‘De gewassen worden beschermd, de mensen verdreven’

Zuid-Amerika maakt zich op om de snel groeiende markt voor biobrandstoffen te bevoorraden. In Paraguay ziet de agro-industrie de energiegewassen als een historische kans om het land uit de onderontwikkeling te hijsen. De boeren en het milieu betalen echter een hoge prijs voor die groene revolutie.
  • Alma De Walsche Dakloze boerenfamilies: door de ordediensten van hun grond verjaagd Alma De Walsche
Het landschap in de buurt van het dorp Ybypé lijkt op het maanlandschap op de linkeroever van de Schelde, ter hoogte van Doel. Uitgerukte bomen liggen te drogen in de zon. Landbouwgrond werd herschapen in één grote, omgeploegde vlakte. Hier en daar verwijst een overeind gebleven regenput naar de huisjes die hier enkele weken geleden nog stonden: sporen van een samenlevingsmodel dat blijkbaar voorbijgestreefd is.
Esteban Cueva staat voor zijn boerderijtje met de armen over elkaar naar het landschap te staren. Onder een mangoboom op zijn erf zit een groepje mannen te keuvelen. Cueva is tenger van gestalte, de huid van zijn gezicht donkerbruin en gelooid door de zon. Tegenover zijn woonst ligt een grote estancia, zoals de grote landbouwbedrijven hier genoemd worden. Eigendom van een Braziliaan, zoals de meeste estancias. Eén na één worden de boeren hier door opkopers –Brazilianen, maar ook wel eens Noord-Amerikanen of Japanners- benaderd om hun grond te verkopen. De prijs varieert tussen de 2 en de 5 miljoen guaranies per hectare –1 miljoen guaranies is 136 euro– soms bieden ze zelfs tot 10 of 11 miljoen als de boeren moeilijk doen. Voor arme boeren, die als het goed gaat zo’n drie miljoen guarani per jaar (409 euro) verdienen met hun overlevingslandbouw, is twintig miljoen (2731 euro) een fortuin, ook al is dat zo op wanneer ze naar de stad trekken. Esteban Cueva is in een rechtszaak verwikkeld met zo een opkoper, over een perceel dat hij niet wilde verkopen maar dat de man toch heeft ingelijfd.
Plots verschijnt een blonde, bijna twee meter grote man uit een kamertje van Cueva’s boerderijtje. Achter hem komt een goed gevulde, laag uitgesneden decolleté aangewiegd. Hij schrikt van mijn aanwezigheid. ‘Heinz Rudolf Koop, in het Spaans Enrique Rudolfo’, stelt de man zichzelf voor. Koop is afkomstig van de mennonietenkolonie Volendam in het zuiden van Paraguay, maar is na zijn scheiding naar deze streek verhuisd om een nieuw leven te beginnen. Hij runt een 12.000 ha groot landbouwbedrijf van een Braziliaanse grootgrondbezitter, die soja en maïs verbouwt.
Koop scheurt weg in zijn witte Mitsubishi, waarbij hij een stofwolk van rode aarde en zijn meisje van plezier achterlaat. De tongen van de boeren onder de mangoboom komen los. ‘Hij zet ons onder druk om onze grond te verkopen. Hij wil alles hebben. Iedereen moet hier vroeg of laat weg.’
Biljarttafels van soja
Vijf jaar geleden is de expansie van de soja in het departement San Pedro op gang gekomen. Estancias die vroeger op veeteelt draaiden, verhuisden hun runderen naar de Chaco –een uitgestrekte vlakte aan de andere kant van de Paraguayrivier–, hakten bomen en hagen en zaaiden alles vol soja. Nieuwkomers kochten grond op van de lokale boeren en regen zo perceel na perceel aan elkaar tot biljarttafels van soja. Boeren die niet meteen willen verkopen, krijgen soms het aanbod van bedrijven zoals het Braziliaanse Vetra of Cargill om zelf op soja over te schakelen, waarbij het bedrijf gedurende een aantal jaren voor alle nodige ondersteuning zorgt: van zaaigoed over herbiciden en pesticiden tot het opkopen van de oogst. Maar die investeringen moeten wel terugbetaald worden. Wanneer de oogst mislukt, zoals een paar jaar geleden gebeurde door de droogte, komen de boeren in zulke grote schulden terecht dat het bedrijf zich de grond toe-eigent en de boer totaal geruïneerd wegvlucht naar de sloppenwijken in de stad. ‘Soja betekent altijd armoede en schulden’, zegt een van de boeren onder Cueva’s mangoboom. ‘Dit landbouwmodel is niet gemaakt voor de kleine boer.’ Van de overheid hebben deze boeren weinig te verwachten, al liggen er in de hoofdstad Asunción mooie plannen voor de ondersteuning van kleine boeren.
‘Niets dan voordelen’
Brazilië wil een leidende rol spelen op de alternatieve energiemarkt van ethanol en biodiesel. Om zijn potentieel te vergroten en de bevoorrading van de wereldmarkt te verzekeren, sloot Brazilië eind mei een overeenkomst met buurland Paraguay, want daar is ruimte, de grond is er vruchtbaarder en goedkoper, er zijn veel jonge arbeidskrachten, taksvrije zones, rijke watervoorraden en goedkope energie. Paraguay kan van Brazilië best wat technologieoverdracht en input voor de modernisering van de agro-industrie gebruiken.
Guillermo Parra, de voorzitter van de Sectie Biobrandstoffen op het Paraguayaanse ministerie van Industrie en Handel ziet de toekomst helemaal zitten. Hij vertelt enthousiast over een programma voor het opdrijven van het rendement van suikerriet en een uitbreiding van het landbouwareaal. Over het creëren van werkgelegenheid, de lancering van boerencoöperaties en de integratie van de familiale landbouw in dit nieuwe marktsegment. Parra ziet niets dan voordelen. ‘Biobrandstoffen zijn niet alleen goed voor het milieu, ze scoren ook op sociaal vlak want ze creëren werkgelegenheid. Bovendien laten de biobrandstoffen toe het gebruik van fossiele brandstoffen te rekken, zodat er méér tijd beschikbaar komt om te zoeken naar alternatieven voor het wegvervoer.’ De kritiek dat de energiegewassen de voedselproductie bedreigen, vindt hij onterecht. ‘De honger op wereldvlak wordt veroorzaakt door een slechte verdeling van het voedsel en door arme landen markttoegang te ontzeggen. Biobrandstoffen kunnen arme landen juist helpen hun marktpositie te verbeteren en zo de armoede te bestrijden.’
Het complot van Europa
Señor Heisecke is de vriendelijkheid zelve. Hij  is kort en rond van gestalte, draagt een keurig zwart pak en is directeur van Capeco, de Camara Paraguaya de Exportadores de Cereales y Oleaginosas, het exportbureau voor granen en oliehoudende zaden. Bij het begin van het gesprek steekt hij een sigaret op en presenteert mij er ook eentje. Dan excuseert hij zich voor zijn rookgedrag: ‘Anders werken mijn hersenen niet.’ Heisecke is euforisch over de groeiende markt voor biodiesel en ethanol. ‘Een kans voor de ontwikkelingslanden om de loop van de geschiedenis te keren. De rijke landen hebben hun beschaving opgebouwd op petroleum. Vandaag hebben wij, die geen petroleum hebben, de unieke gelegenheid om rijk te worden met onze energiegewassen.’ Zesenvijftig procent van het bruto nationaal product van Paraguay is afkomstig van landbouw en veeteelt. En het aandeel van de landbouw groeit, vooral in het domein van granen en oliehoudende zaden. Toch moeten nog wel heel wat uitdagingen overwonnen worden, vindt ook Heisecke. Het verzet tegen biobrandstoffen komt volgens hem van de petroleumindustrie, die het einde van haar rijk voelt naderen. Maar ook van Europa, dat met het excuus van de klimaatopwarming en de noodzakelijke CO2-reductie Latijns-Amerika in de rol van het klassieke wingewest wil houden. ‘Met importheffingen en allerlei hinderpalen proberen ze het intense en dynamische proces dat zich hier aan het ontwikkelen is, af te remmen. Een aantal jaren geleden bond Europa de strijd aan tegen genetisch gemanipuleerde organismen (ggo’s). Vermits er nu geen ggo-vrije producten meer te vinden zijn, zoekt men een ander excuus. Nu mogen het geen producten meer zijn die verbouwd zijn “op terrein dat daarvoor ontbost is”. Allemaal ingevingen van grote multinationals die hun eigen belangen willen veiligstellen, terwijl men weet dat het milieu het laatste van hun zorgen is’, vindt Heisecke.
Voor de kleine boer ziet hij niet zo meteen een plaats in het biobrandstoffenscenario. Hij vindt dat ook geen streefdoel. ‘Paraguay heeft lange tijd meer mensen op het platteland gehad dan in de stad. Pas heel recent is die verhouding gekeerd. Vandaag woont ruim de helft in de steden, en dat is goed nieuws. Je kan toch niet verwachten dat die boeren op die boerderijtjes blijven. Dat is hen veroordelen tot armoede en de ontwikkeling van het land afremmen.’
De wet van de jungle
De Agroganadera Aguaray is een immense estancia van 93.000 ha in de gemeente San Vicente, bij het stadje Resquín. Ze is eigendom van de Braziliaan Euvaldo de Araujo uit Sao Paulo. Vroeger was Aguaray een veeteeltbedrijf, enkele jaren geleden schakelde de eigenaar over op soja, in wisselteelt met maïs en tarwe. Het werk op de enorme vlakte is volledig gemechaniseerd, van het zaaien in volle grond, tot het sproeien en oogsten. Gemiddeld werkt hier één arbeidskracht per 500 ha. ‘Slaven, die ze meebrengen uit Brazilië’, volgens Gregorio Fernández, die in San Vicente woont. Een maand geleden werden hier twee boeren van de gemeenschap La Estrellita vermoord. Ze waren naar oude gewoonte gaan vissen in een riviertje dat door de estancia loopt. Bij hun terugkeer werden ze door opzichters van het bedrijf in een hinderlaag gelokt en afgemaakt. In totaal vielen in deze gemeenschap al vijf doden en zeven gewonden bij incidenten met de estancieros. Tussen 1990 en vandaag kwamen in Paraguay al meer dan honderd boerenleiders om het leven. Ruim zevenduizend zitten gevangen of zijn verwikkeld in een rechtszaak wegens grondconflicten. Omdat op nationaal vlak die gevallen van geweld tegen boeren ongestraft blijven, bracht de mensenrechtencommissie Codehupy een rapport hierover naar voor op de VN-Commissie voor Economische, Sociale en Culturele Rechten.
Voor de Brazilianen geldt de wet niet
Soja breidt in het departement San Pedro uit als een olievlek, en dat proces zorgt voor groeiende grondspeculatie waar corrupte ambtenaren gretig hun voordeel mee doen. Paraguay is een land met een uitermate gepolariseerde grondconcentratie: 1 procent van de grondeigenaars bezit 77 procent van de grond. Tijdens de dictatuur van Stroessner (van 1954 tot 1989) werden weliswaar 12 miljoen ha toegewezen aan kleine boeren, maar het overgrote deel van die gronden hebben nooit een formeel juridisch statuut gekregen. Ze zijn vandaag het voorwerp van een informele grondmarkt. ‘De Brazilianen hebben geen juridische zekerheid nodig om hier te beginnen’, merkte iemand op. ‘Zij kopen ambtenaren, rechters en ordediensten gewoon om.’ Met de boeren wordt wel een harde strijd geleverd. In een grondbezetting van het Asentamiento 26 de Abril, bij San Vicente, houden vierenveertig families van landloze boeren een domein bezet. Begin september vielen de ordediensten er gewelddadig binnen, de schamele huisjes werden met bulldozers platgewalst, met benzine overgoten en in brand gestoken. De families werden allemaal dakloos. Ze wachten op de toewijzing van grond door het instituut voor landhervorming INDERT. Die toewijzing sleept al vijf jaar aan. INDERT kocht die grond van een buitenlander om in een sociaal statuut te verkopen aan arme boeren, maar het instituut maakt geen haast met de verkoop omdat het ook een bod kreeg van een Braziliaan die bereid is veel meer te geven. ‘Voor ons, boeren, is de wet bikkelhard. Voor de Brazilianen geldt er geen wet’, zegt de leider van de bezetting, Javier Rodriguez. ‘Waar moeten we naartoe? Mijn vader vecht al sinds de jaren zeventig voor een stuk grond. Ik kan niet thuis blijven, mijn familie heeft geen grond.’  Er zijn de afgelopen maand protestacties geweest, het conflict is in het parlement besproken, het is in de media gekomen. De families hebben goede hoop dat al die media-aandacht hun zaak vooruit zal helpen –vandaar het enthousiasme over de “internationale” aanwezigheid van MO*.  Ik kan echter niet anders dan verslagen staren naar het puin, de in as gelegde huisjes, families met niet meer dan een zeil boven hun hoofd, huilende kinderen. Enkele  gezinnen rijden met inboedel en kinderen op paard en kar de jungle in, waar ze nog maar eens, voor de zoveelste keer, een houten hut hebben opgetrokken. 
Gregorio Fernández, die als onafhankelijk raadslid zetelt in de gemeenteraad van Resquín en vanuit zijn positie het beleid probeert te sensibiliseren, spreekt met ingehouden woede om zoveel onrecht: ‘De regering en het gerecht zeggen telkens dat het geweld van de boeren komt. Je hebt het wel gezien. Deze evolutie noemen ze dan ontwikkeling. Voor ons is het achteruitgang. Een totale vernieling van het landschap, een oorlog tegen de kleine boer. Men wil ons gewoon uitschakelen. Dit is ook een regelrechte aanslag op onze voedselzekerheid. Waar moeten wij nog maniok, bonen en maïs verbouwen?’
Dodelijke sproeistoffen
Nagenoeg alle soja in Paraguay is Roundup-Ready soja. Die genetisch gemanipuleerde variëteit van Monsanto is bestand tegen het massale gebruik van herbiciden en pesticiden, en dus ontworpen voor volledig gemechaniseerde teelt. De grootgrondbezitters doen aan siembra directa, ze zaaien soja zonder eerst de grond te ploegen. Volgens directeur Heisecke van Capeco is die directe zaaimethode het paradepaardje van Paraguay. Hij vindt Europa maar conservatief omdat het die methode nauwelijks toepast.
Om direct te kunnen inzaaien, moet er eerst ontbladerd worden, meestal met het ontbladeringsmiddel glyfosaat. Enkele weken na het zaaien wordt er opnieuw gesproeid met pesticiden, fungiciden en insecticiden, waaronder Paraquat, dat in Europa verboden is. Vóór het oogsten wordt er dan opnieuw gesproeid om te ontbladeren, zodat alleen de bonen worden geoogst. Dat sproeien gebeurt soms met vliegtuigjes vanuit de lucht, vaak met tractoren met brede sproeivleugels. In de agrobusiness-weekendbijlage van de Argentijnse krant Clarín lees ik reclame voor de nieuwste sproeimachines, voorzien van een cabine met airco en goed geïsoleerd tegen het binnendringen van het sproeimiddel. In de boerengemeenschappen hoor ik hallucinante verhalen over de impact van dat sproeien. In Toropirú, een gemeenschap van Guayaibí, vertelt Manuel Agusto, een van de bewoners, dat zij elk jaar drie maanden elders onderdak zoeken omdat het sproeien de omgeving onleefbaar maakt. Wie elders geen onderkomen vindt, blijft ter plaatse, met alle gevolgen van dien: miskramen, vroeggeboortes of misvormde baby’s, maagklachten, hoofdpijn, aandoening van de luchtwegen of leukemie. Ook dieren worden geboren met misvormingen.
Negentien van de zestig families zijn al weggetrokken uit het dorp Toropirú. Nicolas Bernal, vader van een jong gezin, toont de foto van zijn broer, Feliberto. Een stevig gebouwde jonge man. Vierentwintig is hij geworden. Een paar maanden geleden is hij overleden, na een longziekte die niet meer dan een paar dagen geduurd heeft. Diagnose: vergiftigd door agrotoxische stoffen. Feliberto ging trouwen en was op het perceel naast dat van zijn broer een huis aan het bouwen. De grond en het huis zijn intussen verkocht, om de medische zorgen te betalen. Tevergeefs. Een recent onderzoek van Stella Benítez van de Universiteit van Encarnación over de impact van agrotoxische stoffen op de gezondheid van de mensen in het departement Itapúa maakt gewag van maar liefst twintig nieuwe ziektes die werden vastgesteld. Er zijn zelfs gevallen bekend van kinderen bij wie het vlees loskomt van het bot. Manuel Agosto: ‘We hebben geprotesteerd tegen het sproeien, maar het gevolg was dat de volgende keer de politie patrouilleerde om ervoor te zorgen dat het sproeien ongehinderd kon doorgaan.  De gewassen worden beschermd, niet de mensen.’
In september werd een wetsvoorstel ingediend om de wetgeving over het gebruik van agrotoxische producten strenger te maken. Maar onder druk van de agrobusiness is dat wetsvoorstel er niet doorgekomen. En de huidige wetgeving, die op een aantal vlakken best streng is, wordt volledig genegeerd. Zo zouden er rond de sojavelden bufferzones met een ‘levende bescherming’ – hagen, boomkanten- van 100 meter moeten liggen. Maar die bepaling wordt aan de grote sojalaars gelapt. Wat nog restte van bossen en hagen wordt nu zelfs omgehakt om alle beschikbare oppervlakte te kunnen benutten, ook al verbiedt de wet verdere ontbossing. Paraguay heeft de voorbije decennia zijn inheems Atlantisch Bos, dat het oosten van het land bedekte, praktisch volledig omgehakt om plaats te maken voor de soja. Zeven miljoen ha woud is verdwenen: een nefaste operatie op het vlak van CO2-reductie. 
Cargillandia
‘Het soja-areaal is dramatisch gestegen maar daarom niet het aantal eigenaars’, zegt Tomas Palau, socioloog en directeur van de onderzoeks-ngo Base-Is. ‘De eigenaars vergroten hun imperium en wij verliezen onze soevereiniteit. Binnenkort heet ons land niet meer Paraguay, maar Cargillandia. Vele boeren werken voor Cargill. Een groot deel van de graansilo’s zijn van Cargill. De multinational beheert 95 procent van het vrachtverkeer op de binnenwateren. En 70 procent van de privéhavens op de Paraguay-rivier zijn in handen van Cargill.’ Momenteel bouwt de multinational een nieuwe haven in Asunción, aan de Paraguayrivier. De site ligt vlak aan de botanische tuin en de centrale voor drinkwatervoorziening, midden in een woonwijk. De terminal zal een capaciteit hebben om dagelijks 17.000 ton soja te ontvangen. 24 uur op 24 zullen hier vrachtwagens af en aan rijden. Een ramp voor de leefbaarheid van de  buurt en voor de waterkwaliteit van de Paraguayrivier, zegt Palau. ‘En naast Cargill zijn er Dreyfus, ADM en Bunge. Sinds het einde van de dictatuur, in 1989, heeft het economisch model van export van landbouwgrondstoffen zich extreem doorgezet. Deze situatie veranderen kan alleen door aan de politiek te sleutelen. Door te regeren met de mensen op straat, zoals in Bolivia of Ecuador. Paraguay heeft een ontzettend potentieel op het vlak van voedselvoorziening, maar op het ogenblik importeren we voedsel als smokkelwaar uit Argentinië, om de prijs laag te houden. Zo vermoordt men de kleine boer. En wanneer die protesteert, noemen ze hem een terrorist.’ Deze dagen wordt in het parlement over een nieuwe antiterrorismewet gestemd, die protesten en wegblokkades wil verbieden.
Geen woorden maar daden
Palau is een gerenommeerd socioloog. Een linkse oud-strijder, ongeveer zestig jaar schat ik hem. Op zijn bureau hangen foto’s van de Chilenen Salvador Allende en Pablo Neruda en de Cubaanse José Martí. Toch is Ricardo Rodriguez, een gerespecteerd consultant voor bedrijven die willen investeren in duurzame ontwikkeling, dezelfde mening toegedaan. Over de piste voor biobrandstoffen is hij zeer terughoudend. ‘Welke optie je ook neemt: suikerriet, soja, maïs, maniok…je gaat altijd een sociaal, een ethisch of een ecologisch probleem moeten oplossen. Daarvoor bestaan geen binnenwegen.’ Over de situatie in Paraguay is hij pessimistisch: ‘Al het gepraat over armoedeverlichting en millenniumdoelen is blabla. Ook in Paraguay is de armoede niet verminderd. De trend is niet gekeerd. Om de armoede af te remmen en te keren, is er op zijn minst een gezamenlijk concept nodig van de politieke partijen over welk model men wil volgen met het land. Maar dat hebben wij niet. Dit is werkelijk wild kapitalisme.’
‘De weg om dit alles te veranderen, is lang’, bevestigt Buenaventura Peralta, een arme boer zonder grond in Lima, San Pedro. ‘Vroeger was er de dictatuur, nu kunnen we tenminste al vrijuit spreken. Maar de dingen zéggen, volstaat niet. Je moet ze ook nog doén. En dat vraagt een hele inspanning, zelfs je eigen persoon moet je veranderen. Wij hebben jullie steun nodig maar jullie moeten ons niet helpen omdat wij arme sukkels zijn. We hebben jullie nodig om de planeet te redden. Want daar gaat het om. Als wij zoeken naar duurzame alternatieven, en jullie helpen alles om zeep, dan betekent onze inspanning niet meer dan een druppel in de zee.’



Het hart van Zuid-Amerika

Paraguay, in het hart van Zuid-Amerika, geldt als het meest geïsoleerde land van het subcontinent. De huidige landsgrenzen zijn het resultaat van twee bloedige oorlogen: de Oorlog van de Triple Alliantie (1865-1870), waarin Brazilië, Argentinië en Uruguay het opnamen tegen Paraguay. Paraguay verloor een miljoen inwoners en speelde een groot deel van zijn territorium kwijt aan Brazilië en Argentinië. In 1932-1935 ontketenden twee oliemaatschappijen de Oorlog van de Chaco, waarin Bolivia (Standard Oil) en Paraguay (Shell) tegen elkaar ten strijde trokken, met de petroleumvoorraden als inzet. Paraguay moest hierbij een deel van zijn Chaco -een zeer dun bevolkte prairie die 61 procent van het land inneemt maar slechts 3 procent van de bevolking herbergt- afstaan aan Bolivia. Sindsdien is de oppervlakte van Paraguay 406.700 vierkante kilometer en leven er 6,7 miljoen inwoners in het land.
De Paraguay-rivier loopt als een brede ader dwars door het land. Ten westen van die rivier, aan de grens met Bolivia, ligt de grote Chaco. Extensieve veeteelt is hier de belangrijkste bron van inkomsten. Het oostelijke deel, dat grenst aan Brazilië en Argentinië, is het dichtst bevolkt en is de graanschuur van het land.
Sinds 2003 steeg het soja-areaal in Paraguay met 49 procent. Monsanto, Cargill, Syngenta, ADM, Dreyfus en andere agromultinationals leveren het zaaigoed en alle agrochemische toebehoren voor de hele teeltcyclus, en zorgen voor het ophalen en vermarkten van de granen. Zij zijn de drijvende kracht achter de groene revolutie die zich vandaag in Paraguay voltrekt. Voor het najaar 2007 wordt nog eens uitbreiding van sojavelden voorzien van 400.000 ha, bovenop de 2.200.000 ha van vorige oogst.
Intussen leeft 41 procent van de Paraguayanen in armoede en 31 procent in extreme armoede. En dat in een land dat de punta a punta –van noord tot zuid, van oost tot west vruchtbaar is.

Diverse minderheden

In Paraguay spreekt men Spaans, maar Guaraní is de tweede officiële taal die door nagenoeg 90 procent van de bevolking wordt gesproken. Het was de taal van de belangrijkste indiaanse groep, die zich ook veralgemeend heeft onder de mestiezenbevolking. Vandaag telt Paraguay ruim 85.000 indianen: 1,7 procent van de bevolking.
Omwille van het historisch lage bevolkingscijfer, ondernam Paraguay op het einde van de negentiende eeuw campagnes in Europa om immigratie te stimuleren. Zo arriveerden Duitsers, Oekraïners, Oost-Europeanen, en ook groepen mennonieten (aanhangers van de Franse 16de eeuwse priester Menno Simons), die via omzwervingen vanuit Duitsland, over Polen, Rusland en Canada in Latijns-Amerika terecht kwamen, op zoek naar een zuivere beleving van hun godsdienst. Paraguay telt vandaag zowel in de Chaco als in het oostelijke deel talrijke mennonietenkolonies, die luisteren naar namen als Nueva Germania, Nuevo Mexico, Volendam, Friesland. De mennonietenkolonies zijn gesloten gemeenschappen, met een eigen kerk en school en een traditionele levensstijl. In Paraguay zijn ze vandaag een cruciale speler in de agrobusiness: veeteelt, zuivelindustrie en granen. Stilaan houden ze zich ook meer en meer met politiek bezig, om eigen senatoren en volksvertegenwoordigers te hebben die hun economische belangen behartigen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.