De hete aardappel ontleed

Betekenen ggo’s het einde van de honger in de wereld? Zoniet, is dat dan de schuld van Greenpeace of van de multinationals? In Gent woedde gisteravond het aardappeldebat weer even in alle hevigheid. In het Pand verzamelden vier wetenschappers en een groot publiek voor een debat over de zin en onzin van ggo’s, georganiseerd door het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling. MO* zet de argumenten pro en contra nog eens op een rijtje.

‘Een van de problemen van de discussie omtrent ggo’s is dat niet-wetenschappelijke argumenten de boventoon voeren’ zegt Godelieve Gheysen, biologe bij de onderzoeksgroep Toegepaste Moleculaire Genetica aan de Ugent. Zo wordt de biotechnologie eveneens gebruikt om medicijnen te ontwikkelen, maar dit veroorzaakt veel minder commotie.

Volgens Tom Cox, onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en het Nederlands Instituut voor Ecologie is het een kwestie van perceptie. Hij koos in Wetteren de kant van de actievoerders. ‘Medicijnen gaan over levens redden, over ziekte en dood overwinnen. Daarvoor willen mensen ver gaan. Maar bij ggo’s vrezen veel mensen net voor dit sleutelen aan groenten, sommigen spreken zelfs over “Frankensteingroenten”.

Goed voor het Zuiden?

Maar misschien kunnen deze “Frankensteingroenten” de honger en armoede uit de wereld helpen? Volgens Erik Swyngedouw, geograaf en bio-ingenieur aan de universiteit van Manchester, worden ggo’s echter verkeerdelijk voorgesteld als de reddende hand van de derde wereld. ‘Na dertig jaar schermt de wetenschappelijke wereld nog steeds met dezelfde argumenten. Maar uiteindelijk halen vooral de grote bedrijven er voordeel uit. Het technologische vooruitgangsideaal van de wetenschap is onrealistisch. Innovatie redt inderdaad sommigen, maar duwt anderen verder de put in.’

Volgens Tom Cox belemmert het patentrecht kleine boeren in het Zuiden eveneens om gebruik te maken van genetisch gemanipuleerde organismen. De patenten gelden namelijk zowel op de plant als op de zaden. ‘Ggo’s leveren misschien wel een grotere oogst op, maar door de patenten moet je eerst kunnen investeren in de zaden en planten vooraleer je de oogst ervan kan plukken.’

Godelieve Gheysen gelooft evenmin in ggo’s als de ultieme redding van het Zuiden. Maar volgens haar kunnen ze wel degelijk helpen om concrete problemen in de landbouw op te lossen. ‘Onderzoek naar genetisch gemodificeerde papaya’s heeft de papaya-industrie in Hawaï gered. Ook in Cuba lopen succesvolle projecten waarbij kleine landbouwers ggo’s gebruiken voor een betere oogst, zonder tussenkomst van grote bedrijven.’

De schuld van Greenpeace

Wordt in Vlaanderen dan onderzoek gevoerd naar bananen en papaya’s? ‘Neen, want dat soort gewassen is niet relevant voor Vlaanderen. Een Belgische landbouwer wil geen onkruidbestendige bananen maar resistente aardappelen’, aldus Godelieve Gheysen.

Kunnen “Frankensteingroenten” de honger en armoede uit de wereld helpen?
‘Het is bovendien precies door de negatieve perceptie van ggo’s dat er zo moeilijk financiering te vinden is voor onderzoek naar bijvoorbeeld bananen in België of andere landen’, zegt Michiel Mathijs, Bioloog aan de Ugent. ‘Door de enorme weerstand tegen ggo’s is de milieu- en andere regelgeving danig streng dat enkel in erg winstgevende gewassen geïnvesteerd wordt. Op die manier zijn organisaties zoals Greenpeace medeverantwoordelijk voor het gebrek aan onderzoek naar gewassen die het Zuiden kunnen helpen.’

Patenten

Erik Swyngedouw kijkt echter eerder naar de industrie. ‘Onderzoekers moeten steeds vaker terugvallen op de privésector voor financiering. Maar als een onderneming een onderzoek financiert, wil ze er natuurlijk ook wat voor terugkrijgen. Het liefst iets wat te patenteren valt. En dat heeft gevolgen voor het onderzoek.’

Die patentering van ggo’s is eveneens een heikel punt in het debat. Volgens Erik Swyngedouw is privéonderzoek nooit neutraal. Hij geeft de kankermuis van DuPont als voorbeeld. ‘DuPont beloofde dat deze muis met kankergen het onderzoek naar borstkanker enorm vooruit zou helpen. Maar door het patenteren kostte één kankermuis veel meer dan een gewone muis, wat het onderzoek naar borstkanker duurder maakte, waardoor het trager vorderde.’ Dit is wat hij de vermarkte wetenschap noemt.

Ondanks de kritiek op de industrie vindt Michiel Mathijs echter de zaligmaking van de publieke sector evenmin correct. ‘Concurrentie tussen verschillende bedrijven in onderzoek kan ook goed zijn. Je kan je bij de kankermuis bijvoorbeeld de vraag stellen of ze zonder de private sector überhaupt wel al zou bestaan.’

Biologisch boeren met GGO’s

Michiel Mathijs vraagt zich bovendien af waarom genetisch gemodificeerde gewassen niet zowel voor de industriële als voor biologische landbouw kunnen dienen. ‘De technologie hoeft zich niet perse tot één visie of systeem te beperken.’

Ook Godelieve Gheysen ziet potentieel voor ggo’s in de biologische landbouw. ‘In VS gaan nu reeds stemmen op om biologische landbouw te combineren met ggo’s. Daarvoor moeten namelijk minder pesticiden gebruikt worden en het zijn vaak gezondere gewassen want beter bestand tegen ziektes’

Maar hebben we die technologie echt nodig om voldoende en volwaardig voedsel te produceren? De meningen blijven verdeeld, en het ziet er naar uit dat dit nog een tijdje zo zal blijven.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift