De revolutie is een sterk merk

Jongeren speelden een belangrijke rol in het omverwerpen van regeringen in ex-Joegoslavië, Georgië, Oekraïne en Libanon. En ze zijn niet van plan het lijstje daar te laten ophouden. Doen ze dat op eigen kracht of zijn ze marionetten van de Amerikaanse buitenlandse politiek? Andrew Mueller vroeg het deze zomer aan vertegenwoordigers van onder andere Otpor!, Mjaft!, Kmara en Pora in de Albanese hoofdstad Tirana.

De beste bar in Tirana -en dat is een veel krachtigere lofbetuiging dan oningewijden kunnen vermoeden- opende vlak voor de zomer. Ze heet Living Room en heeft alles wat je van een trendy etablissement verwacht: een restaurant, een halfverlichte dansvloer en glimmende rekken vol flessen achter een bar die bemand wordt door kraaknet uitgedost personeel. Maar het meest opvallende aan Living Room is wat ontbreekt: muren en een dak. Living Room is een terras dat uitkijkt op een park. Dat is compleet geschift, maar daarmee is de bar in goed gezelschap in Tirana.
In 2000 werd Edi Rama, een excentriek maar briljant kunstenaar, tot burgemeester gekozen van de hoofdstad van Albanië. Sindsdien is Tirana een permanente, surrealistische installatie, met met alle hoogbouw in schreeuwende kleuren. Het pleit voor de inwoners van Tirana dat Rama vorig jaar herverkozen werd, met nog meer stemmen.
Niemand weet hoe lang Living Room zal blijven draaien -de strijd tussen het enthousiasme van het personeel en de eerste winter zal daarin beslissend zijn- maar de kans is klein dat de bar nog ooit zo’n uitzonderlijk stel klanten zal bedienen als vanavond. Ze zien er nochtans niet bijzonder uit: een paar dozijn twintigers en dertigers in de standaard stedelijke camouflage van jeans, t-shirts en sneakers. Ze drinken bier uit bevroren pullen en proberen ingewikkelde cocktails met zo veel mogelijk waardigheid te consumeren. Niets doet vermoeden dat hier vanavond de meest uitzonderlijke vergadering van revolutionairen uit de jongste geschiedenis plaatsvindt.
De klanten in de Living Room zijn deelnemers aan het Tirana Activism Festival, de eerste formele bijeenkomst van alle door jongeren geleide democratiseringsbewegingen uit Oost-Europa en het Midden-Oosten. Otpor! uit Servië, Kmara uit Georgië, Pora uit Oekraïne en Mjaft!, de gastheren van de conferentie, hebben allemaal de geweldloze strategieën van Gandhi en King geactualiseerd met hedendaagse branding, snuggere marketing, ironische stunts, mediagevoelige grappen en de exponentiële communicatiemogelijkheden van het internet.
Eerst de samenzweringstheorie. Deze groepen zijn immers het meest succesvol geweest als ze zich keerden tegen regimes waar de VS en Groot-Brittannië maar al te graag het einde van zagen. Dus, concluderen veel waarnemers, zijn ze zelf creaties van Amerikaanse en/of Britse geheime diensten. ‘Ik ken die stelling’, zegt Ivan Marovic van Otpor!. ‘Maar ik verzeker je: de CIA verstaat er niets van. De CIA is een hiërarchische, geheime organisatie.
Deze bewegingen zijn helemaal het tegenovergestelde: niet hiërarchisch en allesbehalve gesloten en geheim.’ Ivan (31 jaar) is een van de sterren van het weekend. Hij is een van de stichtende leden van Otpor! -Servisch voor Verzet!- en medearchitect van de revolutie die Milosevic ten val bracht.
Sindsdien deelt hij zijn ervaringen met bewegingen in Oekraïne, Georgië en Libanon. ‘Ik voel me hier niet echt de oude wijze man’ zegt hij. ‘Maar het is wel leuk om gezien te worden als een van degenen die het goede voorbeeld gegeven hebben, zeker voor iemand die uit Servië komt. Wij zijn tenslotte tien jaar lang bekeken als de barbaren van Europa.’
werkt momenteel aan A Force More Powerful, een videospel waarin de spelers hun eigen geweldloze beweging kunnen opbouwen om hun virtuele regering omver te werpen. Hij is een onstuitbaar intelligente analist van zowel revoluties als marketing en is gezegend met een lach die lawines kan veroorzaken. Toen ik tijdens de laatste maanden van Milosevic’ bewind Otpor! leerde kennen, hoorde ik al dat Otpor! hulp kreeg van buitenaf. ‘We moesten wel,’ zegt Ivan, ‘we hadden gewoon geen eigen bronnen van inkomsten.’
Veel van die hulp kwam uit de Verenigde Staten -en dat is nog altijd zo voor al deze bewegingen. De brochure van het Tirana Activism Festival, geproduceerd door Mjaft!, erkent de sponsorsteun van onder andere het Freedom House en het US Agency for International Development. Het is dus begrijpelijk dat linkse samenzweringstheoretici zo opgewonden geraken, ook al betekent het dat ze daardoor de Amerikaanse inlichtingendiensten onvoorstelbare subtiliteit en competentie toeschrijven.
De kernvraag is of het aanvaarden van die buitenlandse steun ook impact heeft op de doelstellingen en acties van een beweging als Otpor! ‘Het was een dilemma’, geeft Ivan toe. ‘Toen we in 1996 de straat op gingen, steunden de Amerikanen Milosevic, omdat hij garant stond voor het vredesakkoord van Dayton. Drie jaar later lieten de VS hem vallen. Wat moesten wij doen? Plots vriendschap sluiten met Milosevic? Dat kon toch niet, hij was nog steeds onze vijand. We kregen dus geld, maar nooit bevelen, van niemand. Dat is de reden waarom we ons doel bereikt hebben. Groepen die vanuit het buitenland geleid worden, zijn gewoonlijk niet succesvol. Steun krijgen is één zaak, georchestreerd worden is er een heel andere.’
Onder de genodigden van de conferentie bevinden zich ook vertegenwoordigers van Freedom House. Die Amerikaanse organisatie is voor velen verdacht, al was het maar omdat zijn voorzitter, R. James Woolsey, directeur van de CIA geweest is. De lui van Freedom House betalen hun rondjes en verdragen goedmoedig de grove grapjes, en ik twijfel niet aan hun persoonlijk enthousiasme voor de principes die deze jongeren belichamen. Maar zolang zij hier rondfladderen, zullen er altijd een heleboel mensen zijn die -terecht of onterecht- moeite hebben om verder te kijken dan hun schaduw.
Erion Veliaj van Mjaft!: ‘Ik zie ook wel dat we in een internationale context opereren. Dat het voor Washington bijzonder goed uitkwam dat de Georgische en Oekraïense regimes verdwenen. Natuurlijk speelt dat allemaal mee, maar tegelijk is er in deze landen ook een reële drang naar verandering.’
Otpor! bracht een dictator ten val en deed dat bovendien met stijl. Branko Ilic, een tienerleider destijds, vertelde me dat hij de beweging zag als ‘guerrilleros zonder geweren’.Otpor! voerde zijn hit-and-run raids uit met verfbussen en zelfklevers in plaats van met bommen en kogels. De Servische activisten wilden de macht liever belachelijk maken dan haar te bestrijden.
Als ik Ivan vraag naar Otpor!s inspiratiebronnen, verwacht ik een opsomming van Ghandi, King en de Parijse studentenrevolte van 1968. Zijn voorbeeld van opstandigheid ligt minder voor de hand. ‘Coca-Cola’, grijnst hij. ‘We beseften dat er heel wat uitstekende fruitsappen zijn die niemand drinkt, terwijl iedereen wel dat vreselijke, bruine suikerwater drinkt. Waarom? Omdat het een sterk merk is, een simpele en krachtige boodschap. Coca-Cola is overal, op alle dingen. Dus begonnen wij ook Otpor! te plaatsen op regenschermen, aanstekers, luciferdoosjes… We maakten van de revolutie een sterk merk.’
Dat klopt. In Belgrado in 2000 was Otpor! een club waar alle coole lui bij wilden horen. Hun t-shirt was er een waarmee je gezien wou worden -ook al waren daar risico’s aan verbonden: Ivan werd tien keer gearresteerd. Otpor!s gebalde vuist en de slogan Gotov Je! (Hij is eraan!) waren alomtegenwoordig. Die slogan, die Milosevic afschreef terwijl hij nog aan de macht was, bleek een uiterst scherpzinnig staaltje copywriting. De sleutel tot Otpor!s blijvende invloed was hun besef dat -om Lord Acton te parafraseren- alle macht absurd is, en absolute macht dus absoluut absurd. Telkens iemand die realiteit blootlegt, kunnen er verbazingwekkende dingen gebeuren. En het is spek naar de bek van de jeugd om die taak op te nemen.
Dertien bewegingen zijn officieel vertegenwoordigd en één onofficieel: een enkele vertegenwoordiger van een prille maar ongelooflijk moedige beweging uit Oezbekistan die zichzelf Bolga noemt, De Hamer. De Bolga-vertegenwoordiger wil geïnterviewd noch gefotografeerd worden, aangezien de Oezbeekse president zijn idee over georganiseerde dissidentie pijnlijk duidelijk gemaakt heeft in mei, toen hij zijn troepen liet schieten op betogers in Andijan. Het is vaak moeilijk om de joviale sfeer van het weekend te paren met de risico’s die deze mensen nemen. Razi Nurullayev van het Azerbeidzjaanse Yox! -Neen!- leefde twee weken geleden nog op gevangeniskost. ‘Ik werd vijf dagen vastgehouden’, vertelt hij. ‘De politie pakte me op in een straat vlakbij mijn huis. Ze duwden me in hun auto en zegden dat ik mijn kop moest houden. Ik dacht dat ik ontvoerd werd.’
Albin Kurti van Kosova Action Network (KAN) is dertig. Hij bracht al tweeënhalf jaar door in de gevangenis. ‘Ik werd eigenlijk veroordeeld tot vijftien jaar’, zegt hij, niet zonder trots, ‘voor het in gevaar brengen van de territoriale integriteit en soevereiniteit van Joegoslavië. Ik werd gearresteerd tijdens de NAVO-bombardementen en werd op een tournee van Servische gevangenissen gestuurd.’ De laatste keer dat ik Albin zag, was in oktober 2004, tijdens de verkiezingen in Kosovo.
Hij maakte zijn afwijzing van het door de VN-georganiseerde proces duidelijk door met zijn ezel door de straten van de stad te wandelen. De ezel droeg een kleed met het opschrift: Stem voor mij! ‘Wij vonden dat een gepaste slogan’, zegt hij. ‘De hele campagne was een carnaval van middelmatigheid. Daarom ook wordt KAN geen politieke partij. Onze ambities liggen hoger. De ambitie van onze politieke partijen is zelf rijk te worden. Wij willen sociale verandering.’
‘Jullie vrijheid is onze vrijheid’, zegt Mjaft!-directeur Erion Veliaj, 25, in zijn openingsspeech tegen de organisaties die overwinningen geboekt hebben. Tegen wie nog steeds bedreigd is, zegt hij: ‘Wij beschouwen jullie ketenen als onze ketenen.’ Op het einde van zijn toespraak dompelt hij een hand in de rode verf -het Mjaft!-logo- en maakt een afdruk op een van de posters waarop de namen van alle deelnemende groepen staan. Als deze groepen één les onthouden hebben uit de communistische propagandacampagnes die hun ouders moesten verduren, dan is het wel de kracht van symbolen.
Vertegenwoordigers van andere organisaties volgen elkaar op en allemaal laten ze hun helrode handafdruk achter op de poster. Niet iedereen blijkt een geboren redenaar te zijn, al kan dat ook te maken hebben met het feit dat niemand in zijn eigen taal spreekt. De conferentie verloopt grotendeels in het Engels. Alina Shpak, 24, van Pora (Hoog Tijd) benadrukt de schrik die dictators hebben van spotternij. Ako Minashvili van Kmara roept de activisten uit Azerbeidzjan, Oezbekistan en Wit-Rusland op troost te vinden in de opwinding van hun strijd. ‘Sinds wij gewonnen hebben, is het leven behoorlijk saai geworden’, zegt hij bedrukt.
Cynisme kan ongelooflijk nuttig zijn voor idealisten. Dat blijkt als een vertegenwoordiger van Pora een ongenadig sarcastische maar terechte analyse geeft van het mondiale mediabeest, zijn geliefde hapjes en de onweerstaanbare dynamiek die het aan je campagne kan verlenen als het aan jouw kant staat. ‘Buitenlandse media maken zich geen zorgen over jouw problemen’, zegt hij, ‘en over het algemeen maken ze zich ook geen zorgen over jou. Zij maken zich zorgen over zichzelf en over de manier waarop ze hun verhaal aan hun publiek kunnen vertellen. Dus, als je gaat betogen en een Franse journalist interviewt je, zeg hem dan dat dit zoiets is als Parijs ‘68. Als de journalist een Pool is, vergelijk je beweging dan met Solidarnosc.’
Hij benadrukt het belang van verhalen en nieuwsberichten die een sympathiek beeld geven. Ook is het belangrijk dat je goed Engels spreekt , dat je een eenvoudige, duidelijke boodschap brengt en dat je elke vorm van geweld of zelfs maar de kans op geweld vermijdt. Het is niet de eerste keer dit weekend dat ik het jammer vind dat er geen Palestijnen op de conferentie zijn. Het mediabewustzijn van deze jongeren is indrukwekkend, al betekent dat niet dat ze er overal in slagen op televisie of in de kranten te komen. Dat kan liggen aan het ontbreken van onafhankelijke lokale media of aan de beperkte toegang die buitenlandse media krijgen -of aan gebrek aan interesse vanwege die buitenlandse media.
In Azerbeidzjan, bijvoorbeeld, lukt het niet echt om de noodzakelijke media-aandacht te krijgen. Maar de mensen van Yox! zijn er van overtuigd dat ze dat nadeel kunnen omzeilen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van het feit dat Baku, de Azerbeidzjaanse hoofdstad, een winderige stad is. Yox! wil een miljoen antiregeringpamfletten drukken en er dan stapels van achterlaten op hoger gelegen plaatsen.
Deze bewegingen zijn een uitstekend kanaal om de energie van de jeugd te richten tegen gevestigde machtsstructuren, maar kunnen ze ooit iets anders worden? Het Servische Otpor! en het Georgische Kmara, die hun strijd gewonnen hebben, bestaan niet meer als organisaties. Ivan Markovic gooit met typische directheid de knuppel in het hoenderhok. ‘Toen Otpor! van start ging, zag het publiek ons als jongeren die slaag kregen omdat ze opkwamen voor vrijheid. Iedereen hield van ons. Toen we daarna meededen aan de verkiezingen kregen we 1,6 procent van de stemmen. Dat was een koude douche.
Otpor! had 80.000 leden en kreeg maar 67.000 stemmen. Het probleem is dat mensen in het stemhokje blijkbaar niet kiezen voor jongeren die er niet uitzien als een politieke partij. Mensen kiezen liever voor… nu ja, voor klootzakken.’ De gedeelde nachtmerrie is die van de slotscène uit Orwells Animal Farm: Ze keken van varken naar mens, en van mens naar varken, en van varken naar mens; maar het was al onmogelijk geworden om uit te maken wie wie was.’
Twee jaar geleden was Mjaft! een droom van enkele jongere activisten die elkaar uitdaagden met de vraag wat ze ongestraft zouden kunnen doen. Twee jaar later zijn Mjaft! en Erion in heel Albanië gekend en worden ze tegelijk gevreesd en benaderd door de politieke partijen. ‘We hebben erover nagedacht’, zegt Erion Veliaj over de idee om in de arena van de mainstreampolitiek te stappen. ‘Momenteel krijgen we echt veel aandacht. Sommigen aanbidden ons, anderen haten ons, maar niemand is onverschillig tegenover wat we doen. Er zijn voorstellen gedaan aan Mjaft!, maar het zou vandaag zelfmoord zijn als we daarop ingaan. We hebben meer invloed én meer plezier zoals het nu gaat. Bovendien speelt de tijd in ons voordeel. We zijn niet gehaast.’
Erion werkt aan een thesis over Europese politiek aan de Universiteit van Sussex. Hij doet zijn verhaal dan ook met een mengeling van onbespoten idealisme en ijskoud realisme, een combinatie die je terugvindt bij alle groepen die hij uitgenodigd heeft. ‘We hadden al die samenzweringstheorieën gelezen’, zegt hij. ‘We lazen hoe deze groepen georganiseerd werden en over de onzichtbare hand die hen dirigeert en organiseert. Daarom dachten we: als we dan toch samenhoren, laten we dan maar echt eens samenkomen en onszelf organiseren.’
De conferentie wordt afgesloten met een busreisje naar Kruja, een glorierijke vesting in de bergen ten noorden van Tirana. Kruja is de citadel die Albaniës nationale held, Skenderberg, gedurende 25 jaar verdedigde tegen het Ottomaanse rijk. Ivan Marovic schetst in een toespraak de krijtlijnen van wat het Kruja Pact genoemd wordt. Dat Kruja Pact is de voorbije drie nachten bij elkaar geschreven in verschillende kroegen van Tirana. De juiste verwoordingen werden bediscussieerd in groepjes die samenhurkten rond laptops. Het Pact is zoals de groepen die het formuleren: ernstig maar ook grappig, nobel maar ook vol zelfrelativering, en vol overtuiging.
Het Kruja Pact verwijst doelbewust naar Artikel V van het Navo Verdrag -de “een voor allen, allen voor een” clausule die berucht werd na 11 september 2001- door te stellen dat een aanval van eender welke regering op een van de ondertekenaars beschouwd zal worden als een aanval op alle ondertekenaars. Dat zou die regeringen aan het denken moeten zetten, want heel wat ondertekenaars hebben in het verleden bewezen waartoe ze in staat zijn. Arrestaties in Baku kunnen leiden tot demonstraties in Tirana. Repressie in Minsk kan gevolgen hebben in Belgrado. Als activisten lastiggevallen worden in Tashkent, kunnen Oezbeekse instellingen in de rest van de wereld geviseerd worden.
De foto die ik in Kruja nam van de deelnemers hang ik op het prikbord van mijn kantoor. De kans is groot dat sommigen onder hen president of eerste minister worden. De kans is minstens even groot dat sommigen uiteindelijk politieke gevangenen worden, of erger. En het is goed mogelijk -tenminste, dat hoop ik- dat hun voorbeeld tot ver in de wereld navolging krijgt, overal waar de staatsmacht misbruikt wordt. Er zijn immers talloze plaatsen waar mirakels kunnen gebeuren als er genoeg mensen samen Neen!, Genoeg! of Verzet! roepen.
Reageer op dit artikel.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2797   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 2797  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search <em>for</em> Common GroundSearch for Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.