De generaals planten papaver

De Mekong stroomt bruin en loom voorbij het woud. Blote kinderen springen in het water, het gebrom van een motorbootje sterft weg. Het leven oogt paradijselijk in de regio waar Birma, Laos en Thailand elkaar raken. De Gouden Driehoek heeft echter ook een ander gezicht: het pokdalige gelaat van heroïnekeizers en drugsgeneraals, van militaire confrontaties en internationaal bedrog.
Aung Zaw is een Birmaanse journalist die de dictatuur in zijn land ontvluchtte en nu in Noord-Thailand een informatiecentrum runt. Wereldwijd Magazine vroeg hem een ooggetuigenverslag vanuit het oog van de wereldwijde drugsstorm.

Het was een sensationaal schouwspel en het was ook bedoeld om indruk te maken. Een berg opium, heroïne en amfetamines met een straatwaarde van bijna een miljard dollar ging in vlammen op. Diplomaten uit de hele wereld, Aziatische vertegenwoordigers en Birmaanse leiders keken tevreden toe. Aanleiding voor dit bizarre schouwspel was een driedaagse bijeenkomst in Birma van het UNDCP, het United Nations International Drug Control Programme. De behoefte van de Birmaanse generaals om de buitenwereld te tonen dat het hen ernst is met het bestrijden van de drugshandel was groot en dus mocht het feestje wel iets kosten.

EEN FLUITJE VAN VIER CENT

Kyauk Ye was niet onder de indruk. Ik ontmoet hem in zijn huisje in Mae Sot, een kruising tussen provinciestad en rovershol op de grens tussen Birma en Thailand. ‘Birmanen zijn sluw’, zegt hij glimlachend. Hij kauwt op het einde van zijn cheroot -een dikke, Birmaanse sigaar- en vervolgt: ‘Ze weten hoe ze tegelijk dief en eigenaar moeten spelen.’ Kyauk Ye is een dertiger en afkomstig uit de Chinese provincie Yunnan. Tien jaar geleden zakte hij zuidwaarts af naar de Shan State in buurland Birma. Het is al de vijftiende keer dat er een partijtje drugs in de fik gestoken wordt. Hij heeft het intussen wel gezien, die rituele drugsverbrandingen. Zeker sinds Birma lid werd van de regionale Association of Southeast Asian Nations, moeten de generaals aan buren en verre vrienden tonen dat hun zware hand ook de drugseconomie kan treffen. ‘Het is goede public relations,’ zegt mijn gesprekspartner, ‘maar ook niet meer dan dat.’

Kyauk Ye weet waarover hij spreekt. Een jaar geleden nog was hij zelf betrokken bij de papaverteelt in het noorden van Birma. De regio waar hij produceerde, werd gecontroleerd door een etnisch rebellenleger dat een staakt-het-vuren ondertekende met de militaire junta in Rangoon. Onderdeel van de overeenkomst tussen rebellen en generaals was de toestemming om in het betrokken gebied opium te verbouwen en een drugsverwerkende nijverheid op te zetten. Er zijn opiumboeren die vijftien tot twintig hectare papaver verbouwen en sommigen stellen wel tachtig dagloners tewerk. Het loon van zo’n landarbeiders is behoorlijk. Terwijl een overheidsbediende ongeveer vijf dollar per maand verdient, krijgt een dagloner twee dollar per dag. Kyauk Ye bracht het nooit verder dan één hectare en vier landarbeiders. ‘Om aan de slag te kunnen, moet je eerst naar het lokale Birmaanse battaljon gaan om je te registreren’, zegt Kyauk Ye. ‘Later komen de militairen dan de opiumtaks innen. Dat betekent ook dat je minder betaalt naargelang je betere contacten hebt met de machthebbers.’ Zelf moest hij eerst nog aan Birmaanse papieren geraken, maar dat is een fluitje van een cent -of om precies te zijn, van vier dollar. Het leven onder een onberekenbare militaire dictatuur die in zee gaat met rebellen die vooral in drugshandel geïnteresseerd zijn, is erg onzeker. Daarom kocht Kyauk Ye in totaal dertig verschillende identiteitsbewijzen en gaf hij nooit zijn ware verblijfplaats op. De droogte van het voorbije jaar deed zijn papaverteelt mislukken en dus kon hij zijn opiumtaksen -achthonderd dollar- niet betalen. De enige uitweg was de vlucht vooruit, de rivier en de grens over naar Thailand.

DE ZAKEN GAAN GOED

De macht is in Birma altijd in handen van het leger en tegelijk weet je nooit wie de eigenlijke macht heeft. Voor gewone burgers is het dus eierschalen lopen, en voor wie rijk wil worden van de drugsproductie volstaat zelfs dat niet. Alle etnische opstandelingengroepen die een overeenkomst gesloten hebben met het regime in Rangoon zijn betrokken in de productie, verwerking of traffiek van drugs. Uit de onderlinge concurrentie, komen de Wa momenteel het sterkst naar voren. Het United Wa State Army, ontstaan uit een communistische verzetsorganisatie, heeft niet minder dan twintigduizend soldaten onder de wapens. Daarmee is het UWSA het grootste drugsleger uit Zuidoost-Azië en vormt het zelfs een bedreiging voor de regionale stabiliteit. In 1998 kreeg dit UWSA, volgens Kyauk Ye, opnieuw een licentie van vijf jaar voor opiumproductie. Dat wordt tegengesproken door Khin Maung Myint, de Wa-woordvoerder die onlangs een aantal “onbevooroordeelde” journalisten uitnodigde op hun grondgebied. ‘Onder druk van de regering en van de internationale gemeenschap besloten we in 1996 de hele drugsproductie op te geven en over te schakelen op vervangende teelten’, aldus Maung Myint. Wat klopt, is dat er steeds meer legale investeringen gebeuren in Rangoon en Mandalay door Wa-zakenlui. Maar het geld waarmee zij bedrijfjes of handelszaken opzetten, blijft geuren naar papaver. Of naar ya ba, gekke pillen, zoals amfetamines in Thailand genoemd worden. Want de Wa zitten niet stil en hebben begrepen dat hun toekomst niet veilig is als ze zich beperken tot opiumproductie en -verwerking. Een ander teken van de bloeiende drugseconomie onder de combinatie van het Birmaans leger met het Wa-leger, is het plotse ontstaan van Mong Yawn, een moderne stad op enkele kilometer van de Thaise grens. De miljoenen dollars die de Wa’s spendeerden om het stadje uit de junglegrond te stampen, zijn allemaal verdiend in de drugshandel. Dat beweren althans goedgeplaatste Thaise bronnen.

DANGEROUS LIAISONS

Luitenant-generaal Khin Nyunt, de sterke man van het regime, beweert dat Birma ‘universeel erkende’ vooruitgang boekt in de strijd tegen de opiumproductie. Niemand in Birma kijkt daarvan op, de media melden immers dagelijks hoe goed het gaat in het land en hoeveel erkenning de militaire regering wel krijgt in het universum. Zodra een VN-ambtenaar laat weten dat hij het eens is met de beweringen van junta, kijkt iedereen wel verrast op. Sandro Calvani, regionaal vertegenwoordiger van het UNDCP verklaarde onlangs aan BBC World Service: ‘De Birmanen zijn erg transparant als het op het opvolgen van de oogsten aankomt. Ze hebben aanzienlijke vooruitgang geboekt in het vernietigen en kunnen verzekeren dat er geen nieuwe plantages aangeplant worden.’ Volgens Calvani is er tien miljoen dollar nodig om de boeren te motiveren om over te schakelen op alternatieve teelten. Voorlopig is daarvan slechts een tiende ter beschikking. Dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat de internationale gemeenschap helemaal niet onder de indruk is van de weldaden die Khin Nyunt en zijn mede-generaals voor hun bevolking in petto hebben. Het VS anti-drugsprogramma schat de Birmaanse opiumproductie vorig jaar op duizend tweehonderd ton en dat is teveel voor de beleidsmakers in Washington.

‘In plaats van hulp, krijgen we boycots’, klaagde een kolonel onlangs. Hij zou daarover niet zo verbaasd moeten zijn. Naast de gekende politieke schurkerij en mensenrechtenschendingen, permitteren de machthebbers zich immers ook zeer openlijke relaties met “voormalige” drugsbaronnen. Lo Hsing Han, bijvoorbeeld, bouwde met zijn drugsgeld Asia World op, het grootste zakenimperium van Birma, met onder andere hotels, bouwondernemingen en supermarkten ter waarde van zeshonderd miljoen dollar. Volgens opiumvluchteling Kyauk Ye heeft Lo trouwens nog altijd papaverplantages in het noorden van het land. Een meer berucht voorbeeld van het witwassen van reputaties is het verhaal van Khun Sa, de echte drugskeizer uit de jaren negentig, die zich overgaf aan het leger en prompt The Good Shan Brothers International Ltd. oprichtte. Volgens officiële gegevens houdt dit bedrijf zich bezig met import, export, algemene handel en constructie. Journalist Bertil Lintner ontdekte dat de kantoren van Good Shan Brothers een kamer was in een leeg huis met enkel een naamplaatje en een brievenbus. In dezelfde periode, zo signaleren Thaise geheime diensten, verhuisde ongeveer vierentwintig miljoen dollar van Thaise bankrekeningen naar Rangoon.

DAAR KOMEN DE GROENE BARETTEN

De drugshandel is de voorbije jaren steeds meer verweven geraakt met de formele economie in Birma. Het is moeilijk om een betere plek te vinden om drugsgeld wit te wassen en over te sluizen naar gewone zaken. Khun Sa kreeg een contract van de overheid om busdiensten tussen verschillende Birmaanse steden uit te baten. Het UWSA heeft de controle verkregen over Yangon Airways en over de Mayflower Bank. Geen wonder dus dat er steeds weer geruchten opduiken over de betrokkenheid van hoge militairen bij de drugshandel en over het aanvullen van de staatskas met drugsgeld.

De kolonisatie van de Birmaanse economie door het drugsgeld zorgt internationaal voor heel wat gefronste wenkbrauwen. Buurland Thailand heeft al enkele bitse woordenwisselingen gehad met de generaals in Rangoon, met name over drugsstad Mong Yawn, over de betrokkenheid van hoge officieren in de drugshandel en over de grensoverschrijdende traffiek. De aanwezigheid van wel vijfenvijftig illegale laboratoria langs de grens, gecontroleerd door het UWSA, maakt de Thaise autoriteiten alleen maar zenuwachtiger. Zij verwachten dit jaar een invoer vanuit Birma van zevenhonderd miljoen amfetaminepillen. Met meer dan twee miljoen druggebruikers is Thailand trouwens meer dan een doorvoerland en heeft de regering in Bangkok voldoende redenen tot ongerustheid. De wrijving tussen de twee buurlanden liep begin dit jaar uit op een regelrechte confrontatie aan de grensovergang tussen Mae Sai en Tachilek. In maart escaleerde het conflict verder toen Birmaanse en Wa-troepen samen een heuvel op Thais grondgebied bezetten en weigerden te evacueren. Thailand zette twee F-16 gevechtsvliegtuigen in om de invallers te verdrijven. ‘Deze confrontaties zijn wel het laatste wat we nodig hebben’, zegt Jean-Luc Lemahieu van de UNDCP.

De Verenigde Staten hebben besloten dat het zo niet verder kan. Zij zijn begonnen met het opvoeren van hun aanwezigheid in het grensgebied. ‘Ik steun Thailand en beschouw onze samenwerking om de grenzen te controleren als een belangrijke prioriteit voor onze aanwezigheid’, verklaarde admiraal Dennis Blair, hoofd van het US Pacific Command. Blair was in het land van zijde en orchideeën naar aanleiding van gemeenschappelijke manoevres en om te praten over verdere Thais-Amerikaanse samenwerking in de drugsbestrijding. Meer dan vijfduizend Noord-Amerikaanse soldaten namen deel aan de legeroefeningen. Er zijn ook US Special Forces gestationeerd in Noord-Thailand. Bovendien geven de VS training aan leden van een Thaise anti-drugsbrigade en leveren ze ‘het nodige materieel om die opleiding in de praktijk te brengen’. In concreto leverden de VS in het kader van de moderniseringsprogramma’s van het leger twee Black Hawk-helicopters. Rangoon voelt zich door zoveel samenwerking bedreigd en beweert dat de manoevres in feite het voorspel zijn van een regelrechte interventie.

De combinatie van internationale druk en verscherpte grenscontroles sorteren hun eerste -onbedoelde- effect: de drugsroutes worden verlegd van land naar zee. In januari onderschepte de Thaise douane niet minder dan vijf miljoen ya ba pillen en honderd kilo heroïne in de Andamanse Zee. Dat helpt natuurlijk niet om de wereld ervan te overtuigen dat het ernst is met de uitroeiing van de drugshandel in Birma, alle openbare verbrandingen en internationale congressen ten spijt.

HET LEGER SLAAPT

Wie in Birma al te nadrukkelijk de woorden vrijheid of democratie denkt, riskeert al aangehouden te worden door de alomtegenwoordige en nietsontziende beschermers van het vaderland. ‘Het leger waakt’, schreeuwen de rode borden je toe op de meest verlaten plattelandswegen en in de steden. ‘Wil je in Rangoon echter een plakje heroïne kopen, dan moet gewoon het juiste telefoonnummer bellen’, zegt Kyauk Ye, die zelf enkele jaren in de Birmaanse hoofdstad verbleef. ‘Een kwartiertje later stopt een taxi op de afgesproken plaats en kun je je zaakjes afhandelen terwijl je de stad rondtoert.’ Drugshandelaars hebben namelijk de steun van hogere overheden, terwijl gedachten en eigenzinnige burgers in Birma vogelvrij verklaard zijn. Iedereen weet dit en het is allemaal zo openlijk en duidelijk, dat je wel erg sluwe machthebbers nodig hebt om de internationale gemeenschap om de tuin te leiden. De junta is, in de woorden van Kyauk Ye, dief en eigenaar. Maar ze is ook politieman en rechter, hoofdredacteur en ondernemer. Dat lijkt minder op sluwheid dan op brutaliteit. Misschien is het de internationale gemeenschap wel die sluw is door alle schuld in de schoenen te schuiven van de gehate generaals van de State Peace and Development Council, zoals de junta zich tegenwoordig noemt, en intussen zelf een procentje winst op te strijken. Westerse touroperators blijven bijvoorbeeld toeristische reizen verkopen naar Birma, ook al weet een kind dat de winsten in dezelfde zakken terechtkomen als de opbrengst van drugshandel. De bezorgde reiziger krijgt in de brochure wel een doekje voor het bloeden aangeboden in de vorm van een man-in-de-straat die gelooft dat veel toeristen het begin vormen van een democratischer toekomst. Zo lang westerlingen die praatjes blijven geloven, hoeven ze in Zuidoost-Azië niet te komen zeuren over generaals die papavers zaaien.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift