De inzet van de verkiezingen in Myanmar

Voor het eerst in twintig jaar organiseert de militaire dictatuur in Myanmar nog eens verkiezingen. Niemand gelooft dat de stembusgang op 7 november vrij en democratisch zal verlopen. Toch is aandacht voor het verloop en de nasleep van het gebeuren meer dan nodig.

Zondag kunnen 27,3 miljoen stemgerechtigden in Myanmar een nationaal parlement (in twee kamers) en 14 regionale parlementen verkiezen. Het volksparlement (Pyithu Hluttaw) telt 440 zetels, het nationaliteitenparlement (Amyotha Hluttaw) 224 en de regionale parlementen in totaal 665. In elk van de parlementen wordt een kwart van de zetels voorbehouden aan leden die aangewezen worden door het leger.

Om te kunnen deelnemen, moet een politieke partij zich registeren en goedgekeurd worden door de Verkiezingscommissie. De registratie kost 500 dollar of 500.000 kyat aan de gangbare wisselkoers (1000 kyat voor een dollar in plaats van de officiële wisselkoers van 6 kyat voor een dollar). Elke kandidaat die opkomt moet ook nog eens 500 dollar op tafel leggen. Dat is duidelijk geen probleem voor de Union Solidarity and Development Party (USDP) en de National Unity Party (NUP), twee partijen gesticht door opeenvolgende militaire dictators. Zij zetten respectievelijk 1100 en 975 kandidaten in. De National Democratic Force (NDF), de partij van mensen die uit de National League for Democracy (NLD) van Aung San Suu Kyi stapten toen die besloot om niet deel te nemen aan de verkiezingen, telt 161 kandidaten. Een groot deel van de 47 partijen die deelnemen zijn etnische partijen. Zij concentreren zich meestal op de deelstaat waarin ze een sterke aanwezigheid hebben.

De NLD boycot de verkiezingen omdat ze de grondwet van 2008 niet aanvaardt, omdat het mandaat dat de partij tijdens de verkiezingen van 1990 kreeg nooit opgenomen kon worden en omdat de leiders die in de gevangenis zitten uit de partij gezet moesten worden om te voldoen aan de vastgelegde vereisten. Wellicht zou dat ook gelden voor Aung San Suu Kyi, al is er discussie over de vraag of huisarrest gelijk is aan gevangenschap. Zij benadrukt nu dat stemmen een recht is, maar geen plicht. Impliciet lijkt ze daarmee op te roepen tot een boycot van de verkiezingen.

Een ingewikkeld land

Myanmar is onderverdeeld in zeven deelstaten en zeven divisies. De deelstaten vormen de buitenrand van het land en zijn grotendeels gebaseerd op de grote etnische minderheden (Shan, Mon, Chin, Kayin, Kaya, Kachin, Rakhine) terwijl de divisies centraal Myanmar uitmaken en telkens een Birmese meerderheid hebben (Sagaing, Yangon, Mandalay, Tanitharyi, Bago, Magwe en Ayeryawady).

De strijd tussen etnische minderheden en Birmese meerderheid is eeuwenoud en werd versterkt door het Britse koloniale bestuur. De eerste gewapende opstand –door het Karen bevrijdingsleger– begon al in 1949, enkele maanden na de onafhankelijkheid. In totaal zijn er meer dan 100 etnische groepen en talen in Myanmar. Kleinere volkeren, zoals de Danu, Akha, Kokang, Lahu, Naga, Palaung, Pao, Rohyinga, Tavoyan en Wa hebben geen eigen politiek territorium, al hebben sommigen –zoals de Wa en de Pao– wel eigen gewapende groepen. De meest verdrukte minderheid zijn de Rohingya, die niet erkend worden als burgers van het land en pas mogen trouwen of zich verplaatsen als de overheid daartoe toestemming geeft.

De voorbije dagen kondigden zes etnische verzetslegers aan dat ze veel meer zullen gaan samenwerken, om het verwachte legeroffensief na de verkiezingen beter aan te kunnen. Opvallend is dat hierbij ook enkele verzetslegers zijn die een staakt-het-vuren met de overheid getekend hadden.

Boycot?

Het leger of Tatmadaw, zo’n 400.000 man sterk, is al sinds 1962 aan de macht in Myanmar. Pas in de zomer van 1988 ging dat regime aan het wankelen tijdens een volksopstand, maar tegen eind september van dat jaar zaten de generaals opnieuw stevig in het zadel. De grondwet die ze in 2008, vlak na de cycloon Nargis, lieten goedkeuren en de komende verkiezingen betonneren de macht van de militairen voor minstens nog een decennium. De politieke oppositie, met als boegbeeld Aung San Suu Kyi, wordt al jaren monddood gemaakt. Bij de monnikenopstand van 2007 bleek nog eens dat de 400.000 militairen als één man achter de junta staan, zelfs als ze hard moeten optreden tegen monniken.

In het Westen is er sinds 1988 een grote consensus over de noodzaak om Myanmar te democratiseren. Solidariteitsgroepen lanceerden onder andere boycotacties en aangezien er geen gesprek mogelijk is met de generaals, opteerden de EU en de VS voor politieke en economische sancties. Aung San Suu Kyi heeft herhaaldelijk op het belang van dergelijke sancties en boycotacties gewezen, omdat enkel op die manier de economische slagader van het militaire regime geraakt kan worden. Ze roept in dat verband ook op tot een boycot van toerisme en plaatst zelfs vraagtekens bij humanitaire hulp.

De westerse sancties zijn behoorlijk lek, dat bewijst de blijvende aanwezigheid van onder andere Total. Bovendien trekken Thailand, China en India –in volgorde van belangrijkheid op het vlak van investeringen en handel– zich niets aan van de westerse sancties, die daardoor elke kans op effectieve druk verliezen. Bovendien zijn de machthebbers meer geïnteresseerd in het isoleren van Myanmar dan in het opengooien van de grenzen. ‘Het ergste aan de sancties,’ zegt een buitenlander die al jaren werkzaam is in Myanmar, ‘is dat ze geen impact hebben op de energie- en hardhout-export, de echte goudaders van het regime. Intussen ondermijnen ze wel het toerisme en de textielsector, de arbeidsintensieve sectoren. Met andere woorden: ze versterken de generaals en hun cronies, maar treffen wel de al kwetsbare bevolking. En als collateral damage blijft de humanitaire hulp aan Myanmar steken op een onaanvaardbaar laag niveau van twee dollar per persoon per jaar, zowat het minste van de hele wereld.’

Ook Thant Myint U, de kleinzoon van voormalig VN secretaris-generaal U Thant, gelooft niet dat sancties voor de hoognodige verandering en democratisering kunnen zorgen. In een gesprek met Nyan Win, de advocaat en woordvoerder van Aung San Suu Kyi, stelde die zich op de lijn van Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, die eind vorig jaar Myanmar bezocht en opriep om in elk geval te zorgen dat sancties de landbouwsector zouden ontzien. Gevraagd naar zijn mening over de boycot van toerisme, zegt Nyan Win: ‘Ik nodig alle bezoekers uit Oost en West uit om ons land te bezoeken en met hun eigen ogen onze realiteit te zien.’ En ja, dat was on the record.

Lees ook Het volk vecht tegen de angst in Myanmar, de reportage die Gie Goris over Myanmar schreef in het septembernummer van MO*.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur