De hongerige stad

Steden voeden is nooit een makkelijke opdracht geweest. Meer dan de helft van de mensheid woont vandaag in steden. Met de huidige onduurzame voedselsystemen komen we onvermijdelijk in de problemen. Tijd voor een alternatief.

‘We kunnen doorgaan met onze grondstoffen te verspillen en met reageren op voedselcrisissen wanneer die zich stellen, of we kunnen de wijze waarop onze voedselsystemen werken, fundamenteel veranderen’, zegt Carolyn Steel. Zij is architecte en auteur van De Hongerige stad. Hoe voedsel ons leven vormt. We moeten niet op zoek gaan naar een nieuwe utopie, maar naar een haalbaar alternatief, vindt Steel. “Sitopia” is voor haar zo’n alternatief, van het Griekse sitos (graan, voedsel) en topos ( plaats). Een plaats waar samenleven en voedsel winnen samengaan en de diepe kloof tussen stad en platteland wordt opgeheven.

***

Dongtan, China. Vanaf het balkon op de derde verdieping van Shu-Li’s flat in het centrum van Dongtan heb ik uitzicht over de baai van het eiland Heng Sha en daarachter op de stad Sjanghai op het vasteland, waarvan de puntige skyline nog net te ontwaren is in de avondnevel. Onder mij komt de buurt langzaam tot leven: mensen die na hun werk op weg zijn naar huis, die stoppen bij eethuisjes om iets te eten te halen of even bij de bar op de hoek naar binnen lopen om iets te drinken. Hun stemmen dringen duidelijk door vanaf de straat, wat ook geldt voor de kruidige geur van gebakken vis die me naar het avondeten doet verlangen. Maar afgezien van het gemoedelijke gedruis van bedrijvigheid is het op straat relatief stil. De meeste mensen verplaatsen zich hier op de fiets of te voet, en het enige echte voertuig op straat, de elektrische tram, laat een zacht piepend geluid horen op weg naar de buitenwijken op zijn met rubber omklede wielen. Het is een typische julidag in Dongtan: drukkend en vochtig, met een vage onweersdreiging. Omdat het niet echt regent, heb ik van Shu-Li uitdrukkelijke

instructies gekregen om haar planten water te geven, die voornamelijk bestaan uit groenten: hin choy, of Chinese spinazie, ellenlange bonen en bittere meloenen. Staand op het balkon draai ik een hendel open zodat er voedselrijk water naar haar plantenbakken kan stromen. Shu-Li woont in een van de weinige flatgebouwen in het centrum met een productiefabriekskwekerij in de kelder, wat inhoudt dat zij rechtstreeks water uit de leiding van de gemeente kan betrekken, met een watermeter. Het water was eerst gratis, maar de vraag was zo groot dat de gemeente zich gedwongen zag er geld voor te gaan rekenen. Ik buig me over de balustrade en kijk naar de laatste arbeiders die het pand verlaten: boeren die de hele dag in de kelder hun fruit en peulen hebben verzorgd waaruit het grootste deel van het fabrieksmatig gekweekte voedsel in Dongtan bestaat.

Ik zet de bewateringsinstallatie af en maak me gereed om de deur uit te gaan. Straks heb ik afgesproken met Shu-Li en wat vriendinnen van haar bij de bunds, de dammen tussen Dongtan en de watergebieden langs de oostkant van het eiland. We gaan eten in een van de restaurants die zich specialiseren in plaatselijk gevangen vis. Dat is nog een overblijfsel uit de tijd, nog niet zo lang geleden, dat er aan deze kant van het eiland alleen maar enkele vissers, een paar boeren en een paar honderdduizend nestelende zeevogels woonden. Het restaurant heeft een spectaculair uitzicht over de watergebieden heen naar de open zee en ik kijk er al naar uit om lekker af te koelen op het terras.

Er bestaat verschil van mening over of het reusachtige windmolenpark verderop in het noorden het uitzicht bederft. Ik moet toegeven dat ik zelf flink schrok toen ik het voor het eerst zag (de turbines zijn bijna zeventig meter hoog), maar nu ik eraan gewend ben, vind ik ze zelfs wel mooi. Op de een of andere manier stel je je in op onverwachte dingen als je een bezoek brengt aan Dongtan. Je weet dat je terecht komt in een lopend experiment: een onderzoek naar de mogelijkheid van een CO2-neutraal bestaan dat nog nooit op zo’n grote schaal is uitgevoerd. Ik weet nog dat ik de eerste keer dat ik hier kwam sommige dingen heel raar vond –iedere nacht de ventilatie voor de passieve koeling van de flat openzetten, het vuilnis scheiden in zes verschillende categorieën, de planten bewateren met speciaal water– maar ik raakte er gauw aan gewend. Andere aspecten van Dongtan blijven me verbazen: de stilte, de rijkdom aan natuurlijk leven voor je deur en natuurlijk de superverse zeevis en schaaldieren…

Goed, ik geef het toe. Dongtan bestaat niet echt, tenminste: nog niet. Maar heel binnenkort wel. Als de eerste fase in 2020 is afgerond, staat hier ’s werelds eerste zich als zodanig afficherende “eco-stad”: een stedelijke gemeenschap van 80.000 zielen, waar alles zo tot in de puntjes is afgestemd dat de ecologische impact zo gering mogelijk is. De opdracht hiervoor werd in 2005 gegeven door de Shanghai Industrial Investment Corporation (SIIC) en het ontwerp is in handen van een team van de Londense vestiging van Arup, het ingenieursbureau dat in 1946 werd opgericht door Ove Arup (de man achter onder meer de kappen van het operagebouw in Sydney) en nu een van de grootste interdisciplinaire ontwerpadviesbureaus ter wereld. Gezien de schaal en de ambities is Dongtan misschien wel het moeilijkste project dat het bedrijf ooit heeft aangenomen. Het team moet niet alleen gaan bedenken hoe een ecostad van de 21ste eeuw eruit zou moeten zien, het is ook vastbesloten om de kwetsbare natuurlijke omgeving zoveel mogelijk te ontzien. De oostkant van het eiland Chongming, 25 kilometer ten oosten van Sjanghai, is een van de laatste nog resterende landelijke gebieden in de regio, typisch zo’n landschap (en een manier van leven) dat dagelijks in heel China door bulldozers wordt weggevaagd. Maar dat zal hier niet gebeuren. Als Dongtan straks verrijst, zullen alle boerderijen, vissers en vogels hier gewoon blijven.

Het ontwerp van Dongtan stoelt op de principes van wat Arup “geïntegreerde stedenbouw” noemt: een nieuwe invulling van stedelijk ontwerp die een balans zoekt tussen de vaak rivaliserende behoeften rond stedelijke ontwikkeling –economische groei, maatschappelijk welzijn, het milieu– door “heilzame kringlopen” te creëen waarbinnen die aspecten onderling juist aanvullend gaan werken. Een typisch voorbeeld hiervan zijn de ‘dorpsclusters’ die de basis vormen van het stadsplan van Dongtan, die erop gericht zijn dat mensen binnen een wijk zowel kunnen wonen, werken als winkelen, hetgeen de verkeersdruk moet minimaliseren en bovendien een gemengd straatleven moet opleveren dat zo kenmerkend is voor traditionele stadscentra. Een ander voorbeeld zijn de “productiefabriekskwekerijen” waar op zijn minst een deel van het voedsel voor de stad vandaan moet gaan komen: dat zijn flatblokken waar led-lampen op zonne-energie gebruikt worden om meerdere lagen gewassen tegelijkertijd te kweken, die voedselrijk water toegediend krijgen dat gewonnen wordt uit de stedelijke riolering. Tenminste, zo werkt het in theorie. Er worden nog proeven uitgevoerd om erachter te komen hoe die hoogbouwkwekerijen kunnen functioneren. Dongtan zal een relatief compacte stad worden, met woonflats tot acht verdiepingen hoog en een dichtheid van 75 woningen per hectare, ruwweg de concentratie van een gemiddelde woonwijk in Londen. Met andere woorden, het is de bedoeling dat Dongtan zo milieuvriendelijk mogelijk en zo leefbaar mogelijk wordt, zonder dat dat ten koste gaat van de essentie van stedelijkheid: een streven dat misschien nog net geen utopische stad oplevert, maar in elk geval een welkome afwisseling ten opzichte van de genadeloze kaalslagbouw die elders in China en andere delen van Azië plaatsvindt.

Hoe anders zal het leven in Dongtan eruitzien vergeleken met dat in een conventionele stad? Zullen de bewoners moeten leren om zich ‘netjes te gedragen’ om het geheel te doen slagen? Niet volgens Alejandro Gutierrez, hoofd van het ontwerpteam van Arup, omdat tegen de tijd dat de stad er staat de wereld flink veranderd zal zijn. ‘Tweehonderd jaar geleden’, zo zegt hij, ‘gooiden de mensen nog hun uitwerpselen op straat, en daar lachen we nu om. Over twintig jaar zullen we vragen: “Kenden ze toen nog geen emissierechten?”, en daar dan om lachen.’ De stad zal niet alleen bijzonder stil zijn vanwege alle elektrische voertuigen, maar ook opvallend groen. Een derde van de bebouwing zal voorzien zijn van “groene daken”: met vegetatie bedekte daken die een positieve uitwerking hebben op het binnenklimaat en meer regenwater kunnen helpen vasthouden. Ook zullen er veel bomen langs de straten worden geplant om schaduw te creëren. Er zijn ook plannen voor productiefabriekskwekerijen in het hartje van de stad, wat Alejandro als volgt voor zich ziet: ‘Dan komen er ’s morgens landbouwers je gebouw binnen op het moment dat jij naar naar je werk gaat.’ Naar verwachting zal de stad met een groot windmolenpark voor de kust en fotovoltaïsche zonnecellen op de daken het merendeel van zijn energie zelf opwekken. De bedoeling is ook dat dit de eerste afvalloze stad ter wereld zal worden, met consolidatiecentra waar al het binnenkomende verpakkingsmateriaal wordt verwijderd en direct wordt gerecycleerd, en met eco-boerderijen waarvan de grond verrijkt wordt met stadscompost en afvalwater, dat laatste gefilterd door grinddammen die om de watergebieden langs de kust komen te liggen.

Dongtan wordt de eerste daadwerkelijke poging om een postindustriële stad te creëren die een harmonische relatie kan onderhouden met de natuur in plaats van een vijandige. De stad zal nieuwe kaders uitzetten voor de stedenbouw van de 21ste eeuw. Maar ondanks de eco-boerderijen en productiefabriekskwekerijen (om nog maar te zwijgen over de kant-en-klare vissersvloot) is er een aspect waar de ontwerpers niet zoveel aan kunnen doen als ze wel zouden willen. Een deel van het voedsel zal in en om Dongtan zelf worden geproduceerd, maar het gros zal toch nog altijd via de conventionele kanalen worden aangevoerd. Het probleem is volgens Neil Grange, duurzaamheidsanalist van het team, dat zelfs al zou de stad geheel in zijn eigen voedselbehoefte kunnen voorzien (wat twijfelachtig is), dan nog zou je mensen niet kunnen tegenhouden om goedkoper voedsel van elders te betrekken.

Kortom, ook al ontwerpt Arup de concrete structuur van Dongtan tot in detail, het bureau heeft nog maar weinig inzicht in hoe de stad bestuurd moet worden. ‘Als je geen invloed op het beheer kunt uitoefenen, blijft dat wat je kunt bereiken zijn beperkingen hebben’, aldus Grange. ‘We zouden dolgraag een grotere koppeling bewerkstelligen tussen ontwerp en praktijk – zoals implementatie van een beheersstructuur voor duurzaamheid – maar dat is aan de klant, en aan de Chinese overheid.’

Maar het beheer is niet het enige probleem waarvoor Arup zich gesteld ziet bij de inspanning om de ecologische voetafdruk van Dongtan te verkleinen. Om echt duurzaam te kunnen bouwen, zo stelt Grange, zal het team betrokken moeten worden bij de selectie van geschikte locaties zodat men het ecologische rendement binnen een hele regio kan analyseren.

En daar zit net de moeilijkheid. Hoe CO2-neutraal en idyllisch Dongtan ook mag worden, de stad zal nog altijd verbonden zijn met een mondiaal bevoorradingssysteem dat dat totaal niet is. De ecologische voetafdruk van de stadsbewoners zal 2,4 hectare bedragen: dat is de hoeveelheid land die nodig zou zijn om één persoon volledig in zijn behoefte aan voedsel, water en energie te voorzien en om zijn uitstoot aan afval te neutraliseren. Dat is weliswaar aanzienlijk minder dan de geschatte 5,8 hectare die momenteel wordt toegekend aan de bestaansbehoefte van een gemiddelde inwoner van een conventionele stad (en een enorme verbetering ten opzichte van de circa tien hectare per stadsbewoner in de VS), maar het is nog altijd meer dan de 1,8 die momenteel voor een ieder op de aarde beschikbaar zou zijn. Het leven in de stad heeft altijd een zwaardere wissel op het milieu getrokken dan het leven op het land, niet alleen vanwege ons energievretende stadsleven, maar omdat het voedsel voor steden per definitie ergens anders vandaan moet komen. Er zijn schattingen dat de levering van voedsel aan Europese steden momenteel al dertig procent vormt van hun totale ecologische voetafdruk.

Als we onze steden werkelijk groen willen maken, dan zullen we niet alleen hun concrete vorm onder de loep moeten nemen, maar ook de manier waarop ze gevoed worden. En dat is geen geringe opgave in een mondiale economie waarin de voedselvoorziening een sterk geconcentreerd, gevestigd, bijna autonoom netwerk is.

De hongerige stad. Hoe voedsel ons leven vormt van Carolyn Steel verschijnt in maart bij NAi Uitgevers in Rotterdam

Op 30 maart spreekt Carolyn Steel op een MO* debat in het STUK in Leuven.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift