De lange tenen van George Forrest

De Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel heeft de knoop doorgehakt in de zaak Forrest tegen John Vandaele en MO*/vzw Wereldmedahuis. Aanleiding voor de rechtszaak, die George Forrest aanspande, was een dossier dat in maart 2006 verscheen, waarin de impact onderzocht werd van enkele grote contracten die onder meer Forrest nog net voor de Congolese verkiezingen heeft afgesloten. Het vonnis verwerpt de klacht van Forrest tegen het artikel, maar bevat ook slecht nieuws: Wereldmediahuis wordt veroordeeld tot het betalen van één euro symbolische schadevergoeding voor het publiceren van een cartoon van Forrest op de cover. John Vandaele en Gie Goris geven hun mening over het vonnis.

De Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel heeft de knoop doorgehakt in de zaak Forrest tegen John Vandaele en MO*/vzw Wereldmedahuis. Aanleiding voor de rechtszaak, die George Forrest aanspande, was een dossier dat in maart 2006 verscheen, waarin de impact onderzocht werd van enkele grote contracten die onder meer Forrest nog net voor de Congolese verkiezingen heeft afgesloten. Het vonnis verwerpt de klacht van Forrest tegen het artikel, maar bevat ook slecht nieuws: Wereldmediahuis wordt veroordeeld tot het betalen van één euro symbolische schadevergoeding voor het publiceren van een cartoon van Forrest op de cover. John Vandaele en Gie Goris geven hun mening over het vonnis.

Pierre Chevalier heeft de vaderlandse aandacht nog eens vierkant op de mijnbouwactiviteiten van de groep rond George Forrest gevestigd, al was dat duidelijk niet zijn bedoeling. Over het gebrek aan politiek inschattingsvermogen en moreel aanvoelen van de man uit Brugge/Lubumbashi is intussen genoeg inkt gevloeid en het is een goede zaak dat de Belgische politiek deze ballast geloosd heeft. Intussen blijft de Forrest Groep buiten schot -zoals wel vaker het geval is.

‘Goed bestuur’ is in het discours van deze tijd immers een eenzijdige verantwoordelijkheid van de politiek, al houdt het bedrijfsleven zich wel het recht voor het geknoei van de democratie te beoordelen. Wanneer het bedrijfsleven zelf op zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid gewezen wordt, blijkt het nogal eens overgevoelig te reageren. En weinig bedrijfsleiders hebben zulke lange tenen als George Forrest, daarvan kan menig Belgisch journalist getuigen. Ook op de Chevalier-episode reageerde Forrest met de mededeling dat het taalgebruik in de berichtgeving schadelijk was voor zijn reputatie.

MO* magazine publiceerde in maart 2006 een dossier, geschreven door John Vandaele, over de vraag waarom de Democratische Republiek Congo er maar niet in slaagt zijn immense bodemrijkdommen te verzilveren in economische groei en stijgende welvaart voor zijn burgers. Het dossier verscheen onder de titel Congo vergooit zijn kroonjuwelen en onderzocht de impact van enkele grote contracten die onder meer George Forrest nog net voor de eerste democratische verkiezingen in 2006 heeft afsloten. Op de cover van dat nummer zetten we een cartoon die de wervende verwijzing naar het dossier ‘George Forrest: Koper-Koning van Congo’ moest illustreren. Iedereen die de handel en wandel van de heer Forrest volgde, voorspelde dat we binnen de kortste keren een proces aan onze mediabroek zouden hebben. Ze hadden gelijk.

Forrest eiste schadevergoeding voor zowel het ‘leugenachtig’ artikel als voor de ‘kwetsende’ cartoon op de cover. Het geeïste bedrag was in eerste instantie tweemaal 100.000 euro, die door de zakenman besteed zouden worden aan ontwikkelingsprojecten. Die eis werd later ‘afgezwakt’ tot tweemaal 50.000 euro. Het is duidelijk dat een dergelijke vordering op zichzelf al een intimiderend karakter kan hebben en erop gericht kan zijn om al te kritische journalistiek in verband met de Forrest Groep het zwijgen op te leggen.

Twee jaar lang sleepte het proces aan, tot de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel op 25 april eindelijk de knoop doorhakte in de zaak Forrest tegen J. Vandaele en MO*/vzw Wereldmediahuis. Het goede nieuws aan dat vonnis is heel goed nieuws: de klacht tegen het artikel werd door de rechtbank verworpen. De rechtbank meent inderdaad dat de journalist geen enkele fout heeft begaan door het artikel te schrijven en dat de journalist zich niet onzorgvuldig heeft gedragen. De rechtbank noemt het artikel kritisch, geëngageerd “doch evenwichtig”, gesteund op “tal van bronnen, zowel van nationale als van internationale aard, zowel van openbare overheden als van ngo’s”, waarbij deze bronnen “ook telkens duidelijk vermeld” werden.

George Forrest wordt eraan herinnerd dat gefundeerde en goed onderbouwde kritiek tot de geplogendheden van een democratische samenleving behoren, ook al zint het de geadresseerde niet. De rechter wijst de heer Forrest er ook fijntjes op dat hij niet de enige is die kritisch benaderd wordt én dat het artikel ook positieve aspecten, zoals degelijke betaling van de arbeiders, vermeldt. Ten slotte erkent de rechter de legitimiteit van geëngageerde journalistiek die bepaalde maatschappelijke mistoestanden aan de kaak wil stellen. Het vonnis geeft nog mee dat Forrest, “als grote, Belgische industrieel die vaak in opspraak komt”, dit soort artikels in gespecialiseerde media moet gedogen. Als klap op de vuurpijl moet Forrest ook nog de rechtsplegingsvergoeding aan John Vandaele en aan MO*/vzw Wereldmediahuis betalen.

Het vonnis bevat echter ook slecht nieuws. Wereldmediahuis wordt veroordeeld tot het betalen van één euro symbolische schadevergoeding aan George Forrest voor het publiceren van de cartoon op de cover. De rechter aanvaardt daardoor de claim van George Forrest dat een afbeelding van hem met luipaardmuts ‘onnodig kwetsend, beledigend en lasterlijk’ is, in plaats van ‘een knipoog, ‘humoristisch’ en met ‘enige overdrijving die eigen is aan satire’, zoals gepleit door Wereldmediahuis.

Navraag bij professionele producenten van cartoons en spotprenten leerde ons dat zelfs uitermate schokkende prenten in België de voorbije jaren niet tot vervolging laat staan tot veroordeling leidden. Iedereen die zich op het publieke forum begeeft, beseft blijkbaar dat er  niet enkel applaus maar ook kritiek en zelfs spot verwacht mag worden. Iedereen, behalve onze man in Lubumbashi. Die kritiek, stelt de Europese rechtspraak sinds 1976, mag zelfs ‘beledigen, schokken of storen’. Spotprenten, satire met en karikaturen van publieke personen kunnen rekenen op een bijzonder verregaande bescherming van de persvrijheid.

De veroordeling van MO*/vzw Wereldmediahuis voor deze spotprent, als illustratie bij een artikel waarin Forrest als groot-industrieel actief in Congo in de kijker wordt geplaatst, staat helemaal haaks op de basisprincipes inzake het recht op kritiek op publieke personen en hun maatschappelijke verantwoordelijkheden.
De rechtbank heeft met dit vonnis een dubbele boodschap afgeleverd. Enerzijds een opsteker voor degelijke, kritische journalistiek, anderzijds een veroordeling voor een genre dat leeft bij de gratie van overdrijving en spotternij. Forrest kan dit tweede deel van het vonnis gaan gebruiken als een precedent om iedereen die hem of zijn handelswijze hekelt aan te klagen. En niet alleen George Forrest zal dit arrest opmerken.

Elke politicus, hoge ambtenaar of bedrijfsleider die zich wel eens gegriefd voelt wanneer hij of zij opgevoerd wordt in satirische prenten, columns of programma’s zou dit vonnis als een precedent en dus als rechtsgrond voor eigen processen kunnen beschouwen. De procedeerdrift van George Forrest zal niet afgeschrikt worden door de veroordeling tot het betalen van de gerechtskosten in ons proces, ze dreigt eerder gestimuleerd te worden door een bijzonder conservatieve en restrictieve interpretatie van de rechtbank in verband met de betwiste cartoon op de cover van MO*.

De gevolgen zijn evenwel nog breder.  Door iedereen die ook maar iets negatiefs publiceert over zijn zakenimperium - hoe gefundeerd ook - meteen voor de rechtbank te dagen, voert Forrest een keiharde intimidatiepolitiek. De hoop is wellicht dat de dreigende schadeclaims leiden tot een aarzeling bij journalisten en media om nog negatieve dingen over de Forrestgroep te publiceren en dus, bij uitbreiding, tot een beperking van de persvrijheid tegenover gefortuneerde mensen met lange tenen. Het lijkt ons waarschijnlijk dat dit effect nu al speelt als het om Forrest gaat. Nochtans mogen rechtsstaat en rechtsspraak, indien ze rechtvaardig willen blijven, niet toelaten dat de verschillen in financiële middelen onder de mensen leiden tot ongelijkheid in rechten. Vraag is dan ook of een rechtbank dat risico niet pro-actiever moet bestrijden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur