De grote koolstoffraude

Tegen 2012 kopen België en Vlaanderen elk voor meer dan 100 miljoen euro gezuiverde lucht om aan hun Kyoto-verplichtingen te voldoen. De markt in uitstootreducties uit arme landen is aan een opmars bezig. MO* volgde het geld tot in India en zag er een woestijn vol fata morgana’s en één oase.
  • Nick Meynen Het bedrijf Yash koopt rijstvliezen van honderden boeren. Nick Meynen

Deze bijdrage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek. Info: www.fondspascaldecroos.org


Ver van de schijnwerpers in Kopenhagen sluiten grootindustriëlen uit het Zuiden contracten met regeringen in rijke landen over de uitbesteding van hun uitstootreducties. De globale markt in “gezuiverde lucht” is al meer dan 100 miljard dollar waard. Daarin is de verkoop van Clean Development Mechanisms (CDM) een van de belangrijkste manieren om schone lucht te verhandelen: rijke landen investeren in de duurzame ontwikkeling van arme landen. Meer dan de helft van de CO2-reducties die Vlaanderen en België hebben beloofd, mogen elders gerealiseerd worden, op voorwaarde dat de daardoor tot stand gebrachte ontwikkeling minder uitstoot veroorzaakt dan zonder de transactie het geval was geweest.
Himanshu Thakkar van het South Asia Network on Dams, Rivers & People deed onderzoek voor westerse donors en kwam tot een schokkende vaststelling. ‘Van de twaalf CDM-projecten die ik heb onderzocht, bleek er niet één te zijn dat ook echt de uitstoot verminderde.’
Kushal Yadav van het Indiase Centre for Science and Environment blijft op basis van zestig bestudeerde projecten bij een bescheidener ‘dertig tot veertig procent van alle CDM-projecten vermindert de uitstoot niet.’ Barbara Haya van California University onderzocht de voorbije zes jaar 85 CDM-projecten in India en China. Zij komt tot de conclusie dat ‘een stuk meer dan de helft van de CDM-projecten niet tot uitstootvermindering leidt’. MO*reisde zelf naar India, omdat het land het grootste aantal CDM-projecten en het grootste aantal Belgische projecten telt.

Yash: Belgische kers op Indiase taart


In Faizabad, deelstaat Uttar Pradesh, valt de stroom voortdurend uit. Dat is de reden, zegt Santosh Pandey, de financieel manager van Yash Paper Limited, waarom elektriciteitsproductie op de fabriek onontbeerlijk is. Yash koopt zeker sinds 2001 geen elektriciteit meer van het netwerk en draait al jaren op zelf geproduceerde groene stroom. Santosh: ‘We gebruiken nog één procent fossiele brandstoffen: voor de vrachtwagens die de biomassa voor onze eigen bioboiler gaan halen.’
Bij de uitbreiding van de productie is meer elektriciteit nodig. Volgens de prospectus die Yash in maart 2005 bij de Securities and Exchange Board van India indiende, zal een extra bioboiler 19,56 miljoen roepie per geproduceerde MW kosten. Op 1 april 2007, meer dan twee jaar later, wordt beslist dat de boiler van Yash een CDM-project is. België mag een deel van zijn uitstootvermindering door Yash laten uitvoeren.
 In de aanvraag staat de volgende motivering: ‘Het project voorziet in een omschakeling van fossiele brandstoffen naar biomassa en zal zo de uitstoot van broeikasgassen verminderen.’ Het bedrijf heeft nooit op fossiele brandstoffen gedraaid, maar Yash heeft een uitleg. ‘Zonder dit project zou de energie die we nodig hebben uit het regionale netwerk komen, dat voornamelijk op steenkoolcentrales draait.’
Santosh, die het document zelf schreef, zegt nochtans dat het bedrijf nooit elektriciteit van het netwerk zou afnemen. Het wordt nog vreemder als we de bewijsvoering voor de investeringsbarrières erbij nemen. Daar lezen we dat de prijs 73 miljoen roepie per MW bedraagt en er dus geld uit de koolstofmarkt nodig zal zijn. Dat is bijna vier keer zoveel als in de prospectus voor bijna dezelfde boiler die twee jaar eerder bij de Indiase autoriteiten werd ingediend. In een vergelijkbaar Indiaas project blijkt de kostprijs 21 miljoen roepie per MW.
Uit een internationale peiling uit 2007 bleek dat 86 procent van de ondervraagde ondernemers vond dat ‘in veel gevallen de inkomsten uit de koolstofmarkt de kers op de taart zijn, maar niet bepalend voor de investeringsbeslissing’. Bij Yash werd de investeringsbeslissing in februari 2004 genomen en viel de beslissing om Yash koolstofkredieten te geven op 1 april 2007. Het exacte bedrag wordt zoals altijd geheim gehouden.
Yash is gelukkig een respectabel bedrijf. Honderden boeren krijgen een kleine som voor de rijstvliezen die Yash opkoopt. Tijdens de rondleiding toont Santosh me drie uitstekend voorziene scholen die Yash naast de fabriek heeft gebouwd. S.K. Yadav, de ingenieur van de bioboiler, legt me bij de ovens uit dat men in de toekomst cement wil maken van de as en Yash heeft zelfopgelegde chemische recyclagenormen. Alleen zal de Belgische subsidie geen verschil maken voor de klimaatverandering, want het bedrijf maakte al de juiste keuzes. LEES MEER

Rampur: duurzame destructie


Het meest voorkomende projecttype bij CDM’s zijn waterkrachtcentrales. In China koopt de Waalse regering kredieten van een grote dam waar honderden mensen voor moeten verhuizen, maar MO* bezocht in India een waterproject zonder dam. Op papier heeft de waterkrachtcentrale in Rampur, deelstaat Himachal Pradesh, alleen maar voordelen. Het bedrijf Satluj Jal Vidyut Nigam Limited (SJVNL) bouwt een tunnel waarin vallend water tot 412 MW hernieuwbare energie zal produceren. De bouw begon bijna drie jaar voor de aanvraag van CDM-kredieten goedgekeurd werd. Het CDM-geld is dus niet echt nodig en zal dan ook niet voor extra reducties van de C02-uitstoot zorgen, maar misschien is dit wel een duurzaam ontwikkelingsproject dat duizenden mensen ten minste tijdelijk werk geeft.
Vimal Bhai, een rivierexpert, is het daar niet mee eens. ‘Dit project zuivert het milieu niet, het veegt de natuur weg.’ Tijdens een rondrit in nabijgelegen dorpen zien we illegale stortplaatsen met modder van de tunnel, midden in dorpen en naast scholen. Kailash Bramta, voorzitter van de organisatie die het opneemt voor de getroffen dorpsbewoners: ‘Deze mensen verpachten hun land aan het bedrijf, dat enkel toestemming heeft om er tijdelijke barakken voor de arbeiders neer te zetten.’ De gronden liggen intussen onder meters puin bedolven, waarvan het opwaaiende stof alles in de ruime omgeving bedekt.
Kailash somt de gevolgen op: kleinere en vervuilde oogsten, zieke dieren, meer astma, extra transportkosten voor schoon dierenvoer… Levert het bedrijf een inspanning om het probleem aan te pakken? Kailash laat die vraag door Rajesh Negi uit Sarpata beantwoorden, die zijn nek vol uitslag laat zien. ‘Sinds SJVNL chemicaliën gebruikt om zijn betonmolens schoon te maken, hebben we last van huidallergie.’
De watertunnel gaat dwars door de waterlagen die de dorpen normaal van water voorzien, waardoor bronnen droog komen te staan. De watertankwagens die het bedrijf ter compensatie inzet leveren amper voldoende water voor huishoudelijk gebruik, laat staan om er de stoffige velden mee te irrigeren.
Volgens de wet moet het project van tevoren ook een waterbeheersplan hebben dat via herbebossing en kleine dammetjes water moet vasthouden. In Rampur is de tunnel echter al voor drie kwart klaar, terwijl men met het plan nog nergens staat. Het bedrijf beloofde ook alle huizen van drinkwater te blijven voorzien, maar vier jaar na die belofte heeft SJVNL niet meer dan een kwart van het geld dat daarvoor nodig is betaald. Kailash: ‘Niet eens genoeg om aan de bouw te beginnen.’
Als ik een kopie van het rehabilitatie- en hervestigingsplan laat zien, zijn vier afgevaardigden van het dorp Aberi verrast. Meubels voor de school, gratis kooktoestellen: als ik de lijst uit het officiële plan doorloop, beginnen ze te lachen. Na enige discussie blijkt dat de 215 gezinnen die moesten verhuizen wel hun geldelijke compensatie hebben gekregen, maar niet de beloofde permanente baan. Jogender wijst me het ene na het andere huis aan dat gebarsten is ‘door de explosies in de tunnel’.
Op een ontmoeting van afgevaardigden uit vijf van de acht getroffen dorpen vraag ik hoe het met de ‘vroege en geïnformeerde toestemming’ zit. Jogender: ‘Welke toestemming?’ De dorpshoofden zeggen dat in geen enkel van de acht dorpen de vereist stemming is gehouden. Toch heeft het bedrijf een aantal ‘Geen bezwaar’-certificaten aan de Wereldbank overgemaakt, die als tussenpersoon optreedt voor de Spaanse overheid die de kredieten zal afnemen. Jogender: ‘Toen ze mij vroegen om een blanco vel papier te tekenen, heb ik geweigerd, maar ik weet dat ze in andere dorpen wel hebben getekend.’ LEES MEER

Boekhoudkundig in orde


Eva Filzmoser van CDM Watch klaagt dat er bij CDM-projecten te weinig aandacht is voor het overkoepelende doel van duurzame ontwikkeling. Onder de huidige regels mag elk land zelf bepalen wat het onder duurzame ontwikkeling verstaat. India heeft een instelling die de niet-duurzame projecten uit het systeem moet weren, maar die hield nog geen enkel van de meer dan duizend Indiase projecten tegen.
De Belgische overheid heeft daarom extra criteria opgesteld. In haar selectie van projecten wint de federale overheid advies in bij het middenveld, en in tegenstelling tot de Vlaamse overheid sluit ze bepaalde soorten projecten bij voorbaat uit. De kans dat het federale beleid niet-duurzame projecten selecteert is dus iets kleiner.
Vlaanderen verwijst altijd naar de internationale afspraken en staat open voor iedere aanpak, ook voor de heikelste kwestie in de hele koolstofhandel: HFC-23 gassen. Bij het gebruik van HFC-22 om gassen voor koelkasten te maken komen HFC-23 gassen vrij. Die veroorzaken per eenheid 11.700 keer meer opwarming dan CO2. Reden genoeg om ze in de EU te verbieden, maar in India en China worden nieuwe fabrieken gebouwd die enkel winst maken door HFC-23 te vernietigen.
De markt voor HFC-23 vernietiging is veel groter dan voor HFC-22. Michael Wara van Stanford University’s Law School berekende in 2006 (pdf) dat de HFC-23 projecten in de CDM op dat moment zeker 4,7 miljard euro zouden opbrengen, terwijl een wereldwijd verbod op HFC-22 en de vervanging ervan door andere koelgassen ongeveer 100 miljoen euro zou kosten. De HFC-22/23-markt is dus 47 keer meer geld waard dan een verbod.

Sirsa: een kwetsbare oase


Lieven Top, de topadviseur van Vlaams minister van Milieu Joke Schauvliege, wil in een publiek debat wel eens klagen over de gebakken lucht die andere landen aankopen. Daarnaar gevraagd laat de administratie echter weten dat ze de internationale spelregels volgt. De opgegeven reden om kredieten zonder extra criteria via grote koolstoffondsen te kopen is ‘de spreiding van het risico’. Als Vlaanderen boekhoudkundig maar in orde is.
Maar ook de duurzame criteria van de federale overheid voldoen niet, omdat er geen controle in het veld is. Een ambtenaar die het niet meer kon aanzien, vertelde off the record dat ‘de projecten die echt de uitstoot verminderen en de duurzame projecten altijd sneuvelen, net omdat die er minder zeker van zijn dat ze de kredieten kunnen leveren.’ Dat verklaart waarom herbebossingsprojecten minder dan één procent van de hele CDM-markt uitmaken.
Nabij Sirsa, in de westelijke Indiase deelstaat Haryana, ligt het eerste binnen de CDM’s geregistreerde herbebossingsproject ter wereld. Aan de rand van de grote Tharwoestijn plant het lokale bosdepartement nieuwe bomen op de verarmde velden die boeren daarvoor ter beschikking stellen. De overheid neemt de kosten voor de aanplant en het onderhoud op zich, terwijl de boeren het geld uit het CDM zullen krijgen. Ze blijven ook eigenaar van de gronden en zelfs van de nieuwe bomen. Een genootschap met lokale verkozenen zal het geld verdelen onder de boeren die meedoen.
Bij een bezoek aan de plantages vertelt Baldev Dhaial, de voorzitter van het genootschap, dat ‘de bomen niet alleen koolstof opnemen. Voor ons zijn ze een bescherming tegen de oprukkende woestijn, ze zuiveren de lucht en ze doen het grondwaterpeil weer stijgen.’ Andere boeren vallen hem enthousiast bij. Een van hen zegt dat de bomen de grond weer vruchtbaar zullen maken, dat ze ook fruit voor de verkoop zullen opleveren en dat dode takken ideaal zijn voor huishoudelijk kookgebruik. Dit project helpt de mensen zich aan de problemen van de klimaatverandering en de verwoestijning aan te passen én het doet aan armoedebestrijding.
Helaas is deze kleine oase ook erg kwetsbaar. Terwijl bosbouwer Raj Kumar Jangra de voordelen uitlegt, zien we een herder met zijn kudde naar de plantage komen. Jangra: ‘Er waren dit jaar onvoldoende moessonregens en de graasgronden zijn kurkdroog, dus moeten we de plantages extra beschermen.’ Een ander risico is de tijdelijkheid van de opslag. Op elk moment, bijvoorbeeld als de oogst mislukt, kan de boer beslissen om zijn bomen te kappen en te verkopen. Een deel van de bewaarde koolstof zou dan weer in de atmosfeer komen, al blijft een groot deel onder de grond en in het deel van het verkochte hout dat niet verbrand wordt. De risico’s zijn groot, maar de Europese Commissie steunt dit proefproject precies omdat het zoveel potentieel heeft. Maar de oase in Sirsa bewerkt een echte vermindering van broeikasgasuitstoot die zeker honderdmaal kleiner is dan de nepreductie van het project in Rampur. LEES MEER

De vragen blijven


Professor Aviel Verbruggen van de Universiteit van Antwerpen, lid van het IPCC, stelt dat de stuurloze emissiehandel en de bureaucratische CDM’s ‘uitingen zijn van blokkeringen in het klimaatbeleid die voortvloeien uit de onwil van de rijke elites om de weg naar een duurzame ontwikkeling op te gaan’. LEES OPINIESTUK
De federale overheid probeert, zij het als een olifant in een porseleinkast, voorzichtig te werk te gaan. De Vlaamse overheid is niet eens voorzichtig.
En terwijl iedereen zich op het gladde buitenlandse ijs begeeft, blijven investeringen in eigen land uit. Het Rekenhof hekelt in een vlijmscherpe evaluatie dat de federale overheid zó weinig in de verbinding tussen offshorewindparken en ons elektriciteitsnet investeerde dat er vandaag nog maar 30 van de tegen 2010 geplande 2000 MW offshorewindenergie gerealiseerd werd. Het benodigde geld is misschien letterlijk in rook opgegaan. Zelfs met strenge criteria blijft de vraag: hoe duurzaam is een beleid dat kredieten wil kopen in een markt die voor meer dan de helft niet uit gezuiverde maar uit gebakken lucht bestaat?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Nick Meynen (°1980) schreef het boek ‘Frontlijnen. Een reis langs de achterkant van de wereldeconomie’ en eerder ook Nepal.