De metamorfose van Rio de Janeiro

Baziliaanse metropool maakt zich op voor de toekomst

Rio de Janeiro ondergaat een gedaanteverandering. Het haalde vier mega-evenementen binnen en Eduardo Paes, de zopas herkozen burgemeester, doet er alles aan om van Rio een duurzame stad te maken. De historische erfenis is gigantisch en de uiteenlopende belangen zijn niet makkelijk te verzoenen. Het contrast tussen arm en rijk is enorm en groei en groen zijn niet makkelijk verenigbaar. Maar prioriteit nummer één blijft de veiligheid.

  • MO* Zicht op de favela Vila Aliança, Rio de Janeiro. MO*

Sinds 2003 heeft Brazilië een Ministerie van de Stad. Het land heeft zich inmiddels in de kijker gewerkt op het gebied van stadsvernieuwing. Vandaag zijn vijf van de zes het best presterende steden uit Latijns-Amerika Braziliaanse steden, die vooral uitmunten in klimaatbeleid. Rio de Janeiro is er daar één van, en de stad stoomt zich klaar voor de komende evenementen.

Na de VN-top van Rio+20 in juni is het aftellen naar de Wereldjongerendag in 2013, de Wereldbeker Voetbal in 2014 en de Olympische Spelen in 2016. ‘Niet die grote evenementen op zich zijn belangrijk, wel wat er nadien in Rio achterblijft’, is te horen bij het stadsbestuur. Maar niet alle cariocas, zoals Rio’s inwoners genoemd worden, zijn er gerust op dat het ook voor hen beter zal worden.

Het oude stadscentrum ligt omgewoeld en uit de ingewanden van straten en stegen stijgt een weeë geur op. De geschiedenis van wat tot 1960 de Braziliaanse hoofdstad was, wordt hier letterlijk omgespit. Aan de kades in de haven komen de ruwe keien weer aan de oppervlakte waaraan vijf eeuwen geleden de Afrikaanse slavenboten aanmeerden. De havenbuurt in de wijken Gamboa, Santo Cristo en Saúde wordt volledig heraangelegd, met wooncomplexen en groene zones.

Ook de aanzwellende verkeersstromen worden weggewerkt. Vandaag neemt slechts 18 procent van de cariocas het openbaar vervoer, tegen 2015 moet dat 63 procent zijn. Metrolijnen worden uitgebreid, en er komen vier snelbuslijnen, die op aparte busbanen rijden. Ook aan de fietsers is gedacht. Rio heeft nu al met zijn 300 km het op één na langste fietspadennet van de Latijns-Amerikaanse steden, na Bogotá, en dat wordt nog uitgebreid. Al die ingrepen moeten helpen om tegen 2016 de CO2-uitstoot van de stad met 12 procent te verminderen. Voorts staan er reusachtige huisvestingsprojecten in de steigers.

De klap op de vuurpijl moet het Museum van de Toekomst worden, van de wereldberoemde architect Santiago Calatrava (ontwerper van onder meer het hst-station van Luik), over duurzaam ontwerpen voor morgen in een omgeving van klimaatopwarming en een stijgende zeespiegel. Dat moet in 2014 zijn deuren openen.

Groei, groen en geweld

Op een tweedaags seminar in het stadhuis van Rio luister ik naar ambitieuze plannen voor de Olympische infrastructuur. Burgemeester Eduardo Paes wil zich laten inspireren door de Spelen van Barcelona (1992) en Pasqual Maragall, de gewezen burgemeester van Barcelona, is de speciale gast. Eduardo Paes: ‘Je hebt Spelen die de stad gebruiken, maar je hebt ook steden die de Spelen aanwenden om een kwaliteitssprong voorwaarts te maken.’ Voor Rio was dat groeipotentieel een van de redenen waarom het de Spelen binnenhaalde, ten nadele van Chicago, Madrid en Tokio.

Het renovatieplan voor de stad, Olympisch dorp inbegrepen, is visionair en het betoog klinkt wervend. De zittingen in het stadhuis zijn ook bedoeld om investeerders aan te trekken, het gaat immers om tientallen miljarden euro’s. Maar iemand uit het publiek werpt de vraag op hoe men de armoedevlekken in de stad denkt aan te pakken. De man in kwestie is arts en onderzoeker aan de Federale Universiteit van Rio en vreest dat deze megaprojecten aan de armen voorbijgaan.

Ook Marcelo Freixo, parlementslid van de oppositiepartij PSOL en Paes’ rivaal voor het burgemeesterschap bij de vorige verkiezingen in oktober, bekritiseert de prestigeprojecten en de top-downaanpak, zonder inspraak van de inwoners. Anderen vragen zich af of de cariocas hun stad nog zullen terugvinden als een plek om te wonen. Zal Rio meer zijn dan hotels en expohallen, een baken voor de internationale elite maar onbetaalbaar voor de eigen bevolking? In sommige renovatiebuurten zijn de prijzen van de woonpanden vervijfvoudigd, speculanten kunnen er nu gouden zaken doen.

Tegen de houten huisjes helemaal boven op de berg van Santa Marta, een favela in het hartje van Rio met een prachtig uitzicht op de stad, prijken spandoeken met “SOS. Neen tegen de ontruimingen” erop. Het stadsbestuur wil 52 gezinnen overbrengen naar nieuwe woningen omdat hun huisjes dreigen in te storten bij de volgende stortbui, maar de mensen willen niet weg en hebben een rechtszaak aangespannen. In hun ogen gaat het om een verhuld manoeuvre om hen van deze unieke plek te verdrijven en zo de weg vrij te maken voor luxeappartementen.

Zal Rio meer zijn dan hotels en expohallen, een baken voor de internationale elite maar onbetaalbaar voor de eigen bevolking?
Hun zorg is niet onterecht. In vastgoedzaken duikt steeds weer de naam op van Eike Batista, de rijkste man van Brazilië met vooral eigendommen in mijnbouw en energie. Batista investeert jaarlijks 20.000 real, zo’n 7700 euro, in het pacificatieproces in de favela’s, en dat is niet enkel uit liefdadigheid.

Rio is de draaischijf van de olie-export. 85 procent van de Braziliaanse olie komt uit olievelden bij de stad, met diepzeeboringen voor de Atlantische kust. ‘We willen groene groei en een groene stedelijke ontwikkeling. Die economische activiteiten betekenen groei en welvaart, maar die rijkdom moet geïnvesteerd worden in het groener maken van de andere sectoren’, stelt Rodrigo Rosas van de stadsadministratie. Maar bij milieuorganisaties en activisten is er scherpe kritiek op die industriële projecten en de vervuiling die ze met zich meebrengen.

Op de alternatieve top Cúpula dos Povos deden vissers hun beklag over de vervuiling in de baai en de plannen van Petrobras voor de aanleg van een pijplijn. Twee mannen van de vissersorganisatie Associação Homens do Mar namen daar het woord, Almir Nogueira en João Luiz Telles. Op 24 en 25 juni, toen de conferentiegangers vertrokken waren, werden hun dode lichamen gevonden, de een vastgebonden aan zijn boot, de ander op het strand, met handen en voeten geboeid. Ze waren heel vroeg in de ochtend gaan vissen en werden opgewacht door gewapende mannen, vermoedelijk in dienst van de bedrijven rond de haven. In 2009 en 2010 heeft de vissersorganisatie ook al een strijdmakker verloren.

Vrede en veiligheid in de favela’s

Met zijn zes miljoen inwoners – twaalf voor de hele agglomeratie – is Rio een stad met allure, met het iconische Christusbeeld, uitstekende rotsen en de fabelachtige stranden van Copacabana en Ipanema. Maar vanaf de jaren tachtig is het goed fout beginnen te lopen, toen criminele netwerken en drugshandelaars zich in de sloppenwijken nestelden en hele buurten overnamen. De beelden hiervan zijn de wereld rondgegaan in de films Tropa de Elite 1 en 2 van José Padilha.

Rio wil dat bloederige imago kwijt. Sinds 2008 wordt er naar de onveiligste favela’s pacificatiepolitie gestuurd. In de wijken waar de zware criminaliteit opereert, wordt de weg eerst geëffend door paramilitaire brigades die de woonwijk binnenvallen en met zwaar geschut de criminele commando’s eruitwerken. Die vredespolitie effent het terrein voor de sociale dienstverlening, zoals onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur.

Drieënveertig favela’s in Rio zijn in handen van criminele netwerken, maar inmiddels staan 25 onder de controle van een vredesmacht, verneem ik van kolonel Teixeira van het Instituut voor Publieke Veiligheid. Santa Marta in het centrum van de stad was in 2008 de eerste favela die gepacificeerd werd en inwoner José Carlos is vol lof over het initiatief. ‘Er zijn er die de vredesmacht beschouwen als een vreemde bezetting, maar persoonlijk kan ik niet genoeg zeggen hoezeer dit ons leven veranderd heeft.’

Zijn vrees is alleen dat die politie na de Olympische Spelen weer vertrekt en de favela opnieuw in handen zal komen van het Commando, dat wellicht nog driester zal terugslaan. Kolonel Teixeira ontkent dat formeel. ‘Op het inzetten van de pacificatietroepen staat geen einddatum.’ Over heel de stad is de geweldsindex gedaald in vergelijking met 1992: van 64 doden op de 100.000 per jaar naar 23.

Opmerkelijk is wel dat de paracommando’s en de politie wel de criminele netwerken uitdrijven, maar niet de drugshandel. ‘Die is alleen maar lucratiever geworden omdat ze geen munitie meer nodig hebben en geen mensenlevens verspillen’, merkt Nanko van Buuren op. Nanko is Nederlander en stichter van de ngo IBISS, een organisatie die meer dan twintig jaar in de favela’s werkt. Wie vooral gouden zaken doen, zijn de politieagenten. Op sommige stranden betalen de drugsdealers negentig procent commissieloon aan de politie. Kolonel Teixeira kent de misbruiken maar reageert nuchter. Tegen corruptie wordt streng opgetreden. Maar drugs? Die zijn op de eerste plaats een gezondheidsprobleem voor de gebruikers.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.