De schaduwzijde van biobrandstoffen

Biobrandstoffen geven Afrika de kans om alternatieve energiebronnen aan te spreken en tegelijk een grote leverancier te worden voor de geïndustrialiseerde landen. Maar ze vormen ook een grote uitdaging, want de infrastructuur is niet aangepast en er dreigt concurrentie met de voedselproductie. Europese biobrandstof is dan weer peperduur en geen efficiënt middel om de klimaatverandering aan te pakken.
De Europese Unie heeft beslist dat het verkeer en de industrie tegen 2020 tien procent biobrandstoffen moeten gebruiken. Volgens de Europese commissaris voor Landbouw zal waarschijnlijk een vijfde daarvan moeten worden ingevoerd. Europa geeft daarvoor de voorkeur aan de Minst Ontwikkelde Landen (Least Developed Countries of LDC’s) onder het ‘Everything But Arms’-initiatief. Biobrandstoffen uit die landen kunnen Europa vrij van tol of quota binnenkomen. Momenteel gaat het om vijftig veelal Afrikaanse landen, waaronder Mozambique. 
Afrikaanse producenten van biobrandstof kunnen ook terecht op de Noord-Amerikaanse markt onder de African Growth and Opportunities Act, het antwoord van Washington op het Europese initiatief. Ook andere markten zoals Japan en een handvol Afrikaanse landen zijn geïnteresseerd in biobrandstof.
 
Mogelijkheden zijn er dus genoeg, maar overal in Afrika is er een gebrek aan transportinfrastructuur. ‘Dat drukt op de mogelijkheden voor het gebruik van biobrandstoffen,’ zegt Vinesh Moodly, manager voor D1 Oils Africa, een bedrijf in Johannesburg. ‘Je kunt de brandstoffen produceren, maar als je ze niet bij de eindgebruiker kunt krijgen aan een redelijke prijs, heeft het geen zin.’

Voedselprijzen


Daarnaast komt het er ook op aan een juiste balans te vinden tussen de productie van biobrandstoffen en voedselproductie. In Mexico hebben ze duidelijk ervaren hoe de voedselzekerheid in het gedrang kan komen. Mexico, toch hét land van de maïs, zag hoe zijn maïsproductie werd kapotgemaakt sinds het vrijhandelsverdrag   met de VS en Canada in 1994 in werking trad en goedkope maïsimport uit de VS mogelijk maakte. De toegenomen vraag naar voedsel, maar ook de groeiende ethanolproductie in de VS, zorgde vervolgens voor de kleinste maïsvoorraden en de hoogste prijzen in dertig jaar.
Ook andere landen worden geconfronteerd met de consequenties van het opgeven van hun voedselsoevereiniteit op te geven. Als gevolg van de grote vraag naar biobrandstoffen, werden in de VS stijgingen van de graanprijs opgetekend van meer dan 80 procent.  En de VS bepalen grotendeels de wereldprijs voor graan aangezien ze voorzien in 70 procent van de wereldwijde graanexport.

Europese biobrandstoffen te duur


Klimaatverandering aanpakken door biobrandstoffen te subsidiëren zoals de EU doet, is niet erg efficiënt. De Europese regeringen kunnen de meer dan 3,7 miljard euro die ze dit jaar besteden aan die subsidies veel beter inzetten. Dat concludeert het Internationaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling (IISD) in een nieuw rapport.
De in Genève gevestigde instelling heeft berekend dat het besparen van een ton kooldioxide door ethanol uit suikerbiet te halen, 600 tot 800 euro kost. Voor dat bedrag kan er voor maar liefst 160 ton aan uitstootrechten worden gekocht op de Chicago Climate Exchange. Die verhandelbare rechten ontstaan doordat er ergens op de wereld bomen zijn geplant die koolstofdioxide vastleggen, of doordat een bedrijf overschakelt op hernieuwbare energiebronnen die netto geen CO2 meer in de atmosfeer brengen.
Er zijn ook erg veel fossiele brandstoffen nodig om biobrandstoffen te produceren. Het IISD denkt dat Europa veel makkelijker kooldioxide kan besparen door een belasting op de uitstoot van het broeikasgas. Vooral Europese biobrandstof is peperduur. Er is veel meer energie te halen uit suikerrijke gewassen dan uit zaden en graan, maar dat laatste is precies wat in Europa gebeurt. Ongeveer 90 procent van de 6 miljoen ton biobrandstoffen die in 2006 in Europa werden geproduceerd, kwam uit koolzaad.
Europa moet de importtarieven op ethanol uit suikerriet doen dalen, beveelt het IISD aan. Daar zit nu namelijk 19,20 euro belasting per 100 liter op. Arme landen als Brazilië kunnen alleen maar baat hebben bij die verlaging, en Europa kan eindelijk ook goedkopere biobrandstof tanken.

Algen als biobrandstofproducent


Ook algen kunnen volgens Duitse wetenschappers worden ingezet bij de grootschalige productie van biobrandstof. De planten worden nu nog vaak gezien als een plaag, mede veroorzaakt door gebruik van teveel (kunst)mest in de landbouw.
Als water teveel voedingstoffen bevat, verbruiken algen teveel zuurstof waardoor andere organismen in het water niet kunnen overleven. Maar algen hebben ook de potentie om belangrijke broeikassen, die bijdragen aan de opwarming van de aarde, te absorberen. Daarom zouden ze cruciaal kunnen zijn bij het voorkomen van milieurampen. Algen consumeren koolstof door middel van fotosynthese.
‘Algen die worden blootgesteld aan zonlicht, transformeren koolstofdioxide in biomassa. Die kan later gebruikt worden voor biodiesel. Bij de verbranding daarvan komen geen broeikasgassen vrij’, zegt Laurenz Thomsen, bio-geoloog van de Jacobs Universiteit in Bremen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift