumi Naidoo: Er is nog heel wat werk aan de sociale winkel in Europa, met name voor de groeiende gemeenschap van immigranten. Zij worden ingeschakeld voor de meest kwetsbare en slechtst betaalde banen. Al is er nu een tendens om selectief migratie te organiseren. Wie in bootjes arriveert, is ongewenst; wie met het geschikte diploma komt, wordt warm onthaald. In Manchester alleen al zijn meer Malawische dokters actief dan in heel Malawi. Met andere woorden: als een derdewereldland een goed beleid voert, dan zijn Europese landen als Groot-Brittannië niet te beroerd om de positieve resultaten daarvan naar zich toe te halen en dat land met de ellende te laten zitten.

Ahmed Rashid: Een sterkere politieke en sociale eenmaking zou een nieuw voorbeeld geven aan de rest van de wereld. Om het politieke eerst te nemen: voor de rest van de wereld zou het veel beter zijn als de EU een meer uitgesproken en coherente buitenlandse politiek zou hebben. Palestijnen, Libanezen, Irakezen: ze willen allemaal een sterkere Europese positie die verschillend zou kunnen zijn van het Amerikaanse beleid, dat nu vaak de enige internationale stem is die weegt.
De EU wil haar rol op het wereldtoneel het liefst spelen als een “zachte macht”. Een goede zaak?
Kumi Naidoo: Het is in elk geval belangrijk dat de extreem eenzijdige opstelling van de VS genuanceerd en afgestopt wordt. Dat lukt soms, een beetje. De VS worden er door de EU bijvoorbeeld toe gedwongen om andere dan militaire sporen te bewandelen in hun conflict met Iran. Maar de concurrentie om de wereldmacht gaat toch altijd ten koste van de machtelozen. De huidige competitie tussen de EU, de VS, Rusland en China zorgt er bijvoorbeeld voor dat grondstoffen opnieuw hoog op de agenda van de geopolitiek staan. Onze ondergrond is weer belangrijker aan het worden dan de mensen die er op wonen. Voor Afrika is dat geen goed nieuws, want we zijn daar nog nooit rijk van geworden.
Kan de EU wegen op het internationale debat zonder een Europees leger?
Ahmed Rashid: Zonder de ruggensteun van echte “harde macht” -een leger, dus- kan Europa zijn vaak waardevolle standpunten niet echt doordrijven. In het Midden-Oosten, in Afghanistan en in Afrika bestaat er een behoefte aan humanitaire of vredesgerichte interventies, en dus moeten de Europese landen méér spenderen aan het opbouwen van een eigen en eengemaakt leger.

Mensen ervaren het optreden van Europese militairen heel anders dan dat van hun Amerikaanse collega’s. Europese militairen blijken veel gevoeliger voor de culturele en maatschappelijke realiteiten in islamitische landen, ze worden ervaren als militairen met een intellectuele belangstelling voor het land en de cultuur waar ze terechtkomen. En daardoor zijn ze veel doeltreffender dan de laarzen van de Amerikanen die alle deuren wel opentrappen, maar uiteindelijk toch voor gesloten deuren blijven staan.
Zal een Europees leger niet remmend werken op het ontstaan van een multipolaire wereld, waarin India, China, Rusland en Brazilië een grotere rol opeisen?
Ahmed Rashid: Deze opkomende machten zijn op dit moment vooral regionaal gericht en minder bezig met geopolitiek. Bovendien geven ze zeer weinig blijk van bezorgdheid om goed bestuur of mensenrechten in de landen waarmee ze samenwerken. Zowel China als India houden er bijvoorbeeld nauwe relaties met Birma op na, niet echt een regime dat veel steun verdient nochtans. Wrijvingen tussen Europa en China, India en Rusland zouden in de toekomst wel eens daarover kunnen gaan.
Want de druk vanuit Europa om mensenrechten te respecteren wordt ondermijnd door de bereidheid van deze opkomende machten om zaken te doen zonder voorwaarden. Daarom heeft de wereld er behoefte aan dat Europa meer centraal op het wereldtoneel verschijnt, als vaandeldrager van universele waarden als mensenrechten, democratie en goed bestuur. Een te nauwe relatie met de opkomende machten zou wellicht leiden tot te veel compromissen op dit vlak.
Moet de EU eigenlijk nog bijzondere relaties aanhouden met de vroegere kolonies?
Kumi Naidoo: Die koloniale tijd is nog niet zo lang achter de rug, je kan er dan ook niet aan voorbij gaan. De bijzondere relatie mag vandaag echter niet gebaseerd zijn op liefdadigheid, maar moet steunen op rechtvaardigheid en herstel van aangebracht onrecht. Europeanen willen het misschien niet meer horen, maar een goed deel van de huidige conflicten in Afrika hebben echt wel wortels in de koloniale grenzen die in Berlijn getrokken werden in 1885. Ik zie schuldenkwijtschelding en de afspraak om 0,7 procent van het BNP van de rijke landen aan ontwikkelingshulp te besteden dan ook niet als liefdadigheid, maar als herstelbetalingen.
Om het met een slogan van de Global Call to Action against Poverty te zeggen: to make poverty history, you need to understand the history of poverty. Daarmee wil ik niet zeggen dat alle fouten van de voorbije zestig jaar op het conto van de kolonisatie te schrijven zijn. Er zijn een heleboel zaken die de leiders van ontwikkelingslanden zelf véél beter hadden kunnen doen en zij dragen dan ook een grote verantwoordelijkheid. De koloniale geschiedenis belet onze leiders niet om vooruitgang te maken op het vlak van millenniumdoelstellingen, mensenrechten, democratie…
Binnen de EU zijn insluiting en gelijkwaardige participatie intussen ook nog verre van gerealiseerd, bijvoorbeeld voor migranten en etnische minderheden.
Ahmed Rashid: De overheden in de EU hebben toegestaan dat migranten terechtkwamen in getto’s en ze kijken machteloos toe hoe die getto’s ook vandaag nog blijven groeien. De klemtoon op gescheiden gemeenschappen, die in Groot-Brittannië en Nederland het beleid stuurde, is een mislukking gebleken. De nadruk moet veel meer liggen op integratie. In Frankrijk werd dan wel benadrukt dat iedereen gelijk is als burger van de republiek, maar de overheid heeft véél te weinig geïnvesteerd in het waarmaken van die mooie woorden voor degenen die sociaal en economisch achtergesteld waren.
Als je onderaan de ladder staat en in vreselijke getto’s woont, heb je geen behoefte aan een schitterend overheidsdiscours, maar aan middelen voor bijkomende jobtrainingen, betere schoolbegeleiding, omkadering voor beginnende zelfstandigen… En op dat vlak is de Franse Staat vreselijk tekortgeschoten.
Welke verjaardagswens hebt u voor de leiders en de burgers van de EU?
Ahmed Rashid: Dat Europese regeringen nog veel meer de nadruk leggen op democratie en diversiteit, zowel in hun eigen samenlevingen als in de islamitische landen.

Kumi Naidoo: Ik hoop dat de EU op een actieve manier blijft bijdragen tot een wereld waarin haar eigen verworvenheden -een cultuur van samenwerking en vrede, en het creëren en verdelen van welvaart- voor steeds meer mensen werkelijkheid worden. De Europeanen hebben een heel sterk besef van de echte krachten die de globalisering drijven en van de samenhang tussen conflict en ongelijkheid. Ze hadden ook heel goed door dat de oorlog tegen Irak een ramp zou worden voor de wereld. Mijn verjaardagswens voor de EU is daarom: ik hoop dat de leiders veel beter gaan luisteren naar hun bevolking. En voor de burgers hoop ik dan ook dat ze hun kritische analyses zullen blijven omzetten in positieve actie en politieke druk ten voordele van meer mondiale solidariteit. Want wat Europeanen doen, weegt veel meer op het beleid van de Verenigde Staten dan alles wat wij in de Derde Wereld zeggen of doen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur