De klimaatverandering in België in 10 grafieken

Klimaatontkenners zijn intussen een zeldzame soort geworden, maar toch blijven effectieve maatregelen tegen de klimaatverandering uit. Gedeeltelijk verantwoordelijk hiervoor zijn de trage snelheid van de veranderingen en de jaarlijkse schommelingen die langetermijntrends maskeren. In 10 heldere grafieken toont MO* hoe de klimaatverandering en haar gevolgen ook in België voelbaar worden.

  • CC Shirley de Jong CC Shirley de Jong

CO2-concentratie het hoogst in 3 miljoen jaar

Vorige week mat een meetstation op Hawai voor het eerst een overschrijding van de drempel van 400 ppm (deeltjes per miljoen) CO2 in de atmosfeer. De laatste keer dat de concentratie CO2 nog zo hoog was ligt intussen ongeveer 3 miljoen jaar geleden. De laatste 800.000 jaar steeg de concentratie niet boven 300 ppm. Onderstaande grafiek toont de reconstructie van de atmosferische CO2 van 650.000 jaar voor Christus tot nu.

Om de ergste gevolgen van de klimaatverandering in te perken, pleiten wetenschappers voor een stabilisatie op 450 ppm CO2. Activisten pleiten voor een streven naar 350 ppm, een waarde die op maandelijkse basis sinds oktober 1988 niet meer werd gemeten.

Al 2,3 °C warmer dan in 19de eeuw

Het meest bekende effect van de klimaatverandering is de opwarming van de aarde. Jaarlijkse schommelingen verbergen de onderliggende trend, maar ook in België is deze trend onmiskenbaar. Ondertussen is het in België 2,3 °C warmer dan in de pre-industriële periode en bedraagt de stijging 0,4 °C per decennium.

Ten opzichte van 1850 steeg de temperatuur wereldwijd gemiddelde met 0,8 °C en in Europa met 1,3 °C. België warmt dus sneller op dan andere landen. Klimaatdoelstelling van Europa en ook van de VN is een maximale opwarming van 2 °C.

Verdubbeling hittegolven

Buiten een sterk gestegen gemiddelde temperatuur is ook het aantal hittegolven aan een sterke opmars bezig. Tijdens de twintigste eeuw kregen we gemiddeld een hittegolf om de twee jaar te verwerken. Sinds de jaren negentig is dit verdubbeld tot een hittegolf per jaar.

Per decennium komen er ook drie zomerdagen (> 25 °C) bij en per twee decennia komt er een hittedag (> 30 °C) bij.

Meer neerslag

Met de negentiende eeuw als referentie kregen we sinds het begin van de twintigste eeuw meer natte dan droge jaren, een trend die sinds de jaren 70 nog sterker werd. Op de volgende grafiek is wijst een horizontale lijn op een evenwicht tussen droge en natte jaren. Sinds het begin van de twintigste eeuw compenseren de droge jaren niet meer de natte en opzichte van de referentieperiode 1850-1899.

Het natter worden van het Belgische weer gaat traag, aan een tempo van 0,5 millimeter per jaar. Maar de stijging is wel significant, wat betekent dat de waargenomen stijging niet te verklaren valt door het toeval.

Meer zware neerslag

In 2011 konden wetenschappers voor het eerst aantonen dat menselijke activiteiten een bijdrage leveren aan de waargenomen intensifiëring van extreme neerslagperiodes in het noordelijk halfrond. De laatste decennia vertoont ook de meetreeks van het aantal dagen met zware neerslag (minstens 20 mm/dag) in Ukkel een duidelijk stijgende trend: over zes decennia is het gemiddeld aantal geëvolueerd van drie naar zes per jaar.

Minder sneeuw

Vooral in de winter nam de neerslag toe. Maar door de stijging van de temperatuur valt de neerslag steeds minder onder de vorm van sneeuw. Het gemiddeld aantal sneeuwdagen (dagen dat sneeuw werd waargenomen) in Ukkel daalde van gemiddeld dertig aan het begin van de twintigste eeuw naar minder dan 20 sinds de jaren negentig.

Het sneeuwrijke 2010 leidde tot een lichte stijging in het gemiddelde van de laatste jaren.

Zeeniveau al 10 centimeter gestegen

Wereldwijd stijgt de zeespiegel gemiddeld met 3,4 millimeter per jaar. Dat lijkt weinig, maar voor de Vlaamse kust vertaalde zich dat al in een stijging van 13,3 centimeter in Zeebrugge sinds 1970. Voor Nieuwpoort gaat het over 11,5 centimeter en voor Oostenden 10,3 centimeter.

Na Nederland is Vlaanderen de meest kwetsbare regio voor overstromingen ten gevolge van een stijgend zeeniveau: 15 procent van Vlaanderen ligt minder dan 5 meter boven het gemiddeld zeeniveau. Bovendien is de Vlaamse kust de meest bebouwde van Europa: in de strook op minder dan een kilometer van de kustlijn is maar liefst de helft van de oppervlakte bebouwd.

Vroeger stuifmeel

In de Vlaamse natuur worden steeds meer aanwijzingen voor de actuele impact van klimaatverandering vastgesteld. Zo valt het piekmoment voor het berkenstuifmeel in de periode 1995-2011 meer dan een week vroeger dan het gemiddelde van de periode 1975-1985. Ook voor het stuifmeel van grassen valt de piek nu een week vroeger. Om de drie jaar vervroegen de pieken voor zowel berk als grassen met een dag.

In onderstaande grafiek worden de jaarlijkse pieken en de vijfjaarlijkse gemiddelde pieken weergegeven in dag van het jaar (100 = 10 april, 160 = 9 juni)

Exotische libellen

Naast verschuivingen in de tijd, zoals het vervroegen van stuifmeelpieken, zijn er ook ruimtelijke verschuivingen. Zo breiden zuidelijke soorten zich uit naar het noorden. Dat is onder meer het geval voor verschillende soorten libellen. Het hoofdverspreidingsareaal van deze soorten bevindt zich in mediterraan Europa of zelfs verder weg in Afrika en Azië. Tot 1990 kwamen er geen populaties van deze soorten voor in Noordwest-Europa.

Volgende grafiek toont de evolutie van het aantal in Vlaanderen waargenomen zuiderse libellensoorten sinds 1980.

Verantwoordelijke sectoren

In Vlaanderen zijn de industrie en de energiesector samen verantwoordelijk voor meer dan de helft van de uitstoot van broeikasgassen. Transport komt op de derde plaats. De uitstoot van huishoudens en deze voor handel en diensten is vooral afkomstig van de verwarming van gebouwen.

Sinds 2005 is de Vlaamse industrie de weg van emissiereductie ingeslagen. Ten opzichte van 1990 stoot de industrie bijna zes Mton CO2-equivalenten minder uit, wat neerkomt op een reductie van bijna een kwart. De reductie is een gevolg van het beleid (Europees en Vlaams) en de verplaatsing van industriële activiteiten naar andere landen.

In tegenstelling tot de meeste andere sectoren, tekende de transportsector een stijging van de emissies op ten opzichte van 1990.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift