De Jasmijnrevolutie: fragiel maar onomkeerbaar

Het is vreemd. Nadat een president door een volkse opstand Tunesië heeft moeten ontvluchten, zijn er restanten van zijn regime die nog in het zadel zitten. En die restanten doen alsof ze niets met het ancien regime te maken hebben. Meer nog, ze willen verandering organiseren.

  • Brecht Goris MO*journaliste Samira Bendadi Brecht Goris

Toen zaterdag bleek dat Mohammed Ghannouchi, de zelfverklaarde vervanger van de gewraakte president, in strijd met de grondwet handelde, heeft de Grondwettelijke Raad van het parlement de leiding over de regering overgenomen. Mohamed Lambazaa, de voorzitter van het parlement, heeft als president ad interim de eed afgelegd en dezelfde Mohamed Ghannouchi werd nu benoemd tot eerste minister. En dus blijft de eerste minister uit de pre-revolutionaire periode eerste minister na de revolutie. Hij heeft de onderhandelingen geleid en heeft uitgekozen wie wel en wie niet aan de overgangsregering mag meedoen.

Het is vreemd dat de oppositiepartijen eraan meewerken. Zelfs de islamitische partij Annahda, verboden partij in het tijdperk van de gevluchte president Ben Ali, staat niet weigerachtig om in de overgangsregering te stappen, integendeel. Ze is zelfs vragende partij. Het is begrijpelijk dat de angst om ontsporing reëel is en dat er snel vooruitzichten geboden moeten worden. Het is waar dat veiligheid en voedsel prioritair zijn en gegarandeerd moeten worden. De schaarste van bloem en suiker begint overigens te wegen en de meeste winkels blijven dicht uit angst voor plunderingen. Het kan zelfs waar zijn dat heel wat leden van de regeringspartij integere mensen zijn die het beste voor hun land willen. Maar juist om de situatie niet te laten ontsporen is het hun plicht nu een stap op zij te zetten.

Het is vreemd hoe de westerse landen met de situatie in Tunesië omgaan.
Dat is althans wat veel jongeren die helemaal niet gepolitiseerd zijn en mensen uit het onafhankelijke middenveld eisen. Ze zijn maandag weer op straat gekomen. Een lid van de advocatenvakbond heeft het zo uitgedrukt: ‘De dictator is weg maar de dictatuur is overeind gebleven.’

Het is vreemd hoe de westerse landen met de situatie in Tunesië omgaan. De huidige oorverdovende stilte staat in schril contrast met het kabaal rond de laatste protestacties in Iran en de open steun aan de revoluties in Oost-Europa. Frankrijk zei het Tunesische volk in zijn keuze te steunen, wat in feite op neerkomt het Tunesische volk aan zijn lot over te laten. Het is vreemd maar — helaas — ook niet nieuw.

Samira Bendadi volgt als journaliste van het tijdschrift MO* de situatie in Tunesië op de voet. Zij is de auteur van het boek ‘Dolle Amina’s. Feminisme in de Arabische wereld’. Deze opinie verscheen ook in De Morgen van 18 januari 2011.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur