De noodkreet van Rigoberta Menchú

Het vredesproces in Guatemala loopt uit op een
mislukking. De armoede neemt toe, de militarisering van het platteland
versterkt, de mensenrechten worden voortdurend met de voeten getreden en
meer en meer activisten worden bedreigd. Dat zegt Rigoberta Menchú, in 1992
winnares van de Nobelprijs voor de vrede, aan IPS tijdens een bezoek aan
Costa Rica. MINUGUA, de Onderzoekscommissie van de VN die toezicht uitoefent
op het vredesproces, vindt de kritiek overdreven.


Mensenrechtenactivisten in Guatemala hebben de voorbije weken al gewag
gemaakt van een klimaat van intimidatie en van verschillende verdwijningen.
Dat alarm leidde eerder deze maand tot het bezoek van Hina Jilani, speciaal
gezant van Secretaris-Generaal Kofi Annan. Na zes dagen concludeerde Jilani
dat de beschuldigingen terecht waren en riep de overheid op om een einde te
maken aan de intimidatie van rechters, advocaten, activisten,
gerechtsdokters en getuigen van mensenrechtenschendingen tijdens de
burgeroorlog.

Menchú zegt zelf op de hoogte te zijn van 70 gevallen van bedreigingen, 20
razzia’s en de moord op 20 activisten. Eén van de slachtoffers werkte voor
de Rigoberta Menchú Stichting. Volgens de overheid gaat het gewoon om een
criminele daad, maar dat is natuurlijk altijd hun verklaring, aldus Menchú,
die deel uitmaakt van de inheemse Quiché gemeenschap. Volgens haar hebben de
Verenigde Naties geen interesse meer in Guatemala en wordt het land aan zijn
lot overgelaten.

De vrede in Guatemala in ‘96 bracht een einde aan meer dan 30 jaar
burgeroorlog tussen enerzijds het leger en rechtse paramilitaire groepen, en
anderzijds de linkse guerrilla. De oorlog had ongeveer 105.000 mensenlevens
geëist, 45.000 mensen verdwenen, 250.000 kinderen werden wees en meer dan
een miljoen mensen moesten hun huizen ontvluchten. De vredesakkoorden die in
december 1996 in Oslo ondertekend werden door vertegenwoordigers van de
regering en van de Nationale Guatemalteekse Revolutionaire Unie (URNG),
hielden een definitief staakt-het-vuren in, de ontwapening van de
verschillende partijen en volledig respect voor de mensenrechten. De tekst
voorzag ook de sociale reïntegratie van de guerrilla’s én electorale
hervormingen.

De akkoorden legden ook de nadruk op het aanpakken van de onderliggende
oorzaken van de burgeroorlog: armoede, sociale uitsluiting van de inheemse
bevolking en het gebrek aan toegang tot land. De tekst voorzag toenemende
investeringen in sociale programma’s en een afname van de militaire
uitgaven.

Seda Pompyanskaya, woordvoerster van MINUGUA en politieke wetenschapper
Carmen Ortiz van de ngo Vereniging voor Sociaal Onderzoek zijn wel
optimistisch over de toekomst van de vredesakkoorden. Al geven ze toe dat
wat betreft het aanpakken van de armoede en de veiligheid er sprake is van
een vertraging. De grote meerderheid van de 12 miljoen Guatemalteken leeft
in armoede.

Ortiz bevestigt ook dat de overheid de onderliggende problemen niet heeft
aangepakt. Bijvoorbeeld: één van de belangrijkste structurele problemen, de
landherverdeling, sleept nog steeds aan. Daarnaast zijn er de structurele
economische problemen. Volgens cijfers van de overheid is 67,4 percent van
de actieve bevolking werkloos of werkzaam in de informele sector.

Maar toch zijn de vredesakkoorden volgens Ortiz niet dood. Er is
vooruitgang gemaakt op het vlak van onderwijs en rechtspraak. Misschien is
Menchú niet volledig op de hoogte, zij woont immers in Mexico en niet in
Guatemala. Woordvoerster Pompyanskaya van MINUGUA, blijft terughoudend in
een reactie op Menchú. Haar uitspraken kloppen niet helemaal. Bepaalde
punten in de akkoorden zijn wel uitgevoerd, anderen evolueren positief en
anderen zullen er inderdaad uitvallen. Ze bevestigt wel dat het land in
diepe armoede leeft en hekelt de aanwezigheid van gewapende groepen op het
platteland.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift