De G20 van Cannes: een halfleeg glas

De G20 zal in Cannes geschiedenis schrijven, stond er op honderden publiciteitsborden in Cannes. Ondanks de niet-aflatende pogingen van Frankrijk en zijn gedreven president, heeft dat er nooit in gezeten.

  • Reuters Wereldleiders poseren voor de traditionele familiefoto op de G20-top in Cannes Reuters

Veel ngo’s spraken van een mislukking, Sarkozy sprak van een succes. Zoals zo vaak bij dit soort evenementen lopen ook de meningen over deze G20 van Cannes uiteen. Om wat klaarder te zien, helpt het om een en ander op een rijtje te plaatsen

De slotverklaring spreekt over een globale strategie voor groei en jobs maar wat die precies zal inhouden, is niet erg duidelijk. Omdat de meeste Europese landen en de VS zich om de banken te redden en de economie te stimuleren zwaar in de schuld hebben gestoken, en omdat de financiële markten hen daarvoor nu onder vuur nemen, hebben ze minder ruimte om met publieke investeringen de tewerkstelling en groei op peil te houden. Daarom roept Cannes de landen die over grote handelsoverschotten beschikken – Duitsland en China op de eerste plaats – op om hun interne vraag te stimuleren. En dit onder andere door hun wisselkoers flexibeler te maken. Dit laatste is een duidelijke verwijzing naar China, ook al wordt het land niet genoemd.

Concreet zou het inhouden dat China de wereldeconomie, en ook zijn eigen economie stimuleert door intern meer vraag te scheppen – met hogere lonen en een geleidelijke opwaardering van de yuan. Het is afwachten wat dat in de praktijk zal betekenen. ‘Bovendien is dit niks nieuws’, onderstreept Gregory Chin van het Canadese Centrum voor Internationale Bestuursinnovatie. ‘China heeft twee jaar geleden al toegezegd om de interne vraag te verhogen.’ De Duitse kanselier Angela Merkel had nog voor de top een stap in die richting gezet door met haar partij te beslissen om een algemeen minimumloon in te voeren in Duitsland. Wellicht is het zo dat de G20 beleidskeuzes waarvoor intern al enige steun bestaat, kan versterken door ze internationaal mee te ondersteunen.

De internationale vakbeweging was enigszins tevreden over Cannes. Sharan Burrow, de secretaris-generaal van het Internationaal Vakverbond stelde dat ‘de G20 terug is’. De vakbondsleiders waren blij dat ze op een meer officiële manier betrokken werden bij de G20. ‘We hebben veertien van de twintig leiders ontmoet op deze top’, aldus ACV-voorzitter Luc Cortebeeck. De vakbondsleiders wezen er tevens op dat banen en sociale bescherming meer dan ooit voorop stonden in de gesprekken.

Vakbonden en ondernemers samen ondertekenden een verklaring die opriep tot groei en jobcreatie. Het klopt dat we veel leiders hoorden spreken over jobs maar zeer concrete engagementen of voorstellen zater er niet tussen, of het zou de aanpak van de jeugdwerkloosheid moeten zijn. Sarkozy benadrukte dat het de eerste keer is dat een internationale verklaring zo uitdrukkelijk stelde dat sociale bescherming goed is voor de economische groei. Het belangrijkste is wellicht dat een aantal opkomende landen zoals China en Brazilië effectief werken aan hogere lonen en meer sociale bescherming. In die zin is het niet altijd makkelijk in te schatten welk verschil zo’n topbijeenkomst maakt maar het biedt leiders de gelegenheid te leren hoe de anderen naar hun beleid kijken.

Eurocrisis: geen harde externe steun

De eurocrisis en het Griekse drama kregen zoals verwacht veel aandacht op deze top en dat heeft nogal wat ngo’s ontgoocheld: ze vonden dat de ellende die de allerarmsten in deze wereld treft, te weinig aandacht kreeg. Uiteindelijk heeft de G20 evenwel geen concrete toezeggingen gedaan om de Europese Unie met vers geld uit de problemen te halen. Barack Obama zei duidelijk dat het in de eerste plaats aan de Europeanen is om hun problemen op te lossen. Wel verzekerde de G20 dat ‘het Internationaal Muntfonds (IMF) de middelen blijft hebben om zijn systemische rol te spelen ten bate van alle leden’. En in een relatief vage verwijzing naar de kans dat de eurocrisis ook Italië verder aantast, verklaarde de G20 dat ze klaar staat om ‘ervoor te zorgen dat bijkomende middelen tijdig gemobiliseerd kunnen worden…’ Geen datum, geen bedragen.

Directeur-generaal van het IMF Lagarde probeerde die vaagheid achteraf een positieve draai te geven: ‘Dat betekent ook dat er geen plafond is. Het is eigenlijk beter om geen bedrag te noemen. Het zou toch nooit genoeg zijn.’ Lagarde aarzelde niet om te suggereren dat de markten irrationeel reageren door Italië als bijna even riskant te bestempelen als Egypte en Pakistan. Omdat er twijfel is of de regering Berlusconi wel de beloofde besparingsmaatregelen gaat uitvoeren, zullen IMF-specialisten betrokken worden bij de implementatie van de maatregelen. ‘Dat moet het vertrouwen van de markten herstellen’, aldus Lagarde. Echt overtuigen deed het allemaal niet want Italië bleek alweer meer te moeten betalen voor zijn leningen.

Tobintaks krijgt kleine vermelding

Over ontwikkeling kwamen er niet echt nieuwe voorstellen. Eens te meer werd herhaald dat de rijke landen hun hulpbeloften gestand moeten doen maar daar staan de meesten onder hen ver van af en de crisis is niet van aard om daar nog snel verandering in te brengen. De G20 was het wel eens dat er, ‘mettertijd nieuwe geldbronnen moeten gevonden worden om ontwikkelingsnoden en klimaatverandering aan te pakken.’ De voormalige CEO van Microsoft had een voorstel daarover op tafel gelegd dat 165 miljard dollar aan extramiddelen voor ontwikkelingshulp zag komen van het nakomen van de gedane hulpbeloften (80 miljard) accijnzen op tabak, belastingen op bunkers (brandstof van schepen) en een taks op financiële transacties. De slotverklaring over dat laatste was, na alle hoopgevende uitlatingen van Sarkozy, nogal bescheiden. ‘We nemen acte van de initiatieven in sommige van onze landen om de financiêle sector te belasten, waaronder een taks op de financiêle transacties…’

Brazilië is voor de taks ‘maar we zullen hem alleen invoeren als alle andere landen hem ook invoeren’, zo zei presidente Dilma Roussef op haar persconferentie. Barack Obama gelooft meer in het belasten van de banken dan in het belasten van hun transacties. De Franse president gebruikte harde woorden over fiscale paradijzen. ‘We zullen voortaan op elke top een lijst publiceren van de landen die niet meewerken. Wie niet meewerkt, zal op den duur naar de rand van de internationale gemeenschap worden geduwd.’

Of het zo’n vaart zal lopen, betwijfelen nogal wat ngo’s. De druk op belastingparadijzen is de voorbije jaren zeker opgevoerd, onder meer door het opstellen van een zwarte lijst van landen die niet meewerken. Om van die zwarte lijst te verdwijnen, moesten landen minstens twaalf akkoorden afsluiten met landen over de uitwisseling van informatie. ‘Maar wat baat het dat Monoca zo’n akkoord afsluit met Groenland en niet met Italië?’ zo vroeg Mathilde Dupré van de ngo CCFD Terre Solidaire zich af. ‘Het is even belangrijk dat landen hun bedrijven verplichten om in hun jaarverslag duidelijk te maken waar ze wat doen, en waar ze hoeveel belastingen betalen. Dat horen we Sarkozy niet vragen.’

Breder perspectief

De Raad voor Financiële Stabiliteit stelde op de top een lijst voor van 21 financiële instellingen die te groot zijn om failliet te gaan. De namen ervan bleven geheim maar het is de bedoeling dat deze ondernemingen nu speciaal gereguleerd worden zodat ze minder schade kunnen aanrichten. Gregory Chin: ‘Misschien is dat nog het belangrijkste resultaat. De raad voor financiële stabiliteit is het enige echte kind van de G20. Hij wordt nu echt opgetild naar het niveau van een heuse internationale organisatie en vermits het een nieuwe structuur is, bestaat de kans dat ze bemand wordt met meer mensen uit de opkomende landen. In die zin kan ze een rol spelen in de overgang naar een globaal bestuur dat beter aansluit bij de visie van de opkomende landen.’

Chin, die erg veel in Azië verblijft, wijst erop dat voor de opkomende landen de Wereldbank, het Internationaal Muntfonds en de Wereldhandelsorganisatie westerse organisaties blijven die doordesemd zijn van het Anglo-Amerikaanse model. ‘Dat model heeft met de financiêle crisis een klap gekregen en de opkomende landen willen eigenljik dat hun visie stilaan meer kansen krijgt. Wat die visie inhoudt? Een grotere rol voor de staat, het belang van economische groei en het belang om die op een of andere manier te herverdelen, gezonde financiën – dat wil zeggen niet te veel schuld en niet teveel internationale geldstromen -, het belang van industrie en infrastructuur, … Eigenlijk niks spectaculairs, gewoon een terugkeer naar de basics, naar het gezond verstand.’

Chin gelooft dat opkomende landen wel hun verantwoordelijkheid willen opnemen op voorwaarde dat ze meer inspraak krijgen, en bijvoorbeeld veel meer mee de agenda van de Wereldhandelsorganisatie moeten kunnen bepalen.

Zo bekeken is 2011 een moment in een lange overgangsperiode waarin de bestuurlijke instellingen van de wereld moeten evolueren van de huidige westerse instellingen naar instellingen die beter aangepast zijn aan de veranderende machtsverhoudingen. De G20-toppen zijn een element in dat hele proces, een forum waar grote economieën en landen met heel verschillende achtergronden op min of meer gelijke voet met elkaar leren omgaan en elkaars denken leren kennen. Misschien is dat wel de belangrijkste verdienste van de G20-bijeenkomsten: dat de landen die de wereldeconomie aandrijven, met elkaar blijven praten en uitwisselen, en op die manier een zekere coördinatie van hun beleid proberen tot stand te brengen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur