De holistische kijk van Eric Goewie op biolandbouw

Voor professor Eric Goewie, moleculair fysioloog aan de universiteit van Wageningen, is biologische landbouw veel meer dan een alternatieve manier van voedselproductie. Het is een levensfilosofie die draait om het fundamentele respect voor alle leven.
Bij haar aantreden als Vlaams minister van Landbouw, maakte Vera Dua een budget vrij voor de oprichting van een leerstoel biolandbouw. Tot nog toe heeft geen enkele universiteit interesse getoond voor het oprichten van die leerstoel. Gebrek aan gespecialiseerde docenten, heet het. De landbouwuniversiteit van Wageningen ging in 1993 wel van start met zo’n aparte leerstoel en professor Eric Goewie kreeg de opdracht de studierichting uit te bouwen. De voorlopige, houten barakken op de proefvelden van de Wageningse universiteit barstten uit hun voegen door de massale toeloop van geïnteresseerde studenten. Het succes duurde tot in de zomer van 1998 Goewie werd verwijderd en zijn lokalen hardhandig werden ontruimd. Het alternatief werd te bedreigend voor de gevestigde wetenschap in de aanpalende gebouwen. Om van de schok te bekomen, trok Goewie een jaar naar het zuiden van Brazilië waar hij boeren ondersteunt die zich in biolandbouw willen inwerken. Sinds het voorjaar is hij weer in Wageningen, waar hij een beperkte cursus Ecologie en maatschappij doceert. In zijn nieuwe kantoor, waar hij nog onwennig zijn plaats zoekt, hadden we een gesprek met Goewie.

Waarom werd uw leerstoel zo sterk als een bedreiging ervaren?

‘Onze aanpak stond diametraal tegenover de visie die in het officiële universiteitscomplex werd uitgewerkt. We hadden ook heel veel studenten. Op een dag stonden de bulldozers voor de deur van de cursuslokalen terwijl de lessen volop aan de gang waren. Wij wisten van niets. “Nou, dat is dan een communicatieprobleem”, merkte de man met de bulldozer lakoniek op. We kregen nauwelijks de tijd om in te pakken. Dat was het einde van de gespecialiseerde leerstoel Biologische Landbouw. Er werd ons mooi gezegd dat de verschillende cursussen geïntegreerd zouden worden in de gangbare landbouwopleiding, maar dat is een eufemisme. Het globale concept werd in disciplines uit elkaar getrokken: de bodemdeskundigen van de biolandbouw bij de bodemdeskundigen van de gangbare landbouw, de gewasbeschermers bij de afdeling gewasbescherming, enzovoort. Het hele concept werd uiteen gerafeld en zo kapot gemaakt. Mijn vijfentwintig jaar lange ervaring met biologische landbouw in Europa, en vooral in Nederland, leert me dat die ervaren wordt als een bedreiging van het status quo. Politici zijn met het model niet gediend omdat zij in kortetermijnprojecten van vier jaar denken en in die periode vooral de belangen van het geld en van de industrie willen dienen. En die industrieën hebben geen belang bij biolandbouw. Zij willen een grote massa van één bepaald product, van één bepaalde kwaliteit, dat in één bepaalde vorm wordt aangeleverd. Als aan die voorwaarden niet is voldaan, valt de mogelijkheid weg om efficiënt en goedkoop te produceren.’

Toch zit biovoeding in de lift en springen ook supermarktketens op die groeiende vraag.

‘Er beweegt inderdaad wat. Als gevolg van de enorme crisis in de veehouderij groeit in noordwest Europa het besef dat er iets moet veranderen. Mensen beginnen zich vragen te stellen bij de kwaliteit van hun bestaan. Het opportunisme van de politiek en het winstbejag van de industrie spelen daarop in. Dat is de manier waarop hier bij ons de dingen veranderen. De consumenten zijn de belangrijkste veranderaars. Het is dan heel belangrijk dat die consumenten bewuste burgers worden en zich vragen stellen waarmee ze bezig zijn en waarvoor ze kiezen we.’

Hoe is het met die voedselproductie zo uit de hand kunnen lopen?

‘De voorbije dertig jaar is men de landbouw gaan beschouwen als een vorm van industrie, als een machine die gebruikt kan worden tot ieders genoegen. Maar de natuur is geen machine. Zij beschikt over een eigen vermogen om op verandering te reageren. Dat vermogen van zelfregulatie zijn we als wetenschappers vergeten. Erger nog, we drukken het zoveel mogelijk weg. Elke vorm van variatie in de akker wordt voorkomen want variatie is verstoring en onvoorspelbaarheid. Die eenzijdige vorm van denken heeft van een koe een melkmachine gemaakt. Alle onderzoek heeft zich gericht op de uier. Het is jammer dat er nog een koe omheen zit want al die onderdelen nemen alleen maar energie weg van die uier. De niet functionele delen worden wegveredeld. Als je zo eenzijdig omgaat met dieren of planten en je vergeet het zelfregulerende mechanisme dat voor het organisme zo belangrijk is, dan krijg je problemen. Die uiten zich vandaag in de vorm van gekkenkoeienziekte, varkenspest of mond-en-klauwzeer. Van nature zijn die ziektes niet ernstig maar ze krijgen hun vreselijke impact door de schaal waarop ze zich voordoen. Bovendien zijn die epidemies vooral erg omdat ze de export zo zwaar treffen. Een ziekte is een economische ramp.’

Wat heeft u op de weg gezet van een alternatieve benadering?

‘Ik heb wetenschap altijd fantastisch gevonden. Als kleine jongen al wilde ik weten hoe de dingen in elkaar zaten. Op een bepaald moment werkte ik aan een onderzoek met een elektronenmicroscoop en zag beelden van cellen die tot 80.000 maal vergroot waren. Prachtig! Als je zoiets ziet, ga je filosoferen. Hoe kan het dat die molecule precies die richting uitgaat en dat weer een andere molecule die bepaalde reactie veroorzaakt op dat bepaald tijdstip. Die vraag naar het waarom liet me niet meer los. Wetenschappelijke methodes geven daarop echter geen antwoord. Twee gebeurtenissen hebben me in mijn zoeken beïnvloed. De eerste was het lezen van het revolutionaire boek van Rachel Carson, Silent Spring, begin de jaren zestig. Carson beschreef hoe het leven op aarde bezig was te sterven door het gebruik van vergif in de landbouw en hoe voedselketens kapot gingen. Ik was op dat ogenblik zelf bezig met het ontwikkelen van bestrijdingsmiddelen. Door het lezen van het boek kwam ik tot het besef dat ik mijn kennis ook omgekeerd kon gebruiken, namelijk om uit te zoeken hoe het systeem gestimuleerd kan worden zodat het zichzelf reinigt en in stand houdt. Door daarmee bezig te zijn, ging er innerlijk een knop om. Daarna las ik Het verschijnsel Mens van Teilhard de Chardin. Dat maakte zo’n indruk op mij, ik had toen het gevoel dat ik het antwoord op de waarom-vraag gevonden had. Ik begon een samenhang te zien tussen de binnen- en de buitenkant der dingen, zoals Teilhard dat zegt. De idee dat zelfs een steen of de zon, ja zelfs de hele kosmos, een binnenkant hebben, vond ik uiterst inspirerend. Sinds dat moment ben ik me gaan toeleggen op in die spirituele kant van de landbouw. Ik ben me erg gaan verdiepen in denkwijzen over de landbouw en kwam zo in aanraking met de biologisch-dynamische landbouw, met natuurgeneeswijzen, met lokale tradities van boeren en van Mexicaanse indianen. Ik leerde de manier kennen waarop deze mensen met de natuur omgaan en ontdekte indrukwekkende visies. Bijvoorbeeld mensen die de aarde beschouwen als de Schenker, waar je uiteraard goed mee omgaat. Ik vind dat zo’n indringend beeld. In het westerse denken is de aarde een dood wezen waarmee je mag doen wat je wil. Het zijn twee totaal verschillende werelden.’

Kan zo’n intrigerende visie het hongerprobleem uit de wereld helpen? Of zullen we daarvoor toch genetische manipulatie nodig hebben?

‘De bewering dat biolandbouw de groeiende vraag naar voedsel in de wereld niet zou aankunnen, is om verschillende redenen onzin. Uit onderzoeken blijkt dat het wel kan. Voorwaarde is echter dat iedereen mee mag profiteren van de landbouw. In Nicaragua boeren naar de steden jagen om vervolgens hun gronden te gebruiken voor de productie van onze ecologische, diervriendelijk geproduceerde hamburgers, is pure waanzin. Dan blijft er honger. De gangbare landbouw is in staat om 44 miljard mensen te voeden maar slaagt er zelfs niet in alle zes muljard huidige aardbewoners te voeden. De gangbare landbouw, zelfs met genetische manipulatie, brengt honger voort. Dat komt bijvoorbeeld door ons eiwitrijk dieet, bestaande uit vlees. Er is zeven kilogram graan nodig om één kilogram vlees te produceren. Die eiwitten worden weggehaald uit landen die arm zijn. Een land als Nederland heeft zeven tot twaalf keer de oppervlakte van zijn eigen grondgebied nodig in het buitenland om de veestapel te kunnen voeden. Om ons bord met vlees te vullen, bezetten we in het buitenland grond die bij de kleine boer wordt weggehaald. De gangbare landbouw houdt de kloof tussen arm en rijk mee in stand, en daarmee ook het hongerprobleem.’

Verandert biolandbouw daar wat aan?

‘De essentie van biologische landbouw is respect. Voor de natuur, voor de biodiversiteit, voor alle organismen en uiteraard ook voor de mens. Het is in wezen kleinschalig werken, op lokaal en regionaal vlak. Maar dat is relatief. Noordwest Europa is voor mij een regio. Honderd hectare in Brazilië is bijna familiale landbouw terwijl dat in België en Nederland grote bedrijven zijn. Biologische landbouw is voor mij een instrument voor het in stand houden van de leefkwaliteit in het landelijke gebied. Het is dus méér dan het in stand houden van de voedselvoorziening. Het is het zorgen voor de kwaliteit van ons bestaan, voor schoon water, een mooi landschap, werkgelegenheid, culturele activiteiten. Zolang er een levensvatbare landbouw is op het platteland, is er een schooltje, een apotheker, een sociaal leven waardoor mensen op die plek willen wonen. Het uitgangspunt bij deze aanpak is de betrachting natuurlijke kringlopen gesloten te krijgen: de waterkringloop, de stoffenkringloop, de voedingsketens. Vanuit het principe van kringlopen in de natuur, kom je ook tot een relatie van kringlopen onder mensen, tussen bioboeren onderling, tussen producenten en consumenten. In Denemarken heeft de overheid een regionalisering doorgevoerd vanuit dit concept. Boeren organiseren zich om samen voor de verwerking van een bepaald product in te staan, hebben een eigen slachterij, waardoor ze niet meer hoeven te slepen met de dieren. De consumenten zien hoe er met het voedsel wordt omgegaan en kopen graag zulke producten. Zij sluiten de economische kringloop. Dat alles wordt veel moeilijker met grootschaligheid.’

Wat dan met de noodzaak van schaalvergroting door de stijgende vraag naar biovoedsel?

‘Ik vrees dat een verdere doorbraak van de grote commerciële verdelers op het gebied van bioproducten gaat leiden tot een onderdrukking van het biologisch produceren. In biolandbouw gaat het om de processen. Nu tekent zich een trend af dat men weer enkel naar de productcontrole gaat: als de aardbeien maar schoon rond en rood zijn, kijken we niet naar hoeveel gif er is gebruikt. Dat is het oude systeem. De biologische boer wordt onder druk gezet om zich enkel te richten op de eis van de supermarkt. Het andere gevaar is dat je een geweldige druk krijgt op de prijzen en dat willen de supermarkten, want biologische producten zijn gewoon te duur. Ze zijn natuurlijk niet te duur, gangbare producten zijn te goedkoop. Het principe dat de vervuiler betaalt, valt weg. Bioproducten worden dan lager in prijs en de boer krijgt steeds minder voor zijn waar. Zo ontstaat hetzelfde gat waar de gangbare landbouw in gevallen is, helemaal opgegeten door het marktmechanisme.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.