De legers van Congo: Rontgenfoto van een spookleger

Gezonde strijdkrachten noodzaak voor Congo

Een sterke staat beschikt over gezonde strijdkrachten. Maar Congo is nauwelijks een staat, laat staan dat het leger er goed functioneert. “Da’s nooit anders geweest”, zegt Jean-Jacques Wondo Omanyundu, “maar het kan wel anders.”

  • Jean-Jacques Wondo.

Over wat in de Democratische Republiek Congo (DRC) misloopt, werden al bibliotheken volgeschreven; elke coup de théâtre, oppositiebeweging of splintergroep is uitvoerig becommentarieerd. Maar gegevens over het reguliere Congolese leger worden minder vaak gedetailleerd bij elkaar gebracht (net zo min trouwens als over de multinationale ondernemingen die op het grondgebied actief zijn). Ondanks de uitweidingen, slordigheden, herhalingen en de bijwijlen pure oppositietaal is de grondige studie Les Armées au Congo-Kinshasa die Jean-Jacques Wondo Omanyundu zaterdag 12 op uitnodiging van de Congo-lovers van de vzw Bana Leuven voorstelde, dus meer dan welkom.

Gelukkig beperkt Wondo zich niet tot een röntgenfoto van het Congolese spookleger in zijn vijf opeenvolgende gedaantes (de Openbare Weermacht voor de onafhankelijkheid en daarna het ‘Armée Nationale Congolaise’ (ANC), de ‘Forces Armées Zaïroises’ (FAZ), de ‘Forces Armées Congolaises’ (FAC) en de huidige ‘Forces Armées de la République Démocratique du Congo’ (FARDC)), maar waagt hij zich ook aan de contouren van hoe een gezond leger een sterke staat op het Congolese grondgebied zou kunnen schragen. Want zoals historicus André Corvisier het ooit over het leger en de republiek in Frankrijk verwoordde: “Een staat wordt geboren uit het leger.”

Samengevat komt Wondo uit zijn historisch overzicht tot de vaststelling dat le mal zaïrois al onder de Belgische kolonisator in de strijdkrachten geslopen was en intussen zonder verpinken in un mal congolais is getransformeerd. Het leger is geen uniforme machine om de landsgrenzen tegen indringers te verdedigen, maar lijdt aan wat Wondo als “intraversie, perversie, interventiedrang en subversie” bestempelt. Bij gebrek aan externe uitdaging hebben de Congolese strijdkrachten zich telkens weer tegen de eigen bevolking gericht: “Civil azali monguna ya soda” klonk het al onder de Prédident-fondateur, maarschalk Mobutu Sese Seko: “Een burger is een vijand van de soldaten.”

Mono-etnische eenheden

Een pervers neveneffect van die intraversie stoot Wondo sterk tegen de borst, want zoon van een Weermachtofficier en zelf geschoold aan de Brusselse Koninklijke Militaire School: de voortdurende promotie van ondergeschikten tot hoge militaire graden. De eerste toplui van het Congolese leger zijn de bekendste voorbeelden daarvan: adjudant Victor Lundula werd in juli 1960 eensklaps generaal en bevelhebber, sergeant Joseph-Désiré Mobutu aanvankelijk kolonel en meteen stafchef. Maar ook de integratie van allerlei rebellen in het leger zoals door de vredesakkoorden van Pretoria en Sun City (2002) voorzien, ging met de promotie van talloze nieuwe maar ongeschoolde hogere officieren gepaard.

Bovendien houdt niemand rekening met de les die de Belgen in 1885 al uit de garnizoensopstand van Luluabourg (het huidige Kananga) trokken – maar evenmin toepasten: elk peloton op Congolees grondgebied zou uit vertegenwoordigers van minstens vier stammen moeten bestaan, wil je vermijden dat het leger in mono-etnische eenheden uit elkaar valt. Vandaag staat een Rwandese Tutsi (James Kabarebe in 1997-98) of een Maï-Maï (Sylvestre Lwetcha in 1998-2001) als stafchef voor elk rechtgeaard Congolees patriot gelijk aan vloeken in de kerk. Voorheen kwamen de Congolese stafchefs echter quasi automatisch uit Mobutu’s geboortestreek.

Het Congolese leger doet al decennialang niet waartoe het dient (het grondgebied tegen indringers verdedigen) maar wordt steevast door de autoriteiten in Kinshasa misbruikt voor de plundering van ‘s lands rijkdommen of om de eigen macht te beveiligen. Als het wantrouwen de overhand neemt, creëren Congolese leiders trouwens net zo makkelijk privé-troepen – zoals Mobutu’s presidentiële garde en militaire inlichtingendienst – of elimineren ze bevelhebbers die in de weg staan. Vooral de moord op Mobutu’s laatste stafchef Donatien Mahele Lieko Bukongo (‘Le Tigre’) op 16 mei 1997 intrigeert de auteur, hij wijdt ettelijke pagina’s aan de verschillende hypotheses ter zake.

Gebrek aan politieke wil

Jammer dat Jean-Jacques Wondo volkomen voorbijgaat aan sommige fases uit de recentere Congolese geschiedenis waar ook reguliere militairen (al dan niet) bij betrokken waren, zoals het bloedbad in Lubumbashi van mei 1990 dat de bilaterale relaties met ons land grondig verstoorde, of de Kivu-oorlogen met Laurent Nkundabatwares ‘Congrès National pour la Défense du Peuple’ (CNDP) in 2004-09 en de nog aanslepende voortzetting ervan met de nieuwe ‘Mouvement du 23 mars’ (M23) onder leiding van Bosco Ntaganda (alias Le Terminator). Het ware goed geweest de beschikbare gegevens daarover ordelijker bij elkaar te brengen, want je moet het verleden objectiveren om eruit te kunnen leren.

Maakt het Westen zijn beloftes over ‘Nooit meer!’ waar, nu rond de Grote Meren eerstdaags de symbolische zes miljoenste dode valt? De honderdduizenden slachtoffers van het aanhoudend geweld hebben intussen immers verleden genoeg, het is een betere toekomst waar ze naar uitzien. En die is alleen mogelijk als politiek Kinshasa eindelijk in zijn reguliere strijdkrachten investeert en de internationale gemeenschap Congo daarbij helpt. De voornaamste uitdagingen zijn bekend: multi-etnische samenstelling van de troepen, gedegen vorming, fatsoenlijke huisvesting voor de families van de militairen en een waardige soldij. Alleen zo houdt je een ‘nationaal en republikeins leger’ paraat.

Het is Wondo Omanyundu’s verdienste zich te wagen aan de blauwdruk van een gezond leger. Generaal Paul Mukobo Mundende, Mobutu’s laatste stafchef van de grondtroepen en Wondo’s grootste voorbeeld, heeft er in een apart hoofdstuk het zijne aan toegevoegd. Maar zonder ‘volonté politique’ – de woorden die bij de presentatie van dit boek het meest vielen – is elke blauwdruk waardeloos. Net als “vorming van kaderleden van de veiligheidsdiensten frustrerend is als je maar over een paar jaar gegarandeerde financiering beschikt”, aldus kolonel Patrick Vanhees van de European External Action Service (EEAS). Zowel de internationale gemeenschap als Kinshasa blijven in hetzelfde bedje ziek.

Les armées au Congo-Kinshasa. Radioscopie de la Force Publique au FARDC. Enjeux et Défis de la Refondation d’une Armée Nationale et Républicaine door Jean-Jacques Wondo Omanyundu, Saint-Légier (Zwitserland), Monde Nouveaux/Afrique Nouvelle, 2013, xxi + 424 pagina’s, 30 euro: meer info via bana.leuven@gmail.com.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift