De prijs van het leven

Van het Vlaamse landbouwareaal wordt vandaag iets meer dan een half procent biologisch verbouwd. Anno 2010 moet dat tien procent zijn. Tien op Tien, zo klinkt het, maar kan het aanbod van biologische producten zo’n geweldige groei van de vraag wel aan? Een biologisch melkveehouder waarschuwt voor onzekere prijsvorming, expansiezucht en mensonvriendelijk ondernemerschap.
‘Op fietstocht door Vlaanderen en Nederland kwamen mijn vrouw en ik voor het eerst in contact met een aantal gedreven biopioniers’, vertelt Johan Broekx. ‘In 1994 maakten ook wij de omschakeling naar een biologisch melkveebedrijf.’ Broekx is ‘Er kwam heel wat overtuiging bij kijken, want afzetmogelijkheden waren toen nog bijna onbestaande.’ Dat is vandaag anders. Momenteel is er een tekort aan biologische melk. Voor een boer die erin gelooft, de juiste technieken onder de knie heeft en voldoende grond bezit, is de stap nu veel evidenter. Toch is de overgang bij melkvee niet zo ingrijpend, geeft Broekx toe. ‘In de fruitsector vraagt de overstap naar biologische teelt het meest, omdat de gangbare fruitteelt overvloedig gebruik maakt van chemische sproeistoffen. Maar ook de varkenshouderij, die in België zo goed als grondloos is geworden, vraagt zware investeringen.’

De melksector heeft het voordeel van een gegarandeerde afzet voor de boer aan een relatief vaste prijs. De vijfentwintig Vlaamse biologische melkveehouders hebben zich verenigd en zetten de melk af bij eenzelfde melkerij, die de melkronde organiseert. ‘We sloten een contract voor vijf jaar en op basis van een korf van vijf gangbare melkprijzen werd de minimumprijs vastgelegd. De biobonus van 2,40 frank per liter en een aantal kwaliteitspremies moeten de extra kosten van werkuren, transport, het uitgebreid machinepark en de lagere melkproductie van de biokoeien opvangen.’ Op die manier weerspiegelt de opbouw van de bioprijs alle werkelijke kosten die gemaakt werden tijdens de productie. Het prijsverschil, dat inherent is aan de sociale en economische meerwaarde van het product, staat voor Broekx niet ter discussie. ‘Als het contract met de melkerij afloopt en een grotere groep veehouders de omschakeling goed overleefd heeft, hopen we meer inzicht te hebben in de kostenstructuur. Dan gaan we bekijken hoe de bioprijs losgekoppeld kan worden van de gangbare prijs.’

DE VERLEIDING IS GROOT

Het lijkt eenvoudig, al heeft Broekx het tijdens het gesprek ook over de broze kanten van de biolandbouwmarkt. Hoezeer men in de biologische landbouw ook verknocht is aan het principe van kleinschaligheid, het staat haaks op de aanlokkelijke en dominante landbouwgedachte die stelt dat er in een straal van duizend kilometer een half miljard Europese consumenten wonen.

Sinds een jaar wordt de biologische dierlijke productie geregeld door een nieuwe Europese verordening. Het werd een wettelijk kader waarin zowel de Griekse schapenboer als de Scandinavische zalmkweker zich kon vinden, maar het was aan de lidstaten om dat kader concreet in te vullen. De verschillen die daardoor ontstaan, wegen in de melkveehouderij. ‘Door de hogere eisen die België oplegt aan veevoer is onze melk duurder dan die van de Nederlandse collega’s. Met mijn dertig koeien is dat een verschil van 1500 euro (60.000 frank) per jaar. Ook de omschakelingsperiode is korter Nederland. Dat werkt demotiverend voor potentiële omschakelaars.’

Het wekt dan ook geen verbazing dat supermarkten hun melk bij Nederlandse boeren zullen inkopen. ‘Met een almaar groeiende vraag bestaat het risico dat lagere verkoopprijzen de eerlijke bioprijs en daardoor de hele biosector onder druk zullen zetten.’ De verkoop in trendgevoelige en concurrerende grootwarenhuizen is erop gericht om dat prijsverschil naar beneden te halen. Het kapitalistische principe van schaalvergroting steekt ook hier de kop op.

Campina-Melkunie uit Nederland, bijvoorbeeld, legde veel geld op tafel om bijna de hele markt van biomelk in handen te krijgen. Broekx wijst op de schaduwzijde van de contractconstructies die gepaard gaan met zo’n schaalvergroting. ‘De boer werkt op zelfstandige basis, maar is in feite een verdoken arbeider voor wie geen sociale lasten worden betaald. Nu de prijs goed zit, vormt dat geen problemen, maar dergelijke integrators zijn in de eerste plaats geïnteresseerd in maximale economische rendabiliteit. De zekerheid die de boer in het verleden heeft opgebouwd, is niet de eerste zorg van grote industriële bedrijven.’

IDEALISME EN REALISME

Ook andere sectoren van de biologische landbouw zijn in volle ontwikkeling. De pioniers die met overtuiging een markt creëerden, worden opgevolgd door een professionele sector. De distributie en verwerkingssector komen in handen van de grootindustrie. ‘Er zal opnieuw pionierswerk moeten verricht worden’, vindt Broekx. ‘We moeten blijven nadenken over een biologisch landbouwsysteem met een goede prijs voor de boer, met een verbeterd contact tussen consument en producent en er moet plaats zijn voor eerlijke handel met het Zuiden.’

Broekx is zelf een pionier en is er zich van bewust dat extra normering meer kosten met zich meebrengt. ‘Hoe uitgebreider het lastenboek, hoe meer lasten, dus hoe meer kosten. Veel boeren zijn in volle omschakeling. Dat zijn zeer ingrijpende veranderingen die tijd en energie vragen. Voor hen is een goede melkprijs prioritair. Bovendien zijn de omschakelaars van vandaag minder idealistisch dan die van een tiental jaar geleden. Zij willen het product milieutechnisch wel hoogwaardiger maken maar voor hen is mensvriendelijk ondernemingsschap van minder belang.’

Koning klant, van zijn kant, wil duurzame voeding, maar liefst aan een zo laag mogelijke prijs. In de jaren vijftig ging ruim de helft van het gemiddelde gezinsbudget naar voeding, terwijl dat momenteel nog amper twaalf procent is. Voor de gedreven veeboer uit Bocholt houdt dit geen steek. ‘Ik ben omgeschakeld uit onvrede met het gangbare systeem omdat producten te goedkoop werden en honderden boeren over kop gingen. We moeten de consument bewust maken en uitleggen waarom de prijs van biologische producten hoger ligt.’

Volgens Broekx houdt de consument er ten aanzien van de landbouw onrealistische verwachtingen op na. ‘Het liefst ziet men boer ‘s ochtends al fietsend met de melkkan in de hand en de bolletjeszakdoek om de hals naar het veld trekken. Maar ‘s avonds belt diezelfde consument wel vanuit de supermarkt naar huis om te weten welke diepvriespizza er op tafel moet komen. De landbouw is ook niet stil blijven staan. Een minder emotionele benadering zou ons heel wat verder brengen.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift