De moeder van alle verkiezingen

Als de twintigste eeuw één zekerheid heeft opgeleverd, dan wel deze: de democratie is de best mogelijke bestuursvorm voor de moderne staat. Niet dat de afgelopen honderd jaar één grote, ononderbroken mars op weg naar de macht van het volk geweest zijn. Integendeel. Er is druk geëxperimenteerd met allerlei vormen van autoritair gezag: koloniale verdrukking, dictatuur van het proletariaat, fascistische leiders, dictatuur van de kolonels, religieus staatsgezag, dictatuur van de président-fondateur, nationale veiligheid, dictaten van het IMF.
Telkens lopen die experimenten fataal af voor de gewone burger. Soms zijn het regelrechte bloedbaden, soms sluipende genocides. De democratieën-naar-Europees-model bedwingen ook niet alle kwalen en bovendien werden heel wat autoritaire leiders door hun eigen volk verkozen. De meeste verkozen leiders leren trouwens snel dat er naast de macht van het volk ook nog de macht van het geld is. Het volk mag om de zoveel jaar stemmen, het geld telefoneert intussen dagelijks en rechtstreeks met de makers en uitvoerders van de wet.

Toch is de democratie voorlopig onvervangbaar. Daarin geloven we. Om dat geloof gaaf te houden, hebben we rituelen nodig. Verkiezingen, bijvoorbeeld. Vrouwen hebben er langer voor moeten vechten dan mannen, Afrikanen zijn nog steeds niet zeker of ze in hun leven meer dan één stembrief zullen krijgen, Chinezen kunnen enkel kiezen tussen de partij of de partij. Toch zijn verkiezingen alomtegenwoordig. Met alle heiligenprentjes en heiligenlevens die bij zo’n groots opgezet ritueel horen. Met alle massale volksmobilisatie ook. En aangezien verkiezingen uitgegroeid zijn tot één van de meest kenmerkende rituelen van de twintigste eeuw, past het dat de komende verkiezingen in België uitgeroepen werden tot ‘De Moeder van Alle Verkiezingen’. Het beeld is ontleend aan de grootspraak van één van de meer standvastige dictators van deze eeuw, maar een kniesoor die daarop let. De Moeder heeft drie namen: Vlaamse verkiezingen, federale verkiezingen, Europese verkiezingen.

In elk van die verkiezingen dreigt de veiligheid in onze straat uit te groeien tot hét centrale thema. Daarom wilden wij wel eens een geluid horen uit een andere straat, uit een andere staat. Wereldwijd vroeg daarom stemadvies bij landgenoten die in verre landen wonen. Uit de Filipijnen, Brazilië, Libanon, Mexico, Haïti, Zimbabwe, Cuba en de VS kregen we lange brieven. Van journalisten, missionarissen, ngo-werkers, emigranten. Als er één rode draad loopt doorheen al deze berichten uit het buitenland, dan wel deze: de verontwaardiging. We zijn als fin-de-siècle-Vlamingen niet meer gewend aan zoveel antikapitalisme en zo’n debiet aan opstandigheid. Je schrikt wel even, want je wordt geconfronteerd met de vaststelling dat onze aanvaarding van de wereld-zoals-hij-is groter is dan we beseffen. Des te meer reden, dachten we, om lange en korte stukken uit deze brieven aan u door te sturen. Even lezen, even slikken en dan kiezen. Of liever: en dan keuzes maken.

KIEZEN ZONDER KEUZE

Tom Ronse, journalist, uit New York, VSA

Als ik door te stemmen de bommen zou kunnen tegenhouden die nu op Joegoeslavië regenen, als ik erdoor de pijn van de weggejaagde Kosovaren kon verzachten, als ik zo de groei kon stuiten van de krottenwijken rond Kaapstad en Caïro of de honger kon stillen in Noord-Korea of Indonesië, als ik er hoop kon door geven aan de miljarden hopelozen, als ik er Vlamingen gelukkiger en minder bang van andersgekleurden door kon maken, ik zou gaan bonken op de

deur van het Belgisch consulaat om mijn stembrief op te eisen.

Ons stemrecht wordt geacht ons macht te geven. Waarom voelen we ons dan allemaal zo machteloos? Zelfs in het rijke, machtige land dat ik nu bewoon, kom ik dat gevoel steeds weer tegen. Geen machteloosheid om te kiezen tussen Republikeinen en Democraten maar machteloosheid tegenover alles wat echt belangrijk is. Welvaart of armoede, chaos of rust, oorlog of vrede, het lijkt allemaal onderhevig aan krachten die onze controle ver te buiten gaan. Net als het weer: alles wat je kunt doen is ervan genieten als de zon schijnt en proberen te schuilen als het stormt. De meeste Amerikanen gaan niet stemmen. Ze doen het niet als de zaken goed lijken te gaan; ze doen het ook niet als het slechter gaat en de ontevredenheid groeit.

De onverkozen machthebbers

Het probleem is niet enkel dat politieke partijen opereren zoals bedrijven die concurreren voor een markt van snel-verveelde consumenten met producten die meer verschillen in verpakking dan inhoud. Het probleem is ook niet enkel dat de politici zelf machteloos staan tegenover de globale krachten die de wereld beheersen, al is het waar dat de -onverkozen- directieleden van het IMF en de multinationals meer invloed hebben op het lot van meer mensen dan de verkozen politici. Het financiëel kapitaal heeft nu de hele wereld als speelterrein en kan overal gaan en komen wanneer het dat wil. Als ‘onze’ verkozenen dat kapitaal, en de tewerkstelling die het schept, niet willen zien vertrekken, kunnen ze beter doen wat het vraagt… maar dit is niet eens het grootste probleem. De kern van de zaak is dat de verkozenen zelf deel zijn van het probleem en dus niet van de oplossing. Niet door wie ze zijn als individuen maar door wat ze zijn als regionale, nationale, Europese instituties. De functie van de institutie boetseert de verkozenen, meer dan omgekeerd.

We leven in een vreemde tijd. Voor het eerst in de lange geschiedenis van de mensheid hebben we een punt bereikt waarop het bevredigen van de basisnoden van alle mensen vrij eenvoudig is geworden. Technisch. We hebben de technologie, de arbeidskracht, alle middelen om deze klus en vele andere moeiteloos te klaren. Zelfs nu we het niet eens proberen, en terwijl boeren in ontwikkelde landen betaald worden om minder te produceren, is er volgens een recent VN-rapport meer dan genoeg voedsel voorhanden om honger uit te

roeien. Maar volgens datzelfde rapport sterven 30 miljoen mensen elk jaar van honger en lijdt een derde van de mensheid aan bloedarmoede door ondervoeding. Het contrast tussen wat kan en wat is, was nog nooit zo groot.

De oude cultuur

Al onze economische en politieke organisatievormen ontstonden in een andere tijd. Een tijd waarin tekort voor bijna iedereen onvermijdelijk was. De markt, de concurrentiestrijd: mensen hebben er al de negatieve gevolgen van ondergaan omdat het de beste organisatievorm was om schaarste te bestrijden. Geen andere was zo’n stimulans voor de technologie. De productiekrachten zijn er duizelingwekkend snel door ontwikkeld. Zo snel dat het nu niet meer hun beperking is maar juist hun vermogen om steeds massaler te produceren dat problemen schept.Want onze organisatievormen zijn niet ontworpen voor overvloed maar voor schaarste. Overvloed, in onze kapitalistische context, betekent overcapaciteit, overproductie, een sluipende crisis die meer en meer blokkeert, die sociale onrust en geweld oproept. Er is vrijwel geen sector meer waarin het productievermogen -het aanbod- de vraag niet ver overtreft. Zelfs de meest moderne fabrieken moeten onder hun capaciteit werken. Het overaanbod van menselijk kapitaal is nog duidelijker: volgens het jongste rapport van de IAO vindt een derde van de globale beroepsbevolking -meer dan een miljard mensen- geen werk. Het gebrek aan perspectief voor die massa’s vertaalt zich onvermijdelijk in groeiende spanningen. Het is de taak van de verkozenen om die crisis te beheren. Om er voor te zorgen dat de zaken niet uit de hand lopen, dat oorlogen zich niet uitspreiden, dat de hongerigen en hopelozen in hun landen en getto’s blijven. Maar dat ze iets aan de oorzaken van die crisis doen, dat verwachten we niet. We hopen dat de donderwolken zullen overwaaien en prevelen een schietgebedje voor onze aandelen.

De nieuwe uitdagingen

Nieuwe organisatievormen dringen zich op. Hoe die er zullen uitzien, weten we nog niet. Maar het is duidelijk dat ze van onderop moeten komen en dat ze, net als onze problemen, wereldwijd moeten zijn. De magie van de vrije markt zal die problemen niet oplossen. Neem nu de kloof tussen rijk en arm. Die is sinds 1960 bijna drie keer zo groot geworden en groeit sneller dan ooit. Gezien het kapitaal dat nu vereist is om concurrentieel te blijven op de

reeds oververzadigde wereldmarkt, zijn de arme landen gedoemd om dieper weg te zinken. Maar dat betekent ook dat de markt voor de meest ontwikkelde landen steeds nauwer wordt. En als een mirakel dat probleem zou oplossen, zou er een andere ramp ontstaan. In China zijn er nu 680 mensen per auto, in de VS 1,7. Stel je voor dat China en alle andere arme landen zouden produceren en consumeren zoals het Westen dat nu doet. De ecologische gevolgen zouden

apocalyptisch zijn. De problemen van het leefmilieu kunnen alleen globaal worden opgelost maar de concurrentie maakt dat onmogelijk. En dan is er de financiële chaos die ons te wachten staat. Steeds meer kapitaal is geconcentreerd in steeds minder handen. De helft van de wereldbevolking moet overleven met minder dan twee dollar per dag, terwijl op de geldmarkten dagelijks 2000 miljard dollar wordt verhandeld voor pure speculatie. Om

ontwaarding te vermijden, zoekt kapitaal uit heel de wereld een veilig onderkomen in de financiële activa van de rijkste landen. De enorme vraag drijft hun prijs op tot de crash onvermijdelijk wordt. De financiële schok in Azie in 1997 is maar een voorproefje van wat op komst is.

Wat we nodig hebben is een nieuwe manier van denken. De nationale manier van denken is per definitie concurrentieel. Aangezien de globale markt te eng is toe te laten dat iedereen zou floreren, moeten de nationale verkozenen in de eerste plaats waken over de nationale concurrentiepositie. Dat legt beslissingen op, ongeacht de partijkleur. De nationale manier van denken heeft zijn eigen, ijzeren logica. Een logica waardoor een Democraat deur sluit voor de

zieltogende Russische staalsector, waardoor een socialist de repressie van immigranten organiseert en een Groene de Duitse bommenwerpers, voor het eerst sinds de Nazi’s, aan het werk zet.

To vote or not to vote: that is NOT the question. De vraag is vasthouden aan een voorbijgestreefde manier van denken en erdoor meegesleurd worden in de afgrond, of beginnen denken als mensheid en de economie zien als een middel om voor ons gezamelijk eigenbelang te gebruiken. En niet meer als een woeste zee waarvan we hopen, tegen beter weten in, dat ze zal bedaren als we de juiste kapitein kiezen.



KIEZEN VOOR EEN BETERE REPUTATIE

Renata De Leers, verzekeringsontwikkelaar, uit Beiroet, Libanon

Negen jaar geleden vertrok ik uit België en sinds zes jaar woon ik in Libanon, een land dat zich langzaam probeert te herstellen van een uitputtende zeventienjarige burgeroorlog; een land waarin vijfennegentig procent van de bevolking overleeft zonder enige vorm van sociale zekerheid, zonder degelijk gesubsidieerd onderwijs, met dubbele facturen voor elektriciteit en water, zonder uitgebouwd openbaar vervoer en met een florerende corruptie op alle niveaus.

Wat kan ik de Belgische kiezer vertellen? ‘België vervaagt langzaam aan’, zei een vriend me onlangs. Het enige contact met het ‘moederland’ is via CNN, wanneer België weer eens in het nieuws komt door een of ander schandaal. Arm België.

Toch leven jullie, Belgen, nog steeds in een land van melk en honing, waar vadertje staat zich over het lot van zijn onderdanen bekommert. Wat echter opvalt, is dat individualisme en materialisme hoe langer hoe meer terrein winnen. Mijn belangrijkste stemadvies bestaat erin op te roepen tot meer verdraagzaamheid, solidariteit en communicatie tussen Vlamingen en Franstaligen, tussen Belgen en allen die wegens politieke of economische redenen België als thuisland gekozen hebben. België heeft in het buitenland te zeer de naam racistisch te zijn. Dat moet veranderen, of kiest België alleen voor de reputatie van de producent van de ‘beste pralines’?

IK KIES MAAR GA NIET STEMMEN

Tom Dieusaert, journalist, uit Mexico Stad

Een paar weken geleden kregen alle Belgen in Mexico City van onze ambassade de nieuwsbrief ‘Belgamigos’. Hierin werd uit de doeken gedaan welke stappen ondernomen moeten worden om als Belg-in-het-buitenland te gaan stemmen. Wat ik heb onthouden is dat stemmen niet verplicht is. Mooi zo, ik blijf thuis op 13 juni. Uit luiheid, uit apathie? Neen, maar ik vrees dat de verschillen tussen de partijprogramma’s mij te klein geworden zijn. Of heb ik iets gemist soms? Is er een grote partij die belooft uit de Navo te stappen? Die de Euro zal laten voor wat hij is? Die het kapitalisme met sociale correctie wil ruilen voor een geleide planeconomie? Die de grenzen volledig wil openstellen voor alle buitenlanders? Alle drugs wil legaliseren? Een totaal verbod zal instellen op genetisch gemanipuleerde gewassen?

De jaren negenting zijn de jaren van opportunisme en gladheid. Kneedbare leiders bedienen zich bij voorkeur van politiek correct taalgebruik. België heeft een rooms-rode regering die een liberaal programma uitvoert en een socialistische minister van binnenlandse zaken die een repressief beleid tegen buitenlanders voert. Duitsland kiest voor links maar stoot Lafontaine af als het menens wordt. Dé belichaming van de jaren negentig is ongetwijfeld Bill Clinton: de man die homoseksuelen toelaat in het leger, zolang ze maar niet voor hun geaardheid uitkomen. De man die marihuana rookt maar niet inhaleert. De man die nooit seks heeft gehad met ‘die vrouw Lewinsky’ maar wel vergiffenis vraagt voor ‘ongepaste relaties’. De ‘light’ politicus bij uitstek. Ik mis de radicaliteit in de politiek. Ik mis consequentie in woord en daad, vernieuwende en compromisloze ideeën.

De Europese kiezers lijken weg te zinken in apathie. Niet alleen omdat ook de kiezer zelf -verwend door de welvaartsstaat- op veilig wil spelen, maar ook omdat de alternatieven onduidelijk zijn. ‘Ik beklaag de jongeren van tegenwoordig’, zei een veertigjarige vriendin mij onlangs. ‘Vroeger was de vijand tenminste herkenbaar.’ Het gevaar van al die dubbelzinnige realpolitik is de stijgende aantrekkelijkheid van een soort emotioneel populisme, waarvan het Vlaams Blok de vaandeldrager is. De cultuur van de grote mond, de demagogie van ‘ik zeg luidop wat u denkt’.

Anderzijds heeft de crisis in de politiek een positieve kant. Het einde van ideologieën maakt dat er meer plaats ontstaat voor concrete ideeën en voor individuen die bereid zijn hun nek uit te steken. De crisis van de democratische traditie spoort de burgers aan zichzelf te organiseren en consequent te leven. Misschien is uitgerekend dat de vraag van het Zuiden aan Europa: stop met alle getoeter over het Verlichte Noorden en zorg eerst voor gelijke kansen en vrije handel.



MIJN STEM IS VROUWELIJK

Paula Broeders, Komyuniti-vrijwilligster, uit Guarapuava, Brazilië

Het zullen ‘mega-verkiezingen’ zijn op dertien juni. Alles is tegenwoordig maxi, mega, groot, extra. Het kleine, het gewone, de mens, daarvoor is geen plaats. Men spreekt zelfs van de Moeder van alle Verkiezingen. Het is dus weer een vrouw die het gewicht moet dragen en die gebruikt wordt als symbool voor wat toch nog altijd een zeer mannelijke aangelegenheid is.

Het feit dat vrouwen op de eerste plaats van een lijst staan, wil nog niet veel zeggen. Welk profiel hebben die vrouwen? Wie vertegenwoordigen ze? Welk is hun programma? Ondanks de emancipatie en de wettelijke gelijkheid van de geslachten blijven vrouwen het gewicht dragen van een door macho-mannen gedomineerd verleden. Een driedubbele dagtaak belet veel vrouwen om politiek actief te zijn. We praten veel over de noodzaak om te bouwen aan een nieuwe relatie tussen vrouwen en mannen, maar de afwas blijft voor mevrouw, het avondeten moet door haar bereid worden, de luiers vervangen is vrouwenwerk.

We kregen het kapitalisme mee met de moedermelk, we groeiden op met competitie en competentie als natuurwetten. Zijn we nog in staat om te zien welke politieke partijen deze ideologie ondersteunen en welke zich ertegen verzetten? Welke partijen geloven in een maatschappij gebaseerd op andere waarden? Komt onze eigen droom overeen met het programma van een politieke partij?

Soms vraag ik me af of politieke partijen de burger nog wel echt kunnen vertegenwoordigen. Het is een organisatievorm die draait rond een gedeeld eigenbelang, niet rond openheid voor anderen en voor nieuwe ideeën. Alles blijft zo rond onze eigen navel draaien, met een sterke angst voor het onbekende. Onze stem klinkt niet alleen bij verkiezingen, maar ook door actief te zijn in sociale organisaties, volksbewegingen, vakbonden, sociale pastoraal. We moeten mee vorm geven aan de verschillende politieke krachten van onze maatschappij en zo deel uitmaken van het politieke gebeuren van een land en een continent die zich democratisch noemen. Een droom die men alleen droomt, is een illusie; een droom die men samen droomt, is het begin van een nieuwe wereld.

STEMMEN DIE GEHOORD MOETEN WORDEN

Dirk Vandersypen, journalist, uit Miami Beach, Verenigde Staten

De gemiddelde Belg wordt zo in beslag genomen door het dagelijkse beheer van zijn eigen luxe (huis in aanbouw, nieuwe auto op afbetaling, vier televisies thuis want er zijn vier kijkers, een exotische vakantie) dat zijn blikveld voorbij de horizon steeds meer op dat van VTM gelijkt. Vat de rest van de wereld samen in een carrousel van drie keer twintig seconden ‘s avonds op het journaal, daarna is het bedtijd.

Toen Renault Vilvoorde zijn deuren sloot, gingen er even andere stemmen op. Een soort collectief geweten maakte zich van België meester. Politici mengden zich in het debat. Ik keek ernaar met gemengde gevoelens. Blij met de ogenblikkelijke solidariteit met de ontslagenen, eindelijk nog eens een sociaal dossier dat de publieke opinie leek te raken. Bezorgd om wat zou volgen.

De Belg heeft acuut nood aan politici die zijn venster op de wereld openen, die hem het verband tonen tussen de komst van vreemdelingen naar Europa en het vertrek van Renault uit Vilvoorde. Politici die ons zonder omwegen vertellen dat het onredelijk en onhoudbaar is de eigen grenzen te verzegelen voor menselijk verkeer terwijl onze banken en multinationals hun kapitaal met de druk op een computerknop naar overal in de wereld versassen. Ik illustreer met een voorbeeld. Onlangs was ik in Peru, waar het Belgische Union Minière en de Belgische bankenwereld lustig zaken doen met een reusachtige kopermijn die onvoorstelbare hoeveelheden giftige gassen en smeerlapperij de atmosfeer en de Stille Oceaan inspuit. Een bankier of ondernemer met een beetje zelfrespect zou zeggen: met dit soort aanslag op de mensheid wil ik niets te maken hebben. Ecologische verwoesting zij aan zij met menselijk leed: neen bedankt! Zou je denken. In werkelijkheid vindt een deel van het koper dat zo gewonnen wordt zijn weg naar ons eigen, Kempische Olen waar het verwerkt wordt. Als mijn stem iets zou kunnen betekenen, dan zou ik willen dat de Belgische politici een beetje fatsoen zouden eisen van de wereld van de haute finance en witteboordcriminelen. Er zijn, helaas, weinig signalen in die richting.

De Oxfam-Wereldwinkels met hun campagne rond Nike en, meer recent, Chiquita kunnen niet genoeg worden aangemoedigd. Nee, dit zijn geen ontspoorde geitenwollensokkenactivisten. Het zijn mensen die hun hart en hun dossierkennis op dezelfde plaats hebben, die weten wat ze willen en minstens evenveel recht hebben om gehoord te worden als de bankcommissie of Fabrimetal. Het zijn mensen die bezorgd zijn over de toekomst van een planeet waarvan het kleine Belgie zich niet kan losmaken. Nooit.

KIES VOOR EUROPA

Jan Hanssens, missionaris van Scheut, uit Port-au-Prince, Haïti

Binnenkort zijn er ook verkiezingen in Haïti. Er zijn vier grote thema’s die de gemoederen hier beroeren. ‘Jistis’: de hoop dat het gerecht eens aan het werk schiet en de vele slachtoffers van de repressie tegemoet komt. ‘Lavichè’: de ondraaglijke kloof tussen steeds duurder wordende spullen in de winkel en een jaarinkomen dat maar niet boven een gemiddelde van 250 dollar uitstijgt. ‘Sekirite’: de roep van de bevolking om beschermd te worden tegen de snel toenemende misdaad. ‘Enpinite’: er moet een einde komen aan de straffeloosheid. Wie zich schuldig gemaakt heeft aan machtsmisbruik, corruptie en geweld tegen de bevolking moet gestraft worden.

Misschien denk je: dat is Haïti, onze zorgen zijn anders. Maar is er dan werkelijk geen verband tussen de verkiezingen bij jullie en alles wat elders -bijvoorbeeld in Haïti- gebeurt? Vijfhonderd jaar geleden was Amerika een wingewest dat meehielp om het kapitaal voor de Europese industriële revolutie bijeen te brengen. De wonden die daardoor geslagen werden, zijn diep en de gevolgen blijven voelbaar. Vandaag worden deze landen opnieuw gedwongen om zich in te schakelen in de globale markt van winstbejag. Dat heeft toch alles te maken met de verkiezingen bij jullie, of niet?

Mijn kiesadvies is viervoudig. Kies voor een sociaal Europa, maar besef dat zoiets niet op de markt te koop is. Je moet de zwakken en gemarginaliseerden vooraan zetten en beseffen dat zij overal zijn, dat zij de meerderheid van de wereld zijn. Kies voor een Europa dat open staat voor de wereld en dat een eigen koers durft te varen. Kies voor een consequent Europa. Met andere woorden: wijs het Europa af dat grenzen oplegt aan mensen, maar volledige vrijheid belooft aan het grote geld. Kies voor een Europa dat de fouten uit het verleden erkent en wil bijsturen door een fundamentele verandering in plaats van door liefdadigheid of enkel projectenhulp.

KIEZEN VOOR HET ZUIDEN

Gilberte Boeckmans, Medicus Mundi-vrijwilligster, uit Harare, Zimbabwe

Binnenkort mogen jullie weer naar de stembus om een Vlaams Parlement, Belgische Kamer en Senaat en een Europees Parlement te kiezen. Eerlijk gezegd vind ik het dit keer wel een beetje jammer dat ik er niet bij zal zijn, bij deze ‘Moeder aller Verkiezingen’. Opvallend toch dat de taal zo vrouwelijk wordt wanneer er vele en serieuze keuzes gemaakt moeten worden.

Hebben de verkiezingen iets te maken met ontwikkelingssamenwerking, of de Belgische Internationale Samenwerking (BIS) zoals het nu heet, de sector waarin ikzelf actief ben? Ik hoop in elk geval dat er binnenkort wat meer en beters te rapen zal vallen. De harde cijfers zijn dat er in 1989 nog 1.539 ngo-coöperanten in het Zuiden actief waren en in 1998 nog slechts 670. En dan hebben we het nog niet over de fondsen die naar het Zuiden zouden moeten gaan. Ooit kwamen we op voor een ontwikkelingsbudget van 0,7 % van het BNP. Vandaag zitten we aan een historisch dieptepunt, minder dan de helft van die 0,7 %. De zo geroemde ‘hervormingen van de sector’ hebben ook geleid tot meer bureaucratische papierwerk en de verzwaring van procedures om projecten goedgekeurd te krijgen en te kunnen uitvoeren als ngo en als coöperant. Reginald Moreels heeft er volgens mijn bescheiden mening niet veel van gebakken. Onlangs zag ik nog een pagina ‘informatie’ in de bijlage van een Vlaamse krant, waarin de Staatssecretaris nog eens zijn hervormingen van de sector kon toelichten. De realiteit is echter dat er slechts één iemand van het Abos vriendelijk gevraagd werd thuis te blijven (de man was overigens al een tijdje op pensioengerechtigde leeftijd). Daarnaast zijn er 3 topambtenaren van het Abos ‘weg-gepromoveerd’ via topbenoemingen in Parijs, Rome en Genève, met niet onbelangrijke gevolgen voor hun pensioen dat berekend wordt op de laatste jaren van hun carrière. Voor de ‘gewone mens van het ABOS’ blijft er de afbraak van het ambtenarenstatuut over.

Wat mij betreft, is het de hoogste tijd dat er in België en in Europa eens een serieuze nieuwe wind gaat waaien. Eentje die geïnspireerd is en geleid wordt door jonge mensen, met een heus nieuw en progressief beleid . Een beleid dat weer kansen biedt aan mensen, een beleid dat nog durft dromen van jobs voor iedereen. Opnieuw kiezen om te investeren in mensen en ideeën lijkt me een absolute prioriteit. Vanzelfsprekend zal binnen dat beleid meer plaats zijn voor vrouwen die een actieve rol opnemen binnen de politiek en de economie van ons land. En ik reken er ook op dat er binnen zo’n beleid meer en eerlijker aandacht zal zijn voor het Zuiden. De tegenstellingen tussen arm en rijk, blank en zwart, man en vrouw, gelovig/niet-gelovig moeten toch dringend overbrugd worden of zal ik zeggen: deze tegenstellingen moeten volledig weggewerkt worden? Want het zijn valse tegenstellingen en de partij die daarvan in haar programma en in haar dagelijks beleid werk wil maken, daarop zou ik nog eens willen stemmen.

EEN STEM IS EEN VRAAG

Luuk Zonneveld, Oxfam-vrijwilliger, uit Havana, Cuba

Jarenlang geven ze betrekkelijk weinig om wat je denkt, en nu word je door iedereen tegelijk lastiggevallen. Jarenlang heb je geen enkele invloed, maar nu mag je meebeslissen of de dames en heren wel mogen verdergaan. Ze maken je het hof met verwijzingen naar prestaties in het verleden, beloften voor de toekomst en ook een beetje met hun eigen, schone ogen. En inderdaad, op de verkiezingsaffiches zien ze er állemaal schoon uit, zelfs die van Jean-Luc.

Wat doe je als men probeert jou te verleiden? Vrouwen weten dat maar al te goed: gebruik je macht! Dus: ga stemmen, laat de dames en heren inderdaad weten wat je van ze vindt, van hun prestaties de afgelopen jaren, van hun beloften en van hun schone ogen. En als u nog twijfelt, onderweg naar het stemhokje? Ach, dan is er eigenlijk een heel simpele methode. Ik leerde haar van één van de eerste wereldwinkeliers aller tijden. Zijn lijfspreuk is: bij álles wat men je voorstelt, plechtig belooft, verzoekt of wil opdringen, past slechts één vraag: wie wordt er beter van? Wie profiteert er van de voorstellen in de verkiezingsprogramma’s, wie zal erdoor op vooruitgaan?

Daarom, kiezer, vráág het eens aan de dames en heren met de mooiste praatjes: wie zal er beter worden van uw programma? Zullen de armste Belgen er wat aan hebben? En de armsten overzee, in Cuba, Haïti, en in al die andere landen waar het leven elke dag weer een fikse uitdaging is? En stel je niet met een snel antwoord tevreden. Vraag dóór, tot de dames en heren het warm krijgen, de zweetdruppeltjes van hun voorhoofd wissen –dán ben je op het goede pad.

KIEZEN VOOR PROFETEN IN HET NOORDEN

Paula Janssens, zuster van de Jacht, uit Manilla, Filipijnen

Het wordt een heel karwei, die verkiezingen waar jullie voor staan. De keuzes die jullie maken, hebben bovendien hun weerslag op ons, hier in de Filipijnen, en op alle mensen in het Zuiden. Kijk dus naar die stembrieven niet alleen vanuit het perspectief van ons kleine landje. Het is ocharme een puntje op de wereldkaart. Pas op, ik voel me nog steeds Vlaming, ook na al die jaren in het buitenland, maar dan een Vlaming met een wereldburgerpaspoort. Ik hoop dus dat jullie naar de stembus trekken ‘met een hart zo wijd dat de hele wereld erin een plaats mag vinden’, om het als zuster van de Jacht in één van onze meest geliefde slogans uit te drukken.

Die hele wereld leeft momenteel in een globaal systeem dat ik demonisch noem. Ja, Beëlzebub en zijn trawanten hebben 2000 jaar na Christus nog een sterk legioen. De namen van deze moderne duivels? Jullie kennen ze even goed als ik want we ontmoeten ze in elke nieuwe aflevering van Wereldwijd: spotgoedkope arbeid -kinderarbeid incluis-, grondstoffenroof, kortom het neoliberale systeem met zijn exportgerichte economie. Dit monopoliekapitalisme is de levenslijn voor de rijke elite in Zuid én Noord, een lijn waarop trouwens ook het corruptieduiveltje lustig danst.

Als ik zie wat dit systeem in de Filipijnen teweegbrengt aan schuldenlast en afdankingen, dan weet ik het zeker: hieraan moet iets veranderen. En dat kan, als jullie kiezen voor leiders die bijvoorbeeld het jubileumjaar 2000 ernstig willen nemen. Als jullie kiezen voor mensen die kunnen luisteren naar de pleidooien voor kwijtschelding van de schuldenlast aan de verarmde landen in het Zuiden. De wereld heeft behoefte aan leiders die een profetische stem durven uitbrengen in het Noorden, voor de ontwikkeling van meer menswaardige systemen, voor onvervalste democratie, voor een Noord-Zuid verhouding die gebaseerd is op sociale rechtvaardigheid en vrede.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift