Dossier: 

De Spaanse Indignados: van verontwaardiging naar hoop

De revolutionaire golf die begin 2011 in Tunis en Caïro opzette, spoelde een aantal maanden later ook aan de overkant van de Middellandse Zee aan. Wat deed de Spaanse verontwaardiging ontvlammen? MO* trok naar Madrid en Barcelona, toen het stof van de hete zomer even was gaan liggen.

 

  • Jesus Solana Indignados op de Puerta del Sol, Madrid, 22 mei 2011 Jesus Solana
  • MO*/Alma De Walsche Pablo Padilla, Jongere Zonder Toekomst (en Zonder Angst) MO*/Alma De Walsche

Met duizenden trokken de Spanjaarden op 15 mei –een week voor de Spaanse gemeenteverkiezingen– door de straten om uiting te geven aan hun verontwaardiging. De Indignados (Verontwaardigden), al snel de beweging van 15M genoemd, stapten nadien tot in Brussel, het hart van Europa. Ze zetten ook Washington op zijn kop met de actie Occupy Wallstreet en ze twitterden de wereldwijde 15 O-Manifestatie (naar 15 oktober) bij elkaar.

‘Eindelijk is er terug hoop’, vinden duizenden Spanjaarden. Wat ze willen, is niet veel meer dan hun elementaire basisrechten: werk, een dak boven hun hoofd, onderwijs voor iedereen. Geen omverwerping van de staat, maar echte democratie en reële inspraak om terug greep te krijgen op hun bestaan. ‘Wij zijn geen koopwaar in handen van de banken’, klinkt het. Wat bovendrijft, is een verlangen naar toekomst voor zichzelf en hun kinderen.

Illegaal maar legitiem

Een bezet gebouw in Guinardó-Can Baró, district Nou Barris (“9 Wijken”), Barcelona. Aan de gevel van het appartementsblok hangen spandoeken, affiches en enkele groene vlaggen. Dit is geen sloopklaar pand maar een nieuw appartementsgebouw dat al vijf jaar leegstaat –terwijl elders in de wijk mensen uit hun woning worden gezet.

Na de wereldwijde optocht van 15 oktober splitste de manifestatie in Barcelona zich uit in drie aparte acties. Een groep keerde terug naar de universiteit die ze de avond daarvoor als uitvalsbasis had gekozen. De universiteit staat centraal in de protesten omdat de Generalitat, de centrale regering van Catalonië, drastische besparingsplannen uitwerkt voor de onderwijssector. Een van de geplande maatregelen is het ontslag van tientallen professoren. Een andere groep trok naar het Hospital del Mar om de besparingen in de “witte sector”, de gezondheidszorg, aan de kaak te stellen.

De derde groep focuste op de problematiek van huisvesting en legde beslag op het leegstaand appartementsblok. Diezelfde avond nog nodigden ze tien families uit om het gebouw te betrekken, gezinnen die recent uit hun woning waren gezet of mensen zonder papieren. De actie werd gerealiseerd in samenwerking met 500x20, een vereniging die opkomt voor het recht op wonen. De politie van de wijk houdt het gebouw nauwgezet in de gaten. ‘Om te intimideren, opdat we het gebouw weer zouden ontruimen’, zegt Sergio, een jonge twintiger van het Collectief van de bezetters. Met de actie haalden de krakers de voorpagina van enkele kranten. ‘Het is ook de allereerste keer dat er bericht wordt over het bezetten van een gebouw zonder dat te criminaliseren’, zegt Sergio.

Doel van de actie is om de gezinnen als wettelijke huurders in het gebouw te laten verblijven. De families zijn immers best bereid om huur te betalen, maar dan een schappelijke prijs. De wijk heeft een traditie van sociale strijd en buren zijn gul komen aandragen met dekens, meubels en voeding voor de gastgezinnen. ‘Dat is heel 15M’, zegt Sergio, doelend op de solidariteit van de lokale gemeenschap en de diversiteit van de sympathisanten: ex-vakbondsmilitanten, verontruste wijkbewoners, internetfreaks en hackers, ecologisten, migranten en mensen zonder papieren.

In deze buurt heeft 45 procent van de bevolking geen werk. De gemiddelde werkloosheid voor Spanje is opgelopen tot 21,5 procent van de actieve bevolking, bijna 5 miljoen mensen. In 1.425.200 gezinnen –bijna een op twaalf– heeft niemand van de gezinsleden een job.

‘Het kan best illegaal zijn om het appartementsblok in Nau Barris te bezetten, maar het is wel legitiem’, vindt Jordi Mir Garcia, onderzoeker aan het departement Menswetenschappen van de Universiteit Pompeu Fabra in Barcelona. ‘Er is zoveel publiek geld naar de bankensector gegaan, die door de crisis eigenaar is geworden van een groot deel van de nieuwbouw. En die banken zijn op hun beurt weer gered door een toevloed van publieke middelen, belastinggeld van de gemeenschap. Je kan je dus afvragen wie eigenaar is van die gebouwen, de bank of de gemeenschap.’

De revolutionaire golf die begin 2011 in Tunis en Caïro opzette, spoelde een aantal maanden later ook aan de overkant van de Middellandse Zee aan. Wat deed de Spaanse verontwaardiging ontvlammen? MO* trok naar Madrid en Barcelona, toen het stof van de hete zomer even was gaan liggen.

Verontwaardigd? Je zou voor minder…

De immobiliënsector ligt aan de grondslag van de Spaanse crisis en raakt dan ook het hart van de verontwaardiging. In de periode 2002-2007 kende Spanje een ware economische boom, die vooral in de bouwsector zichtbaar was. Geld was goedkoop, arbeidskrachten eveneens, de regels voor ruimtelijke ordening werden versoepeld en de vraag was groot. De Spanjaarden droomden van een eigen woning, en toeristen toonden interesse in een villa aan de Spaanse costa’s. In die jaren werd een huizenmarkt gecreëerd van 23 miljoen eenheden, in een land van 45 miljoen inwoners nota bene.

Een stroom van buitenlandse investeringen vloeide naar de Spaanse immobiliënmarkt. Spaanse banken vroegen leningen aan in het buitenland om de immo-bubble aanhoudend te kunnen voeden. De toetreding van Spanje tot de eurozone en de globalisering met de vrijgemaakte markten, maakten het mogelijk dat Spanje bijna ongelimiteerd geld kon lenen en grote schulden opbouwen. Tot in het tweede semester van 2007 in de VS de financiële crisis toesloeg en een schok veroorzaakte over de hele wereld, een schok die ook het Spaanse kaartenhuis in mekaar deed storten. De geldstromen stokten, de economie vertraagde en de werkloosheid nam toe. Wie zo had uitgekeken naar een eigen woning, zag die droom aan diggelen vallen.

In 2010 werden 300.000 gezinnen uit hun woning gezet; door werkloosheid konden ze hun huur of de lening niet langer betalen. De Vereniging van Gebruikers van Banken, Spaarkassen en Verzekeringen (Asociación de Usuarios de Bancos, Cajas y Seguros) becijferde begin november dat voor het einde van dit jaar nog eens 160.000 families dat lot te beurt zal vallen. Intussen staan in Spanje 2,5 miljoen huizen leeg, eigendom van banken of bouwfirma’s. Bovendien ontsnappen gezinnen vaak niet aan hun schuldenlast wanneer ze hun huis teruggeven aan de bank. De huizen zijn immers in waarde gedaald, en dus moeten de gezinnen sowieso nog een tijd blijven afbetalen.

De indignados vragen dan ook een systeem waarbij de schuld wordt opgeheven wanneer eigenaars hun huis aan de bank geven. Sinds enkele maanden zijn ze ook in het verweer om uitzettingen te verhinderen. Telkens wanneer een ontruiming is aangekondigd, gaat een groep ter plaatse om daar een stokje voor te steken. De betrokken familie krijgt op die manier wat meer respijt om een menswaardig en betaalbaar alternatief te vinden.

De Spaanse schuld

De Spaanse regering is nooit erg gul geweest inzake uitgaven voor sociale voorzieningen. Zowel in 2005 (hoogconjunctuur) als in 2009 (crisis) lagen de gemiddelde uitgaven voor gezondheidszorg, onderwijs en andere sociale voorzieningen onder het Europese gemiddelde. In 2009 ging het om 17,5 procent van het bnp, tegenover een Europees gemiddelde van 21,8 procent. Maar vooral de Structurele Aanpassingsprogramma’s zetten vele Spanjaarden het mes op de keel. In 2009-2010 had Spanje een totale schuld van 4,212 miljard euro, dat is 396 procent van het bnp, waarvan 164 procent buitenlandse schuld was.

De Europese financiële instellingen en het Internationaal Muntfonds (IMF) legden Spanje het vuur aan de schenen met een pakket van Structurele Aanpassingsprogramma’s. Dat vertaalde zich vanaf januari 2010 in een drastisch besparingspakket van de regering. In het budget werd er voor de komende drie jaar 50 miljard euro gesnoeid, onder meer door een daling van de lonen, een hervorming van de pensioenregeling en besparingen in onderwijs en gezondheidszorg. Alle aandacht verschoof van sociale maatregelen en maatregelen voor het aanzwengelen van de groei en het tegengaan van de werkloosheid, naar het reduceren en controleren van de publieke schuld.

Jaume Botey, die aan de universiteit van Barcelona 35 jaar lang doceerde over het beleid van IMF en Wereldbank, vergelijkt de situatie met wat er in Latijns-Amerika gebeurde in de jaren negentig. Hij verwijst zelfs naar de gebeurtenissen in Argentinië, waar eind 2001 de economie ineenstortte. Botey: ‘Al sinds 1978 probeert men in Spanje de grondwet te wijzingen, maar dat bleek altijd een taboe. In augustus wijzigde premier Zapatero de grondwet toch –zonder het parlement te raadplegen– om banken beter te kunnen beschermen in geval van schuldencrisis. Er is een duidelijke verschuiving gebeurd in de functie van de staat. Terwijl de staat vroeger de burgers hoorde te beschermen, is die vandaag een speelbal geworden in de handen van het kapitaal.’

Zonder angst

Uiteraard hebben de Arabische Lente en het Tahrirplein de Spaanse Indignados geïnspireerd. Maar ook de linkse wind in Latijns-Amerika. ‘Spanje is de brug die die continenten met Europa verbindt.’
Pablo Padilla (22) behaalde een master in sociologie en werkt momenteel een opleiding antropologie af aan de Universidad Complutense van Madrid. Daarna wil hij werk zoeken, maar dat is allesbehalve evident. De werkloosheid in Spanje bedraagt gemiddeld 21,5 procent, maar voor de leeftijdscategorie van Pablo is dat 46 procent. Wie werk heeft, moet zich bovendien vaak tevreden stellen met een nepstatuut en een loon van driehonderd euro per maand –en dat voor acht uur werken per dag en zonder anciëntiteit op te bouwen. Een appartement huren voor drie personen kost in Madrid zo’n 1000 euro per maand, en dan heb je de rekeningen van de nutsvoorzieningen nog niet betaald. Voor veel jongeren is zelfstandig wonen een verre droom.

Pablo behoort tot de beweging Jongeren Zonder Toekomst (Juventud sin Futuro of JsF), die begin 2011 werd opgericht in het zog van een aantal vakbondsbetogingen tegen de besparingsmaatregelen van de regering. Maar JsF was vooral een reactie op de opstelling van de twee grote Spaanse vakbonden CC.OO (Confederación Sindical de Comisiones Obreras) en UGT (Unión General de Trabajadores). Die hebben zich veel te makkelijk neergelegd bij de arbeids- en pensioenshervormingen, vindt JsF.

Op het gele t-shirt van Pablo, het t-shirt van de beweging, staat ‘Sin casa, sin curro, sin pension. Sin miedo.’ (Zonder huis, zonder job, zonder pensioen. En zonder angst.) 15M heeft de berusting en de angst om te spreken doorbroken. De oprichting van JsF was een schot in de roos. Duizenden Spaanse jongeren deelden hetzelfde gevoel en waren klaar om daarmee op straat te komen. Pablo: ‘Op 7 april organiseerden we onze eerste manifestatie. We bestonden amper drie maanden en toch kwamen er 10.000 mensen opdagen.’ Uiteraard hebben de Arabische Lente en het Tahrirplein hen geïnspireerd. Maar ook de linkse wind in Latijns-Amerika. ‘Spanje is de brug die die continenten met Europa verbindt’, zegt Pablo.

Motor van de indignados

‘Wij zijn niet links, wij zijn niet rechts. Wij zijn die van van onder en we gaan voor die van van boven’, zo luidt een van de slogans. ‘Ze vertegenwoordigen ons niet’, is een andere veelgehoorde uitspraak, doelend op het Spaanse tweepartijensysteem van de rechtse PP en de socialistische PSOE. Die slogan werd gelanceerd door Democracia Real Ya (Echte democratie, nu). Samen met Jongeren zonder Toekomst wordt die beweging gezien als motor van de Indignados. Democracia Real Ya groepeert vooral Spanjaarden die elkaar via internetplatforms ontmoetten. Vaak gaat het om hoogopgeleide jongeren die op Erasmus zijn geweest en een mondiaal netwerk hebben dat ze actief bespelen.

Victor Sampedro van de Universiteit Rey Juan Carlos in Madrid is docent politieke communicatie, sociale bewegingen en nieuwe communicatietechnologie. Hij volgt de 15M op de voet. Volgens Sampedro hebben de online sociale netwerken ook bij de Indignados als hefboom gefunctioneerd. Hun woede werd begin 2011 aangevuurd door de zogenaamde Sinde-wet, een anti-downloadwet die door het parlement werd goedgekeurd met de steun van de grote politieke partijen. Terwijl de artiesten vinden dat de wet niet ver genoeg gaat, protesteren de internetgebruikers omdat ze de wet beschouwen als een aanslag op de vrijheid van cultuur.

Het regent dan ook klachten op Twitter, Facebook en andere sociale media. Volgens Wikileaks zouden de VS zo’n wet geëist hebben van Spanje. Met de slogan ‘stem niet op hen’ –gericht tegen de PP, de PSOE en de Generalitat van Catalunya– sloten de internetgebruikers zich aan bij 15M. Zij waren het ook die op Twitter de hashtag #takethesquare lanceerden, die ook elders in de wereld werd overgenomen.

In Madrid namen de Indigados na de manifestatie de Plaza del Sol in. Een dertigtal jongeren –meer waren het er aanvankelijk niet– besloot er de nacht door te brengen. De volgende dag kwamen anderen het kamp versterken. Gestaag groeide de groep manifestanten aan. Zes weken lang bleef het plein bezet. Vervolgens besloten ze naar de wijken te trekken. In de Spaanse steden zijn sindsdien in talloze wijken volksvergaderingen opgestart waarin mensen wekelijks hun grieven en hun plannen bespreken. Jorge en Ana, van de wijk Malasaña, krijgen de tranen in de ogen wanneer ze vertellen over de bezetting van het plein, de radicale geweldloosheid van de activisten en de brute repressie van de ordediensten.

Momento of movimiento?

Tachtig procent van de Spanjaarden staat achter de Indignados, zo blijkt uit peilingen. Een veelgehoorde vraag is of het gaat om een movimiento dan wel een momento. Jordi Mir Garcia ziet het als een moment waarop verschillende bewegingen samenkomen en een kwalitatieve stap vooruit zetten. Alleszins komt het fenomeen niet uit de lucht vallen. Het bouwt voort op een proces dat in 1994 op gang is gekomen in het Mexicaanse Chiapas, toen de Zapatisten de strijd opnamen tegen de neoliberale globalisering. Die werd daar toen gesymboliseerd in NAFTA, het Vrijhandelsverdrag van de VS met Canada en Mexico. Toen al riep subcomandante Marcos iedereen op om zijn “ya basta” te nemen en de straat op te gaan. Van daar loopt een rode draad langsheen de manifestaties tegen de ministeriële conferentie van de Wereldhandelsorganisatie in Seattle (1999), de Andersglobalistenbetogingen en de Wereld Sociale Fora.

Opmerkelijk vandaag is de diversiteit van de beweging, het radicale streven naar geweldloosheid en naar democratie. ‘Deze beweging wil de macht niet omver werpen. Ze wil precies de democratie, die gegijzeld is door de financiële wereld, opnieuw inhoud geven door radicale vormen van participatie’, is een ruim gedeelde opvatting. ‘Vamos lento, porque vamos lejos’ (we gaan traag, want de weg is nog lang), zo stond te lezen op spandoeken van de Indignados toen ze op doortocht waren in Brussel.

Arcadi Oliveres (70) is economist en een begrip in Barcelona. Hij ziet de beweging als een bijzonder bemoedigend gebeuren. ‘Het geheel kan nog ongearticuleerd overkomen, maar dit is de etappe van discussie en politieke pedagogie. Het gaat immers om een beweging van jonge mensen met weinig politieke ervaring, die nu aan een razend snel tempo vorming en inzichten opdoen.’ De volgende stap is volgens Oliveres het opstellen van een minimumpakket van consensus, met een twaalftal punten.

In de volgende fase komt het er dan op aan een aantal alternatieven gestalte te geven, zoals pakweg spaar- en wooncoöperatieven. ‘Maar voor één ding wil ik hen waarschuwen,’ zegt Oliveres, ‘en dat is dat de beweging zou opgaan in een of meerdere politieke partijen. Dat zou een totale vergissing zijn.’ Oliveres twijfelt er niet aan dat de beweging zich zal doorzetten. ‘Geen enkele van de oorzaken die deze verontwaardiging heeft opgewekt, is verdwenen. En de crisis zal nog dieper worden. Dit kan niet gestopt worden.’

Precies die laatste gedachte boezemt Victor Sampedro angst in. ‘De toekomst kan twee kanten op: ofwel slagen we erin langs reformistische weg aan verandering te bouwen, en dat zal sneller gaan als er openheid komt van de gevestigde entiteiten. Ofwel groeit er een verharding van de twee kanten: de protesten worden heviger en ook de repressie escaleert.’ Het is daarom belangrijk, aldus Sampedro, om heel radicaal aan democratische alternatieven te werken op kleine schaal. Heel concrete projecten zouden het verschil kunnen maken voor het dagelijkse leven.

Sampedro ziet in IJsland een inspiratiebron, al moet elk land zijn eigen weg zoeken. ‘Daar hebben we een heel pragmatische vorm van verzet gezien, dat geen energie verspilde aan de strijd tegen “het systeem”, maar de verantwoordelijken voor de crisis in eigen land ter verantwoording riep en met mensen uit de civiele samenleving een nieuwe grondwet opstelde.’ We gaan een heel cruciaal jaar tegemoet, daar is ook Sampedro van overtuigd.

Uiteraard hebben de Arabische Lente en het Tahrirplein de Spaanse Indignados geïnspireerd. Maar ook de linkse wind in Latijns-Amerika. ‘Spanje is de brug die die continenten met Europa verbindt.’

Lees ook:

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift