De globalisering van misvattingen

Interview met de Iraanse ayatollah Sayyed Ayasi

‘Islamofobie is een heel simpele benadering van de werkelijkheid’, zegt de Iraans-sjiitische ayotollah Sayyed Ayasi. In mei gaf hij in het Europees parlement een lezing over islamofobie en het imago van de islam in het Westen.

 


 

Identikit Ayatollah Sayyed Ayasi

 

  • decaan aan het departement van de Koranische Wetenschappen en de Hadith, Teheran Universiteit.
  • was in Brussel op uitnodiging van de Internationale Raad voor Interreligieuze Samenwerking en de Internationale Imamorganisatie.
  • behoort tot de hervormingsgezinde geestelijke leiders in Iran.
  • mijdt bijgevolg liever politieke Iraanse thema’s.

 

Islamofobie een daad van racisme noemen, zover wil ayatollah Ayasi niet gaan. ‘Maar ik noem het wel een sociale ziekte. De voedingsbodem is –naast terroristische aanslagen die niets met godsdienst te maken hebben– altijd scepticisme. En dat is ofwel ingegeven door een heel enge visie op de islam en godsdienst, ofwel door de zogenaamde verdediging van de vrijheid van meningsuiting’, zegt Ayasi. ‘Als wij in de toekomst in het Westen willen zorgen voor meer veiligheid en dus het fundamentalisme en terrorisme willen bestrijden, moeten we tegelijk de islamofobie aanpakken. Er zijn naar schatting tien miljoen moslims in Europa, en het aantal blijft stijgen. Er zijn twee manieren om met die islamitische aanwezigheid om te gaan. Je kan de moslimgemeenschap als een aparte entiteit naast de autochtone bevolking zien of je kan kiezen voor integratie in de wederzijdse zin van het woord, zodat we elkaar als burgers beter begrijpen.’

Islamofoben verwijzen vaak naar een aantal Koranverzen die geweld prediken. Heeft u begrip voor hun kritiek?
Ayasi: ‘Je moet de Koran in zijn geheel lezen, niet gefragmenteerd door hoofdstukken en verzen uit het heilige boek en uit hun context te plukken. Wanneer je soera 8 vers 39* zonder voorkennis leest, kan je de juiste betekenis niet interpreteren. Die soera handelt over de strijd bij Badr, in de tijdsgeest van de zevende eeuw. Het gaat niet om onschuldige mensen vermoorden. Terrorisme is géén element van de islam. Het is ook niet omdat kleine extremistische fracties hun wortels hebben in de moslimsamenleving, dat je die twee mag gelijkstellen. Tegelijk moeten we ook de scepsis wegnemen die in de moslimwereld heerst tegenover “het Westen”. Het internet heeft informatie geglobaliseerd, een goede zaak, maar tegelijk heeft het geleid tot de globalisering van misvattingen. Academische discussies in twee richtingen zijn zeker nodig om de Koran en de islam te begrijpen.’

In Vlaanderen is er een gebrek aan hoogopgeleide imams. Kan een seculiere overheid een goede partner zijn in de opleiding van imams?
Ayasi:
‘Ik denk niet dat het een goed idee zou zijn moest de staat zich moeien met het curriculum van de imamopleiding. Maar ik geloof wel dat het een krachtig signaal is als een overheid indirecte steun geeft om betere islamopleidingen te organiseren. Daardoor kunnen de religieuze minderheden zich op een betere manier ontplooien, coherent met het samenlevingsmodel.’

De islam is anders georganiseerd dan het christendom. Heeft dat voordelen?
Ayasi:
‘In de rooms-katholieke kerk heb je één paus die het hoogste gezag draagt, met daaronder de kardinalen en de bisschoppen. Je zou kunnen stellen dat een gelijkaardige hiërarchie bestaat bij de sjiieten. Het verschil is dat de sjia-islam (een van de twee voornaamste stromingen binnen de islamitische godsdienst, td) horizontaler is en geen personencultus rond één geestelijke leider heeft. Er zijn dus verschillende visies mogelijk binnen het korps van geestelijke leiders. Dat zorgt ervoor dat je als gelovige de keuze hebt om je aan te sluiten bij die geestelijke leiders wiens geloofsvertaling je het meest aanspreken. Wanneer maar één persoon leiding geeft, is het aantal variaties beperkt tot één.’

Zijn er ook nadelen?
Ayasi:
‘De islam is een godsdienst van interpretatie en herintepretatie, en kent net zoals het christendom verschillende strekkingen. Juist omdat er zoveel keuze is, wordt het moeilijker om de juiste richting te vinden als gelovige. Ook buitenstaanders weten soms niet met wie zij te maken hebben. Het is evenmin evident om bijvoorbeeld een vertegenwoordiging van alle strekkingen binnen de islam af te vaardigen naar Europa. Anderzijds hebben we vandaag meer dan ooit toegang tot de rest van de wereld via het internet. Het gevaar daarbij is dat het gebruikt kan worden als propagandakanaal voor enge visies.’

Het valt niet te ontkennen dat de belangrijkste terreuraanslagen die tegen het Westen zijn gepleegd hun kiem in de islam hebben.
Ayasi:
‘U doelt op Al Qaeda? Dat is een heel marginale beweging binnen de islam. Dat zou de wereld intussen toch moeten weten, zeker na de ontelbare analyses van de voorbije weken. Al Qaeda wil zijn ideologie enkel met brute kracht en terreur doordrijven en staat niet open voor vredevolle alternatieven. Dat is géén islamitische houding. Terreurgroeperingen als Al Qaeda en de Taliban zijn ontstaan toen de Amerikanen en de Russen in Afghanistan hun Koude Oorlog kwamen uitvechten. De Amerikanen faciliteerden en financierden trainingen van lokale fracties, in hun strijd tegen het communisme. Eens de dreiging van Rusland wegviel, zijn die groepen daar gebleven en zijn ze met die bagage hun eigen weg ingeslagen. Al Qaeda zal blijven bestaan als een extremistisch, terroristich antwoord op de strijd tussen het imperialisme en de moslims. Het Midden-Oostenconflict, waarbij Amerika morele en financiële steun verleent aan de bezettende macht Israël, is een zeer belangrijk symbolisch recruteringsmotief voor Al Qaeda en de Taliban.’

Toch neemt ook het sektarisch geweld in de islam toe. En ook de Arabische revoluties in Bahrein en Jemen werden daaraan gekoppeld.
Ayasi:
‘In Jemen en Bahrein is er geen sprake van een conflict tussen soennieten en sjiieten. De revoluties zijn in de eerste plaats toch een antwoord op de dictatuur in die landen en op de ongelijkheid, waartegen het volk in opstand is gekomen. Net zoals in Syrië, Libië, Egypte en Tunesië. Maar ik wil zeker niet ontkennen dat er naast competitiviteit ook sektarisch geweld bestaat tussen soennieten en sjiieten. Kijk naar de sjiitische Mahdi-troepen in Irak, de soennitische Taliban in Afghanistan, de sjiitische Hezbollah in Libanon… Vaak gaat het om een demografische rivaliteit –meerderheid versus minderheid– die vaak ontaardt in een rechtendiscussie, het opeisen van je plaats als minderheid. Groepen als Al Qaeda en de Taliban opereren vanuit een politieke of ideologische rivaliteit tegen het sjiisme. Alleen bestrijden ze evengoed soennitische groepen, want ze plegen ook  aanslagen in Pakistan tegen “te gematigde” soennieten. Ze handelen dus vanuit een dogma en niet vanuit een geloofsstrekking.’

Denkt u dat de Arabische revoluties kunnen leiden tot een democratisch islamitisch staatsmodel?
Ayasi:
‘Het hangt ervan af hoe je dat democratische model wil invullen. Op een westerse manier of via een oosterse interpretatie? De kans is groter dat men voor die laatste invulling zal gaan.

* Soera 8 vers 39 werd onder meer door de Nederlandse politicus Geert Wilders in zijn film Fitna opgevoerd om het gewelddadige karakter van de Koran te benadrukken. Dit Koranhoofdstuk handelt over de strijd tegen de “ongelovige” Mekkanen tijdens de slag van Badr en refereert aan de jihad.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur