De koek is te katholiek in België

Ongelijke financiering erediensten en levensbeschouwingen

Levensbeschouwelijke stromingen in België worden door de overheden niet op een gelijke manier behandeld. Dat blijkt onder meer uit de verschillen in overheidssteun. Eind maart presenteert de werkgroep Magits-Christians hierover een opvolgverslag. In een eerder rapport stelde de groep voor de federale wetgeving op de erediensten te hervormen.

De werkgroep Magits-Christians is in mei 2009 opgericht onder leiding van de professoren Michel Magits (VUB) en Louis-Léon Christians (UCL). De hervormingen die de werkgroep voorstelt, moeten de ongelijkheden wegwerken in de behandeling van de erkende erediensten en levensbeschouwingen.‘Nadat we ons rapport in oktober 2010 hebben voorgesteld, kregen de levensbeschouwingen de tijd om te reageren en hun opmerkingen en bedenkingen door te geven’, zegt Magits. ‘Die zijn nu binnen. De –overwegend positieve– reacties stellen we einde maart in een opvolgverslag voor.’

België financiert vandaag zes erkende erediensten –de katholieke, protestantse-evangelische, anglicaanse, orthodoxe, islamitische en de israëlitische. Daar werden later de niet-confessionele levensbeschouwingen aan toegevoegd: de vrijzinnigheid (sinds 1993) en het boeddhisme. Die laatste is nog niet erkend maar wordt wel al gesubsidieerd om te kunnen opstarten.

Sommigen zijn meer gelijk dan anderen

Vandaag gaat bijna tachtig procent van de overheidsmiddelen naar de katholieke kerk. Van de 91 miljoen euro die de federale overheid vrijmaakt voor het personeelskader van erediensten en levensbeschouwingen, gaat zo’n 72 miljoen naar de katholieke kerk (zie tabel ‘Wedden voor personeel levensbeschouwingen’). Dat heeft onder meer te maken met het gegeven dat voor de katholieke eredienst het aantal inwoners van een parochie –ongeacht het geloof– richtinggevend is, terwijl voor andere erediensten het aantal effectieve aanhangers wordt geteld.


 

Wedden voor personeel levensbeschouwingen
Pensioen niet meegerekend. Uitbetaald door het ministerie van Justitie.

Totaal                                      91.851.381 euro

Katholieke:                              71.806.780 euro

Vrijzinnige-humanistische:         8.166.444 euro

Islamitische:                             4.338.273 euro

Protestantse:                            3.671.858 euro

Orthodoxe:                              1.445.687 euro

Israëlitische:                             965.434 euro

Boeddhisme (nog niet erkend): 941.076 euro

Anglicaanse:                            515.829 euro

(Bron: rapport werkgroep Magits/Christians, cijfers 1 juli 2009)


 

Slechts 45 procent van de vacante betrekkingen in het katholieke kader is ingevuld. Terwijl de federale begroting een kader voorziet van 7275 voltijdsen, zijn slechts 3302 plaatsen ingenomen. Bovendien is er ook een scheeftrekking in de wedden: het loon is afhankelijk van tot welke levensbeschouwing men behoort. ‘Er is een grote verschil tussen de hoogste en laagste bezoldigingsniveaus binnen de religies enerzijds, en tussen de verschillende religies anderzijds’, zegt Magits. De wedden van de bedienaars van een religie liggen bovendien merkelijk lager dan de wedde van een afgevaardigde van de vrijzinnigheid. Uitzondering daarop zijn de hoogste ambten binnen de katholieke kerk, die hogere weddes hebben.

Ook op het vlak van de pensioenstelsels zijn er ongelijkheden. Magits: ‘De katholieken hebben recht op een rustpensioen vanaf vijfenzestig jaar, bedienaars van andere erediensten vanaf zeventig jaar.’ Voor de vrijzinnige personeelsleden gelden dan weer gunstiger pensioenvoorwaarden, naar analogie met het baremieke loonstelsel van de ambtenarij. ‘Dat heeft te maken met de simplistische redenering dat de bedienaars van de erediensten geen gezin te onderhouden hebben’, legt jurist en specialist kerkrecht Frank Judo (KUL) uit. ‘Maar niet alleen priesters worden bezoldigd. Ook parochieassistenten en imams, die wel kinderen hebben, krijgen hun wedde van de staat.’ Bovendien genieten volgens het rapport sommige bedienaars van een eredienst –lees: de katholieke– soms van een gratis woning of een woonstvergoeding, ter beschikking gesteld door de gemeente of provincie.

België ten voeten uit

België heeft het zich niet bepaald gemakkelijk gemaakt. De bevoegdheden –en dus ook het overheidsgeld dat de levensbeschouwingen ontvangen– zitten op verschillende niveaus sinds het Lambermontakkoord (2001) een en ander herschikte.

De federale staat bleef bevoegd voor de wedden van de bedienaren en de erkenning van de erediensten. De kerkfabrieken –de kerkelijke instellingen die de materiële middelen beheren in de parochies– en de materiële ondersteuning van de erkende erediensten werden overgeheveld naar de gewesten. Die geven op hun beurt het werk deels door aan de provincies en de gemeenten. ‘Financieel staan de gemeenten in voor de materiële steun aan de meeste levensbeschouwingen’, zegt Filip Delos, adviseur Binnenlands Bestuur op het kabinet van Vlaams minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois (N-VA). ‘Die steun behelst onder meer het onderhoud van gebouwen, de logistieke organisatie van de erediensten, het bestuur en het patrimonium. Enkel de orthodoxe en islamitische gemeenschappen –de meest recent erkende erediensten– vallen onder de provincies.’

Het algemeen principe vandaag is dat de staat representatieve organen van erkende erediensten of levensbeschouwingen niet financiert. Toch krijgen zowel de vrijzinnige, islamitische als de boeddhistische organen vandaag subsidies om de opstart van hun werking mogelijk te maken (zie tabel ‘Bijkomende opstartsubsidies’).



Bijkomende opstartsubsidies voor representatieve organen

vrijzinnigen:                              2.319.000 euro

moslims:                                  450.000 euro

boeddhisten:                            216.000 euro

(bron: ministerie van Justitie)


 

In zijn rapport stelt de werkgroep Magits-Christians voor dat de erediensten en levensbeschouwingen zich kunnen registreren mits ze voldoen aan een aantal voorwaarden. ‘Wij stellen voor om financiële steun te geven na vijf jaar registratie, een minimum aantal inplantingen en aanhangers, mits ze een erkenningsaanvraag indienen.’

Er bestaan geen betrouwbare gegevens over de levensbeschouwelijke en praktiserende voorkeur van de Belgen. Om hierover een juist en correct inzicht te krijgen, pleit de werkgroep voor een tienjaarlijks wetenschappelijke –anonieme– bevraging.

Draagvlak

Critici van het huidige financieringsmodel vragen zich af of er überhaupt nog wel een maatschappelijk draagvlak is voor overheidsfinanciering van de erediensten. Volgens Magits is dat er wel degelijk. ‘Het debat gaat nu veeleer over de gelijkschakeling van de erediensten en over de invoering van een kerkbelasting. Ik denk dat bijna niemand ervoor pleit de financiering stop te zetten.’ Open VLD is hevige voorstander van de invoering van een kerkbelasting, naar het Duitse Kirchensteuer-voorbeeld. Dat zou betekenen dat je via je belastingsbrief aanduidt of je voor een bepaalde levensbeschouwing wil betalen.

‘Of er al dan niet een maatschappelijk draagvlak is, laat ik in het midden’, zegt Judo. ‘Als jurist interesseert het mij hoe we als welvaartstaat moeten omgaan met de levensbeschouwing en religieuze beleving van minderheden. Wanneer je alles zou overlaten aan het private systeem, zoals in de VS, bestaat het gevaar dat kapitaalkrachtige godsdiensten de kleinere of armere groepen in een verdomhoekje plaatsen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur