De moerassen van Irak

Azzam Alwash, oprichter van milieuorganisatie Nature Iraq, heeft de prestigieuze Goldman-milieuprijs gewonnen. De prijs bekroont de inzet van de Iraaks-Amerikaanse ingenieur voor het herstel van het moerasland in het zuiden van Irak. Ondanks belangrijke verwezenlijkingen is die ecologische strijd nog lang niet gewonnen.

  • Goldman Environmental Prize Azzam Alwash in gesprek met twee moerasarabieren. Goldman Environmental Prize

De eerste satellietfoto’s die het VN-Milieuprogramma (UNEP) in 2001 van het moerassengebied in het zuiden van Irak maakte, toonden dat al 90 procent van de moerassen uitgedroogd waren. De foto’s waren de aankondiging van een ecologische ramp. Het ecosysteem van het moerassengebied –uniek in zijn soort– is immers erg belangrijk voor het hele Midden-Oosten. Het huisvest zeldzame lokale fauna en flora en is belangrijk voor het visbestand en de volgeltrek. Samen met de moerassen dreigt bovendien een eeuwenoude levensstijl in het Tweestromenland te verdwijnen. De moerasarabieren –de Madan– zijn de afstammelingen van de Sumeriërs, die in Mesopotamië één van de oudste beschavingen vestigden.

De ecologische ramp kwam pas echt onder de aandacht na de Amerikaanse invasie in Irak in 2003. Daarop lanceerde UNEP een programma om de moerassen te herstellen. Ook de Iraakse regering die na de val van Saddam Hoessein aan de macht kwam, zette zich in om het gebied nieuw leven in te blazen, gevolgd door ngo’s zoals Nature Iraq van Azzam Alwash. Na een kwarteeuw in de VS keerde Azzam Alwash meteen na de val van Saddam Hoessein terug naar zijn thuisland om er mee te werken aan het herstel van het gebied waar hij als kind vaak vertoefde.

Grote drooglegging

De Iraakse moerassen zijn eeuwenlang onveranderd gebleven. In de tweede helft van de twintigste eeuw echter leden ze aanzienlijke schade als gevolg van stuwdammen in de Eufraat en de Tigris. De waterstand daalde, periodieke overstroming verminderde of bleef uit. Door de afname van de hoeveelheid water en de industriële vervuiling verslechterde de kwaliteit van het water.

Ook de Britten brachten begin jaren vijftig de moerassen schade toe. Ze zagen het economische belang van de moerassen niet in. Het water dat naar het gebied vloeide, vonden ze verspilling. Via kanalen, sluizen en duikers lieten ze het water van de rivier doorstromen naar noordelijke landbouwgebieden. Zo zijn de centrale moerassen drooggelegd. In de jaren tachtig werd bovendien een tweede moerasgebied drooggelegd om olie-ontginning mogelijk te maken.

Om politieke redenen werd de drooglegging nog verder gezet. Het gebied bleek tijdens de oorlog met Iran (1980-1988) een goede schuilplaats voor deserteurs en opposanten. De vervolging van de opstandelingen en het neerslaan van verzet waren reden voor het regime van Saddam om het gebied begin jaren negentig verder uit te drogen. Rietbedden werden in brand gestoken –zogenaamd om landbouw mogelijk te maken– en de bewoners werden gedwongen te verhuizen naar dorpen in beton.

Sluizen open

In 1991 waren 450.000 Irakezen afhankelijk van de moerassen; ongeveer 80.000 moerasarabieren leefden er in drijvende eilandjes en dorpjes. De familie van Azzam Alwash leefde in nauwe verbondenheid met de moerassen –zijn vader was verantwoordelijk voor het irrigatiesysteem. Toen Alwash in 2003 naar Irak terugkeerde, was het aantal inwoners van de grootste stad van de moerasregio teruggelopen van 67.000 naar 6000 inwoners.

Amper enkele maanden na de val van Saddam Hoessein zette de lokale bevolking zelf de sluisdeuren opnieuw open en sloeg de kades kapot. Daardoor werd overstroming opnieuw mogelijk, zij het met een variërende frequentie en niet overal. De terugkeer van het water deed de fauna en flora heropleven. Vogels kwamen terug en er kan opnieuw gevist worden. Maar de situatie is zeker niet wat ze ooit was. Ondanks het feit dat een aantal Irakezen hun “nieuwe” dorpen hebben verlaten om terug in het oorspronkelijk gebied te wonen, is het verre van zeker dat ze daar ook zullen blijven. De kwaliteit van het water blijft een probleem en voorzieningen ontbreken. Bovendien is niet evident je terug aan je oude levensstijl aan te passen eens je het leven in de stad gewoon bent.

Het belangrijkste obstakel voor een volledig herstel van de moerassen is de bouw van stuwdammen in Syrië en Turkije. De hoeveelheid water die intussen weer naar de moerassen vloeit, blijft beperkt. Er zijn geen overstromingen en de kwaliteit van het water is afgenomen, zegt Azzam Alwash in een interview met The Guardian. Samenwerking tussen Irak, Syrië en Turkije over de waterkwestie is noodzakelijk wil men de moerassen in leven houden. Voor Azzam Alwash is die samenwerking prioritair, maar door de oorlog in Syrië en de blijvende instabiliteit in Irak zelf lijkt ze nog niet voor morgen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur