De radicale verrijzenis van Gandhi

Het gevecht om grond, water en woud in India

Naar schatting 150 tot 200 miljoen Indiërs moeten op het platteland overleven zonder de grond waarop ze wonen of werken te bezitten. Om de fundamentele mensenrechten van de kwetsbaarste bevolkingsgroepen te verdedigen, bracht de Gandhiaanse boerenbeweging Ekta Parishad in oktober tienduizenden mensen op straat. ‘Geweldloosheid is de echte kracht van de machtelozen.’

De National Highway 7 is zowat 2500 kilometer lang en loopt van het oostelijke Varanasi naar het uiterste zuiden van India in Kanyakumari. Wie de NH7 ter hoogte van Katni in de deelstaat Madhya Pradesh neemt, heeft echter niet de indruk dat hij op een van de grote verkeersaders van een opkomende wereldmacht rijdt. De weg is nauwelijks breed genoeg om twee vrachtwagens elkaar zonder blikschade te laten kruisen en zit vol diepe gaten, waardoor die vrachtwagens omtrekkende bewegingen maken over het rode zand of elkaar tegenkomen aan die kant van de weg waar het asfalt de voortdurende aanslagen van zon, wind en zwaar overladen vrachtvervoer nog heeft weerstaan.

Tussen die voortdurende reuzenslaloms door wandelen of strompelen bedevaarders, op blote voeten of teenslippers, met een oranje of veelkleurig vendel over de schouders. Hun bestemming is Maiher, waar boven op een berg een tempel van de godin Masarta ligt. Het is het seizoen van de godinnen, want in elk dorp staat op elke straathoek een tent of een tempeltje waarin Durga vereerd wordt met veelkleurige kerstlichtjes en veel te luide muziek die varieert tussen Bollywooddisco en half religieuze, half erotische liefdesliederen die hier ghazals heten. Navratra heet het feest: negen nachten bidden en feesten. De noveen wordt beschouwd als een van de belangrijkste feesten van hindoeïstisch India en bereidt tegelijk voor op een van de meest gecommercialiseerde feesten: Diwali, het feest van het licht.

De inwoners van Bujbuja, een gehucht in het district Katni, zijn allemaal bezig met hun rondgang langs de Durga-altaren in het “centrum” van de gemeente. We moeten in een steeg letterlijk door een van de tenten rijden om langs veldwegen, tussen gouden en groene rijstvelden, de ingang van het dorp te bereiken. Op een open plek hebben de dorpsbewoners zeker twintig begrafenisbrandstapels klaargelegd. Door het feest liggen ze er verlaten bij, ook de eenzame koe onderbreekt haar geherkauw niet voor het ongenode bezoek. ‘We zijn klaar om op de brandstapels te gaan zitten en collectief zelfmoord te plegen’, zegt een van de boeren van Bujbuja later tijdens een gesprek. ‘Als ze onze bron van inkomen en bestaan afpakken, dan kunnen we er evengoed zelf een einde aan maken.’

De overheid wil de gronden van Bujbuja en het naburige Dokaria onteigenen om er door het bedrijf Wellespan een grote thermische centrale te laten bouwen. Toen de eerste geruchten over de elektriciteitscentrale de ronde deden, waren de mensen hier niet echt verontrust. Sommigen hoopten wellicht op werkgelegenheid, al was het in de vorm van een beter draaiend winkeltje of meer afzet voor de groenten die ze telen. Anderen liet het zelfs ronduit koud. Maar toen duidelijk werd dat het niet ging om een paar hectare grond, maar om een complex van in totaal wel vierhonderd hectare, en dat daarvoor twee dorpen inclusief de velden ontruimd moesten worden, dat zevenduizend mensen have en goed zouden verliezen en dat in de hele streek de kwaliteit van het rivierwater en de lucht ernstig aangetast zou worden, toen beslisten de boeren dat ze zich met alle middelen zouden verzetten tegen de plannen. Ook al pleit de lokale volksvertegenwoordiger voor de centrale, als een cruciaal onderdeel van de noodzakelijke ontwikkeling van de regio.

Dat was ook het argument dat honderd kilometer verderop gebruikt werd om een waterkrachtcentrale te bouwen, waardoor in dit vlakke land een enorm stuwmeer ontstond dat honderden dorpen onder water zette. De meeste inwoners van Dokaria zijn dat wassende water enkele jaren geleden ontvlucht. Geen wonder dat ontwikkeling op het Indiase platteland meestal als een vloek uitgesproken wordt.

Het verzet van Bujbuja nam verschillende vormen aan. De inwoners schreven brieven aan al wie macht of invloed heeft in India of in Madhya Pradesh – maar niemand antwoordde. Ze hielden drie maanden lang een sit-in voor de deur van de belangrijkste ambtenaar van het district, tot ze op 15 augustus het bevel kregen om de actie te ontbinden. Als de religieuze feesten voorbij zijn, plannen ze om in de deelstaathoofdstad Bhopal te gaan kamperen voor de deur van Shivraj Singh Chouhan, de deelstaatpremier, die tot de hindoenationalistische BJP behoort. En ze bezorgden de lokale en hogere overheden een formele aankondiging van het plan om collectief zelfmoord te plegen als er stappen ondernomen worden om de onteigening door te zetten. Dat dreigement wordt voorlopig ernstig genomen, blijkbaar. 

Boete

In Kakrah wonen ook families die door de Bansagradam uit hun vroegere woonplaats verdreven zijn. Ze behoren dus tot de slachtoffers van de “ontwikkeling” die miljoenen plattelandsbewonders in India bedreigt: de mijnbouwprojecten, infrastructuurwerken, het bestemmen van landbouwgrond als woongebied voor de uitdijende steden of als industrieterreinen. Toch zien ze zichzelf niet als mensen die tegen een Systeem strijden. ‘Wij willen gewoon de formele erkenning van ons bestaan op deze bodem’, zegt Sunita, een van de leidende figuren uit deze gemeenschap.

‘Deze bodem’ is overheidsgrond, die ze sinds vijftien jaar bewonen en bewerken, maar die in het Indiase kadaster geregistreerd staat als revenue land, land dat alleen met toestemming van de overheid bewerkt mag worden en waarvoor ook een vergoeding betaald moet worden. Ze hebben dan ook een boete gekregen. ‘En dat’, zegt Dulara, de dorpsleider, ‘is het bewijs dat de overheid wéét dat we hier zijn. De meeste inwoners zijn ook geregistreerd in het kiesregister, en we kregen elektriciteit en waterputten. Waarom slaagt men er dan na al die jaren niet in ons de wettelijke documenten te bezorgen waarmee we wat zekerheid in ons bestaan kunnen brengen?’

De hele duur van het gesprek houdt Dulara een rolletje kopieën in zijn gegroefde boerenhanden. De documenten bevatten het post mortem van een os die in een diepe gracht sukkelde die uitgegraven was voor het leggen van een kabel. De familie die het dier verloor, heeft het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen en verwacht daarom compensatie vanwege de overheid die opdrachtgever

We zijn klaar om collectief zelfmoord te plegen. Als ze onze bron van inkomen en bestaan afpakken, dan kunnen we er evengoed zelf een einde aan maken.
of vanwege de firma die het werk uitvoerde. Maar wie luistert er nu naar een stel ongeletterde en rechteloze boeren?

De mensen van Kakrah weten maar al te goed waarom ze geen papieren krijgen. Onder de vruchtbare aarde zit immers bauxiet en kalksteen, waarvan cement gemaakt wordt. Daarom willen enkele machtige mannen uit de regio de grond liever in eigen handen krijgen, dan hem over te laten aan marginale groepen die er alleen maar kleinschalige landbouw op willen bedrijven. Om de “ontwikkelingskansen” van deze regio veilig te stellen, wordt de overheid bespeeld en worden de boeren geïntimideerd door ingehuurde knokploegen. En, nee, schudden ze collectief, op de vraag of ze dan niet beter een klacht zouden indienen tegen die bandieten. De politie is er niet om de rechten van rechtelozen te verdedigen, die zorgt voor de belangen van de machtigen.

Tegen de lokale potentaten is het moeilijk verzet te bieden, hun dreiging is te direct en te nabij. Maar zelfs deze analfabete boeren hebben begrepen dat hun stem luider klinkt als ze samengevoegd wordt met die van andere gemeenschappen met soortgelijke problemen. Daarom nam een deel van de groep in oktober deel aan de Jan Satyagraha – letterlijk: het geweldloze verzet van het volk – en als de organisatie het toegestaan had, zou heel Kakrah zich gemeld hebben voor de 350 kilometer lange voettocht langs de National Highway 3 van Gwalior naar Delhi.

Veel beloven

Het oorspronkelijke plan was dat ik half oktober een week mee zou stappen met de Jan Satyagraha, om zo de sfeer van een van de grootste Gandhiaanse manifestaties die onafhankelijk India ooit gezien had te kunnen beschrijven. Twee dagen voor mijn vertrek naar India kwam minister van Rurale Ontwikkeling, Jairam Ramesh, echter naar Agra om daar, ten overstaan van de inmiddels 50.000 deelnemers aan de mars, een akkoord te ondertekenen.

Daarin belooft de centrale regering in Delhi werk te maken van een landhervormingsbeleid, waarbij ze onder andere specifiek aandacht zal schenken aan het recht op landbouwgrond voor landloze boeren én aan het recht op grond om een woning op te bouwen voor de armen op het platteland. Een voorsteltekst die als basis moeten dienen voor een publiek debat over landhervorming wordt beloofd binnen een periode van vier tot zes maanden na de ondertekening op 11 oktober. In ruil voor die beloften moet Jan Satyagraha de mars naar Delhi beëindigen. Aldus gebeurde.

Als ik de mensen in Bujbuja, Kakrah en elders vraag of ze blij zijn met het Agreement on Land Reforms between the Ministry of Rural Development (GoI) and Jan Satyagraha, zoals de volledige titel van het akkoord luidt, oogst ik hooguit voorwaardelijk enthousiasme. In Chilqhat, een van vijf dorpen die ontstonden op vierhonderd hectare braakliggende overheidsgrond die aan drie zijden ingesloten wordt door rivieren, verwoordt gemeenschapsleidster Narmada Baldeva Gondh de mening die aan de basis, maar ook aan de top van Ekta Parishad leeft:

‘Ik heb geen vertrouwen in de overheid. In 2007 marcheerden we met 25.000 mensen Delhi binnen en kwam de Indiase regering ons ook met allerlei beloften paaien. De beloofde landhervormingsraad kwam zelfs nooit samen, laat staan dat er tastbare resultaten waren voor mensen zoals wij. We zullen nu zes maanden wachten, maar als er dan weer niets gebeurd is, zijn we helemaal klaar om het laatste stuk van de Jan Satyagraha vooralsnog af te werken en de regering ter verantwoording te roepen in haar eigen hoofdstad.’

Een van de moeilijkheden om de verwachtingen binnen een zo korte termijn in te lossen, is dat de Indiase grondwet bepaalt dat alles wat met grondbeleid te maken heeft tot de exclusieve bevoegdheid van de 28 deelstaten en 6 centraal bestuurde uniegebieden behoort. Met andere woorden: zelfs als de regering van premier Manmohan Singh – in het vooruitzicht van de verkiezingen die er volgend jaar aankomen – plots toch bereid zou zijn de landlozen hun gevraagde rechten te geven, dan nog zou ze betrekkelijk machteloos zijn om de toepassing van dergelijke wetten af te dwingen.

Advocaat Videh Upadhyay, die voor Ekta Parishad mee onderhandelde over het akkoord dat in Agra getekend werd, erkent het probleem, maar wijst tegelijk op reële handelingsmogelijkheden voor de centrale regering: ‘Om te beginnen moet grond voor landlozen niet enkel als “land” bekeken worden, maar ook als onontbeerlijke bron van sociale zekerheid. Bovendien erkende het Opperste Gerechtshof het recht van elke Indiër op onderdak en op waardigheid. Daar kan de Indiase regering mee aan slag, dat staat vast. Bovendien hoeven maar twee deelstaten aan Delhi vragen om een wet te maken die betrekking heeft op deelstaatbevoegdheden om de grondwettelijke beperking te doen vervallen.’

Ook Ramesh Sharma, centrale onderhandelaar als een van de naaste medewerkers van Rajagopal, vindt dat de grondwettelijke bezwaren eerder een uitvlucht dan een werkelijke bevoegdheidskwestie zijn: ‘Zorgen voor sociale rechtvaardigheid is een van de cruciale opdrachten voor de regering in Delhi. En de vaststelling dat landlozen daarvoor op de eerste plaats wettelijke erkenning van de bodem die ze bewonen en bewerken behoeven, wordt algemeen gedeeld.’

Voordeel van de twijfel

Op woensdagochtend 17 oktober verzamelden zo’n veertig mensen zich bij het gedenkteken voor Mahatma Gandhi in het Rajghat-park op de oever van de Yamuna-rivier in Delhi. Op een steenworp van de eeuwige vlam die de Vader des Vaderlands herdenkt, onder een enorme ficusstruik, mediteerden de Gandhianen en deelden ze hun hoop én zorg over de naleving van het akkoord tussen de Jan Satyagraha en het ministerie van Rurale Ontwikkeling. De werkgroep die over enkele maanden met resultaten moeten komen, vergaderde later die dag voor de eerste keer. Een beetje spirituele steun was dus niet overbodig voor Rajagopal, die de bijeenkomst leidde en ook deel uitmaakt van de werkgroep, net als andere gerenommeerde activisten als Aruna Roy en Bina Agrawal.

‘Wij geven de regering het voordeel van de twijfel’, zei Rajagopal de vorige avond. ‘Enkele maanden wil ik geloven dat ze het meent met de beloofde landhervorming. Wij zijn niet ongeduldig en we zijn niet cynisch. Maar als er begin volgend jaar geen echt perspectief is, zullen we vanuit Ekta Parishad opnieuw beginnen te mobiliseren en zetten we de regering onder druk. Geweldloosheid is de echte kracht van de machtelozen. Dat zullen we telkens opnieuw laten merken.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur