De ondraaglijke lichtheid van Alfredo Jaar

Kunst is één van de weinige plekken waar je je politieke woede nog ongebreideld kan botvieren’, aldus de Chileens-Amerikaanse kunstenaar Alfredo Jaar tijdens een MO*-lezing in de Koninklijke Bibliotheek van België op 12 oktober 2012. Jaar was een van de vele kunstenaars die uitgenodigd werden naar Mechelen in het kader van de internationale tentoonstelling van hedendaagse beeldende kunst gewijd aan de mensenrechten, Newtopia. Tegelijk loopt nu ook in het ING-cultuurcentrum in Brussel, als een satelliettentoonstelling van Newtopia, een solo met werk van Jaar, Let There be Light.

  • MO*/Lisa Develtere Alfredo Jaar. MO*/Lisa Develtere

Jaar kan je niet gemakkelijk vatten in een discipline. Hij maakt installaties, gebruikt tekst, licht en muziek, maar vooral fotografie. Hij wil blootleggen wat beelden met ons doen, hoe ze ingezet worden om de publieke opinie te manipuleren en hoe ze een instrument van propaganda worden. Wie wist dat de befaamde foto genomen in de ‘war room’, tijdens de uitschakeling van Osama Bin Laden, opgezet spel was? Ik heb de beelden geslikt, vooral het van ontzetting vertrokken gezicht van Hilary Clinton zal me bijblijven. De foto suggereerde dat de Amerikaanse president Obama en zijn staf live de uitschakeling van de gehate man volgden. De foto zou echter pas uren na de moord van Bin Laden zijn genomen en bovendien zorgvuldig in scène gezet zijn.

Voor Jaar is alles politiek, de manier waarop mensen in de wereld staan en handelen. Daarom gaat zijn werk vooral over onrecht en geweld. Maar hij gebruikt daarvoor wel een esthetische omweg. Immers, aldus Jaar: ‘Als je mensen confronteert met beelden van bloed, als de ellende ze in het gezicht spat, dan kijken ze niet.’

Alfredo Jaar ziet het als zijn opdracht een boodschap van schoonheid en hoop over te brengen tegenover de gebruikelijke horror en wanhoop. Esthetiek wordt dus een bewuste manier om gruwelijke gebeurtenissen onder de aandacht te brengen en ons op onze verantwoordelijkheid te wijzen. Bij Jaar vind je dus geen beelden van in stukken gehakte lichamen in zijn befaamde Rwanda-project over de genocide van 1994. Wel ‘Six Seconds’, een wazige foto van een meisje in een blauwe jurk. Ze loopt van de fotograaf weg, we zien haar gezicht niet. Het meisje, volstrekt in de war volgens Jaar, was op zoek naar haar ouders te midden van de chaos. Het bovenste knopje van de opening van haar jurk was niet dichtgeknoopt. Geen slordigheid, maar een teken dat de normale orde der dingen helemaal zoek was. Waar is dat meisje vandaag? Heeft ze de genocide overleefd of is ze één van de ruim één miljoen slachtoffers geworden? Heeft ze ooit haar ouders teruggevonden? Ik zou het vanaf hier kunnen overnemen van Jaar en een roman schrijven over het meisje in de blauwe jurk. Noch over de titel, noch over de keuze van coverfoto zou ik lang moeten nadenken. Maar is het wel verantwoord om diepmenselijke ellende te gebruiken als grondstof voor kunst? Ziehier één van de dilemma’s waarmee de geëngageerde kunstenaar geconfronteerd wordt. En er zijn er nog een paar.

Er is te veel licht bij Jaar. De gruwel is bedolven onder de esthetiek
‘Waarvoor doet Jaar het?’, vroeg ik me af terwijl ik van de ene installatie naar de andere kuierde in zijn Brusselse solotentoonstelling. Alleszins niet om van de wereld een betere plek te maken, zo naïef is hij al lang niet meer. Die verantwoordelijkheid schuift hij door naar de politici en de machthebbers. Zijn rol als kunstenaar, zegt hij, is om kunst te maken en een gesprek op gang te brengen tussen kunstliefhebbers die zijn werk kopen. Ik moet bekennen dat ik een unheimisch gevoel krijg bij de gedachte aan keuvelende mannen en vrouwen, met of zonder bubbels in de hand, voor de foto van het meisje in de blauwe jurk. Als dit het politieke effect is dat Jaar met zijn werk wil bereiken, lijkt me dat maar schraal. Want wat verandert dat heel concreet voor dat meisje en wat wijzigt dat aan het onrecht dat zij geleden heeft. En het onrecht dat duizenden anderen vandaag en morgen zullen meemaken?

Laat ik het erop houden dat ik de titel van zijn tentoonstelling, Let There be Light, veelzeggend vond. Er is te veel licht in Jaars werk. De gruwel is bedolven onder de esthetieken zijn ambitie gaat mij niet ver genoeg. En zo heb je weer een ander dilemma waar sommige kunstenaars tegenaan kijken. Want is het niet zo dat kunst vrij is? Dat ze helemaal geen enkele andere ambitie moet hebben dan gewoon zichzelf te zijn? Meer verantwoordelijkheid leggen op de schouders van de kunstenaar en zijn kunst kan zeer snel ontaarden in propaganda. En daar zit echt niemand op te wachten. Het is de toeschouwer die de kunst zin en betekenis geeft. Maar net daarom, als een kunstenaar door de keuze van zijn thema’s heel duidelijk een statement wil maken over mensenrechten, dan mag ik als toeschouwer toch verwachten dat de kunstenaar meer ambieert dan enkel het losmaken van de tongen?

De tentoonstelling Newtopia. De staat van de mensenrechten loopt tot 10 december in Mechelen. Alfredo Jaar. Let There be Light loopt tot dan in het ING-cultuurcentrum, Koningsplein, Brussel.

Rachida Lamrabet (°1970) is schrijfster en juriste.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift