De mystiek van schone kleren, erotiek en vallende bladeren

De Hamburgse haven heeft iets hallucinants in het donker van het onweer. Hooguitstekende kraanarmen waken over de Elbemonding, als een ingehouden bataljon soldaten dat wacht op het signaal om toe te slaan. Het stortregent wanneer de taxi halthoudt bij een in het groen verstopte burgerwoning. Nog voor ik kan aanbellen zwaait de deur open en staat Dorothee Sölle voor me. Een bleke, haast doorzichtige gestalte, gekleed in het wit. Met zilvergrijs haar dat als ragfijne draadjes haar smalle gezicht omlijnt. Een tenger licht in een wereld die als een dreiging op haar afkomt.
Ze heeft net de laatste hand gelegd aan het manuscript van alweer een nieuw boek. Haar ‘Magnum Opus’, zoals ze het zelf noemt. De afronding van een indrukwekkende literaire en theologische productie. Artisanaal bijeengeschreven, want aan computers heeft ze lak. ‘Mystiek en Verzet’ zal dit boek heten en Dorothee Sölle kijkt met dankbaarheid terug op het resultaat. ‘Omdat ik nog de tijd van leven gekregen heb om dit af te werken.’ Enkele jaren geleden werd ze zwaar ziek. Kanker. ‘Vooral voor mijn familie en vrienden was het verschrikkelijk. Alles deed vermoeden dat ik het niet zou halen, maar zoveel mensen hebben voor mij gebeden.’

Het huis waar ze woont, deelt ze met haar man, Fulbert, en met het gezin van één van haar dochters. We installeren ons in haar werkkamer, een gezellig gevuld vertrek dat eerder doorleefde wijsheid dan schriftgeleerdheid uitstraalt.

Het politieke bewustzijn van deze protestantse theologe ontwaakte vroeg en bruusk Ze heeft de leeftijd van Anne Frank, wier dagboek ze las alsof het háár leven was. ‘Het was de vriendin die ik al zo lang zocht, die ik zo hard nodig heb gehad.’ Verzet tegen goedkope en laffe uitvluchten - ‘Wir haben es nicht gewusst’- heeft tot op vandaag haar zoektocht naar de waarheid en naar de zin van het leven gekleurd. Eind de jaren zestig werd ze internationaal bekend om haar ‘politiek avondgebed’ waarmee ze mensen samenbracht om te reflecteren over de oorlog in Vietnam. Ze geraakte intens geboeid door de bevrijdingstheologie in Latijns-Amerika, trok op bedevaart naar het sandinistische Nicaragua, bezocht de krottenwijken in Brazilië, discussieerde met vrouwelijke theologen in Azië, doceerde in de VS. Intussen werd ze moeder van vier kinderen en enkele keren grootmoeder. Nu, in de herfst van haar leven, wordt ze meer en meer gedreven door een mystieke zoektocht.

Is dat omwille van uw leeftijd of heeft het te maken met de nood aan een warme, veilige plek na het verlies van de utopieën?

(Dorothee Sölle trekt geconcentreerd aan een dun sigaartje om haar gedachten te bundelen:) Het mystieke element is altijd in mijn werk aanwezig geweest. Dit boek is een uitdrukking van overwegingen die al twintig jaar sudderen. Ik gaf het de ondertitel: ‘Uw Stille Geschreeuw’, een naam voor God uit een anonieme brief van de vijftiende eeuw. Ik vind dat zo mooi gezegd: het stille geschreeuw. De rationele benadering alleen is onvoldoende om het religieuze te verdiepen. Er is nog een andere dimensie nodig die een antwoord kan geven op de vraag: waarom doe je dat nu allemaal? Waaróm verzet je je? En dan beland je bij de mystiek. Mystiek is de kennis van God uit ervaring, niet uit boeken of rituelen. Met mijn boek wil ik dat begrip democratiseren en ontdoen van zijn esoterische karakter, als zou het slechts voor enkelen toegankelijk zijn. Als kind heb ik vaak, al spelend langs de Rijn in Keulen, mijn oor tegen de aarde gedrukt om te luisteren naar het geluid van de rivier in de aarde. Zoiets is dat ‘Stille Geschreeuw’.

Waar hoort u dat geschreeuw?

Je kan dat in de wereld van vandaag horen. Héél stil, want er zijn weinig dingen die hoopvol stemmen. De bevrijdingstheologie is in crisis. De grote thema’s als vrede, gerechtigheid en behoud van de schepping krijgen maar heel weinig gewicht in de wereld van vandaag. Meer dan kleine waakvlammetjes zijn het niet. Vele vrienden met wie ik lang heb samengewerkt, hebben afgehaakt. Communistische vrienden zijn in besmet geraakt door de privatiseringskoorts. Dat heeft me dooreengeschud, met verstomming geslagen. De strijd om de belangrijke vragen hebben ze gestaakt.

Er gebeuren echter ook dingen die hoopvol stemmen. Zoals de politieke wending in Groot-Brittannië, in Frankrijk. Begin maart was de milieubeweging in Duitsland massaal aanwezig om zich te verzetten tegen het opslaan van nucleair afval in Gorleben. Geweldloos. De atoomlobby is zeer machtig, maar je kan niet niets doen. Dát is voor mij mystiek. Als je echt weet wat het betekent God lief te hebben, om het even zo eenvoudig te stellen, dan weet je ook dat succes niet het ultieme criterium is. Sommige dingen moet je gewoon doen, afgezien van het resultaat. Dat is één van de principes die zeer diep verankerd zitten in mij. In sommige omstandigheden is de vraag naar succes volkomen irrelevant. ‘Succes is geen naam voor God’ heeft Martin Buber gezegd.

Waardoor zouden we ons beter wel laten leiden?

Door wat God wil, wat Hij voorheeft met de wereld. Er is een mooi Oudengels gedicht dat zegt: ‘Adem Gods, adem over mij/ vul mij weer met leven/ dat ik kan liefhebben wat Gij bemint/ en redden wat Gij gaf.’ Die mystieke benadering krijgt concreet vorm in de ‘Schone Klerencampagne’ bijvoorbeeld. Brieven schrijven naar de C&A-keten, dat we geen kleren willen die in situaties van uitbuiting zijn bijeengestikt. De realiteit waarin die vrouwen en kinderen werken, is immers Gods wil niet. Of in een actie als ‘Eerlijk Bankieren’, dat wil voorkomen dat ons spaargeld dient om rotzooi te steunen. Dat zijn kleine acties die hoopvol stemmen. Grote lichtbakens zijn er nu niet. De tegenstellingen zijn bijzonder scherp. In dit brutale systeem behoort twintig procent van de bevolking tot de winnaars. Tachtig procent zijn verliezers. Misschien moeten die tegenstellingen nog wat verscherpen, tot ze ondraaglijk worden en roepen om verandering. Ik denk nog altijd dat Marx daarin gelijk had.

Tot die tegenstelling opnieuw een revolutie uitlokt?

Verandering hoeft er niet per se via de revolutionaire weg te komen. Het is echter wel duidelijk dat de sociaal-democratische periode voorbij is. Democratiseren, vermenselijken, verbeteren van de tewerkstelling, van de gezondheidszorg, dat tijdperk is afgesloten. De verzorgingsstaat bestaat niet meer. In tijden van economische globalisering is men niet meer bekommerd om het temperen van al te grote sociale ongelijkheden. Het is pure waanzin wat er in de globaliseringslogica allemaal hardop gezegd wordt, schaamteloos. De werkloosheid in Oost-Duitsland is uitzichtloos. Het onderwijssysteem krijgt geen aandacht meer, want dat brengt niet op. Jaren heb ik afwisselend in New York en Hamburg geleefd. Telkens wanneer ik naar Duitsland terugkeerde, besefte ik dat er aan onze samenleving wel wat schortte, maar dat we het toch veel beter hadden dan velen in de States. Nu zie ik hier hetzelfde gebeuren als ginder: het officiële onderwijs stort in elkaar, het aantal daklozen groeit, drugsverslaving en criminaliteit nemen toe. Ik zie dat monster op me afkomen als in een nachtmerrie. (Haar woorden stokken, terwijl ze nerveus en gespannen van houding verandert.) Ik zie dat voor mijn ogen gebeuren en dat maakt me zo bang. Opvoeding, cultuur, kerk en religie: dat levert allemaal niets op en dus wordt daarin niet geïnvesteerd. Vreselijk. Ik vraag me angstig af welk soort mens die maatschappij voortbrengt.

Ziet u heel die globaliseringsbeweging als negatief?

Absoluut. Misschien houdt ze nieuwe mogelijkheden in voor dialoog tussen verschillende culturen. Hoewel ik ook daaraan twijfel. Neem religie. Mensen willen alle vreemde talen spreken, terwijl ze niet eens behoorlijk thuis zijn in hun eigen taal. Ze hebben nooit geleerd -misschien leerde de kerk het hen nooit- een doorleefde religieuze taal te spreken en springen nu in iets wat ‘globaal’ is maar eigenlijk niets voorstelt. Een globale luchtbel, een leeg gat. Dat verklaart de aantrekkingskracht van sekten en esoterische bewegingen.

Mensen willen fastfood. Niet meer het bijbelse brood van zuurdesem. Het meest verontrustende in de New-Agebeweging bijvoorbeeld is niet dat mensen in andere culturen zoeken naar verdieping, maar wel dat velen na twee jaar hun magische stenen of goeroe of wat ze ook aan uitdrukking van spiritualiteit vonden, ruilen voor wat nieuws.

In die zin is er echt iets in mijn visie veranderd. Ik ben milder geworden tegenover de kerk. Misschien omdat ik oud word: mijn tanden vallen uit, ik ga trager de trap op. Wat de kerk in Duitsland doet op vlak van vluchtelingenopvang doet geen enkele instelling haar na. De bijbel is ontzettend radicaal op vlak van asielverlening en gastvrijheid. Je kan geen christen zijn zonder je deur te openen voor vluchtelingen en asielzoekers. Ik wou dat we ook zo’n prachtig boek hadden op gebied van seksualiteit.

Heeft u het in uw recente boek over seksualiteit? Mystiek roept iets op van hartstocht en passie.

Mystiek is passie, in de dubbele betekenis van het woord. Passie als liefde en gedrevenheid. En passie als lijden. Ik heb het in mijn boek over ‘plaatsen van mystieke ervaring’. Ik vind die in erotiek, maar ook in de natuur, in lijden en vreugde, in gemeenschap. Plaatsen waar mensen verbondenheid ervaren. In een gedicht van Gustavo Gutierrez vertelt de Peruaanse bevrijdingstheoloog over mensen in een krottenwijk in Lima, wier huisjes worden platgereden door een bulldozer. Maar de mensen staan op en bouwen een nieuwe wijk. Weer wordt die vernield, en weer staan ze op en maken een nieuwe. Zo altijd door. Als in een wedloop tussen God en de duivel. Alleen, dit keer wint God -de hoop en het samenhorigheidsgevoel van het volk- het van de duivel. Tegen de globaliseringslogica in.

Steeds meer verleren mensen het gemeenschap te vormen.

Hier in Hamburg leeft méér dan vijftig procent van de bevolking alleen. In onze cultuur wordt de wereld gereduceerd tot bits en bytes. Mensen zijn eenheden die bepaalde dingen produceren en consumeren. Ieder zijn eigen wasapparaat, mediatoestel, mobiliteitstoestel. Met een cultuur die steeds meer het individu isoleert, kan je geen samenleving opbouwen. Mensen zijn toch méér dan geïsoleerde eenheden. Vrouwen hebben baby’s, zijn moeder, grootmoeder, tante. Hebben familie, iemand die wacht op een telefoontje. We hebben toch allemaal mensen om ons heen om samen met hen ons leven uit te bouwen. Ik heb me in mijn leven altijd bepaalde regels vooropgesteld om zorgzaam om te gaan met mijn medemensen.

(Dorothee Sölle nipt aan haar kopje thee en vervolgt dan zachtjes:) Ik ben echt heel bang. De VS geven in alles de toon aan. Alles moet zich op die grootmacht richten: de wetenschap, de scholen, de taal. De staat moet afgeslankt worden. Heel het sociale weefsel wordt kapotgemaakt. Het enige wat telt is: hoe kan ik meer winst krijgen. Alle andere vragen zijn overbodig geworden. Hebben wij nóg een Tsjernobil nodig om wakker te worden? Moeten we stikken in nóg meer afval? Een compleet vals ontwikkelingsmodel houdt men ons voor. Waarom moeten wij hier appels eten uit Nieuw-Zeeland en yoghurt op tafel krijgen die vierduizend kilometer heeft afgelegd? Terwijl mensen in het Zuiden hun eigen voedsel niet meer kunnen verbouwen. Sinds de Milieutop in Rio, in 1992, is het ecologisch bewustzijn weer afgenomen. We moeten iets veranderen aan onze levensstijl. We moeten werk maken van alternatieven. De grootindustrie moet gedwongen worden om in te binden, in plaats van beloond te worden voor alles wat ze vernielt. Als we de schepping ernstig nemen, kunnen we om deze vragen niet heen. Sommigen zeggen: dat haalt alleen maar iets uit als we met z’n allen anders beginnen te leven. Dat vind ik een volkomen immoreel standpunt. We kunnen niet passief toekijken.

Is uw ecologisch bewustzijn ook religieus ingekleurd?

Mijn verbondenheid met de natuur heeft te maken met een diep gevoel van verwondering, verbazing en geluk. Dat God dit alles gemaakt heeft. Dat hij ook zo’n gek wezen gemaakt heeft als mezelf. Waarom eigenlijk? Waarom heeft hij dat gedaan? Het technocratische denken is zo angstwekkend omdat het precies dit gevoel grondig verstoort. Het schept de illusie dat we in staat zijn om van dit alles een kopie te maken. Dat we kunnen vluchten in een virtuele werkelijkheid en de echte kunnen negeren. Hoe kunnen mensen nu wensen een kind te hebben met de intelligentie van Einstein en de schoonheid van Marilyn Monroe? Dat zijn valse wensen die de technocratie ons opdringt. ‘Wij zijn zelf de Schepper’ wil ze ons doen geloven. Zelfs de dood wordt afgeschaft. De technologische levensverlenging , waaraan we al te vaak worden overgeleverd, gaat in tegen de wil van het leven zelf, tegen de schepping. Het is ziekelijk en gekunsteld je zo aan het leven vast te klampen.

U was zelf bijna dood. De periode van twee maanden op Intensieve Zorgen vond u vooral voor uw familie vreselijk. Bent u zelf niet gehecht aan het leven?

Ik ben niet bang voor de dood. In de theologie wordt ons vaak geleerd de dood als onze vijand te beschouwen. Ik heb dat nooit juist gevonden. De gedachte dat er aan dit individuele bestaan naar geest, lichaam en ziel een einde komt, beangstigt me niet. Ik ben een deel van de natuur en zal als een blad naar beneden dwarrelen en vergaan. De bomen zullen daarna gewoon doorgroeien, het gras zal weer groen worden en de vogels zullen blijven zingen. Ik ben een deel van dat geheel. Ik ben thuis in deze kosmos en hoef niet echt mijn aandeel daarin nog lang voort te zetten. Ik ben bijna zeventig.

(Dan wordt het even stil. Haar ogen worden vochtig en haar stem klinkt broos.) Ik zou alleen graag samen met mijn man sterven. Ik heb schrik om alleen achter te blijven. Ik wil niet gescheiden worden. Ik wil niet overblijven.

Nochtans gelooft u in een verbondenheid over de dood heen?

Ja, omdat ik geloof in gemeenschap. Een gemeenschap is geen bataljon van allemaal dezelfde jonge, stoere, blanke, gewapende kerels in uniform. Echte gemeenschap is voor mij verbondenheid tussen levenden en doden, tussen mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, zieken en gezonden. Over de dood heen en over de generaties heen. Zo’n gemeenschapsdenken en -voelen waarin ook de doden opgenomen zijn, moeten we terug ontwikkelen. Onlangs bij de grote hittegolf in Chicago, stierven er meer bejaarde blanke mensen dan zwarte. Omdat de zwarten door hun familie omringd en opgevangen werden. De blanken stierven moederziel alleen. Zoals hier in Hamburg, waar bij een groot deel van de begrafenissen de priester met de kist alleen in de kerk aanwezig is.

Wat wilt u aan de komende generatie als opdracht meegeven?

Het bewaren van de schepping. Het is mijn diepste wens, dat de aarde blijft bestaan. Dat zomer en winter, eb en vloed, land en zee blijven en hun ritme behouden. Ik ben een deel van de schepping en ik wens dat die blijft bestaan. De verstorende logica van de globalisering is een ongehoorde barbaarsheid. Ze maakt de mensheid en het leven zelf kapot. En wij kunnen niet zeggen ‘Wir haben es nicht gewusst’. Ik denk dat hierin een speciale rol is weggelegd voor de vrouwen. Omwille van hun betrokkenheid op het leven, op het bewaren en doorgeven van het leven. Hoewel ik het niet wil zeggen dat mannen geen taak hebben bij het behoeden van het leven. Veel mannen zijn ook zeer moederlijk. Het menselijke wezen is immers de twee samen. Man en Vrouw, naar Gods beeld, samen. Martin Buber zegt: ‘In den beginne was er alleen ‘betrokkenheid.’ Ik denk alleen dat vrouwen wel iets nieuws kunnen aandragen. Voor mij gaat het er niet om dat vrouwen de helft van de koek willen. De helft van het inkomen, van het wapenarsenaal, van de domheid en de macht. Wij willen andere koek. We willen wél de helft van het gebouw. Wij willen ons aandeel in de samenleving, wij willen leren , ons ontwikkelen, ons vrij kunnen voelen om ons te ontplooien.

U was vroeger, zo blijkt uit uw boeken, angstvallig op zoek naar de zin van het leven. Kan u nu zeggen dat u die gevonden hebt?

(Heel spontaan en vinnig:) Ja. (Dan even stilte.) Ja. Ik heb heel veel van mijn kinderen geleerd. Mijn kleindochtertje Johanna was vijf. Ik had iets over vroeger verteld en toen vroeg ze: ‘Waar was ik toen dat gebeurde?’ Ik: ‘Jij was toen nog niet op deze wereld’. Zij: ‘Waar was ik dan?’ Ik -volwassenen zijn zeer dom-: ‘Jij was toen nog niet geboren’. Zij, boos nu: ‘Jamaar, ik moet toch ergens geweest zijn.’ Ik: ‘Jij was nog verborgen.’ Zij dacht na over dit antwoord en zei toen: ‘Natuurlijk. Ik was nog verborgen in God’. Dat heeft me toen aan het denken gezet. De zin van het leven wordt me in de bijbel gegeven, op een duidelijke en eenvoudige manier. In dat boek is er maar één omschrijving, één naam voor God. God is Liefde. Eigenlijk weet iedereen dat, maar mensen vinden dat kletskoek. Ze staan er niet bij stil. Als we die inhoud ernstig nemen, betekent dat wij ook liefde kunnen worden. Wij allen, u en ik. Samen met God. Met het stukje God dat in elk van ons zit. Dat stukje in ons vinden, dat is de zin van het leven.

Waaraan gaat u zich wijden, nu dit boek af is?

(Lacht.) Dat vragen mijn kinderen ook altijd. Ik wil meer koken. Piano spelen. Ik speel zo slecht. Opnieuw zingen in het koor, want dat heb ik sinds mijn ziekte opgegeven. Meer tijd nemen voor literatuur. (Dan wordt ze ineens weer ernstig en spreekt langzaam.) Ik moet dit diepe pessimisme in mij over de huidige ontwikkelingen nog overwinnen. Ik ben zo bang. Ik wil die angst niet verdringen, maar ik zou nog graag een kracht opbouwen om ze te overwinnen. Elie Wiesel spreekt over ‘de Nieuwe Man’. Ik zou daar graag nog iets van zien. Waar is die nieuwe man of vrouw mee bezig? Hoe gaat die met zijn medemens om? Welke keuzes maakt die in zijn leven? Die nieuwe, economisch en ecologisch bewuste mens zou ik graag nog leren kennen.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.