De Palestijnse zaak verdient beter

De hele wereld voelt zich betrokken bij het conflict tussen Palestijnen en de Israëlische staat. Toch lijkt er geen schot te komen in de steeds weer beloofde vrede. De vermaarde Palestijnse academicus Edward Said formuleert hieronder een eigenzinnige verklaring voor die impasse. Een opinie die uitstijgt boven de waan van de dag.
Het voorbije halfjaar heb ik lezingen gegeven in de vier continenten, aan een publiek van vele duizenden mensen. Wat hen verbindt, is Palestina en de strijd van het Palestijnse volk, intussen bijna synoniem geworden voor emancipatie.
Telkens we erin slagen de feiten kenbaar te maken, blijken mensen overal ter wereld zich te herkennen in de situatie van de Palestijnen, en ontstaat de meest diepgaande solidariteit met de rechtvaardige Palestijnse zaak en de strijd die ervoor gevoerd wordt. Hoe breed de aandacht voor Palestina wel niet is, bewijst onder andere het feit dat zowel op het Wereld Sociaal Forum in Porto Alegre als op het Wereld Economisch Forum van Davos en Amman dit conflict een centraal onderwerp was.
De twee uiteinden van het wereldwijde politieke spectrum erkennen het belang van de Palestijnse zaak. Het feit dat de Amerikaanse publieke opinie over het algemeen anti-Palestijns is, heeft dan ook vooral te maken met de gebrekkige manier waarop mensen door de media geïnformeerd worden.
De Apartheidsmuur die 8 meter hoog, twee meter dik en 350 kilometer lang is, haalt nooit het nieuws op CNN of de andere tv-ketens. De oorlogsmisdaden, gratuite vernielingen en vernederingen, de verminkingen, het slopen van huizen, de landbouwdestructie en de dood die opgedrongen worden aan de Palestijnse burgers worden in de Amerikaanse media nooit getoond als de dagelijkse en volkomen routineuze beproeving die ze geworden zijn.

Waarom vrede onmogelijk is


We hebben de laatste tijd zoveel gehoord over de roadmap en de vooruitzichten op vrede, dat we het belangrijkste feit dreigen te vergeten, namelijk dat de Palestijnen geweigerd hebben te capituleren of zich over te geven, hoe zwaar de gecombineerde macht van de VS en Israël ook op hen ingehakt heeft.
Dat loutere gegeven verklaart trouwens het bestaan van de roadmap en van alle vorige zogenaamde vredesplannen. Wie die waarheid over het Palestijnse verzet waarmee ik in geen geval verwijs naar de zelfmoordaanslagen, want die doen meer kwaad dan goed niet ziet, is blind. De Palestijnen hebben altijd al in de weg gestaan van het Zionistische project en alle zogenaamde oplossingen die aangedragen werden, moesten het probleem niet oplossen maar minimaliseren.
De officiële Israëlische politiek komt altijd neer op het verwerpen van het bestaan van het Palestijnse volk als een gelijkwaardig volk of Sharon nu het woord bezetting gebruikt of niet, of hij enkele roestende torens ontmantelt of niet. Enkele moedige Israëli’s hebben geprobeerd in het reine te komen met de verborgen geschiedenis van het land, de geschiedenis van een voortdurende schending van de rechten van de Palestijnen.
De meeste Israëli’s en de meerderheid van de Amerikaanse joden hebben echter elke denkbare inspanning geleverd om die Palestijnse realiteit te vermijden, te ontkennen of te vernietigen. Dat is de ware reden waarom er nog steeds geen vrede is.

Individuele waardigheid, collectieve schande


Het verzet van het Palestijnse volk is onlosmakelijk verbonden met zijn waardigheid. Voor alle duidelijkheid: het is een foutieve, oriëntalistische en zelfs racistische idee dat Arabieren geen aanvoelen hebben van individualiteit, geen respect voor het individuele leven, geen waarden die gestoeld zijn op liefde, intimiteit en verstandhouding zaken die geacht worden het exclusieve bezit te zijn van culturen als de Europese en Amerikaanse, die een renaissance, een reformatie en een verlichting gekend hebben.
De culturele diversiteit van de mensheid herbergt verschillende vormen van individualiteit die niet herleid kunnen worden tot één, zogenaamd superieur model. Het geweeklaag over het gebrek aan ontwikkeling en kennis in de Arabische wereld gaat daar meestal aan voorbij. Het volstaat te kijken naar de grote verscheidenheid in literatuur, film en muziek die geproduceerd wordt door Arabieren van Marokko tot de Golf om te beseffen dat er meer ontwikkeling is in de Arabische wereld dan wat af te lezen valt van statistieken of productiecijfers.
Individualiteit en dus ook individuele waardigheid zijn wel degelijk aanwezig in de Arabische cultuur. Maar dat betekent niet dat er geen problemen zijn. Er is, bijvoorbeeld, een vreselijk diepe kloof tussen onze culturen en samenlevingen aan de ene kant en aan de andere kant de kleine groep mensen die de macht heeft in de Arabische samenlevingen. Zelden in de geschiedenis is zoveel macht geconcentreerd geweest in de handen van zo’n kleine groep koningen, generaals, sultans en presidenten.
Het ergste is nog dat deze groep machthebbers, bijna zonder uitzondering, allesbehalve de mooiste kant van hun volk vertegenwoordigen. Het is zelfs niet alleen een kwestie van gebrek aan democratie. Zij lijken zichzelf en hun volk zo systematisch te onderschatten, dat ze erdoor geïsoleerd geraken, intolerant worden en angstig voor elke verandering.
Ze hebben schrik om hun samenlevingen te openen voor hun eigen volk, omdat ze met de constante angst leven dat ze de woede zouden opwekken van Big Brother in Washington. Ze zien hun burgers niet als de potentiële rijkdom van de natie, maar beschouwen hen als schuldige samenzweerders die uit zijn op de macht die ze als leiders voor zichzelf opeisen. 

De Apartheidsmuur die 8 meter hoog, twee meter dik en 350 kilometer lang is, haalt nooit het nieuws op CNN of de andere tv-ketens.
Het kan alleen maar beter worden 


Het dieptepunt in het Arabische falen om de waardigheid van de Palestijnse zaak te begrijpen, wordt wellicht duidelijk in de toestand waarin de Palestijnse Autoriteit verkeert. Abu Mazen, een ondergeschikte figuur met weinig politieke steun onder zijn eigen volk, werd uitgekozen voor de baan van Eerste Minister door Arafat, Israël en de VS, uitgerekend omdat hij geen achterban heeft en geen goed spreker of organisator is.
Hij is in feite niets, buiten een plichtsbewust hulpje voor Yasser Arafat en iemand die bereid geacht wordt de belangen van Israël te dienen. Hoe kan hij zo’n onwaardige en gemanipuleerde rol voor zichzelf aanvaarden? Hoe kan hij zijn waardigheid vergeten als de vertegenwoordiger van een volk dat al meer dan een eeuw op heldhaftige wijze voor zijn rechten vecht?
Heeft hij, op bevel van de VS en Israël, zijn gevoel voor zelfwaarde dan helemaal verloren? Is hij vergeten dat hij niet zomaar een individu is, maar degene die het lot van zijn volk draagt op een bijzonder moment in de geschiedenis? Is er iemand die niet bitter teleurgesteld was toen Abu Mazen de kans om tegenover Bush en Sharon een duidelijk standpunt in te nemen zonder meer voorbij liet gaan?
Hij had zijn waardigheid moeten behouden om recht te doen aan de waardigheid van de ervaring en de strijd van zijn volk. Hij had daarover met trots en zonder compromis of dubbelzinnigheid moeten getuigen, in plaats van de half beschaamde, half vergoelijkende toon aan te slaan die Palestijnse leiders altijd lijken te gebruiken als ze smeken om een beetje vriendelijkheid van deze of gene blanke vader.
De situatie verandert, traag maar zeker. Het oude regime met zijn Abu Mazens en Abu Ammars heeft zijn tijd gehad en wordt geleidelijk vervangen door een nieuwe generatie leiders, een proces dat zich in de hele Arabische wereld voltrekt. In Palestina gaat de grootste belofte uit van het National Palestinian Initiative van Mustafa Barghouti (die onlangs nog in België op bezoek was op uitnodiging van het Actieplatform Palestina, nvdr).
Het NPI verzamelt basisactivisten die zich niet hele dagen bezighouden met het verleggen van papier op hun bureau, of met het tellen van de bedragen op hun bankrekeningen, of met het zoeken van journalisten die aandacht willen besteden aan hen. Deze arbeiders, leraars, dokters en anderen houden met één arm hun samenleving draaiende, terwijl ze met de andere de voortdurende Israëlische aanvallen afslaan.
Dit zijn mensen die toegewijd zijn aan een soort democratie en participatie waarvan de Palestijnse Autoriteit nog niet eens gedroomd heeft. Zij verzekeren sociale dienstverlening voor de werklozen, gezondheidszorg voor de armen of onverzekerden, en degelijke en seculiere scholing voor een hele nieuwe generatie Palestijnse jongeren die de realiteiten van de moderne wereld moeten leren kennen, niet enkel de onschatbare waarde van een voorbije beschaving.
Om dat alles te kunnen realiseren, meent het NPI, moet er minstens een einde komen aan de bezetting. En om die bezetting te kunnen breken, vragen zij vrije verkiezingen zodat de onefficiënte en gesloten club van oude machthebbers vervangen kan worden door een representatief en eengemaakt leiderschap.

Trots op eigen strijd


Ik vind het ironisch dat alle tekenen van brede solidariteit die Palestina en de Arabieren krijgen vanuit de hele wereld niet gepaard gaan met vergelijkbare uitingen van solidariteit en waardigheid voor onszelf. Anderen lijken ons meer te bewonderen en te respecteren dan wij onszelf.
Het wordt tijd dat we daar iets aan doen, zodat onze vertegenwoordigers zich realiseren dat ze vechten voor een rechtvaardige en nobele zaak, dat er niets is waarvoor zij zich moeten verontschuldigen of schamen. Wij moeten trots zijn op wat ons volk gedaan heeft, en onze vertegenwoordigers moeten er trots op zijn dat ze die strijd kunnen vertegenwoordigen.
 
Deze opiniebijdrage is een ingekorte versie van Of Dignity and Solidarity, een langer artikel van Edward Said dat oorspronkelijk verscheen in Al Ahram op 26 juni 2003.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift