De Hoorn van Afrika: recente gebeurtenissen in een regionaal perspectief

In de afgelopen maand augustus werd in de Somalische hoofdstad Mogadishu een nieuw parlement ingezworen waarmee de achtjarige, door de Verenigde Naties gesteunde transitieperiode in Somalië, ten einde liep. Dat parlement heeft inmiddels Hassan Sheik Mohamud als nieuwe president gekozen. Ook in augustus, overleed de eerste minister en sterke man van Ethiopië, Meles Zenawi, in een Brussels ziekenhuis, en werd de Keniaanse islamistische imam Aboud Rogo Mohammed in Mombasa door een moordcommando omgebracht. Nog in diezelfde maand vroegen de achttienjarige Weynay Ghebresilasie en drie andere Eritrese olympische atleten asiel aan in Londen. Zij weigerden terug te keren naar hun land, omdat zij daar voor onbepaalde tijd onder de wapens moeten.

Het lijken gebeurtenissen die ogenschijnlijk op zichzelf staan, maar bij nader inzien weldegelijk met elkaar verband houden. Ze illustreren niet alleen de situatie waarin een aantal individuele landen van de Hoorn van Afrika zich vandaag bevindt, maar zouden ook bepalend kunnen zijn voor de verdere ontwikkelingen in deze door oorlog, etnische conflicten, terreur, repressie, corruptie en vluchtelingenstromen geteisterde regio.

Het nieuwe Somalische parlement vormt het eindpunt op de zogenaamde routekaart die  door het westen en de VN werd uitgestippeld om Somalië uit de chaos te halen. De transitieregeringen die voorafgingen, moesten het pad naar de bestuurlijke zelfstandigheid effenen. Het parlement wordt beschouwd als een belangrijke volgende stap in de heropbouw van Somalië, een land dat reeds ettelijke jaren geldt als een schoolvoorbeeld van een mislukte staat. Om te begrijpen hoe het zover is kunnen komen moeten we terugblikken in de geschiedenis.

Van Barre tot Al-Shabaab

Tijdens de Europese kolonisatie van Afrika, werd het etnisch homogene Somali-volk territoriaal verdeeld over vijf bestuurlijk gescheiden gebieden, namelijk Frans en Brits Somaliland, Italiaans Somalië, Brits Kenia en het Ethiopische rijk. Het huidige Somalië werd in 1960 gecreëerd door Brits Somaliland en Italiaans Somalië bij elkaar te voegen, waarbij de ambities van Somalische nationalisten werden genegeerd. Zij streefden ernaar het gehele Somali-volk in één nieuwe staat te verenigen. Sinds die onafhankelijkheid werd gepoogd het land op een moderne, gecentraliseerde manier te besturen, zonder echter rekening te houden met de realiteit van de Somalische maatschappij, die gekenmerkt wordt door een complex web van hiërarchisch georganiseerde clans, subclans en families.

Die ontwikkeling paste volledig in de tijdsgeest van de Koude Oorlog: Afrika werd opgedeeld langs de ideologische oost-west breuklijn en Afrikaanse regeringen verwerden vaak tot marionettenregimes van de supermachten. Zo ook Somalië, waar dictator Mohammed Siad Barre in 1969 met de steun van de Sovjet-Unie, een communistische republiek uitriep en de bevolking daardoor nog verder vervreemdde van het machtscentrum in de hoofdstad Mogadishu.

In 1977 viel het Somalische leger bovendien Ethiopië binnen om er steun te verlenen aan opstandelingen die streden voor de afscheiding van de Ogaden, een streek die aan Somalië grenst en bewoond wordt door etnische Somali. Een overmoedige daad, omdat Barre te weinig rekening had gehouden met de grillige logica van de Koude Oorlog. In 1974 had de legerofficier Haile Mariam Mengistu immers de Ethiopische keizer Haile Selassie – een trouwe bondgenoot van de Amerikanen — van de macht verdreven. De Russen zagen hun kans schoon om met de hulp van Mengistu een communistische staat te vestigen in Ethiopië en aldus controle te verwerven over de economisch en strategisch belangrijke Rode Zee. Toen de Sovjet-Unie de militaire hulp aan Somalië staakte, moest Barre zich node terugtrekken uit Ethiopië.

In 1991 werd de politiek verzwakte Barre ten val gebracht, waarna zijn land ten prooi viel aan rivaliserende krijgsheren. Het noordelijke Somaliland (het deel dat voorheen een Britse kolonie was) riep zelfs eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Pogingen van de VN om het tij te keren liepen faliekant af: de vredesmissies werden gestaakt nadat in 1993 achttien Amerikaanse elitesoldaten in Mogadishu sneuvelden. Na de aanslagen van 9/11 koos de CIA in het kader van de globale strijd tegen terreur, voor een geheime oorlog tegen vermeende Al-Qaeda-aanhangers in Somalië. Tegelijk  installeerde de VN in 2004 een transitieregering die slechts een klein deel van het land controleerde en vooral uitblonk in incompetentie en corruptie.

Beide initiatieven hadden een averechts effect. De Unie van Islamitische Rechtbanken, een netwerk van sharia-rechtbanken en aanverwante milities, wist de sympathie van een deel van de Somaliërs te winnen en slaagde erin de hoofdstad in te nemen. Hun opmars alarmeerde echter de Ethiopische machthebbers die vreesden dat de fundamentalistische vonk zou overslaan naar de eigen moslimbevolking en die bovendien op hun hoede waren voor islamistische leiders die luidop droomden van een Groot-Somalië met inbegrip van de Ogaden. Het Ethiopische leger viel met de steun van de VS Somalië binnen en versloeg de Unie van Rechtbanken. De VS beschouwde inmiddels de Ethiopische sterke man en regeringsleider Meles Zenawi als dé betrouwbare, regionale bondgenoot in de strijd tegen het internationaal terrorisme. Maar ook de Ethiopische inval was contraproductief.

De Unie was dan wel verjaagd, de radicalere, salafistisch-jihadistische Al-Shabaab (“de jeugd”) militie maakte van het machtsvacuüm gebruik om terrein te winnen. De troepen van de Afrikaanse Unie die de transitieregeringen moesten beschermen, werden het hoofddoel van de aanvallen van Al-Shabaab. In 2008 bestempelde Amerikaans buitenlandminister Condoleezza Rice, Al-Shabaab als een internationale terroristische organisatie die banden heeft met Al-Qaeda, en dus de nationale veiligheid van de VS bedreigt. Zoals in Pakistan, zetten de Amerikanen nu ook in Somalië onbemande drones in om de radicale strijders aan te pakken.

De regionale impact van Al-Shabaab

Uiteindelijk viel ook het Keniaanse leger Somalië binnen, om jacht te maken op Al-Shabaab-strijders. Het Somalisch conflict heeft namelijk een enorme impact op de zuidelijke buur. Niet alleen zijn tienduizenden vluchtelingen de grens overgestoken om een veilig onderkomen te zoeken in de vluchtelingenkampen op Keniaanse bodem, ook Al-Shabaab-leden infiltreren in Kenia om strijders te ronselen onder de plaatselijke Somali-bevolking. Bovendien kan de organisatie rekenen op de sympathie van Keniaanse islamisten. Zo zou de in augustus vermoorde imam Aboud Rogo Mohammed, logistieke en financiële steun hebben verleend aan Al-Shabaab. Aboud Rogo was de spirituele leider van het radicale Keniaanse Muslim Youth Centre, dat nauwe banden heeft met de Somalische terreurgroep.

Wie de aanslag in Mombasa heeft gepleegd is niet duidelijk, maar veel moslims beschuldigen de politie van de moord. De reacties bleven niet uit. Moslimjongeren gingen in Mombasa met de politie in de clinch en er werden ook enkele kerken in brand gestoken. Volgens een internetbericht van Al Jazeera (28 augustus 2012) heeft Al-Shabaab de Keniaanse moslims opgeroepen om de presidentsverkiezingen van volgend jaar te boycotten. De bomaanslagen die in 2010 in Kampala door Al-Shabaab zouden gepleegd zijn uit wraak voor de deelname van Oeganda aan de troepenmacht van de Afrikaanse Unie in Somalië, hadden allicht nooit kunnen plaatsvinden zonder logistieke steun vanuit Kenia. Het kidnappen van buitenlandse toeristen en hulpverleners door Al-Shabaab-leden, was de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen en meteen ook de directe aanleiding voor de inval van Keniaanse troepen.

  De buitenlandse militaire operaties in Somalië zijn tot op zekere hoogte succesvol bleken. Al-Shabaab is uit Mogadishu en andere steden verdreven, en probeert nu nog enkel stand te houden in de havenstad Kismayo, die in de tang genomen wordt door het geregelde Somalische leger en troepen van de Afrikaanse Unie. Volgens sommige waarnemers is het nog nooit zo rustig geweest in Somalië. Toch is dit succes relatief te noemen, want Al-Shabaab blijft nog steeds aanwezig op het platteland. Bovendien mag ze dan wel militair verdreven zijn uit de meeste steden, dat betekent blijkbaar niet dat de organisatie niet meer in staat is om er terreuraanslagen te beramen. De mislukte zelfmoordaanslag op de nieuwe president op 12 september in Mogadishu, die door Al-Shabaab werd opgeëist, is daar een bewijs van.      

Zenawi en Afewerki: van vrijheidsstrijders tot rivaliserende dictatoriale regeringsleiders  

In 1991 werd de Ethiopische dictator Mengistu van de macht verdreven door het Tigray People’s Liberation Front (TPLF) van rebellenleider Meles Zenawi, en het Eritrean People’s Liberation Front (EPLF) van de maoïst Isaïas Afewerki. Met het uiteenspatten van het Sovjetblok kwam een einde aan de Koude Oorlog, waardoor de voormalige Afrikaanse pionnen op het schaakbord van de bipolaire wereldorde waardeloos waren geworden en aan hun lot werden overgelaten. Het Eritrees bevrijdingsfront had er een dertigjarige onafhankelijkheidsoorlog opzitten tegen de machthebbers in Addis Abeba.

Enkele jaren na de dekolonisatie werd Eritrea (dat 56 jaar lang een Italiaanse kolonie was geweest) immers met steun van de VS, als provincie bij Ethiopië ingelijfd door keizer Haile Selassie. Een belangrijke reden was dat Ethiopië geen eigen kusten heeft: in de context van de Koude Oorlog was de Eritrese kuststrook aan de Rode Zee van groot strategisch belang. Al snel na de onafhankelijkheid van Eritrea in 1993, ontstonden er meningsverschillen met Ethiopië over financiële relaties en betwist grondgebied: Zenawi, de nieuwe politieke leider van Ethiopië, en Afewerki, de eerste president van Eritrea, werden vijanden en begonnen in 1998 een stellingenoorlog die tot 2000 zou duren en aan tienduizenden mensen het leven kostte.

Om de gewapende vrede tussen beide landen in stand te kunnen houden, installeerde de VN een veiligheidszone langs de meer dan 1000 km lange gemeenschappelijke grens. Sindsdien worden de Eritrese jongeren voor onbepaalde tijd onder de wapens geroepen om het immense grensgebied te bewaken, waardoor ze niet meer toekomen aan hogere studies. Door de permanente staat van oorlog waarin Eritrea zich de laatste jaren bevindt, komt er van de sinds lang beloofde democratisering niets in huis en zit de economie in het slop. Afewerki is zich door de jaren heen steeds meer als een dictator gaan gedragen en onderdrukt elke vorm van oppositie tegen zijn alleenheerschappij op brutale wijze. Zoals hardloper Ghebresilasie, proberen duizenden jongeren het land te ontvluchten richting Europa om aan de dienstplicht te ontsnappen, ook als dat zo goed als zeker betekent dat er represailles volgen tegen hun achtergebleven familie.

Niettegenstaande het wapengekletter tussen beide landen in 2000 officieel gestopt is, wordt Eritrea ervan verdacht  tot vandaag een proxy-oorlog te voeren tegen Ethiopië. Volgens een VN-rapport van 2010 steunt Eritrea niet enkel islamistische milities die in Somalië strijden tegen Ethiopische troepen, maar ook etnische afscheidingsbewegingen binnen Ethiopië. Dit etnische verzet tegen het centraal gezag in Addis Abeba, is symptomatisch voor het falen van de politiek van etnisch federalisme. Dat model heeft in Ethiopië nooit een kans gekregen omdat Meles Zenawi de macht in handen wilde houden.

Het mislukt Ethiopisch etnisch federalisme

Vanaf het ogenblik dat dictator Mengistu van de macht was verdreven, manifesteerde het Tigray Volksbevrijdingsfront (TPLF) van Meles Zenawi zich als de dominante politieke macht in Ethiopië. De nieuwe grondwet van 1994 werd dan wel internationaal geprezen omdat zij beloftes inhoudt aangaande verregaande federalisering en democratisering, in de praktijk is de macht steeds in handen gebleven van een kleine stedelijke elite rond de figuur van Zenawi. De federalisering van het land leidde uiteindelijk wel tot de vorming van negen deelstaten: vijf mono-etnische staten en vier multi-etnische, met een dominante etnische groep. De besturen van die deelstaten zijn in handen van regionale partijen die via patronagenetwerken onder controle staan van het centrale TPLF. Op die manier zijn er lokale elites ontstaan die vaak tot de overheersende etnie behoren en schatplichtig zijn aan hun beschermheren in Addis Abeba.

Officieel bestaat er een meerpartijensysteem, maar de verkiezingen worden steevast gemanipuleerd en oppositieleden bedreigd en zelfs aangehouden. Het TPLF en de gelieerde partijen komen dan ook steeds als overwinnaars uit de bus. Het uitblijven van echte democratie, de concentratie van de macht in de handen van de stedelijke elites, de groeiende economische kloof tussen die elites en het volk, de wijdverbreide corruptie en de gefnuikte verzuchtingen van sommige gemeenschappen, veroorzaken frustraties die op hun beurt kunnen leiden tot etnisch geweld. Zo strijden de Oromo- en Somali-bevrijdingsbewegingen voor meer zelfbeschikkingsrecht.

De dood van Zenawi kan volgens de non-profit organisatie International Crisis Group zowel binnenlandse als regionale gevolgen hebben. De kans is reëel dat met het wegvallen van de sterke man, het centrale gezag verzwakt zal worden (het valt bijvoorbeeld niet uit te sluiten dat er zich een machtsstrijd ontspint binnen het TPLF) en daarom nog repressiever zal moeten optreden om de macht te behouden. Dit kan nieuwe sociale, religieuze en etnische protesten uitlokken waardoor een spiraal van binnenlands geweld op gang komt. De machthebbers in Eritrea kunnen van de Ethiopische instabiliteit gebruik maken om betwiste grensgebieden terug te winnen op Ethiopië. Op die manier zouden de tienduizenden Eritrese soldaten weer wat om handen hebben, en door te appelleren aan het nationalistisch sentiment zou Afewerki de aandacht van zijn bevolking kunnen afleiden van de eigen interne problemen.  Toenemende binnenlandse onrust zou ook kunnen betekenen dat Ethiopië troepen moet terugtrekken uit Somalië, met als gevolg dat radicale milities aldaar weer meer ademruimte krijgen.  

Misplaatste euforie over het nieuwe Somalische parlement?

Niet iedereen is even enthousiast over het pas beëdigde Somalische parlement. Hoewel westerse optimisten van een historische stap in de wederopbouw van Somalië gewagen, plaatst de International Crisis Group in haar persbericht van 20 augustus toch enkele kanttekeningen bij de recente ontwikkelingen. Vooreerst stelt ze vast dat het politieke proces dat aan de basis ligt van het nieuwe parlement al even ondemocratisch en corrupt verlopen is, als alle vorige in Somalië. Dat proces zou gedomineerd en gemanipuleerd zijn door een kleine groep van leiders uit de vorige regering die eveneens getekend hebben voor de voorlopige grondwet die nu al hevig gecontesteerd wordt door traditionele leiders en de burgermaatschappij.

Ook de verkiezing van de nieuwe parlementsleden wordt op kritiek onthaald. Zij zijn niet rechtstreeks verkozen, maar aangeduid door een raad van ouderen die zelf door verschillende clans zijn aangesteld. Zestig kandidaten konden niet als parlementariër ingezworen worden, omwille van hun betrokkenheid in corruptiezaken. Sommige zitjes zouden door de ouderen ook verkocht zijn aan de hoogste bieder. De International Crisis Group trekt dus de legitimiteit van het nieuwe parlement in twijfel. Vraag is dan ook in hoeverre de Somalische bevolking zich zal herkennen in de nieuwe vertegenwoordigers van he volk. Volgens pessimisten zal Al-Shabaab goed garen spinnen bij de teleurstelling van de bevolking en opnieuw aan populariteit winnen.

Wat brengt de toekomst?

Het lijkt er sterk op dat met de installatie van een nieuw parlement en de verkiezing van een nieuwe president, de problemen van Somalië nog lang niet opgelost zijn. Al-Shabaab heeft inderdaad flinke klappen gekregen, maar is niet uitgeteld en kan een guerrilla-oorlog beginnen die mogelijk de steun van delen van de bevolking zal genieten, wanneer zou blijken dat ook de nieuwe politieke leiders het pad van de corruptie kiezen en aldus hun legitimiteit dreigen te verliezen. Bovendien is de toekomst van Somalië onlosmakelijk verbonden met de ontwikkelingen in de buurlanden, die op hun beurt geconfronteerd worden met grote binnenlandse problemen van economische, politieke en etnische aard. De landen in de Hoorn van Afrika onderhouden onderling immers zeer complexe relaties, die sterk bepaald worden door historische, territoriale, etnische, economische en religieuze factoren. Een gebeurtenis of een wending in één land kan soms catastrofale gevolgen hebben in een ander land. Bovendien hebben sinds de jaren zestig westerse machten geprobeerd om hun stempel te drukken op de ontwikkeling van de landen in de Hoorn, waarbij ze in hoofdzaak hun eigen agenda als leidraad hebben gevolgd.

Tijdens de Koude Oorlog werd de regio de speelbal van de supermachten, en werden de landen staatsstructuren opgelegd die niet spoorden met hun maatschappijstructuren. Na 9/11 bepaalden vooral de internationale veiligheid en de strijd tegen het terrorisme, de wijze waarop ingegrepen moest worden. Vaak koos het westen voor een militaire aanpak via directe interventies of indirecte steun aan “bevriende” actoren, en kwamen humanitaire en ontwikkelingsdoelstellingen slechts op de tweede plaats. Het is genoegzaam bewezen dat deze aanpak heeft gefaald. Geweld, ook al was het soms bedoeld om stabiliteit te brengen, heeft nieuw geweld uitgelokt waardoor de chaos alleen maar is toegenomen en het aantal actoren dat in het conflict betrokken is, groter is geworden. Op die wijze regionaliseert het conflict en dreigt de hele regio te falen.

NGOs en sommige wetenschappelijke analisten pleiten dan ook voor een totaal andere aanpak, waarbij de heropbouw van de staat van onderuit gebeurt en rekening wordt gehouden met de traditionele instellingen en complexiteit van lokale socio-culturele relaties. Bovendien kunnen de problemen in een individueel land slechts met succes aangepakt worden, wanneer die aanpak kadert in een integraal ontwikkelingsplan dat de hele regio omvat en waarbij niet enkel de staten betrokken worden, maar ook de lokale gemeenschappen en burgermaatschappijen.

Erik Gobbers is Afrikawatcher.   

Bronnen

  • Connell, Dan (1993) ‘Against All Odds. A Chronicle of the Eritrean Revolution’;
  • International Crisis Group (2009) ‘Ethiopia: Ethnic Federalism and its Discontents’, Africa Report No. 153;
  • International Crisis Group (2010) ‘Eritrea: the Siege State’, Africa Report No. 163;
  • International Crisis Group (2012) ‘Kenyan Somali Islamist Radicalisation’, Policy Briefing No. 85;
  • International Crisis Group (2012) ‘Ethiopia after Meles’, Africa Briefing No. 89;
  • International Crisis Group (2012) ‘Somalia: from Troubled Transition to a Tarnished Transition?’, press release of 20 August;
  • Meredith, Martin (2005) ‘The State of Africa’;
  • United Nations Security Council (2011) ‘Report of the Monitoring Group on Somalia and Eritrea’(S/2011/433);
  • Wolff, Stefan (2011) ‘The regional dimensions of state failure’, Review of International Studies (Vol. 37, No. 3).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Erik Gobbers bestudeert stedelijke socio-culturele verenigingen in Lubumbashi in het kader van zijn thesis aan de VUB, in samenwerking met een onderzoekscentrum van de Universiteit van Lubumbashi.