De Panamezen roeren zich

Protest in Panama komt er van de vakbonden, van kritische intellectuelen en vooral van de inheemse beweging. Zo’n 12 procent van de Panamese bevolking is indiaans en de voorbije tien jaar heeft die zich laten opmerken door het verzet tegen de bouw van stuwdammen en de ontginning van goud- en kopermijnen.

Vooral de groep Ngöbe-Buglé, die in een autonome regio woont, heeft zich in 2011 en in 2012 met hand en tand verzet tegen de ontginning van de kopermijn Cerro Colorado en een project voor hydro-elektriciteit op hun grondgebied. In dat conflict, waar doden bij gevallen zijn, werden ze de motor voor verzet tegen gelijkaardige projecten elders.

“De rivier die het volk in beweging zette”

In de provincies Veragua en Chiriqui bijvoorbeeld zitten een dertiental projecten voor stuwdammen in de pijplijn, maar het verzet vanwege FEDUCO (Eengemaakt Front voor de Verdediging van de Ecologie) is groot. Miguel Hidalgo is een van de coördinatoren uit Santiago, hoofdstad van de provincie Veragua. ‘Van in het begin heeft de bevolking hier zich verzet tegen de waterkrachtcentrales,’ zegt Miguel, ‘en dat netwerk van organisaties komt vandaag ook op om hun stem te laten horen tegen de mijnbouwprojecten.’

Op een zondagochtend woon ik in het dorp Cañasas, op een uur rijden van Santiago, het Sociaal-Ecologisch Forum bij. In en rondom de kiosk op het dorpsplein, onder de brandende zon, hebben tientallen mannen en vrouwen zich verzameld. Heet hangijzer is de heropening van een goudmijn die in 1999 gesloten werd. Zo’n 200 tot 300 mensen van het dorp hadden toen werk in de mijn maar bij de sluiting werden 93 arbeiders ontslagen zonder hen uit te betalen. Een zestigtal tekende protest aan, maar in plaats van de 32 000 dollar schadevergoeding waarop ze gehoopt hadden, kreeg elk onlangs het bericht dat ze tevreden moesten zijn met 3000 dollar.

‘Dit is een heel rustig en passief dorp maar op 23 januari dit jaar was het onherkenbaar geworden. Traangas, brandende autobanden. Het hele dorp stond in rep en roer tegen de mijn,’ vertelt Anet Brea. Anet is lerares Engels maar heeft samen met haar man ook een dorpswinkel. Ze neemt me mee naar een achteraf kamertje om haar verhaal te doen. Maar voor ze daarmee van wal steekt, wil ze heel goed weten wie ik ben en wat de strekking van ons medium is.

Ik ben onder de indruk van haar analyses en haar strategie voor hun strijd. ‘Wij willen door niemand gebruikt worden of voor niemands kar gespannen worden. Belangrijk voor ons is om de autoriteiten van dit dorp voor ons te winnen want zonder hen komen we geen stap vooruit. In de strijd tegen de stuwdam op de rivier Cañasas is dat gelukt. Het is de rivier die het volk in beweging heeft gezet. De burgemeester had geld toegestopt gekregen om het project te laten doorgaan maar dat hebben we kunnen tegenhouden. Nu heeft hij op zijn grond een groot bord staan waarop staat “neen tegen de stuwdam”, lacht Anet.

‘Zo ver willen we hem nu krijgen voor de mijn. Het haalt echter niets uit wanneer ik alleen tegen de mijn ben. Het volk moet zich uitspreken. Als zij de mijn willen, wie zijn wij om dat te verhinderen? Maar de ervaring heeft ons geleerd dat we dit betalen met onze gezondheid. Mensen krijgen kanker, de terreinen blijven vervuild achter. We hebben sinds enkele jaren een supermarkt, de kerk is gerenoveerd, er zijn winkels bijgekomen, de scholen zijn uitgebreid. Maar daar heeft de mijn niet voor gezorgd maar wel onze dorpsvergaderingen onder de amandelboom.’

‘De grootste vijand van de strijd, is het geld,’ vervolgt Anet. ‘Als een boer 30 dollar kan verdienen in de mijn, is dat voor hem veel geld, of 5.000 dollar door zijn grond te verkopen. Het mijnbedrijf heeft aan de burgemeester 10.000 dollar gegeven en gezegd “zorg dat dit project erdoor komt”. Dat is het cliëntelisme waarmee de zaken geregeld worden. We zijn niet tegen ontwikkeling. We willen goeie lonen voor de mensen, maar we willen niet om het even welke ontwikkeling. We willen geen vervuiling en geen “vooruitgang” tegen om het even welke prijs.’

Wat zouden alternatieve initiatieven voor werkgelegenheid kunnen zijn? Anet Brea: ‘Een confectiebedrijfje dat schooluniformen maakt. Duurzaam en ecologisch toerisme. Duurzame landbouw, daarvoor is er hier potentieel. Maar dan is het niet de bedoeling om de schaarse vruchtbare grond die er is, onder water te zetten voor stuwdammen.’

Op het einde van de sessie, wanneer iedereen zijn zeg heeft kunnen doen, worden de slogans van de strijd herhaald: “De Panama a Canada, la mina no va” (Van Panama tot Canada, de mijn komt er niet door), “Minas y cantinas, igual nos contaminan” (Mijnen en cafés, ze vergiftigen ons alletwee), en “Hidroelectrica y mina deja el pueblo en la ruina” (de stuwdammen en de mijn laten het volk in puin achter). Aan strijdlust ontbreekt het deze mannen en vrouwen alvast niet.

Een nieuw Panama

De andere grote kracht komt van de beweging Frenadeso, het Nationaal Front voor sociaal-economische rechten, dat zijn wortels heeft in Suntracs, de vakbond van de bouwsector. Frenadeso wijdt zich aan kritische berichtgeving, communicatie en informatie. De beweging heeft een radio- en tv-zender en is aanwezig op het internet. Maar met het oog op de presidentsverkiezingen van volgend jaar, is er in de schoot van Frenadeso ook een nieuwe politieke partij opgericht, het linkse front FAD (Frente Amplio por la Democracia), dat met een eigen presidentskandidaat wil meedingen in de verkiezingsstrijd.

De ambities zijn niet min. Saúl Mendez van Frenadeso en FAD: ‘We hebben onszelf een “anti-neoliberale partij” genoemd. Er is in ons land zoveel corruptie, zoveel vriendjespolitiek, de dominantie van de honderd families. Om daar komaf mee te maken, willen wij een nieuwe grondwet en een herstichting van het land. We willen een herverdeling van de rijkdom. Er is veel rijkdom in dit land maar ook veel extreme armoede.’ Het probleem, aldus Mendez, is dat de heersende klasse geen “project voor de natie” heeft. ‘Hun hele leven is gebouwd op speculatie. Ze laten zich meeslepen door de meest biedende.’

Het FAD is niet het enige alternatief dat zich opmaakt om mee te dingen bij de verkiezingen van volgend jaar. Er is ook nog het Front voor de Verdediging van de Democratie (Frente por la Defensa de la Democracia) en de beweging rond de onafhankelijke presidentskanditaat Juan Jované, een kritische econoom. “Historisch” noemt Saúl Méndez van Suntracs die bewegingen van onderuit. Onuitgegeven in Panama en een tendens die de machthebbers ernstig zorgen baart.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.