In de naam van Allah

Humanitaire hulp is vandaag niet langer exclusief westers terrein. Islamitische organisaties als Muslim Aid en Islamic Relief bieden -met miljoenenprojecten- vanuit Londen en Birmingham overzeese hulp. Hun ideologie baseren ze op de ethiek van de Koran, hun fondsenwerving op de methodes van doorwinterde marketeers. Heeft iemand daar problemen mee?

  • Tine Danckaers Tine Danckaers

“Stort 20 pond en laat tien mensen genieten van een iftar –vastenmaaltijd.” De affiche die op de East London Mosque in Whitechapel Road prijkt, windt er geen doekjes om: Allah zal diegene die geeft dubbel en dik belonen. Twee ramen verder kleurt een gigantische poster een etalage met de uitnodiging om te schenken voor de hongerige weeskinderen in Pakistan. Aan de uitgang van de moskee wachten twee jongens in wit gebedstenue met een collectebus de buitenstromende gebedsgangers op. Munten en geldbriefjes gaan vlot in de emmertjes. Oost-Londen staat niet alleen in het teken van het vasten –de Ramadanmaand is halfweg– maar lijkt één groot reclamebord voor goede doelen.
‘Ramadan is meer dan vasten alleen’, vertelt Abdul Jolil Miah, hoofd van de fondsenwerving voor Muslim Aid. ‘Voor moslims is dit een periode van lichamelijke en mentale zuivering, van bidden en van delen met hen die het minder goed hebben. De ramadan legt de klemtoon op de sadaqa, het aspect van liefdadigheid in de islam. Dit is voor ons de drukste periode voor de fondsenwerving.’ Veel tekening moet hij daar niet bij maken. Met vastende fondsenwervers een afspraak prikken tijdens de Ramadan is een omslachtige job. Miahs telefoon staat ook nu roodgloeiend en de deuren van de tweede grootste Brits-islamitische hulporganisatie Muslim Aid, met kantoren boven de East London Moskee, staan meer open dan toe. Er heerst een eerder koortsige drukte. Voor de vrijwilligers en de werknemers van de ngo komt het er op aan een balans te vinden tussen het nakomen van de persoonlijke geloofsverplichtingen tijdens de Ramadan en het binnenrijven van fondsen.

De vele islamitische hulporganisaties en moskeeverenigingen in Groot-Brittannië mikken tijdens de Ramadan vooral op het binnenhalen van de zakaat. Dat is de jaarlijkse aalmoes die moslims –tenminste zij die over voldoende inkomen beschikken– aan arme medemensen schenken. Het geven van zakaat, de derde pijler van de islam, is zoals neergeschreven in de Koran een verplichting voor moslims, anders dan de sadaqa die vrijwillig en willekeurig is. De donatie gaat terug op het principe van sociale herverdeling en van zuivering: door in weelde te delen, ontdoen gelovige moslims zich van gulzigheid en egoïsme. Traditioneel wordt de zakaat vooral tijdens de Ramadan gegeven. Met bijna twee miljoen Britse moslims, is dit een gouden maand voor allerhande liefdadigheidsinstellingen.

Missionaire hulp

De laatste jaren kregen een aantal moslimlanden te maken met grote natuurrampen, denk maar aan de Tsunami en aan de aardbeving in Pakistan. Veel Brits-Aziatische moslims voelden de behoefte om via eigen kanalen directe hulp te bieden. Er kwam een veelvoud aan kleine hulporganisaties bij, in de schaduw van de grote gevestigde islamitische humanitaire organisaties, Islamic Relief, Muslim Aid, Muslim Hands. De twee eerste hebben er intussen meer dan twintig jaar humanitaire hulp op zitten. Zowel Islamic Relief als Muslim Aid werden opgericht om de  grote hongersnoden in de Hoorn van Afrika in de jaren tachtig op te vangen. In diezelfde periode tekende zich een andere humanitaire trend af binnen de wereldwijde moslimgemeenschap.
De Russische invasie in Afghanistan in 1979 had immers een brede islamitische solidariteitsbeweging op gang getrokken. Deze was zowel op militaire als op humanitaire steun aan hun “geloofsbroeders” geënt. Het Islamitisch Afrikaans Hulpagentschap, opgericht in 1981 in Khartoum, was een van de eerste islamitische hulporganisaties die op het terrein van westerse humanitaire organisaties kwam. De doelstelling was missionair: de da’wa of roeping tot de islam, via niet-politieke, sociale actie.
De lijn tussen liefdadigheidswerk met vooral een medische focus enerzijds en de jihad anderzijds bleef twee decennia dun en vaag, zegt de Franse politoloog Jérôme Bellion-Jourdan. ‘In 1992 kwam er een kentering. Met de inval van de mujahdeen in Kaboel begon de burgeroorlog in Afghanistan. In 1993 was er de aanslag op de WTC-torens in New York door een Afghaanse terrorist. Vanaf dan werden de islamitische hulporganisaties gedwongen om een duidelijke lijn te trekken tussen humanitaire acties en acties die de da’wa en jihad ondersteunden. Het betekende het begin van de verbreding en professionalisering van islamitische hulporganisaties.’
De Charity Commission, een onafhankelijk controleorgaan voor de Britse hulporganisaties, registreerde tot nu toe 1352 islamitische hulporganisaties in Groot-Brittannië, met een gezamenlijk inkomen van 330 miljoen euro. Daarbij lieten al 253 moskees zich registreren. Joanna Saunders van de Charity Commission voegt er echter aan toe dat beide cijfers sterk verouderd zijn en dat er wellicht een pak meer islamitische organisaties en moskeeverenigingen zijn.

Islamic Relief

Islamic Relief werd in 1984 opgericht door dokter Hany-El Banna, een Britse moslim met Egyptische roots. ‘Hij wou zijn jaarlijkse zakaat bestendigd zien dankzij een meer structurele en institutionele humanitaire aanpak, in de eerste plaats voor de moslims in het hongerende Afrika’, vertelt Mohammed Kroessin, beleids- en studiemedewerker op de hoofdzetel van Islamic Relief in Birmingham. ‘Samen met een aantal medestudenten bouwde hij de fundamenten voor een noodhulporganisatie. De basis was en is nog altijd om te handelen volgens de leer van de islam. Daarin verschillen we al van migrantenorganisaties die vooral remittances naar hun thuislanden sturen.’
Op de hoofdzetel van Islamic Relief werken 150 werknemers, wereldwijd zijn er dat 2500. De organisatie haalde vorig jaar 60,75 miljoen pond aan fondsen binnen en is aanwezig in dertig landen.  Het is overigens de enige internationale organisatie die zowel een Belgische als Nederlandse afdeling heeft. Islamic Relief is niet alleen de grootste islamitische humanitaire organisatie in Groot-Brittannië, maar wellicht ook de meest westers georiënteerde. De organisatie was een van de eerste om de Gedragscode van het Rode Kruis te onderschrijven, gevolgd door Muslim Hands en Muslim Aid.
Islamic Relief participeert in een overleg- en researchgroep van de Charity Commission over Britse geloofsgroepen, heeft partnerverbanden met de Verenigde Naties en de Wereldvoedselorganisatie, en werkte in het verleden meermaals samen met seculiere westerse organisaties zoals Oxfam. ‘Ook met DFID, de Britse Ontwikkelingssamenwerking, hebben we regelmatig overleg. We proberen een brug te vormen tussen de overheid en de kleinere islamitische –niet-professionele– hulporganisaties.’


Moslims voor moslims

De klemtoon van Islamic Relief ligt vooral op noodhulp na natuurrampen of directe hulp in conflictgebieden zoals Libanon, Darfur, de Palestijnse Bezette Gebieden. Jonathan Benthall, die samen met Bellion-Jourdan onderzoek deed naar islamitische hulpverlening, haalt in het boek The charitable Crescent aan dat volgens sommige traditionele islamscholen zakaatgeld enkel naar moslimbroeders mag gaan. Een stelling die vandaag in veel –meer liberale moslimkringen– weerlegd wordt. Islamic Relief trok zijn fondsen en projecten van bij de start open voor niet-moslims in Afrika. Bij Muslim Aid lag dat aanvankelijk anders. Opgericht in 1985 door Yusuf Islam, alias Cat Stevens, legde de ngo in het verleden vooral de nadruk op steun aan moslimgemeenschappen in de 50 landen waar de organisatie aanwezig is. Dit jaar ging de organisatie echter ook een samenwerkingsverband aan met UMCOR, de humanitaire organisatie van de Verenigde Methodistische Kerk. Ons islamitisch vertrekpunt maakt ons niet minder mainstream dan andere humanitaire organisaties, zegt Abdul Jolil Miah van Muslim Aid.
‘Onze focus is om humanitaire hulp te verschaffen vanuit een geloofsovertuiging. Vergelijk ons met UMCOR of Christian Aid, die hun missieteksten gebaseerd hebben op de bijbelse ethiek’ In 2004 werkte Muslim Aid al samen met de protestantse organisatie in Sri Lanka. ‘We waren de laatste ngo’s op het veld toen de gevechten tussen de Tamil Tijgers en het Srilankaanse leger losbarstten. We merkten dat we een complementaire band met elkaar hadden.’ Toch blijft de focus overwegend gericht op moslimgemeenschappen, wat vooral ingegeven zou zijn door de traditionele achterban. Een organisatie als Muslim Aid hangt volledig af van zijn donateurs. Het is dus kwestie van die goed te verzorgen. Wanneer donateurs hun zakaat vooral willen spenderen in landen waar ze een band mee hebben, wil de organisatie dat respecteren.


Streepje voor

In researchmateriaal naar islamitische hulp lees je wel eens vaker dat het delen van een zelfde geloofssysteem een voordeel is voor humanitaire hulpacties met een lokale focus. Islamitische ngo’s zouden bijvoorbeeld beter geplaatst zijn om in te spelen op de culturele behoeften van moslimvrouwen. Klopt, zegt Miah van Muslim Aid, het heeft zeker voordelen om als islamitische ngo in bepaalde moslimregio’s te werken. ‘In Soedan hadden Christian Aid, Oxfam en de VN-hulporganisaties problemen om ingang te vinden bij de milities en lokale gemeenschappen. Vanuit onze gedeelde geloofsgemeenschap kunnen we bepaalde culturele en religieuze gevoeligheden beter inschatten, ook al delen we niet dezelfde etnische tradities.’
Jonathan Benthall en Jérôme Bellion-Jourdan erkennen een aantal voordelen, maar nuanceren ook een en ander: ‘Universalisme werkt niet altíjd. Je kan religie niet claimen als een universeel goed, net zomin als secularisme. Voorbeelden? Het Internationaal Comité van het Rode Kruis werd door Ottomaanse soldaten gezien als een kruisvaardersorganisatie, Artsen zonder Grenzen werd de medische toegang tot vrouwelijke patiënten ontzegd door Afghaanse mannen. Islamic Relief kreeg dan weer te maken met Albanese moslims die liever naar de discotheek gingen dan naar bijeenkomsten in de moskee.’

Britse islam

“Islam is vrede. Ik ben er trots op een Britse moslim te zijn.” De reclamebanner op de dubbeldekker die door Kensington High Street  rijdt, is niet meteen alledaags. De bussencampagne maakt deel uit van de Islamispeace-campagne, een initiatief van jonge moslims uit het hele land. ‘Na de aanslagen van terroristen die de islam misbruikten, kreeg de beeldvorming van moslims in de media een stevige deuk. De drang om te ageren werd almaar groter. Ons antwoord moet een positieve boodschap zijn’, aldus de woordvoerder van de Islamispeace-campagne. ‘Het was tijd om naar buiten te komen, we nodigen niet- en andersgelovigen uit tot wederzijds begrip en tot een volwassen debat.’
Met de campagne –officieel gelanceerd in oktober– willen de initiatiefnemers ook informeren, een opening maken naar de moslimgemeenschap. Het post-9/11 syndroom heeft het onbegrip en de tweedeling tussen moslims en niet-moslims alleen maar dieper gesneden, zegt Mohammed Kroessin. De westerse publieke opinie is nauwelijks op de hoogte van het humanitaire karakter van de islam, voegt hij daaraan toe. ‘Nochtans levert de moslimwereld een bijdrage aan liefdadigheid waarvan je het belang niet mag onderschatten. Om maar een voorbeeld te noemen: met hulpbudgetten van vier miljard dollar per jaar is Saoedi-Arabië de tweede grootste donor na de Verenigde Staten. Alleen hebben angst en verregaande terreurbestrijding de kraan van een aantal hulporganisaties dichtgedraaid. In 2003 verkondigde het Saoedische ministerie van Informatie –onder druk van de VS– dat Saoedische ngo’s geen fondsen meer naar het buitenland konden sturen.’
Islamitische humanitaire organisaties lagen al in de jaren negentig onder vuur. Westerse regeringen legden steeds vaker de link tussen islamitische hulp, islamisme en terrorisme. In Pakistan werden medewerkers van islamitische ngo’s gearresteerd, topmensen werden ervan beschuldigd terreurgroepen te financieren, en lokale afdelingen –waaronder die van Muslim Aid– werden gesloten.
In Groot-Brittannië kwamen islamitische organisaties vooral na 9/11 nog meer in het vizier van veiligheidsdiensten te liggen. De aanslagen op de Londense metro in 2005 en verijdelde aanslagen zoals die in Glasgow en Londen verscherpten ook de publieke verdachtmakingen tegen moslims: ze werden vaak vereenzelvigd met het islamisme. Boeken als het uit de rekken genomen Aalmoezen voor Jihad van Cambridge University Press en het recente The Islamist van Ed Husain, waren extra koren op de molen voor wie hardop wou twijfelen aan de goede intenties van moslims en hun organisaties.

Verhoogde controle

In de wereldwijde strijd tegen het terrorisme werden in 160 landen, waaronder Groot-Brittannië, de kredieten van terroristen bevroren. Groot-Brittannië alleen al blokkeerde –volgens overheidsgegevens– de voorbije vijf jaar de bankrekeningen van 100 organisaties en 200 individu’s, wat neerkomt op een totaal van 100 miljoen dollar. Het in beslag genomen geld werd naar de Afghaanse regering doorgestort opdat die het kon gebruiken voor de wederopbouw. De rest van de pot bevroren geld en goederen die gebruikt zouden worden voor terroristische doeleinden, is goed voor 500.000 dollar. In het kader van de nieuwe Proceeds of Crime Act in 2002 startte de Britse overheid ook met een nationale veiligheidscel omtrent de financiering van terreurnetwerken. In mei dit jaar publiceerde Groot-Brittannië een veiligheids- en aanbevelingsrapport om financiële terreurnetwerken in de caritatieve sector te bestrijden.
‘Met dit rapport willen we niet alleen het aspect veiligheid en terreurbestrijding aanpakken, maar ook de donateurs beschermen’, zegt Joe Paxton van Binnenlandse Zaken. ‘We zijn ervan overtuigd dat de band tussen terrorisme en caritatief werk nauwelijks voorkomt. Maar vermits we voor andere sectoren veiligheidsplannen opstelden, kunnen we niet om de caritatieve sector heen. We hebben gemerkt dat er op sommige gebieden nog extra controle nodig is. Geld is nu eenmaal de motor voor alle terreuractiviteiten, van propaganda, rekrutering tot aanslagen.’ Vooral de Britse Charity Commission speelt een belangrijke rol in de financiële controle en registratie van fondsen die in omloop zijn in de caritatieve sector. Het voorbije jaar voltooide de commissie 58 onderzoeken die te maken hadden met moedwillige fraude of “verdachte praktijken”.
‘We voeren daar een open beleid in, iedereen die wil, kan op onze website een verslag vinden van die onderzoeken. Als onafhankelijk orgaan is het nu eenmaal onze taak om ernstige beschuldigingen tegenover geregistreerde organisaties te onderzoeken’, aldus Joanna Saunders van de persdienst van de commissie. In Groot-Brittannië moet elke caritatieve organisatie die meer dan 7500 euro aan jaarinkomsten heeft, zich laten registreren bij de Charity Commission.

Geen ruimte voor grijs

Dat ze met terrorisme in verband worden gebracht, ligt heel gevoelig bij de islamitische ngo’s, die hier liever niet teveel over praten. Er zijn inderdaad organisaties onterecht beschuldigd van terreurfinanciering, maar wij hebben dat nooit meegemaakt, luidt het eenvormige antwoord bij de grote ngo’s. Wie dat wel twee maal meemaakte is Interpal, een grotere ngo die in de Palestijnse Gebieden armoedebestrijdingsprojecten doet. In 1996 uitte de krant The Sunday Telegraph zware beschuldigingen aan het adres van Interpal: volgens de krant werd de organisatie gerund door Hamas zelf en was ze geldschieter voor zelfmoordactivisten in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Onderzoek van de Charity Commission maakte brandhout van de beschuldigingen.
In 2003 was het echter de Charity Commission zelf die, onder druk van de Verenigde Staten, de fondsen en bankrekeningen van Interpal blokkeerde en een onderzoek startte. Interpal werd ervan verdacht geld te krijgen van het Al-Aqsa Fonds, dat er op zijn beurt van verdacht werd nauwe banden te onderhouden met terroristische groeperingen. Ook nu konden de beschuldigingen niet hard worden gemaakt.
‘Het anti-terreurklimaat polariseert niet alleen, maar is ook een bedreiging voor het vertrouwen van de donateurs in islamitische organisaties’, zegt Shahid Bashir van Muslim Hands, Nottingham. Vooral de mediaberichtgeving over anti-terrorisme heeft volgens de ngo’s elke zin voor nuance weggenomen. Al te vaak zien overheden over het hoofd dat humanitaire organisaties nu eenmaal in lokale contexten moeten werken, politiek gevoelig of niet, islamistische regio’s of niet. Over projecten in Palestijnse Gebieden, of met madrassa’s –de zogenaamde kweekvijvers voor jihadi’s– in Pakistan, hangt al snel een zweem van wantrouwen.
Vorige maand beschreef Bruno de Cordier in MO* hoe madrassa’s in Pakistan duidelijk aan een sociale behoefte beantwoorden. ‘De buitenwereld heeft een politieke kleur gegeven aan de madrassa’s’, aldus Bashir. ‘In de jaren vijftig waren dit nochtans progressieve scholen: ze gaven wetenschappen en Engelse taalles, de taal van de bezetter.’ Wat telt is de bevolking, niet de politieke kleur, gaat hij verder. ‘Zolang een persoon niet corrupt en geen strijder is, maakt het geen zier uit of iemand Hamas- of Fatah-aanhanger is.’

De hulp van islamisten

De grote islamitische organisaties waken er streng over om publiekelijk afstand te houden van de Palestijnse politieke situatie en ze vermijden elke link met het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina of gewapende afdelingen van Hamas. Sinds Europa Hamas op de zwarte lijst van terroristische groepen zette, zou een te duidelijke band met dergelijke groepen de relatie met de publieke opinie immers zwaar in het gedrang brengen. Wat de publieke opinie echter nauwelijks weet, is dat Hamas ook stevige sociale netwerken heeft uitgebouwd in Gaza. Khaled Hroub schreef twee boeken over het onderbelichte caritatieve werk van Hamas en hekelt het gebrek aan westers pragmatisme tegenover de organisatie.
‘Het sociale werk staat heel centraal in Hamas’ ideologische strategie, een erfenis die teruggaat tot het ontstaan van de Moslimbroeders. Voor de Palestijnse bevolking zijn de caritatieve projecten en organisaties van Hamas cruciale sociale vangnetten en zeker in het afgesloten Gaza vaak het enige alternatief. Heel wat Palestijnse sociale organisaties krijgen steun van Hamas, maar opereren onder eigen namen. Dat is een bewuste politiek van Hamas om afstand te scheppen tussen de beweging en deze organisaties. Als Europa politieke standpunten wil innemen tegen Hamas kan ik dat begrijpen, ook al ben ik het niet eens met de manier waarop. Maar wanneer regeringen de financiële aders naar Palestijnse hulporganisaties doorknippen, is dat schadelijk voor de bevolking.’
Hroub vindt het flauwekul dat ook westerse ngo’s zich laten leiden door de standpunten van hun regeringen en zeer sterk stelling nemen tegen elke link met Hamas. ‘Hulp is hulp, zelfs als die van islamisten komt. Door andersgezinden te negeren, kom je geen stap vooruit in een klimaat van samenlevingsopbouw. Dat humanitaire hulp niet-politiek moet zijn is een nobel idee. Maar een realiteit zonder politiek bestaat niet .’


Dit dossier kwam tot stand met de steun van de Koning Boudewijnstichting.

Britse moslims
De Britse moslimpopulatie wordt op 1,8 miljoen geschat, drie procent van de totale Britse bevolking. Londen huisvest één miljoen moslims, met hoge concentraties in Oost-Londen, Birmingham is met 150.000 moslims de tweede Britse “moslimstad”. De meerderheid van de Britse moslims heeft Pakistaanse of Bengaalse roots. Andere grote groepen komen uit het Midden-Oosten of Noord-Afrika.

 

DE REGELS VAN HET ROLLENDE GELD

Wie int zakaat?

Traditioneel was het de islamitische staat die het innen van zakaat organiseerde. Dat geldt nog voor landen als Pakistan en Saoedi-Arabië. Jordanië bijvoorbeeld roept wel op tot doneren aan de staat, maar legt geen verplichtingen op. In de diaspora waren het aanvankelijk enkel de moskees die het geld inden om lokale noden te verhelpen. Maar het merendeel van de Britse moslims is ervan overtuigd dat de lokale gemeenschappen al voldoende beschermd zijn door sociale vangnetten. Zakaatfondsen gaan tegenwoordig dus ook overzee.

Wat is Zakaat?

Volgens de traditionele koranlezing bedraagt de zakaat 2,5 procent van het inkomen, een rekensommetje dat al eens durft te verschillen naargelang islamschool of lokale moslimgemeenschap. Voor de Pakistaanse gemeenschap is vooral het goud dat mensen bezitten belangrijk, vertelt Ayesha Khan. Volgens de fondsenwerver van de Britse afdeling van SOS Children’s Villages for Pakistan, mag zakaat niet aan administratieve kosten worden uitgegeven, een overtuiging die nogal wat traditionele moslims volgen. Bij de gevestigde Britse islamitische ngo’s geldt een liberalere invulling van het zakaatprincipe. Grote ngo’s moderniseerden de toepassing van zakaat, met behulp van theologen, waardoor de opbrengsten toch ook besteed mogen worden aan secretariaatswerking.

Zakaatcalculator

Om hun jaarlijkse zakaat te berekenen, kunnen moslims een beroep doen op een zakaatcalculator, terug te vinden op de meeste islamitische websites en brochures. Zakaat wordt niet toegepast op basisbehoeften, waaronder een huis, kleren en huishoudelijke benodigdheden. De meer liberale islamscholen betogen ook dat je geen zakaat kan berekenen op een gezinswagen en zakenmeubilair, wel op opbrengsteigendommen.

Zakaat al-fitr

Moslims verbreken de vasten met het geven van de zakaat al-fitr. Dat bedrag is het equivalent van ongeveer twee kilogram voedsel. En dat komt –volgens een brochure van Müslim Aid– overeen met ongeveer drie Sterling Pond of 4,5 euro per persoon.

Het Offerfeest

Tijdens het Offerfeest slachten moslims een koe, geit of kameel, waarvan ze een deel houden en twee derde wegschenken aan minder gegoeden. Steeds meer moslims kiezen ervoor om het slachten te vervangen door een donatie aan een goed doel. Dit maakt de periode rond de Qurbani de tweede belangrijkste bron van inkomsten voor goede doelen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2799   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur