De pekelzonde van Morales

De helft van de wereldvoorraad lithium zit in het grote zoutmeer van Uyuni in Zuid-Bolivia. De grondstof wordt onder meer gebruikt in herlaadbare batterijen voor laptops en elektrische auto’s. In plaats van het lithium door buitenlandse firma’s te laten ontginnen, houdt de Boliviaanse staat het proces in eigen handen. Een ongezien experiment van president Morales, succes niet gegarandeerd.

‘Komen jullie voor òns lithium?’, grinnikt Samuel Yankue van de boerenvakbond Frutcas. Dat komt goed uit. Samuel haalt drie proefbuisjes uit een lade van zijn bureau en houdt ze demonstratief voor onze neus. In één buisje zit lithium-carbonaat, in het tweede kaliumchloride, in het derde boorzuur. In de rug gedekt door een portret van Evo Morales straalt de jonge boerenleider het herwonnen zelfvertrouwen van de Boliviaanse inheemsen uit. De boodschap komt aan: jullie in het Westen hebben lithium nodig, wij hebben het bij de hand.

We treffen Samuel in het hoofdkwartier van Frutcas in het woestijnstadje Uyuni. Landbouw is van weinig tel in de streek, de grond en het klimaat zijn te schraal. Maar al organiseert Frutcas hoofdzakelijk keuterboeren die quinoa of lama’s telen, de bond heeft een militant verleden en staat hier sterk. Wie Frutcas tegen heeft, krijgt miserie.

Uyuni leeft hoofdzakelijk van toerisme. Trekkers uit de hele wereld komen de Salar de Uyni bezoeken, het zoutmeer van maar liefst 10.000 vierkante kilometer. Vroeger trokken er zoutkaravanen over de zoutkorst van het meer, nu maken jeeps er uitstappen naar het unieke cactusseneiland midden in het meer. Het is al lang bekend dat het zoutmeer rijk is aan mineralen en zouten voor de industrie. Er kan kaliumchloride worden uitgehaald, een grondstof voor kunstmest. Maar vooral lithium wordt een rage. Lithium wordt verwerkt in glas, keramiek, medicijnen (Kurt Cobain’s Lithium!) én herlaadbare batterijen –intussen goed voor twintig procent. Nu de autoconstructeurs overschakelen naar elektrische voertuigen, zou de vraag naar lithium de komende jaren exploderen. Dan staat Bolivia sterk. Want de helft van alle wereldvoorraden zit in het zoutmeer van Uyuni.

Chili en Argentinië voeren de lijst van de producenten aan. Bolivia produceert nog geen lithium maar daar komt nu snel verandering in. Over een half jaar begint Bolivia zijn voorraden te exploiteren op semi-industriële schaal. Het project is Cien por Ciento Estatal, de Boliviaanse staat houdt het project voor honderd procent in eigen handen. Met dank aan Frutcas. Had de boerenvakbond er niet aan gesleurd, Bolivia zou nu niet op de lithium-trein kunnen springen.

No yankees

De voorgeschiedenis kende heftige momenten. Francisco Quisbert, een ancien van Frutcas, heeft ze allemaal meegemaakt. Destijds hebben de mensen van Uyuni een Amerikaanse multinational weggejaagd die voor eigen rekening het lithium uit de Salar wilde ontginnen. ‘De Lithium Corporation of America,’ vertelt Francisco, ‘kreeg eind jaren tachtig een lithium-concessie in de Salar. Aan ons was niets gevraagd. En dat erwijl de Salar van ons is. Onze voorouders hebben het gebied ooit afgekocht van de koning van Spanje.’ Bovendien was het zoutmeer in de jaren zeventig uitgeroepen tot Reserva Fiscal of staatsdomein. Met als gevolg dat buitenlandse bedrijven er geen uitbating konden bezitten. Lithco kreeg alsnog een concessie van een gewillige regering in La Paz. Maar de bevolking kwam in opstand.

‘Vijf eeuwen lang hebben mijnbedrijven het zilver en tin uit Bolivia weggesleept, terwijl Bolivia straatarm bleef’, zegt Francisco Quisbert. ‘We konden niet aanvaarden dat met het lithium van de Salar hetzelfde zou gebeuren.’ Begin 1990 bereikten de marsen, stakingen en blokkades een climax. De president was verplicht het contract met Lithco te annuleren. De Amerikaanse multinational pakte zijn biezen en verkaste naar een zoutmeer in Argentinië. Quisbert: ‘Wij hebben toen beslist dat we onze Salar pas zouden uitbaten als de tijd rijp was.’ Er volgden nog andere volksmobilisaties. Zo werd de Beweging voor het Socialisme (Movimiento al Socialismo, MAS) van Evo Morales groot. De grootste gevechten met opeenvolgende regeringen in La Paz waren gericht tegen de privatiseringen van de natuurlijke rijkdommen. In 2005 won Morales de verkiezingen met een absolute meerderheid. Met zijn eerste bestuursdaad als president pakte Morales –de eerste inheemse president van Latijns-Amerika–de gas- en oliewinning aan, de rijkste sector van het land. ‘Het kan niet,’ zo stelt het beruchte Decreet 28701 van 1 mei 2006, ‘dat een volk wordt beroofd van zijn middelen van bestaan.’ Bolivia verwierf opnieuw de controle over de gas- en petroleumvoorraden, de belangrijkste van Latijns-Amerika na de voorraden van Venezuela. Met het gasdecreet kreeg de schatkist aanzienlijke nieuwe inkomsten.

De “nationalisatie” van 2006 was een begin. In het voorjaar van 2008 riep de regering de Recursos Evaporiticos –de verdampingsmaterialen van de Salar de Uyuni– uit tot een strategische troef voor de industrialisatie van Bolivia. In dat dossier ging een Belgisch ingenieur een cruciale rol spelen.

Belgisch expert

Guillaume Roelants komt naar onze eerste ontmoeting met een helm onder de arm. ‘Ik ga er ‘s zondags met de motor op uit’, zegt hij. ‘De omgeving van La Paz is prachtig. Hier vlakbij ligt er nog sneeuw op de toppen. Maar tachtig kilometer naar het oosten kom je in de laagvlakte en wordt het klimaat veel milder.’

Roelants kwam in 1981 als coöperant naar Bolivia. Hij werkte eerst in een project met kalkovens en later als kaderlid van de firma Tierra. Die sociale onderneming, collectief geleid door de werknemers, produceert boorzuur in een fabriek op 5000 meter hoogte, tegen de grens met Chili. Roelants woonde lange tijd in de streek en werkte er nauw samen met Frutcas. De boerenleiders zijn stuk voor stuk persoonlijke vrienden.

Begin 2008 vroeg de Boliviaanse regering Guillaume Roelants of hij wilde meewerken aan haar lithium-project. Roelants’ expertise met de productie van boorzuur bleek onmisbaar. In mei werd het project officieel gelanceerd, toen president Morales aan de Salar de Uyuni de eerste steen legde van een lithium-pilootfabriek. De president was van meet af aan klaar en duidelijk: dit was een onderneming van de Boliviaanse staat, in uitvoering van het nationalistische programma van de Beweging voor het Socialisme, dat vooropstelde dat Bolivia zich zijn natuurlijke rijkdommen opnieuw moest toe-eigenen. En daarbij bleef het niet. Lithium moest ook de opstap worden naar de industrialisatie van het land. Want, zou Morales later verklaren, ‘we gaan hier zelf batterijen fabriceren en daarna ook elektrische voertuigen’.

Guillaume Roelants werkt op de negende verdieping van een kantoorgebouw nabij het Prado, de centrale laan in La Paz. Daar is de Gerencia de Recursos Evaporiticos gehuisvest, een dienst binnen het Mijnwezen van de Boliviaanse staat die moet zorgen dat Bolivia een lithium- en kali-producent wordt. ‘Grondstoffen moet je in eigen land verwerken’, zegt Roelants. ‘Bolivia heeft er niets aan als het ze onverwerkt exporteert.’ Roelants staat achter Morales’ nationalistische project. ‘Al moeten we oplossingen zoeken voor uiterst complexe problemen, we schieten goed op. We hebben intussen acht patenten genomen op technieken die we zelf hebben ontwikkeld.’

Snelle verdamping

Met Francisco Quisbert aan het stuur rijden we vanaf Uyuni naar het westen, kriskras een piste zoekend door de duinen, naast de officiële hoofdweg want die ligt zo ongelijk als maar kan. Fracisco neemt ons mee naar de werf van de pilootfabriek en naar de andere installaties in de Salar.

Er rijdt nog een passagier mee, Antonio, een bouwvakker. Hij is midden in de Salar gestationeerd. ‘Drie weken werken,’ zegt Antonio, ‘één week vakantie bij mijn gezin.’ Niet bepaald een benijdenswaardig regime. De wind in de Salar snijdt nijdig. De mannen logeren in containers naast de werf, ver van alle ontspanning. Overdag is het tot vijftien graden maar ‘s nachts kan het kwik tot onder het vriespunt zakken.

De boodschap komt aan: jullie in het Westen hebben lithium nodig, wij hebben het bij de hand.

De studie van de zoutmeren van de Andes is jong. De grote specialist, de Fransman François Risacher, werkt al dertig jaar aan de Salares maar begint nu pas algemene conclusies te trekken. Het zoutmeer van Uyuni is het grootste van heel Latijns-Amerika. De Luikse onderzoeker Eric Pirard deed eind jaren negentig onderzoek aan het tweede zoutmeer in Bolivia, de Salar de Coipasa, die 3300 vierkante kilometer meet. Pirard geeft nog altijd advies aan het lithium-team. De onderzoekers weten nu dat de Salares bijzonder complexe systemen van scheikundige elementen en zouten zijn. Ze liggen bovendien op grote hoogte –de Salar de Uyuni op bijna 4000 meter– en tamelijk dicht bij de tropen. Daarom is de verdamping er bijzonder sterk. Het lithium en het boor zijn van vulkanische oorsprong. In het zoutmeer van Uyuni worden ze vanuit vulkanisch gebergte in het Zuiden aangevoerd door de Rio Grande en de Rio Colorado. Waar die rivieren in het meer uitmonden, zijn de lithium-concentraties het grootst. Daarom bouwt Bolivia zijn installaties aan de zuidkant van het meer.

De ploeg van Antonio legt vier bekkens aan, samen zestien hectare groot. Bulldozers werpen lange wallen op, met zout als bouwmateriaal. De bekkens zullen aan de binnenkant bedekt worden met waterdichte matten, zodat er niets kan weglekken. Ze zullen gevuld worden met pekel die wordt opgepompt van onder de zoutkorst van het meer. De zoutkorst van de Salar is sterk genoeg om de constructies te dragen. Vervolgens moeten zon en wind hun werk doen en verdampt de pekel. Op de bodem van de bekkens blijft dan bezinksel achter, dat verwerkt zal worden in de pilootfabriek.

In het gehucht Llipi Loma, niet ver van het spoorweg-emplacement van Rio Grande, wordt de pilootfabriek opgetrokken. Ze ligt ruggelings tegen een heuvel, beschut voor de strakke wind van de zoutvlakte. Boven op de heuvel wapperen de Boliviaanse vlag en de wiphala, het felgekleurde symbool van de Boliviaanse inheemsen. De ruwbouw van de fabriek is klaar. De komende maanden worden de machines geplaatst en het nieuwe laboratorium ingericht. In mei of juni 2011 zou de productie moeten beginnen, haast een jaar later dan aanvankelijk gepland. In het begin zouden er elke maand 40 ton lithium-carbonaat en 700 tot 1000 ton kaliumchloride moeten worden geproduceerd. Dat worden de voornaamste commerciële producten.

Gletsjers smelten

Op heldere dagen heeft La Paz een schitterend uitzicht op de Illimani-berg met zijn vier besneeuwde toppen. ‘Vroeger ging ik skiën vanuit La Paz’, zegt Oscar Vargas van het lithium-team. ‘Maar dat is er niet meer bij, de sneeuw en de gletsjers smelten.’

Het is menens. De gletsjers worden dunner en Bolivia zal voortaan met minder smeltwater uit het hooggebergte moet leven. De klimaatverandering drijft ook president Morales tot actie. Tijdens de Klimaatconferentie van Kopenhagen stelde hij zich erg militant op tegenover de rijke industrielanden. Maar Morales vindt ook dat Bolivia zelf inspanningen moet doen om, zoals hij het uitdrukt, de energiematrix om te keren. Het lithium-project past helemaal in dat opzet.

Eind oktober 2010 steekt Morales weer een tandje bij. Hij maakt bekend dat Bolivia de volgende vijf jaar zelf 640 miljoen euro gaat investeren: 140 miljoen euro om zelf lithium-carbonaat te produceren, 210 miljoen euro om kaliumchloride te produceren –telkens met eigen Boliviaanse technologie– en nog eens 290 miljoen euro om in het buitenland toptechnologie te kopen voor de eigen productie van batterijen voor elektrische voertuigen. ‘We willen de markt van de elektrische voertuigen aanzwengelen’, zegt president Morales. ‘Dat is ons engagement voor het klimaat’.

‘We kunnen dat nooit alleen’, zegt Alejandro Chavez, prof scheikunde aan de Technische Universiteit van Oruro. Hij stipt aan dat er in de Salar de Uyuni veel meer magnesium zit dan in het grootste Chileense zoutmeer in Atacama. ‘Magnesium van lithium scheiden is ingewikkeld, dat probleem wordt serieus onderschat’, aldus Chavez. Volgens hem heeft de Boliviaanse staat bovendien veel te weinig goede technici in dienst. ‘De goede mensen werken voor de privébedrijven die goed betalen.’ President Morales, die zichzelf een karig loon betaalt en uitvaardigde dat niemand bij de staat meer mag verdienen dan hijzelf, draagt daarvoor mee de verantwoordelijkheid.

En we vangen nog meer kritische geluiden op. Na de grote mobilisaties van het verleden krijgt de beweging van president Morales last van minder fraaie reflexen. We horen dat MAS-mandatarissen vriendjes droppen op posten bij de staat. Ze proberen dat ook te doen bij het lithium-team. Lokale MAS-politici steken elkaar stokken in de wielen om projecten van de staat naar hun streek te halen. Zo was er heibel aan de Salar de Coipasa, die nochtans ook met een proefstation aan het nationale lithium-project zal meewerken.

Sommige onderzoekers beginnen zich af te vragen of de gulle politiek van president Morales wel vol te houden is. Fernanda Wanderley, sociologe aan de UMSA-universiteit in La Paz: ‘De regering geeft veel geld uit aan sociale en economische programma’s. Ze bekostigt die projecten met de opbrengsten uit de gassector. Maar daar zien we twee zorgwekkende ontwikkelingen. Ten eerste verminderen de reserves zienderogen. Ten tweede vallen de investeringen om nieuwe reserves te zoeken terug. In het ergste scenario zijn de gasreserves over drie-vier jaar op en haalt de regering daar geen inkomsten meer uit.’ Die tendens zou ook het lithium-project kunnen hypothekeren.

Zonder de grote jongens

Moet de regering dan toch maar toegeven aan de druk en multinationale bedrijven –die het geld en de expertise hebben– betrekken bij het lithium-project? De bedrijven willen niet liever. ‘Iedereen kan toetreden tot ons wetenschappelijk comité’, zegt Guillaume Roelants. ‘Maar wel op onze voorwaarden. Alle kennis van het comité blijft eigendom van de Boliviaanse staat.’ Een aantal bedrijven, zoals het Franse Bolloré, is intussen in het comité gestapt, zij het met behoorlijk wat tegenzin. Maar binnen de regering is er geen eensgezindheid. Sommige ministers vinden naar verluidt dat privé-investeerders toch lithium-concessies zouden moeten krijgen.

‘De multinationals stalken ons’, zegt ingenieur Roelants. Bij Hector Cordova, de vice-minister van Mijnen, liggen hun studies op tafel. Hij toont de voorstellen van Kores uit Korea, de Japanse alliantie (van Sumitomo, Mitsubishi en het overheidsagentschap Jogmec) en van de kandidaat die er het laatst is bijgekomen, de groep CITIC Guoan uit China. Alle volgen ze uiteenlopende strategieën om Bolivia te verleiden. Sumitomo baat al de grootste zilvermijn van Bolivia uit en wil investeren in de winning van energie uit warmwaterbronnen. De Franse ambassadeur behartigt de belangen van Bolloré. Hij is zelfs in Potosi gaan praten met lokale leiders, die traditioneel in politieke concurrentie leven met Uyuni. CITIC Guoan zou anderhalf miljard euro geboden hebben om het lithium-project integraal over te nemen. Maar tot dusver houdt Bolivia het been stijf. Vice-minister Cordovà: ‘De uitbating doen wij zelf, daarover bestaat geen enkel akkoord.’

De eerste fase blijft honderd procent van de Boliviaanse staat, Cien por Ciento Estatal. Daarna, wanneer Bolivia in eigen beheer lithium-carbonaat en kaliumchloride produceert, mogen de multinationals meewerken. ‘Het volk is aan de macht, dit is onze regering’, zegt Francisco Quisbert in Uyuni. Maar net zo min hij aangestoken is door het licht xenofobe indigenismo van de jongere boerenleiders, net zo min lijdt hij aan idolatrie voor Evo Morales. ‘Als Evo het op een akkoord gooit met de multinationals, dan gaan we ook met hem in de clinch.’

Deze reportage kwam tot stand dankzij de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek en GRESEA.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift