Dossier: 

De ongelijke zegeningen van de vrije markt

Peru is een van de sterkste groeilanden van Latijns-Amerika. Maar de ongelijkheid blijft groot en over het hele land woeden sociale conflicten. In 2013 treedt het vrijhandelsverdrag tussen Peru en de EU in werking. Wat levert vrijhandel op voor de Peruanen?

  • Wies Willems Quechua-indianen op de Altiplano in Peru. 'De mijn neemt ons water en land af.' Wies Willems
  • Wies Willems Een lokale ambtenaar toont de nieuwe mijn van het Brits-Zwitsers mijnbouwbedrijf XStrata. Wies Willems

Het gaat snel in Peru. De voorbije tien jaar groeide de economie met gemiddeld 6 procent per jaar. Daarmee deed het land beter dan Brazilië, en in 2011 was Peru zelfs een van de sterkste groeiers wereldwijd. Ook de armoede daalde: van 58 procent in 2004 naar zo’n dertig procent in 2011.

Lima, een metropool met 8,5 miljoen inwoners, is de belichaming van die spectaculaire cijfers. Het is de stad van een opkomende middenklasse, een nieuw zakencentrum aan de Stille Oceaan. ‘De 21ste-eeuwse poort tot Zuid-Amerika’, klinkt het ambitieus in de woorden van president Ollanta Humala. Overal wordt gebouwd. Huizengrote advertenties voor hypotheken flankeren de expreswegen, uit braakliggende terreinen verrijzen reusachtige winkelcentra.

Sinds het einde van de burgeroorlog in 2000 zocht de Peruaanse economie steeds meer aansluiting bij de rest van de wereld. Opeenvolgende regeringen moedigden buitenlandse investeringen en privatiseringen aan. De voorbije jaren ondertekende Peru ook verschillende vrijhandelsverdragen, onder meer met China, Canada en de VS.

Vrijhandel: groeimiddel en crisisrecept

In december 2012 gaf het Europees Parlement zijn zegen voor een vrijhandelsverdrag tussen de EU en Peru en Colombia. Bepaalde onderdelen van de tekst moeten nog door de nationale parlementen van de 27 lidstaten goedgekeurd worden, maar verwacht wordt dat het verdrag in het eerste trimester van 2013 provisoir in werking treedt.

Europa speelt een belangrijke rol in de Peruaanse economie. De EU is de belangrijkste buitenlandse investeerder in Peru en tegelijkertijd exportbestemming nummer één. De EU importeert vooral primaire producten uit de mijnbouw-, petroleum- en aardgasindustrie, de visserij en de landbouw. Op zijn beurt voert Peru uit Europa voornamelijk industriële en chemische producten in, zoals auto’s en auto-onderdelen, allerlei machines en geneesmiddelen. Welke belangen hebben beide partijen bij een vrijhandelsverdrag? ‘Met dit verdrag verzekeren we een stabiele relatie met de EU en Europese investeerders’, stelt Eduardo Brandes, directeur handelsintegratie op het ministerie van Buitenlandse Handel en Toerisme. Langs Peruaanse zijde is Brandes de hoofdonderhandelaar van het akkoord met de EU. Brandes: ‘Het zal ons bovendien toegang blijven garanderen tot onze belangrijkste afzetmarkt. We zijn er ook van overtuigd dat het meer en betere jobs zal opleveren in eigen land, door investeringen in de dienstensector en de transfer van technologieën. Het verdrag moet onze groei handhaven.’

De Europese Commissie ziet het verdrag dan weer als een belangrijk instrument om de eigen motor draaiende te houden. ‘In tijden van crisis kan internationale handel voorkomen dat we in een recessie terechtkomen. Het verdrag opent nieuw potentieel in Latijns-Amerika’, zei Handelscommissaris Karel De Gucht bij de ondertekening. De Commissie benadrukt ook dat het verdrag nieuwe kansen zal bieden aan Europese investeerders in onder meer de dienstensector, de mijnbouw- en petroleumindustrie en de energiesector.

Concreet moet het vrijhandelsverdrag de handels- en investeringsrelatie tussen de Andes en Europa versoepelen door de quasi volledige afschaffing van toltarieven op wederzijdse handel, via bepalingen over intellectuele eigendomsrechten en op basis van een hoofdstuk over duurzame ontwikkeling –met sociale en ecologische normen uit internationale verdragen.

Grondstoffen als inzet

Bindende afspraken zijn er voor dat hoofdstuk over duurzame ontwikkeling echter niet. Gaby Küppers, adviseur externe economische relaties van de Europese Groenen: ‘Er is een mechanisme voorzien in het akkoord voor de behandeling van geschillen, maar dat heeft enkel betrekking op pure handelskwesties zoals quota en eigendomsrechten, niet op sociale en milieukwesties. Soft law, dus.’

De Groenen stemden tegen het vrijhandelsverdrag. Net als ngo’s en sociale bewegingen in Peru, Colombia en Europa, vinden ze dat het akkoord de ongelijkheid tussen de Andes en Europa in stand houdt. Het zal vooral de export van grondstoffen uit de Andeslanden naar de EU doen stijgen, stellen ze, met een desastreuze impact op het lokale leefmilieu en met mensenrechtenschendingen tot gevolg.

Ook een impactstudie van het verdrag door de Universiteit van Manchester, op vraag van de Europese Commissie zelf, waarschuwt ervoor dat een toename van investeringen in primaire sectoren meer conflicten met lokale gemeenschappen zal veroorzaken.

Net die primaire sectoren leveren vandaag veel geld op en stuwen de groei van Peru. Vooral de mijnbouw is belangrijk. Hoewel de sector amper twee procent van de actieve bevolking tewerkstelt, is mijnbouw goed voor zestig procent van de inkomsten uit export. Met 24 procent van alle investeringen is de mijnbouwsector ook met voorsprong de grootste ontvanger van buitenlands kapitaal. Koper (41 procent) en andere mineralen (16 procent) maken meer dan de helft uit van de Peruaanse export naar de EU.

Vandaag bestaan er volgens de Peruaanse Ombudsdienst meer dan 200 sociaal-ecologische conflicten, waarvan de grote meerderheid te maken heeft met mijnbouwprojecten.

Koperkoorts in de altiplano

Eén van die conflicten speelt zich af in Espinar, 3900 meter hoog in de zuidelijke Andesregio Cuzco. Daar baat het Brits-Zwitserse mijnbouwbedrijf XStrata de Tintaya-kopermijn uit. Het bedrijf plant twee nieuwe grote kopermijnen in de streek.

In mei 2012 stond Espinar in rep en roer. De bevolking kwam massaal op straat tegen de uitbreidingsplannen van XStrata. Ze organiseerde wegblokkades en legde het openbare leven lam. Als antwoord op de protesten kondigde de centrale regering de noodtoestand af in de provincie en zette het leger in om een einde te maken aan de protesten. Daarbij kwamen twee burgers om het leven en vielen ook een vijftigtal gewonden.

‘De woede in Espinar had een kookpunt bereikt’, zegt Oracio Pacuri. Hij is medewerker van de kerkelijke sociale organisatie Vicaría de la Solidaridad, actief in Espinar. Volgens Pacuri wil de bevolking meer inkomsten van de mijn en is ze bezorgd om de milieuvervuiling. De Vicaríaontvangt regelmatig klachten over veesterfte in boerengemeenschappen in de buurt van de mijn. Studies wijzen op hoge concentraties zware metalen in het drinkwater, op verschillende plaatsen, maar ze konden de precieze oorzaak van de vervuiling niet aantonen.

‘Het huidige plundermodel is helemaal niet duurzaam.’
Ondanks de minerale rijkdom leeft 64 percent van de bevolking van Espinar in armoede. XStrata draagt slechts 3 procent van zijn winst af aan de provincie. De meeste families op het platteland halen hun inkomen uit kleinschalige veeteelt of gaan op zoek naar een beter leven in de steden.

‘We voelen ons steeds meer ingesloten door de mijn’, zegt Frederico Yucro. Hij is de lokale leider van een inheems dorp van Quechua-indianen in de directe omgeving van de mijn.

‘Ze neemt ons water en ons land af. De mijn blijft maar groeien en verdeelt onze gemeenschappen. Sommigen verkopen hun gronden, anderen willen dat niet. Vaak worden ze dan gedwongen om te vertrekken.’

In de nasleep van de protesten worden zestig mensen vervolgd, hoofdzakelijk leiders van gemeenschappen. De Vicaría nam hun juridische verdediging op. Een van de vervolgden is Oscar Mollahuanca, burgemeester van Espinar. Mollahuanca: ‘In 2003 tekenden we namens de lokale en provinciale overheden en sociale bewegingen een convenant met BHP Billiton (de toenmalige Britse eigenaar van de mijn, ww). We kwamen een compensatie overeen voor de onteigeningen van boeren én een verhoging van de inkomsten voor de provincie. Sinds XStrata in 2006 de mijn overnam, heeft het met die afspraken geen rekening gehouden. Officieel wil XStrata altijd in dialoog gaan, maar in de praktijk doet het zijn eigen zin. Als er niets aan deze situatie verandert, zullen we nieuwe acties opzetten. Ons leefmilieu en onze rechten zijn niet onderhandelbaar.’

In een officieel communiqué weigerde XStrata verantwoordelijkheid op te nemen voor de protesten. Wel beloofde het een compensatiefonds voor de slachtoffers.

Naast XStrata plannen ook andere mijnbouwmultinationals met een Europese poot, zoals Rio Tinto en Anglo American, projecten in Peru. ‘De mijnactiviteiten breiden zich uit zonder duidelijk beleid op het vlak van ruimtelijke ordening en milieu’, zegt José De Echave, econoom en mijnbouwspecialist bij de ngo Cooperacción. ‘Het Ministerie voor Energie en Mijnbouw kent concessies toe zonder rekening te houden met de ontwikkelingsnoden in het binnenland. Ik vrees dan ook voor nog meer conflicten de komende jaren.’

Volgens De Echave mag Peru zich niet blindstaren op de groeicijfers die de mijnbouw oplevert. Het huidige plundermodel is totaal onduurzaam, vindt hij.

Avocado’s met een geurtje

Sullana, een landbouwcentrum in de noordelijke regio Piura, verwacht veel van het vrijhandelsakkoord met de EU. Het rekent op een toename van de export naar Europa met dertig procent. De regio is een belangrijke exporteur van onder meer mango’s, druiven, limoenen en paprika’s. Het gros van de fruitproductie gebeurt er door grote bedrijven.

Met een aandeel van zeven procent is België vandaag al een van de grootste afnemers van Peruaanse landbouwproducten, na de VS, Duitsland en Nederland. Een nieuwe teelt waarop landbouwbedrijven er volop willen inzetten is avocado, want de wereldwijde vraag naar Peruaanse avocado’s blijft maar stijgen.

De sector heeft echter een bedenkelijke reputatie op het vlak van werknemersrechten. Er is een bijzondere arbeidswet van kracht sinds 2000, die tien jaar in voege zou blijven als “overgangsregime” om investeringskosten te drukken. Daartoe bouwde de wet de rechten van werknemers af, in het voordeel van bedrijven. Maar het precaire statuut van de arbeiders werd een permanente situatie: vandaag geldt de wet nog steeds. Bovendien zijn anti-vakbondsmaatregelen schering en inslag in Peru.

‘We werken soms tot dertien uur per dag en krijgen geen compensatie voor overuren’, zegt Juan Herrera van de landbouwvakbond SITAG. ‘De grondwet zegt dat we recht hebben op dertig dagen vakantie, maar door het speciale regime mogen we maar de helft opnemen. En onze sociale zekerheid is onbestaande.’ Herrera verwijst naar het vrijhandelsverdrag tussen Peru en de VS, dat in 2009 van kracht werd. Door het verdrag nam de export toe maar de arbeidssituatie is niet verbeterd. Herrera koestert weinig hoop dat er door het verdrag met de EU op dat vlak iets zou veranderen.

Eber en Guzman, twee twintigers en leden van SITAG, werden onlangs door een agrobedrijf op straat gezet. Officieel klonk het in een brief dat ze een andere werkplaats toegewezen kregen, maar in werkelijkheid ging het om een vorm van verdoken ontslag. Eber: ‘We verdienen negen euro per dag, zonder maaltijden. Voor onze nieuwe functie zouden we vijf euro per dag aan vervoer moeten uitgeven. Zo bleef er niet genoeg over om rond te komen.’ Guzman: ‘Het bedrijf weet dat we lid zijn van de vakbond. Dat is de echte reden achter dit manoeuvre.’ Eber en Guzman maken liefst niet bekend over welk bedrijf het gaat en willen enkel hun voornamen kwijt. Bang voor represailles.

In de steek gelaten door lima

Het oorspronkelijke opzet van het vrijhandelsakkoord met de EU was een overeenkomst met de hele Andesgemeenschap (CAN) over handel, ontwikkelingssamenwerking en politieke samenwerking. Wat overblijft, is een commercieel verdrag met enkel Colombia en Peru. Ecuador en Bolivia, de overige twee leden van de Andesgemeenschap, stapten in 2007 al uit het onderhandelingsproces. Ze raakten het niet eens met de EU over de richting die het verdrag uitging.

‘Tijdens zijn verkiezingscampagne (in 2011, ww) wierp Ollanta Humala zich op als de grote criticus van Peru’s vrijhandelsakkoorden’, zegt Alejandra Alayza van het ngo-netwerk RedGE, dat de onderhandelingen van nabij opvolgde. ‘Hij beloofde grote sociale hervormingen. Maar het vrijhandelsakkoord met de EU, dat volledig onder zijn voorganger Alan García werd onderhandeld en dat Humala zonder meer ondertekende, is nu een feit. Veel Peruanen voelen zich in de steek gelaten door Lima. Voor hen betekent vrijhandel geen ontwikkeling.’

Wies Willems is een jonge free- lancejournalist. Hij werkte een jaar (2010) in Peru in het kader van Catapa, een organisatie die de belangen van de lokale bevolking behartigt bij extractieve economische projecten.

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift