De fabel van de kraai en de kip

KwaZulu-Natal is een uitgestrekte en onrustige provincie van Zuid-Afrika. Allerlei conflicten maken het leven er minder feestelijk dan de natuur eigenlijk voorzien had. Dat blank en zwart met elkaar op gespannen voet leven, is geen nieuws; dat Engelssprekenden en Afrikaner-blanken elkaar het licht in de ogen niet gunnen al evenmin.
In Durban is het sluimerende conflict tussen de meer dan een miljoen mensen van Indische komaf en de zwarte bevolking echter al even scherp. Daarbij komt de weer oplaaiende bloedvete tussen het Inkatha en het ANC. ‘Over al dat soort onverdraagzaamheden gaat onze voorstelling’, zeggen Ellis Pearson en Bheki Mkhwane. Het blank-zwarte theaterpaar neemt me mee naar een schoolvoorstelling, diep in het binnenland van KwaZulu-Natal.

De weg van Durban naar Hluhluwe is lang en saai. Na een paar uur beginnen zelfs de bergen, die zo verrassend uit savanne oprijzen, op elkaar te lijken. Hier en daar staan kraampjes met Afrikaans houtsnijwerk en met rijpe vruchten langs de weg, maar ik zie geen wagens die er stoppen. Wij stoppen wel, om de vijftig kilometer, om de lekkende radiator van Ellis’ gammele Toyota bij te vullen.

In Hluhluwe wacht een vijftigtal kinderen -tussen 7 en 17 jaar- ons op: blozende knapen en blonde meisjes, die beleefd een ‘baaie goeie dag’ zeggen tegen het vreemde trio dat neerstrijkt op de grasmat van hun Nederduits Gereformeerde schooltje. Onderweg passeerden we enkele grote scholen waar duizenden zwarte leerlingen op stoffige velden liepen te voetballen. Dat waren de armlastige rijksscholen. Sinds de afschaffing van de apartheid schieten de kleine schooltjes met conservatief-religieuze inslag als witte paddestoeltjes uit de grond: de taal waarin het onderwijs gegeven wordt, is een zeer effectief én legaal middel om blank en zwart gescheiden te houden.

Voor dit -op een enkel donker snoetje na- etnisch zuiver publiek mogen Ellis en Bheki hun voorstelling ‘Squawk’ -een dierenfabel over het moeizame groeien naar respect en verdraagzaamheid- opvoeren. Ze dansen en springen als volleerde kraaien, spreeuwen, kippen, ooievaars en papegaaien. Ze doen leerlingen en leerkrachten schateren van het lachen en krijsen van schrik. De fabel eindigt met een actieve inbreng van een groot deel van de jongeren, die samen met de acteurs een vredeslied zingen. Na de voorstelling komt een duidelijk nagenietend schoolhoofd Ellis en Bheki bedanken. Nog nooit hadden ze zo genoten van een toneel, zegt ze. Eenmaal de twee hun schouderklopjes en hun schamele vergoeding in ontvangst genomen hebben, stappen we weer in de dorstige Toyota. ‘Ik hoop dat ze volgende keer ook eens nadenkt over de inhoud van het stuk’, gromt Bheki. Ellis start de wagen en met gierende banden vertrekken we uit de diepe binnenlanden van KwaZulu-Natal. De inboorlingen, die achter op de laadbak van hun ‘bakkie’ staan, wuiven ons geamuseerd na.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur