De Rwandese Renaissance komt naar België

Initiatie of politieke recuperatie?

Begin september organiseerde de Rwandese ambassade in België samen met de Belgo-Rwandese organisatie W.A.F (Awakening Abilities for the Future) een Itorero, een prekoloniale Rwandese traditie die zich richt op culturele waarden en burgeropvoeding, voor de jongeren van de Rwandese diaspora. Net zoals het traditionele Gacaca systeem voor de rechtspraak, heeft de Rwandese overheid de Itorero vanonder het stof gehaald voor de heropbouw van het land. De Itorero in België was de eerste die georganiseerd werd in het buitenland. MO* redactrice Olivia Umurerwa Rutazibwa was er bij.

‘Olivia Umurerwa Rutazibwa, aanwezig?’ Het is lang geleden dat ik mijn naam nog eens in het ‘echt’ Rwandees heb gehoord. (Zelf hou ik me gewoonlijk aan de puur fonetische versies: in het Nederlands de klemtoon op de voorlaatste lettergreep, in het Frans op de laatste en met de Franse ‘r’ uiteraard, in het Italiaans met de ‘oe’ in plaats van de ‘u’. Meestal moet ik mijn naam alsnog spellen.) Zo begint de eerste Itorero in België: de namen van een tachtigtal jongeren van Rwandese origine uit België, Frankrijk, Wales, Engeland, Duitsland en Zwitserland worden één voor één afgeroepen.

Terug naar nationale eenheid

De Itorero van vroeger ‘zorgde voor nationale eenheid, goed bestuur, heroïsme en patriottisme’, zegt William Ntidendereza, ondervoorzitter van de Itorero Task Force van de Rwandese overheid. In de jaren 1923 en 1924 werd de Itorero door de kolonisator verboden en herleid tot folkloristisch dansen en zingen. Ntidendereza: ‘Het wegvallen van ons systeem van overdracht van waarden en normen en de introductie van een rigide segregatie tussen onze verschillende bevolkingsgroepen hebben geleid tot de genocide.’ Waarom het uiteindelijk helemaal is misgelopen wordt dan ook voornamelijk toegeschreven aan externe invloeden en het feit dat ‘we op een gegeven moment onszelf niet meer waren.’ Dr. Jean Mukimbiri, voormalig onderzoeker aan de Universiteit van Louvain-la-Neuve illustreert dit verder in zijn uiteenzetting over de genocide: ‘Het is niet gemakkelijk voor X om Y te vermoorden. Hij moet daartoe geconditioneerd worden.’

In het Rwanda van na de genocide waren de infrastructuur maar ook het bestuur en een belangrijk deel van de actieve bevolking verwoest. Bovendien stroomden mensen uit de diaspora na de machtswissel van overal toe en waren de deelnemers aan en de slachtoffers van de genocide genoodzaakt tot samenleven. Tegen die achtergrond richt de Rwandese regering in 2007 de Itorero Task Force op. ‘Het was de bedoeling op zoek te gaan naar referentiepunten waarop we ons allen kunnen baseren om te zeggen dat we Rwandees zijn’, licht Ntidendereza toe.

Politoloog Eric Ndushabandi kadert het als volgt: ‘Het terug oppikken van de Itorero berust op een heel specifiek postulaat: dat van een paradijselijk Rwanda waar er eenheid was binnen de samenleving. Het is een terugkeer naar die periode.’ De hoogbejaarde Isidore Kaliningondo, die als jongeman in 1959 Rwanda verliet, puurt uit zijn eigen herinneringen om dit te bevestigen: ‘We leefden echt samen. Er was geen noemenswaardig verschil tussen Hutu en Tutsi en we werden ook niet zo opgevoed om er een verschil in te maken.’

Hervé Twahirwa, artiest en zanger van de Belgische groep Soul-ID ziet nog een belangrijk aspect aan de Itorero: ‘De kennisoverdracht via het geschreven woord, zoals we die nu kennen en hebben meegekregen in het Europese systeem, is gebaseerd op het memoriseren en herhalen van wat we aangeleerd krijgen. In het orale systeem gaat het om een meer praktische manier van leren: de jongere moet meteen in de praktijk omzetten wat hem wordt aangeleerd en is op die manier meteen eigenaar van wat hij leert. Meer nog, de bedoeling was altijd dat de jongere zijn ouderen overtrof en manieren zocht om beter te zijn. In de Itorero was het de bedoeling dat de jongere het woord nam, geen schroom had om zich uit te drukken, van mening te verschillen, de dingen anders te interpreteren of uit te leggen.’

De Belgische versie 1.0

Aan kritische reflectie geen gebrek tijdens de Belgische Itorero. ‘Ik heb geen speciale verwachtingen’, zegt een deelnemer uit Bergen bij aanvang van de Itorero. ‘Ik kom me amuseren, wat nieuwe mensen leren kennen’, zei iemand anders. Nog anderen: ‘Om meer te leren over de geschiedenis van mijn land’,‘Om wat te sporten’, ‘Ik ben hier omdat mijn ouders hebben gezegd dat ik moest komen’ of ‘Om even de indruk te hebben dat ik in Rwanda ben’.

De redenen voor deelname lopen erg uiteen. Zo ook de samenstelling van de deelnemers. Allen zijn van Rwandese origine of hebben om andere redenen een nauwe band met het land, maar ze komen met een erg verschillende geschiedenis. Ze zijn eerste of tweede generatie migranten, met of zonder herinneringen aan het land en de genocide.

Een rasechte ‘Belgische’ Itorero waardig, zijn de communautaire grapjes tijdens de vijfdaagse nooit veraf: ‘We zijn hier bij de Vlamingen, dus het is belangrijk dat we ons aan de regels houden,’ spreekt iemand van de organisatie de groep lachend toe. Op een meer serieuze noot klinkt op andere momenten een gelijkaardige boodschap: ‘Ijabo riduhe ijambo’ of: ‘Onze waardigheid inspireert hun respect,’ als devies om als Rwandees in het leven te staan. Ik herken hierin meteen een van de weinige mantra’s van mijn vader: ‘Wat er ook gebeurt in het leven, je moet altijd je waardigheid behouden.’

Gedurende vijf dagen gesprekken, inleidingen en debatten over cultuur, burgerschap, cohesie, waarden en normen wordt sterk ingezoomd op de geschiedenis van Rwanda en het actuele ontwikkelingsplan van de overheid: Visie 2020. Wanneer te vaak wordt gedrukt op gedeelde waarden en normen, merkt iemand achter mij laconiek op: ‘Zoals in een sekte dus.’ Links en rechts plaatsen deelnemers vraagtekens bij het rooskleurig historisch plaatje dat wordt opgehangen. Schroom om vragen te stellen, is er dus niet, maar vaak worden ze door de moderator geherformuleerd of lichtelijk anders samengevat om opnieuw te passen in de geest van het programma. ‘We willen de jongeren echt een ander en toekomstgericht verhaal brengen en niet blijven steken in het kwalijke verhaal dat ons al die jaren is opgespeld’, antwoordt de moderator wanneer ik hem daarover aanspreek.

‘De aanpak van de Belgische organisatie is erg origineel. Ik heb in Rwanda verschillende Itorero’s bijgewoond. Nergens heb ik zoveel jongeren gezien met zo een uitgesproken dorst naar kennis over hun land. De jongeren hier hebben een erg open geest en een rijk profiel’, zegt politoloog Eric Ndushabandi. Uit dit succes en specificiteit van de Itorero in België vloeide ook zijn milde kritiek: ‘Gezien deze openheid van geest onder de jongeren, hadden de organisatoren er zeker iets meer mee kunnen doen. De workshops gaan niet altijd diep genoeg, of zijn niet helemaal afgestemd op de specifieke vragen van de jongeren.’ Volgens Ndushabandi mag er wat meer aandacht gaan naar identiteitskwesties, omdat die misschien centraal staan voor jongeren in de diaspora.

Politieke recuperatie?

De eerste Itorero in België deed al stof opwaaien nog voor hij goed en wel van start was gegaan. Midden augustus was er op het internet te lezen dat het zou gaan om het trainen van de eerste ‘Intore’ milities op Belgische bodem. Buiten het feit dat we om zes uur ’s ochtend uit ons bed worden gezet om een uur te gaan lopen in de bossen rond het domein is er niets militair aan het hele gebeuren. ‘We willen geen militie creëren maar werken aan burgerschap. Het gaat hier niet om partijpolitiek maar om culturele waarden,’ reageert Ntidendereza. ‘Er zullen altijd mensen zijn die twijfelen. Geef hen de tijd. Ze zullen voor zichzelf wel zien waarover het uiteindelijk gaat.’

Gezien de negatieve pers die de Itorero vooraf ging en de dictatoriale verhalen die er circuleren over het huidige regime, ben ik bijzonder geïnteresseerd in de oorsprong van het idee voor deze eerste Itorero in België. ‘wij hebben België niet gekozen. België heeft ons uitgenodigd’, antwoordt William van de Task Force in Rwanda op mijn vraag. ‘Het initiatief werd door de ambassade van Rwanda in België genomen. We wilden iets doen voor de Rwandese jongeren in de diaspora. De komende Itorero’s willen we uit handen geven en de organisatie laten aan de diaspora zelf,’ bevestigt Faustin Musare, eerste raadgever van de ambassadeur in België.

Medeorganisator Serge Kamuhinda van W.A.F legt uit wat hen dreef: ‘Wij zijn vertrokken van de problematiek die de jeugd na de genocide treft. Zij worden geconfronteerd met een deficit, aangezien er een heleboel waarden niet meer werden doorgegeven. Nu zien we dat iedereen langzaamaan op zijn pootjes terechtkomt. Tussen alle pijnlijke dingen door ontwaren we gemeenschappelijke waarden. Vooral de ouderen hebben ons geïnspireerd met alle moeilijke dingen die ze hebben meegemaakt.’

Er wordt dan ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om de oudere aanwezige enkele moeilijke vragen te stellen: ‘In Rwanda moeten de mensen wel samenleven. In de diaspora hebben we de luxe om elkaar niet tegen te komen als we niet willen. Hoe kunnen we dit overstijgen?’ vraagt iemand. ‘De moed nooit opgeven’, is de raad van Isidore Kaliningondo, ‘Blijven herhalen dat we broers zijn en dat onze verdeeldheid van buitenaf is gekomen. Vooral door onderling contact zal er beterschap komen.’ Ntidendereza vertelt het verhaal van twaalf Rwandese jongeren uit Kenia die wilden deelnemen aan een vergelijkbaar initiatief in Rwanda: ‘Zij hadden er via hun vrienden op Facebook over gelezen en wilden absoluut meedoen. Hun ouders hadden hen verboden te gaan. Zij waren in 1994 gevlucht en hadden misschien op de een of andere manier een aandeel gehad in de genocide. De jongeren waren toch gegaan en bij aankomst werd hen –zoals alle anderen– gevraagd hun telefoon af te zetten. Hun ouders vreesden het ergste en schakelden de pers en Amnesty International in. Toen de organisatoren daar lucht van kregen, is de jongeren meteen gezegd hun families te bellen en hen gerust te stellen. Dat toont aan hoe belangrijk het is dat jullie jongeren anders zijn, en niet onze fouten uit het verleden herhalen.’

De Itorero is dus zeker geen neutraal a-politiek project en kan het beste verstaan worden vanuit de logica van degenen die uit te diaspora teruggekeerd zijn om het land te reconstrueren. ‘Elk ontwikkelingsplan is politiek’, preciseert Faustin Musare tijdens een van zijn uiteenzettingen. Musare is eerste raadgever van de ambassadeur van Rwanda in België. ‘Politiek is niet slecht. Het is nodig om dingen te veranderen, maar dat wil niet zeggen dat het om partijpolitiek of nauwe belangen gaat’.

Toegevoegde waarde

Meer nog dan het politieke staan identiteit, cultuur, samenhorigheid en het gevoel van thuiskomen centraal voor zowat alle deelnemers aan de Itorero. Zanger Twahirwa Hervé: ‘Ik leef nu al 25 jaar in België en het is even geleden dat we samenkwamen rond een gemeenschappelijk idee. Niet omdat het moest, zoals in 1994, maar omdat we het wilden. De uitdaging voor kunstenaars is verhalen te brengen over Afrika zoals het gezien en beleefd wordt door de Afrikanen. Het is een gigantisch bouwwerf, want we moeten constant verifiëren, creëren, herverifiëren, opnieuw zingen en vertellen. Maar in Rwanda hebben we nu de middelen en we schijnen bovendien goed te zijn in telecommunicatie (lacht). Het ging steeds over een gedroomd Rwanda. Nu gaat het over een beleefd Rwanda.’ Theatermaker en workshopbegeleider Ntarindwa ‘Atome’ Diogene, pikt hierop in: ‘Ik ben niet geobsedeerd door de mijnen. Helemaal niet. Ik wil er gewoon van kunnen uitgaan dat als ik het pad kruis met een Chinees dat ik hem iets uniek heb kunnen bijdragen, en vice versa. We moeten ook niet vervallen in een blinde celebratie van het Rwandees zijn.’

Voormalig ambassadeur Manzi Bakuramutsa plaatst het geheel in een mondiale context: ‘Als we naar China of Japan kijken, zien we dat zij er in geslaagd zijn om eerst terug te grijpen naar hun traditionele cultuur en die te integreren in hun ontwikkeling. Uit andere culturen halen ze de elementen die een toegevoegde waarde opleveren. Ik denk dat Rwanda dat ook kan en mag doen.’ Hij draait die boodschap tenslotte ook behendig om voor de mensen in de diaspora. Bakuramutsa: ‘Ik denk dat het erg belangrijk is dat we bijdragen aan de cultuur van de plaats waar we ons bevinden en niet alleen maar nemen. Het is tragisch als we enkel komen en nemen, en zelf niets bijdragen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift