De muur staat in de weg

De tweede intifada is intussen drie jaar oud. De Palestijnen lijken een hopeloze strijd voor zelfbeschikking en zelfrespect te voeren, en de Israëlische staat heeft zeker niet meer succes in zijn streven naar veiligheid. Intussen groeit tussen de strijdende partijen een ondoordringbare muur van wantrouwen. De regering Sharon is hard bezig dat wantrouwen te betonneren in een fysieke infrastructuur die als een litteken door het landschap snijdt.
Mark Ooms ging naar Israël om de “Muur” beter te begrijpen. Voor MO* schreef hij er onderstaande beschouwing over.
Naar het Israëlische stadje Kfar Sawa naar het Palestijnse Qalqiliya is het amper vijf minuten rijden, maar de twee plaatsen behoren elk tot een andere wereld. Er is een tijd geweest dat de inwoners van Kfar Sawa in het weekend graag gingen winkelen in Qalqiliya: kraakverse groenten, en nog goedkoper ook. Dat bestaat niet meer. En er zijn al evenmin Palestijnen te bekennen in Kfar Sawa. Dat stadje is puur Hebreeuws. Het meest exotisch zijn er vandaag de Russen, die hebben hier hun eigen samenleving opgebouwd, min of meer los van de rest.

Er gaan geen bussen naar Qalqiliya, en pas de vierde taxichauffeur is bereid om tegen veel te veel geld te gaan kijken bij de enige doorgang naar de stad. Die ligt trouwens een heel eind buiten de bebouwing, in het braakland. Er kunnen wel degelijk mensen in en uit, maar veel zijn dat er niet.

De stad ligt vlak bij de Trans Israël Highway. Het is daar dat de huizen verdwijnen achter hoge betonplaten, die vanuit de verte een beetje doen denken aan de geluidwerende schermen langs onze eigen autowegen. Maar dit is natuurlijk bedoeld als een zelfmoordenaars-werend scherm, in de praktijk werkt het dus als een Palestijnen-werend scherm.

Qalqiliya is volledig omgeven met de afsluiting die Israël blijft optrekken, ondanks protest uit verschillende hoeken. Voor het grootste deel bestaat die afsluiting overigens niet uit beton, maar uit een heel stelsel van grachten, patrouillewegen, prikkeldraad en allerlei elektronische sensoren. Het is evengoed een ondoordringbare “Muur” die de inwoners van de stad omknelt.
Voor Uri Avneri, een oudgediende van de radicale vredesbeweging in Israël, komt de bouw van de afsluiting neer op het herstel van het getto. ‘Alleen al door zijn bestaan’, schrijft hij, ‘lijkt de muur macht uit te drukken. Hij verkondigt: wij zijn machtig. Wij kunnen doen wat we willen. We zullen de Palestijnen opsluiten in kleine enclaves en hen afsnijden van de wereld. Maar dat is schijn. In werkelijkheid staat de muur voor oeroude joodse angsten. In de middeleeuwen plachten de joden zich af te schermen met muren, om zich veilig te voelen. Dat was lang voordat ze verplicht werden om in getto’s te gaan wonen. Een staat die zichzelf inmuurt om zich veilig te voelen, is dus een gettostaat. Een sterk getto, een gewapend getto, een getto dat alle buren angst aanjaagt, maar niettemin een getto, dat zich alleen veilig kan voelen achter prikkeldraad en wachttorens.’

Toegepaste wiskunde


Asher Susser, professor aan het Moshe Dayan Centrum voor de Studie van het Midden-Oosten en Afrika aan de universiteit van Tel Aviv, staat helemaal achter het idee van de afsluiting. ‘Om veiligheidsredenen’, zegt Susser, ‘want waren we er eerder mee begonnen, dan hadden waarschijnlijk honderden joodse levens gespaard kunnen blijven. Maar ook om politiek-strategische redenen.’ En Susser citeert met instemming een artikel dat begin augustus verscheen in de invloedrijke kwaliteitskrant HaAretz. ‘De afsluiting is van vitaal belang’, schrijft Ari Shavit, ‘juist omdat het géén scheidingslijn is. Het is een lijn-van-bepaling, die voor het eerst in de geschiedenis bepaalt hoe ver de joodse soevereiniteit over Groot-Israël zich uitstrekt. Het is een afsluiting die de Israëlische soevereiniteit eens en voorgoed definieert’
Met andere woorden: deze afsluiting geeft op het terrein een eerste gestalte aan de fameuze twee-statenoplossing, met de oprichting van een aparte Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, naast de joodse staat Israël. Zo staat het ook in de internationale routekaart, de Road Map for Peace die uitgewerkt werd door de VS, de EU, Rusland en de VN. ‘In Israël’, zegt Susser, ‘bestaat daar tegenwoordig een nagenoeg nationale consensus over. In de opiniepeilingen is dat een constante geworden en zelfs premier Sharon zegt dat hij het twee-statenidee geaccepteerd heeft, ook al heeft hij dan nogal minimalistische opvattingen over die toekomstige Palestijnse staat.’
Tien jaar geleden was de gedachte aan een eigen Palestijnse staat nog taboe. Het is niet voor niets dat er geen woord over te vinden is in de raamakkoorden van Oslo van 1993. Premier Sharon liet zich onlangs ontvallen dat Israël de bezetting niet eindeloos kan volhouden. Het was niet zo bedoeld, zei een woordvoerder achteraf, de pers had het fout begrepen, maar iedereen had het wel gehoord.
Misschien heeft die ommekeer te maken met oorlogsmoeheid, met het gevoelen dat elke oplossing beter is dan geen oplossing, maar zeker ook met enige toegepaste wiskunde. Verschillende experts hebben voorgerekend dat er op dit ogenblik in het gebied tussen de Middellandse Zee en de Jordaan (dus inclusief Gaza en de Westelijke Jordaanoever) ongeveer tien miljoen mensen wonen. Zo’n 55 procent van hen zijn joden. Doordat de bevolkingsaangroei onder Palestijnen hoger ligt, zal er tegen het eind van dit decennium een evenwicht zijn bereikt, en als de omstandigheden niet drastisch veranderen, dan zijn er tegen 2020 om en bij de vijftien miljoen inwoners, met nog maar 45 procent joden.

Joods verzet


Asher Susser mag dan een nationale consensus onder joodse Israëli’s zien, dat belet niet dat er ook heel wat verzet bestaat tegen de bouw van de Muur, en met name vanuit nationaal-religieuze hoek. Concreet wordt er hard geknokt om de belangen van de joodse kolonisten veilig te stellen. De vestiging van joodse burgers in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever begon bijna meteen nadat Israël die gebieden veroverd had, in de Zesdaagse Oorlog van 1967. De toenmalige linkse regeringen moedigden potentiële kolonisten aan om zich in veroverd gebied te gaan vestigen, voorbij de Groene Lijn (de “grens” van voor 1976). Voor Israëlisch rechts, en met name voor religieus rechts, betekenden de nederzettingen van meet af aan niets anders dan het voortzetten van de stichting van de staat Israël zelf. Rechts, dat betekent in Israël vooral de gedachte dat de joden recht hebben op al het land tussen de Zee en de Jordaan.
Israëlisch links, van zijn kant, heeft vooral kritiek op de kostprijs van het hele project. De afsluiting, schrijft Nehemia Strasler begin oktober in HaAretz, gaat 5 miljard shekel kosten, en dat terwijl er in de begroting 250 miljoen wordt weggesneden uit de korf levensreddende medicijnen. Was de afsluiting gebouwd op de Groene Lijn, dus op de kortst mogelijke route, dan zou ze wat betreft de veiligheid efficiënter geweest zijn, en “maar” 1,2 miljard hebben gekost. Maar de regering heeft ervoor gekozen de kolonisten te bedienen. Het grillige tracé van de afsluiting slokt daarom extra miljarden op, terwijl er tegelijk beknibbeld wordt op volksgezondheid, kinderbijslag en gehandicaptenzorg, en zelfs op onderwijs en defensie.
Eind juli waren er 140 km Muur gereed en er moeten nog meer ‘fasen’ volgen. Er zijn plannen om de afsluiting ook in het noorden door te laten lopen, en uiteindelijk zou er zelfs een oostelijke flank komen, parallel met de rivier de Jordaan en ten oosten van de Palestijnse autonome gebieden. Dat zou de totale lengte van de afsluiting op ten minste 540 km brengen en de kosten dus de hoogte injagen, maar op die manier zou Israël wel de complete controle behouden op het Palestijnse territorium, dat het helemaal zou omsluiten.

Een Palestijnse kostenberekening


Aan Palestijnse kant worden de kosten niet uitgedrukt in termen van een overheidsbegroting, maar in termen van inkomensverlies en levenskwaliteit. Voor de Palestijnen is de hele afsluiting tegelijk een dreigende, maar ook een bijna vertrouwde realiteit, als een soort versterking van wat er al heel lang is: gebrek aan bewegingsvrijheid, vernedering, verarming, bevoogding, willekeur, uitsluiting, afgrendeling. De Palestijnen hebben in de jaren sinds de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en Gaza zowat alle kanten van verdrukking gezien: uitgaansverbod, wegversperringen, administratieve pesterijen, administratieve hechtenis zonder vorm van proces, huizen van (familieleden van) verdachten die met de grond gelijk worden gemaakt, bombardementen en gerichte liquidaties. En daar bovenop -of beter: vandaar- schrijnende armoede. Amnesty International heeft uitgerekend dat zowat 60 procent van de Palestijnen onder de internationale armoedegrens van twee dollar per dag leeft. De helft van de beroepsbevolking is werkloos.
‘Meer dan 75.000 Palestijnen zullen het door de bouw van de Muur nog moeilijker krijgen’, vreest Roni ben Efrat, Israëlische niet-zioniste en hoofdredactrice van het linkse tijdschrift Challenge, ‘omdat ze ingeklemd geraken tussen de afsluiting en de Groene Lijn. Ze kunnen dus niet meer bij de Palestijnse Autoriteit terecht, maar als Palestijnen evenmin in Israël. Ze zijn een beetje zoals de personages op de werken van de joodse kunstenaar Marc Chagall, zwevend door het decor.’
De afsluiting activeert ook een heel eigen, Palestijnse angst. Het is een angst die verbonden is met de herinnering aan de stichting van de staat Israël in Palestina en de exodus van honderdduizenden inwoners. Palestijnse boeren met grond aan de andere, moeilijk bereikbare kant van de afsluiting hebben daar allerlei voorlopige onderkomens opgetrokken, om zoveel mogelijk ter plaatse te kunnen zijn. Ze zijn bang, zeggen ze, dat de Israëlische regering een oude Ottomaanse wet zou inroepen die bepaalt dat bouwland, als het te lang braak blijft liggen, weer aan de staat vervalt.
De bouw van de afsluiting zelf gaat al met een hele hap grond lopen. De gemiddelde breedte van de afsluiting zal volgens het Israëlische ministerie van Defensie op 60 meter liggen, maar naargelang van de topografische omstandigheden kan dat oplopen tot 100 meter. Volgens een Palestijnse boerenvereniging zijn er bij de bouw van de eerste fase (140 km) 56 hectare landbouwgrond verloren gegaan en nog eens meer dan 2000 hectaren zouden de facto door Israël zijn aangehecht.
De Internationale Solidariteitsbeweging zegt dat de stad Qalqiliya, met 39.000 inwoners, 35 procent van zijn landbouwgrond verloren heeft en een derde van zijn waterbronnen. Verloren, dat kan ook betekenen: praktisch zeer moeilijk bereikbaar en dus onbruikbaar geworden. Zo vernamen de inwoners van de plaats Yayyus op een “voorlichtingsvergadering” van de ene dag op de andere dat een strook dorpsgrond van meer dan vijf kilometer breed aan de andere kant van de afsluiting terecht zou komen. Dat was driekwart van hun landbouwareaal, duizenden fruit- en citrusbomen, meer dan 150 overdekte kassen en ten minste zes bronnen. De bouw van de afsluiting zelf zou nog eens een hoop grond en achtduizend bomen kosten. De Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem schat dat de afsluiting uiteindelijk ongeveer drie procent van de Westelijke Jordaanoever zal opslokken.
Een studie van de VN komt ongeveer tot dezelfde verhouding en de speciale VN-rapporteur John Dugard heeft het over een flagrant geval van annexatie.
De eerste fase van de afsluiting betekende al meteen een lelijke streep door de rekening van de hele Palestijnse landbouwproductie. Want uitgerekend het noorden van de Westoever is vruchtbaarder dan gemiddeld, en naar schatting tachtig procent van alle bronnen op Palestijns gebied bevinden zich daar. De Palestijnse Hydrologische Groep heeft berekend dat er in de regio van Qalqiliya en Tulkarm niet minder dan dertig bronnen verloren gaan, alleen al aan de eerste bouwfase van de afsluiting.
Veel Palestijnen die ik gesproken heb, geloven dat diepe verzoening op menselijk vlak pas mogelijk zal zijn als Israël een dubbele ontkenning opgeeft: namelijk dat de stichting van de staat Israël alleen een vervulling was en geen onrecht, en dat er geen Palestijns probleem bestaat, alleen een probleem van antisemitisme. Sommigen denken dat een twee-statenformule in afwachting van die werkelijke verzoening misschien een leefbare koude vrede kan opleveren, maar anderen hebben ook dat idee alweer verlaten. Met de recente geschiedenis van Zuid-Afrika in het achterhoofd nemen ze zich voor de strijd van Mandela te strijden, de strijd voor gelijke rechten in het hele gebied tussen de zee en de Jordaan. Een gebied waar zij over twintig jaar in de meerderheid zullen zijn. De Muur die nu gebouwd wordt, kan daar niets aan veranderen. Hij staat intussen wel danig in de weg.


EEN EN ONDEELBAAR?

In Jeruzalem leven joden en Palestijnen weliswaar in eigen wijken, maar toch vlak naast elkaar. Je kan de stad op verschillende manieren definiëren en opdelen. Tussen oost en west, bijvoorbeeld, tussen de oude stad en de nieuwe, tussen het centrum en de voorsteden en ga zo maar door. Eén ding kan je niet doen: je kan geen muur bouwen dwars door een stad die je zelf uitgeroepen hebt tot de voor eeuwig eengemaakte hoofdstad van Israël. De vergelijking met de Berlijnse Muur zou dan écht onontkoombaar worden.

In plaats van verdeeld, wordt Jeruzalem dan maar “ingepakt”. Er komt een afscheiding van de Arabische woonkernen in het noorden, in het oosten en in het zuiden. Het voorstadje Aboe Dis bijvoorbeeld, waar ook een campus van de Palestijnse Universiteit van Jeruzalem gevestigd is, zal in tweeën worden gedeeld, en net als Azzariyeh, A’nata, Hizma, ar-Ram en Dâhiyat el Barid afgesneden worden van het centrum van de stad. Al die Palestijnse gemeenten liggen overigens ingeklemd tussen grote joodse nederzettingen die als een gordel om de stad liggen. Op die manier wordt de spontane samenhang van de Palestijnen in en om Jeruzalem doorbroken en raken veel mensen in de praktijk afgesneden van hun natuurlijke omgeving en van het Palestijnse achterland op de rest van de Westelijke Jordaanoever. (mo)



IS DE MUUR HET EINDE?

‘Sinds twee weken kunnen de boeren hun land helemaal niet meer bereiken, en dat terwijl we in volle oogsttijd zitten. De olijven, guaves en citrusvruchten waren klaar om geplukt te worden’, zegt Abdul-Latif Khaled aan de telefoon vanuit Jayyus. Khaled werkt voor de Palestijnse Hydrologie Groep, een ngo die wateronderzoek doet en noodhulp levert in gebieden waar watertekort is.

Jayyus, een landbouwdorp van het Qalqiliya-district, bevindt zich in een van de vruchtbaarste gebieden van de Westelijke Jordaanoever. Het dorp ligt niet op de Groene Lijn, de grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever, zoals die in 1948 werd vastgelegd. De Muur loopt gewoon vijf kilometer ten oosten van deze oorspronkelijke grens.

‘Op een septemberavond vorig jaar hingen er papieren in onze olijfbomen’, zegt Sharif Omar, een zestigjarige boer uit Jayyus, ‘Het waren militaire bevelschriften in het Arabisch. Een Israëlische officier zou ons de volgende dag op de hoogte brengen van het bouwplan van de Muur. We gingen er -naïef- vanuit dat we niet meer dan 50 tot 100 m² zouden verliezen. Maar ik vernam die dag dat 90 procent van mijn land, zeer vruchtbare grond, aan de andere kant van de Muur kwam te liggen. Om er te geraken zou ik prikkeldraad, elektronische sensoren, militaire patrouilles en acht meter hoge barrières moeten trotseren. Ik heb mijn hele leven gewerkt om een boerderij op te bouwen, met boomgaarden die bol staan van het fruit. Als ik die verlies ben ik gedoemd tot een bedelbestaan.’

Het is niet de eerste keer dat de dorpelingen kostbaar land zien verdwijnen. Reeds in 1986 nam Israël 1362 km² in beslag, om er daarna de illegale Israëlische kolonie Zufin te bouwen. In 1990 annexeerde Israël nog eens 30 km² grond van Jayyus, nu gebruikt als vuilnisbelt voor de omliggende joodse nederzettingen.

480 van de 550 families in Jayyus verliezen door de bouw van de Muur hun belangrijkste bron van inkomsten. Tot oktober stonden mensen vaak uren in de rij om door de landbouwpoorten te geraken, sindsdien blijven de poorten onherroepelijk toe. Dat maakt deel uit van de algemene annexatie- en ontmoedigingscampagne waarmee Israël Palestijnse grond tracht in te lijven, zeggen de Palestijnen. De poorten blijven toe voor ieders veiligheid, het gebied is uitgeroepen tot een militaire zone, luidt de officiële Israëlische versie.

De landbouw was de laatste strohalm voor veel inwoners van Jayyus. Zonder land wordt het woordje overleven geschrapt uit het woordenboek van deze mensen. Abdul-Latif Khaled: ‘De dorpelingen zijn op dit moment totaal stuurloos, en het ergste is dat niemand luistert. We krijgen nergens antwoord, op geen enkel niveau: lokaal, nationaal, politiek, juridisch, internationaal, overal wordt in alle talen gezwegen over ons lot. De humanitaire hulp die we een tijd geleden kregen, is weggevallen. Er heerst een sfeer van wanhoop, onzekerheid en angst. Mensen die in waardigheid leefden, en gewoon waren te eten wat ze zelf verbouwden, zien hun leven in een puinhoop veranderen. Ze worden van de ene op de andere dag bannelingen in een geschiedenis die ze zelf niet eens mee hebben gecreëerd.’ (TD)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift