De Irakezen komen

De Iraakse vluchtelingencrisis heeft de twijfelachtige eer de snelst groeiende ter wereld te zijn. Zowel de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, UNHCR, als het Europees parlement roepen alle opvanglanden op om een speciaal beschermingsstatuut te voorzien voor Iraakse asielzoekers die niet in aanmerking komen voor het statuut van vluchteling. In ons land kunnen Irakezen –intussen de vierde grootste groep asielaanvragers in België– een dergelijke beschermingsmaatregel genieten. Vraag is of dat voldoende is.
In 2006 ontvluchtten 712.000 Irakezen hun thuis, wat het aantal interne ontheemden vandaag naar de twee miljoen drijft. Nog eens twee miljoen Irakezen trokken de grenzen met hun buurlanden over. De cijfers spreken voor zich, en UNHCR vraagt dan ook met aandrang om geen Iraakse asielzoekers terug te sturen naar Zuid- en Centraal Irak zolang het tij van algemeen geweld en mensenrechtenschendingen er niet keert. Noord-Irak beschouwt UNHCR als relatief veilig, al geeft ze een aantal aanbevelingen voor deze regio, en adviseert ze de asiellanden om ook Noord-Irakezen niet te repatriëren. 
In ons land werd in oktober 2006 een nieuwe vreemdelingenwetgeving ingevoerd, waarin ook de zogenaamde subsidiaire bescherming is voorzien. Mensen die volgens de definitie van de Conventie van Genève geen vluchteling zijn en toch een reëel gevaar lopen in hun thuisland, kunnen via dit nieuwe statuut een tijdelijk verblijfsrecht in ons land van minstens één jaar krijgen. België kent dit statuut toe aan het merendeel van de Irakezen uit Zuid- en Centraal-Irak, aldus het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS). Maar terwijl 695 Irakezen vorig jaar asiel aanvroegen, gaf de asielinstantie slechts aan 7 Irakezen subsidiaire bescherming, en erkende ze 42 van hen als vluchteling. In januari 2007 waren er dat respectievelijk 22 en 7.
Het lage aantal toekenningen in 2006 van de status van subsidiaire bescherming is te wijten aan het juridische vacuüm dat was ontstaan kort na de invoering van de nieuwe vreemdelingenwetgeving. Daardoor werden er in die periode geen beslissingen ten gronde genomen, verklaart het CGVS. ‘We verwachten dat het aantal erkenningen in 2007 zal stijgen’, aldus commissaris-generaal Dirk Van den Bulck. ‘We behandelen elke aanvraag individueel, en kijken of er een reden ten gronde is om iemand het vluchtelingenstatuut of subsidiaire bescherming toe te kennen. Dat geldt voor aanvragen van alle Irakezen, ook christelijke minderheden of Koerden uit het noorden, al zijn de reële risico’s op “ernstige schade” in het noorden toch veel minder groot.’

Asielshoppers hebben pech


Personen uit Noord-Irak, vaak Koerden, komen normaal gezien niet in aanmerking voor subsidiaire bescherming. Helaas lijkt dat ook te gelden voor sommige Koerden uit Centraal-Irak, zelfs zij die een vroegere niet-terugleidingsclausule of NTC hadden, zegt An Maes, juriste bij het Belgisch Comité voor Hulp aan Vluchtelingen. Een NTC is een paragraaf die vorig jaar nog werd toegevoegd aan een weigeringsbeslissing, waarmee het Comissariaat-Generaal de Dienst Vreemdelingenzaken adviseert om de afgewezen asielzoeker toch niet te repatriëren, omwille van de onveilige situatie in hun herkomstland. ‘De subsidiaire bescherming moest die NTC vervangen, maar sommige asielzoekers zijn er slechter aan toe dan vóór de introductie van het nieuwe statuut’, aldus Maes.
‘Koerden uit Centraal-Irak die een NTC hadden, kunnen nu in principe subsidiaire bescherming aanvragen. Maar sommigen hebben ondertussen het grondgebied verlaten, ondanks het verbod op reizen, in de hoop elders wel een positieve verblijfsbeslissing te krijgen. Die mensen moeten nu opnieuw een asielaanvraag bij DVZ indienen, willen ze nog aanspraak maken op subsidiaire bescherming. We merken dat de aanvraag van sommigen zelfs niet in overweging wordt genomen, ondanks het feit dat ze een aantal maanden geleden die NTC hadden. Dat is heel bizar.’ Het CGVS evalueert constant de situatie, luidt het. ‘Het kan bijvoorbeeld zijn dat de omstandigheden in het land van herkomst die aanleiding gaven tot een niet-terugleidingsclausule verbeterd zijn zodat bijkomende bescherming niet meer nodig is, of dat er bijzondere individuele redenen zijn’, aldus Van den Bulck.  De geweigerde Irakezen komen in een wettelijk vacuüm terecht: vanwege het geweld in Irak repatrieert België deze mensen niet. Ze worden gedoogd, maar hebben geen rechten.  

Alleen burgers alstublieft


Enkel burgers komen in aanmerking voor subsidiaire bescherming, strijders niet. Om die laatste te definiëren baseert het CGVS zich op de traditionele oorlogsconventies. ‘We houden daarbij ook rekening met de realiteit. Legersoldaten of mensen uit privé-milities of van veiligheidsdiensten die aantoonbaar hebben meegewerkt aan genocidaire acties of andere mensenrechtenschendingen zoals foltering, worden uitgesloten. Bij mensen met een Baath-profiel trekken we na of er een gegronde vrees voor vervolging bestaat en of er redenen zijn tot uitsluiting.’ Volgens Maes wordt het begrip “burger” echter heel eng geïnterpreteerd. ‘Iemand die voor de Baath-partij of voor de Amn (de Iraakse veiligheidsdiensten, td) heeft gewerkt, heeft voor het CGVS heel vaak een “onduidelijk profiel”, ook al is er geen aanwijzing dat hij misdrijven heeft gepleegd. Zo iemand krijgt dan het deksel op de neus, enkel omdat het voor het CVGS niet zeker is dat hij geen strijder was.’ 

Wat doen de buurlanden?


De manier waarop de asielinstanties in de verschillende Europese lidstaten asielaanvragen beoordelen durft wel eens te verschillen. Zolang Europa geen geharmoniseerd asielbeleid heeft, kijken de Europese lidstaten over de grenzen om te verifiëren of het asielbeleid van hun buren overeenkomt met dat van henzelf. Zo zet Zweden zijn deuren open voor Iraakse asielzoekers, terwijl Nederland het voorbeeld van Duitsland wil volgen en niet automatisch bescherming wil bieden aan asielzoekers omdat ze uit Irak komen. Maar dat kan veranderen , zegt Vluchtelingenwerk Nederland. Het ministerie van Justitie vroeg uitstel om aan de hand van nieuwe informatie over Irak het beleid bij te sturen. En ook de recente kabinetswissel van onze noorderburen kan een rol spelen. Wat opvang betreft, past Nederland een “klinkerbeleid” toe: Irakezen uit Zuid- en Centraal-Irak worden niet het land uitgezet, maar er is voor hen ook geen opvangprocedure voorzien. Ze worden bij wijze van spreken aan de straatstenen toevertrouwd. Ook Groot-Brittannië, waar vorig jaar 355 Irakezen asiel aanvroegen, verleent geen categoriale bescherming voor deze groep.
Terwijl het land in 2006 het laagste aantal asielaanvragen optekende, scheerde het repatriëringsbeleid hoge toppen. Met trots kondigde de Britse immigratieminister Liam Byrne aan dat vorig jaar niet minder dan 18.235 mensen werden verwijderd. Ook Koerden uit Noord-Irak worden teruggestuurd, zegt Peter Kessler van UNHCR Londen. In 2005 zond Groot-Brittannië Irakezen terug naar die regio’s die veilig werden geacht en waar de teruggekeerden geen gevaar zouden lopen. Irakezen uit Zuid- en Centraal Irak zouden recent niet worden teruggestuurd, toch niet met medeweten van UNHCR Londen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur