De financiële markten lossen het klimaatprobleem niet op

Zaterdaginterview met Ivonne Yánez en Larry Lohman

Terwijl er van Noord-tot Zuid-Amerika verwoed gezocht wordt naar moeilijk te bereiken olievelden in teerzanden of in de diepzee, is de beslissing van Ecuador om de oliereserves in het Yasunípark onder de grond te laten, zonder meer een moedige zet. We weten inmiddels dat we af moeten van de fossiele brandstoffen, willen we iets aan het klimaatprobleem doen. Toch schijnt die bezorgdheid steeds verder weggedrukt te worden ten voordele van oneigenlijke belangen. Over valse alternatieven, de rol van de financiële markten en de positie van grote NGO’s  in het klimaatprobleem en over de mogelijkheden van de civiele samenleving had MO* een gesprek met Ivonne Yánez van Oilwatch en Larry Lohman.

  • Alma De Walsche Ivonne Yánez, medeoprichtster van de Ecuadoraanse milieuorganisatie Acción Ecológica en voorzitster van Oilwatch Sudamérica. Alma De Walsche
  • Alma De Walsche Larry Lohman, onderzoeker en auteur van 'Carbon Trading, a critical conversation on climate change, privatisation and power'. Alma De Walsche

Ivonne Yánez is medeoprichtster van de Ecuadoraanse milieuorganisatie Acción Ecológica en voorzitster van Oilwatch Sudamérica, een netwerk van Zuid-Amerikaanse organisaties dat de vernieling van de natuur door de petroleumboringen in het Yasuní biosfeerreservaat (*) aanklaagt.
Larry Lohman is Amerikaan en onderzoeker aan het in London gebaseerde Corner House, dat zich buigt over thema’s zoals milieu en sociale rechtvaardigheid. Hij is auteur van Carbon Trading, a critical conversation on climate change, privatisation and power.

De missie van Oilwatch is onder meer de verdere uitbreiding van de petroleumontginning naar nieuwe gebieden tegen te gaan. Dat lijkt wel een verloren zaak als je kijkt naar de ontginningen van de teerzanden in Canada, de diepzeeboringen en de olieprospecties aan de Noordpool.

Ivonne Yánez: De petroleumgrens schuift inderdaad nog steeds op en de ontginningen zetten zich door naar meer fragiele ecosystemen. Ook Venezuela en Ecuador hebben sites met teerzanden. Zulke ontginningen zijn bijzonder duur en vervuilend. Gezien die jacht naar nieuwe oliewinningen is het Ecuadoraanse Yasuní-initiatief om de olie in de ondergrond te laten, een schitterend project.

Oilwatch stond mee aan de wieg van dit project.

Ivonne Yánez: Wij hebben het mee gepromoot maar de idee komt van de inheemse gemeenschappen die al vijftien jaar roepen om te stoppen met olie-ontginningen. Voor hen is het een kwestie van overleven en van bescherming van hun leefomgeving. Het Yasuní-project is gebaseerd op hun verzet tegen de olie-exploitatie. Het interessante aan het project is dat het op deze manier een beleidsinstrument wordt van een oliestaat. Daarom is het zo belangrijk dat een klein land als Ecuador, met een economie die afhangt van olie, toch zo’n beslissing neemt.

President Correa is daarin een pionier.

Ivonne Yánez: Omdat het voorstel zo enthousiast werd onthaald door de internationale gemeenschap, werd het voor de president moeilijker om het weer af te voeren. Correa krijgt hierdoor internationaal het imago van een ecologist, maar in werkelijkheid hanteert hij een dubbel discours want voortdurend dreigt hij er ook mee het project weer af te voeren als de internationale gemeenschap niet met het nodige geld over de brug komt.

Wellicht ook onder druk van de petroleummaatschappijen?

Ivonne Yánez: Onder druk van de staatsschuld, er is een deficit van 3,8 miljard euro. En er is zeker ook druk van de bedrijven. Vooral Chinese bedrijven oefenen druk uit. Van sommige concessies is hij de olie al vooraf aan het verkopen. Zo heeft hij onlangs 1,5 miljard euro ontvangen van Chinezen in ruil voor toekomstige olieontginning. Een opvallend gegeven is dat de geopolitiek van de olie volop in beweging is. We zien een herpositionering van de oliebedrijven, met nieuwe spelers die zich aandienen. Chinese, Koreaanse en Maleisische bedrijven duiken op, naast het Venezolaanse PVDSA en het Braziliaanse Petrobras. Het Franse Perenco is zich aan het terugtrekken.

Sommigen hebben kritiek op het voorstel, omdat Correa het ITT blok van Yasuní wel wil sparen, maar vlak ernaast ontginningen toelaat, waar de biodiversiteit even uniek en fragiel is.

Ivonne Yánez: President Correa is inderdaad uit op dit geld. Het idee is om de Yasuní-certificaten te verbinden aan de koolstofmarkt en zo geld op te strijken voor vermeden emissies. En de olie kan elders ontgonnen worden. Dat wijkt natuurlijk af van het oorspronkelijke opzet. Ook in het kader van REDD (Reducing Emissions from Deforestation and Degradation) ontvangt Ecuador geld met zijn programma Sociobosque. Het probleem vandaag is dat er een markt gecreëerd is – de koolstofmarkt- waarop petroleum- en andere multinationals volop actief zijn om zich te verrijken op basis van de marktmechanismen om de klimaatopwarming tegen te gaan (REDD, Emissiehandel en de Mechanismen voor Schone Ontwikkeling). Helaas heeft dit alles weinig te maken met de strijd tegen de opwarming.

Een veelgehoorde kritiek is dat de klimaatonderhandelingen gekaapt zijn door de bedrijfswereld.

Larry Lohman: Tal van bedrijven -niet alleen de oliebedrijven- willen het overleg naar hun hand zetten. Maar ook economen en politici, die beïnvloed zijn door het neoliberale denken van de voorbije decennia, geven mee richting aan het proces. Het is niet zozeer hun betrachting om snel te komen tot een post-petroleum samenleving maar eerder een streven om zo lang mogelijk door te gaan met het bestaande model. Men neemt dan zijn toevlucht tot oplossingen als geo-engeneering, om het probleem vooralsnog de baas te kunnen. (nvdr: geo-engeneering staat voor ingrijpen in het functioneren van de planeet aarde door hoogtechnologische toepassingen, zoals zwavel de atmosfeer inpompen om de temperatuur op aarde te laten dalen; of grote panelen in de ruimte installeren om zonnestralen terug te kaatsen.) Geo-engeneering is niet alleen heel duur maar men vergist zich ook als men denkt dat dit snelle oplossingen zijn. Die technologie is er nog helemaal niet.

De koolstofhandel is ook een manier voor de landen van het Noorden om tijd te kopen en het tijdperk van de fossiele brandstoffen te verlengen. Intussen betrekt men daarbij de bossen, het landgebruik en de ecosystemen in het Zuiden, om meer ruimte te kopen voor de vervuiling. Mechanismen als REDD zijn een manier om niet te investeren in dit nieuwe model maar nieuwe ruimtes in te palmen voor extra vervuiling. Het is een omgekeerde redenering die de transitie uitstelt. Vooral de financiële markten die sinds de jaren ’70 actief zijn in het ontwikkelen van allerlei financiële derivaten, laten vandaag hun invloed gelden. Zij hebben een heel belangrijke rol gespeeld in het vorm geven van de financiële architectuur van de koolstofmarkt.

De vraag die we ons vandaag moeten stellen is: hoe geraken we bij die post-fossiele-brandstof-beschaving?

Er is wel een probleem met die markt. De prijs van een ton CO2 is nooit zo hoog geweest als men aanvankelijk voorop gesteld heeft. Anderzijds blijkt steeds opnieuw dat het zeer moeilijk is om de koolstofwaarde en de overeenkomstige prijs van een woud te meten. Wordt er op die manier geen virtuele bubble gecreëerd?

 

Larry Lohman: Precies, de conferentie die eind juni in het International Institute for Social Studies in Den Haag werd gehouden over Groen Kapitalisme- Nature™ Inc- ging daarover. Daar bleek ook welke enorme ambities de financiële sector en een aantal grote NGO’s hebben. Een aantal grote NGOs spelen dit spel immers mee.

Kan u namen noemen?

Larry Lohman: Environmental Defense, Conservation International, The Nature Conservancy, Natural Resources Defense Council , allen met zetel in Washington. Deze organisaties hebben voor verschillende landen de wetteksten geschreven voor de koolstofwetgeving, voor REDD programma’s en andere marktmechanismen voor het beheer van ecosysteemdiensten.

Ziet u een beter spoor?

Larry Lohman: De vraag die we ons vandaag moeten stellen is: hoe geraken we bij die post-fossiele-brandstof-beschaving? En dan is het belangrijk om allianties te maken met mensen die zich historisch verzet hebben tegen de ontginning van die petroleum. En met mensen die al een hele geschiedenis hebben van verzet tegen luchtvervuiling en tegen allerlei uitwassen van die industriële samenleving, zoals inheemse en lokale gemeenschappen. Ik wil mijn tijd en de tijd van mijn organisatie liever besteden aan positieve projecten. Yasuní vind ik een positief en constructief politiek project. Ik denk dat het voor de progressieve bewegingen belangrijker is om aan zulke initiatieven te bouwen, in plaats van aanwezig te zijn bij al de VN-onderhandelingen, om politieke bewegingen te bouwen rond positieve voorstellen.

Waar ziet u dat gebeuren?

Larry Lohman: In tal van landen gaan mensen het gevecht aan tegen de ontginning en het gebruik van fossiele brandstoffen. In de VS is de voorbije jaren de bouw van een zestigtal steenkoolcentrales tegengehouden door lokale actie. In Thailand verzetten mensen zich tegen het ontginnen van steenkool. In India heb je basisgroepen die verhinderen dat grond van mensen wordt ingepalmd voor de zogenaamde REDD-projecten. Daar zie je politieke macht groeien bij mensen die een direct belang hebben bij de acties die ze voeren. Zelfs in California is dat proces bezig. Ik heb daar gewerkt met een groep van Environmental Justice die probeert de steenkoolcentrales te doen sluiten. Niet alleen omwille van de klimaatverandering, maar omwille van hun gezondheid. Zij verzetten zich tegen de koolstofhandel, net zoals groepen in India, Indonesië of Latijns-Amerika, omdat het hun levenskwaliteit, hun gezondheid en hun toekomst aangaat. Hun acties hebben ook effect. Zij hebben in California een aantal initiatieven voor emissiehandel kunnen tegenhouden en in het zuiden van California hebben ze de bouw van twintig steenkoolcentrales geblokkeerd. Ze hebben zich geschaard achter de beweging in Indonesië die zich verzette tegen de export van gas naar California om daar de energiehonger te stillen. Je merkt dat er een wereldwijde beweging op gang komt en in tegenstelling tot de VN-onderhandelingen, zie je hier wel vooruitgang.

Hoe ziet u de overgang naar een meer rechtvaardige en ecologische samenleving gebeuren?

Larry Lohman: Het eerste punt is nagaan welke bewegingen er op verschillende plaatsen in de wereld bezig zijn. Daarnaast is het belangrijk fora te creëren voor uitwisseling en de krachten te bundelen. Initiatieven opzetten waardoor mensen een gezamenlijk denkproces kunnen ontwikkelen om te komen tot die post-petroleum-beschaving. Het is niet aan ons om te bepalen wat het alternatief is. Het antwoord op die vraag moet het voorwerp zijn van een democratische discussie, van een zorgvuldige analyse van welke mogelijkheden er zijn, om in de richting van oplossingen te komen. Het is een politiek debat.

Tal van ngo’s in het Noorden hebben nog die idee van software en hardware. De hardware is de wereld, en in hun visie kunnen de ngo’s dan komen met een nieuw software programma waarmee ze de wereld kunnen redden. Dan komen ze bij antwoorden zoals het betalen voor ecosysteemdiensten. De wereld zit zo niet in elkaar. Het is een kwestie van politieke organisatie en democratie. Uiteraard gaat dit traag en is het probleem urgent, maar voor veel mensen, in het Zuiden en aan de Noordpool, is het al zo ver. Hun habitat en hun voedselcyclus is al verstoord. Het besef van urgentie mag ons niet tot de foute beslissingen leiden.

Het ITT-Yasuni initiatief, gelanceerd door de Ecuadoraanse regering, zoekt internationale compensaties voor het niet ontginnen van de petroleumvoorraden in een deel van het Yasuní biosfeerreservaat, één van de hotspots van biodiversiteit van onze planeet en het thuisland van verschillende inheemse groepen. De Waalse regering zegde 1,6 miljoen euro toe als steun aan het initiatief, hiervan werd inmiddels 314 000 euro overgeschreven. Vlaanderen doet niet mee, maar Groen lobbyt wel voor België, met een resolutie die in het federaal parlement werd ingediend en ondertekend door Ecolo-Groen, PS, SP.A, CDH en MR.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2795   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 2795  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search <em>for</em> Common GroundSearch for Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.