Dossier: 

De grondstoffenrace voor ontwikkelingslanden

Grondstoffen hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in de globale geopolitiek. Dat is vandaag niet anders. Met de opkomst van China, Brazilië en andere groeilanden is de grondstoffenrace des te intensiever geworden. Ontwikkelingslanden moeten zich stevig tussen de reuzen positioneren om niet het slachtoffer te worden van de grondstoffenvloek.

  • Julien Harneis Een ambachtelijke mijn in de D.R.C Julien Harneis

De groep van landen van Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan (ACS) hield vrijdag een conferentie over deze grondstoffenproblematiek. De vraag naar de uitdagingen en problemen voor de ACS-landen in de grondstoffenrace stond centraal. Deze uitdagingen zijn legio, maar daarin schuilen ook heel wat kansen voor de ACS-landen, met nadruk op Afrika. Voor de ontwikkelingslanden is het nu kwestie van een goed beleid te voeren, zodat zij de grote vraag naar grondstoffen zullen kunnen kanaliseren.

Grondstoffenvloek of goed bestuur?

Dat goed beleid voeren is echter geen eenvoudige taak voor de ACS-landen, gezien hun koloniaal verleden en de grote druk die vanuit Europa, de VS en de Brics-landen uitgaat. De westerse koloniale machten hebben in het verleden geen sterke staatsstructuren achtergelaten en die zijn cruciaal om het hoofd te bieden aan deze druk. In de laatste jaren is de vraag naar grondstoffen immers explosief toegenomen met de opkomst van de Brics-landen.

De ogen in de grondstoffenrace zijn niet toevallig gericht op Afrika. Volgens Isabelle Ramdoo van het Europese Centrum voor Ontwikkelingsbeleidmanagement (ECPDM) bevat het continent 30 procent van ’s werelds reserves aan metalen en mineralen en produceert 60 van de meeste gewilde grondstoffen. Bovendien is er in Afrika nog heel wat onverkend terrein, wat de toekomstige grondstoffenreserves potentieel enorm maakt, aldus Ramdoo.

Maar bij het grootschalige delven van grondstoffen komt heel wat gevaar kijken, zo stelt Patrice Christmann van Franse geologisch instituut BRGM. Het kan enorme inflatie en corruptie in de hand werken en heeft mogelijks desastreuze gevolgen voor het milieu. Ook sociaal kan het, indien het niet gecontroleerd wordt, zeer ontwrichtende effecten hebben. Dat is de zogenaamde grondstoffenvloek. Maar dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn. Een sterke staat kan de grondstoffenrace op zijn terrein kanaliseren door middel van goede contracten af te sluiten en genoeg belastingen te heffen op mijnbedrijven. Dat kan dan zorgen voor een groter inkomen, een grotere werkgelegenheid en een doorspijpeling van kennis en kapitaal naar andere sectoren.

Een sterke staat is echter niet genoeg. Volgens Christmann moeten ACS-landen heel wat inzetten op vorming van professionelen en studenten zodat de kennis over de grondstoffen toeneemt. Bovendien zouden zij een inventaris moeten maken van alle gekende en aanwezige grondstoffen en die data zouden moeten worden samengebracht. Uitwisseling van kennis is cruciaal voor ACS-landen, willen zij hun grondstoffen gebruiken voor duurzame ontwikkeling, zo stelt Christmann.

Integratie van de mijnsector

Heel wat internationale organisaties hebben programma’s om de mijnbouw in ontwikkelingslanden te ondersteunen of uit te bouwen, waarin ze zwaaien met advies. Shaoyi Li, hoofd van het milieuprogramma van de VN (UNEP), hamert op de holistische visie die gepaard moet gaan met de uitbouw van mijnen. Niet alleen moet gekeken worden naar de economische aspecten, maar ook naar de impact op het milieu en de maatschappij.

Hij gebruikt de term “decoupling” om duidelijk te maken dat economische groei ontkoppeld moet worden van milieuschade, hetgeen niet voor de hand liggend is in de mijnbouw. Hiervoor moeten de ACS-landen mikken op innovatie en optimalisatie om zo een nieuw mijnbouw systeem te ontwikkelen. Indien deze systeemverandering zich niet voordoet, vreest Li voor de desastreuze gevolgen van de mijnbouw in ontwikkelingslanden.

Het meest controversiële programma is dat van de Europese Commissie, “The Raw Materials Initiative”, gelanceerd in november 2008 en in een aangepaste versie goedgekeurd in september 2011. Met dit programma, dat overigens niet bindend is, poogt de Europese Commissie de toegang voor Europa tot broodnodige grondstoffen te vrijwaren. Zij dringt aan bij Afrikaanse landen op een liberalisering van de grondstoffenmarkt.

Isabelle Ramdoo waarschuwt. Zonder een degelijk legaal en institutioneel kader kan volgens haar de liberalisering meer kwaad dan goed doen aan zwakkere staten. Ze is echter gematigd positief over de ontwikkeling van Afrika. Het continent, zo stelt ze, heeft met zij grondstoffen de mogelijkheid heel wat mensen uit de armoede te halen, als het de mijnsector kan integreren in de bredere economie van Afrika.

Hoewel de conferentie dus heel wat adviezen had, bleef de vraag van hoe het te doen onbeantwoord. De Jamaicaanse delegatie merkte terecht op dat vele sprekers hameren op integratie van de mijnsector, maar hoe dat juist gebeuren moet, werd niet naar voor gebracht. De praktijk is duidelijk heel wat moeilijker dan de theorie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift